ISALA

Jodiumtherapie bij hyperthyreoïdie of een struma

De patiënten die met radioactief jodium worden behandeld kunnen globaal worden verdeeld in twee groepen: patiënten met een hyperthyreoïdie en patiënten die in aanmerking komen voor een strumareductie.

Hyperthyreoïdie

Schildklierweefsel heeft de bijzondere eigenschap om zeer selectief jodium (in de vorm van jodide) op te nemen. Jodium is een essentiële bouwsteen voor de synthese van het schildklierhormoon. Radioactief jodium zendt twee soorten straling uit: bèta- en gammastraling. Bètastraling dringt slechts enkele millimeters door in weefsel, gammastraling heeft een bereik van enkele meters en straalt vanuit de patiënt naar buiten.

Vóór de behandeling met radioactief jodium voeren we bij elke patiënt een schildklierscintigrafie uit om vast te stellen welk percentage van het radioactieve jodium in de schildklier wordt opgenomen.

Bij een hyperthyreoïdie is er meestal een hoge opname van jodium in de schildklier. Bij een struma, die voor reductie in aanmerking komt, hoeft dit niet het geval te zijn. Over het algemeen betekent dit dat er bij patiënten met een groot struma een hogere dosis radioactief jodium nodig is.

Wilt u meer informatie? Kijk dan op de site van de afdeling Nucleaire geneeskunde.