ISALA

Jodiumtherapie bij een schildkliercarcinoom

Schildkliercarcinoomweefsel heeft – net als normaal schildklierweefsel - de bijzondere eigenschap om selectief jodium (in de vorm van jodide) op te nemen. Bij de nabehandeling van schildkliercarcinoom (na operatieve verwijdering van de schildklier) maken we gebruik van deze eigenschap. Jodium wordt bij patiënten zonder schildklier niet meer in het lichaam vastgehouden, en verdwijnt vrij snel met de urine. Alleen in restjes van de schildklier die zijn achtergebleven en in metastasen wordt het jodium (jodium-131) nog opgenomen. De bedoeling is dat daardoor deze restjes en metastases zichzelf bestralen en zullen verdwijnen.

Radioactief jodium (I 131)

In de meeste gevallen dienen we radioactief jodium in capsulevorm toe. Een enkele keer krijgt een patiënt het in vloeibare vorm, bijvoorbeeld als de patiënt moeite heeft met het slikken van capsules.

De werking van radioactief jodium

Net als niet-radioactieve jodium, dat via de voeding in de schildklier terechtkomt, wordt het radioactieve jodium vanuit het maag-darmkanaal opgenomen in het bloed en met de bloedstroom naar de schildklier vervoerd. In de schildklier nemen de schildkliercellen het radioactieve jodium op, waar het wordt ingebouwd in het schildklierhormoon en opgeslagen in het thyreoglobuline. Vervolgens kan het zijn werking doen; bestraling van binnenuit.

De bètastraling van het radioactieve jodium geeft een vrij langdurige en intensieve bestraling van het schildklierweefsel. Hierdoor worden te hard werkende schildkliercellen vernietigd.

Risico van besmetting

Het gedeelte van het jodium, dat niet in de schildklier is opgenomen, verlaat via de urine het lichaam. Gemorste druppeltjes urine kunnen aanleiding zijn tot besmettingen (verspreiding van radioactiviteit). Een klein deel van de dosis komt in het speeksel en het maag-darmkanaal terecht en uiteindelijk in de ontlasting.

Radioactieve besmetting van andere personen kan ook optreden via gebruikte bekers en persoonlijk contact (zoenen, enzovoort). Om deze reden isoleren we patiënten enkele dagen na de toediening van radioactief jodium. Urine en ontlasting worden gedurende deze periode verzameld in speciale tanks, die zich in de kelder van het ziekenhuis bevinden.

Wilt u meer informatie? Kijk dan op de site van de afdeling Nucleaire geneeskunde.