ISALA

Hersenscan FP-CIT

Deze hersenscan maken we bij klachten die gerelateerd kunnen zijn aan parkinsonisme. Het onderzoek toont het onderscheid aan tussen M. Parkinson en andere vormen van parkinsonisme.

Het verloop van een FP-CIT

We dienen de patiënt `s ochtends I-123 FP-CIT intraveneus toe. Ongeveer drie uur na toediening vervaardigen we de opnamen.

Een dubbelkopsgammacamera maakt de opnamen van de dopaminetransporters. Hierbij draaien de detectoren stapsgewijs 360 graden zo dicht mogelijk rond het hoofd. I-123 FP-CIT heeft de voorkeur zich aan dopaminetransporters in dopaminergeneuronen te binden.

De hoeveelheid bindingen tussen I-123 FP-CIT en dopaminetransporters laat zien in hoeverre de dopaminergeneuronen volledig functioneren. Hierdoor kan bepaald worden of er sprake is van degeneratie van neuronen.

Indicaties voor een FP-CIT

  • vroege diagnostiek van degeneratieve dopaminerge neuronen;
  • differentiatie tussen M. Parkinson enerzijds en essentiële tremor anderzijds;
  • objectiveren progressie van degeneratie van dopaminerge neuronen, in het bijzonder hetvolgen van de werkzaamheid van neuroprotectieve medicamenten.

Voorbereiding op een FP-CIT

Voor het onderzoek dient de patiënt bepaalde medicatie te staken. De patiënt krijgt een lijst met een overzicht van deze medicijnen thuisgestuurd of de secretaresse van de afdeling spreekt de lijst telefonisch met de patiënt door.

Interpretatie van een FP-CIT

Bij een normaal beeld is de uptake van FP-CIT enkele malen hoger in het striatum dan in de occipitale cortex. Bij toename van de leeftijd neemt het aantal dopaminetransporters vaak ook af, zodat er ook minder FP-CIT in het striatum wordt opgenomen in verhouding tot de cortex. De afname van FP-CIT uptake in het putamen komt duidelijker naar voren dan de afname in de nucleus caudatus, in een vroeg stadium van M. Parkinson. Bovendien kan in een zeer vroeg stadium de afwijking klinisch nog unilateraal zijn, maar is meestal scintigrafisch bilateraal.

Wilt u meer informatie? Kijk dan op de site van de afdeling Nucleaire geneeskunde.