ISALA

Obductie onderzoek Pathologie

Als medisch specialist van Isala kunt u ons verzoeken om obductie onderzoek te doen. Ook huisartsen kunnen dit verzoek doen, op strikte indicatie.

Obductie onderzoek noemen we ook wel postmortaal onderzoek, sectie, autopsie, necropsie of lijkschouwing. Hierbij onderzoeken een patholoog en obductie assistent het lichaam van een overleden persoon. Alle inwendige organen worden grondig onderzocht. Ook worden er kleine stukjes weefsel afgenomen voor onderzoek.

Obducties doen we met de grootste zorgvuldigheid, op grond van goed hulpverlener schap. Dit is een eis uit de WGBO, Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst.
De NVVP, Nederlandse Vereniging voor Pathologie, heeft dit 'goede hulpverlener schap' vertaald in concrete richtlijnen, bijvoorbeeld voor het bewaren van menselijk materiaal. Wij werken volgens deze richtlijnen. De NVVP toetst haar richtlijnen via visitaties.
Bij obductie zijn een aantal aspecten van groot belang: toestemming van nabestaanden, bewaren van menselijk materiaal en de werkwijze bij kinderobductie.

Hebt u als behandelend arts vragen of opmerkingen over deze onderwerpen, neem dan contact op met een van de pathologen.

Toestemming van nabestaanden

Obducties doen we uitsluitend met toestemming van de rechthebbenden. Als behandelend arts bent u verplicht nabestaanden juist te informeren over obductie. Pas daarna vraagt u toestemming voor obductie.

Welke informatie geeft u?

  • U vertelt rechthebbenden welke soort handelingen er bij de obductie worden gepleegd. Dit is erg belangrijk. Voor hersenobductie moet u bijvoorbeeld expliciet toestemming vragen.
  • U informeert rechthebbenden over het bewaren van organen. Vaak is het lastig om hierover vóór het onderzoek juiste informatie te geven. (We weten van tevoren niet wat we zullen vinden.) Als rechthebbenden vragen hebben over bewaartermijnen, spreek dan af dat u deze beantwoordt zodra er meer duidelijkheid is.

Folder voor nabestaanden

Voor het informeren van nabestaanden hebben wij de folder obductie.  

Bewaren van menselijk materiaal

Het bewaren van menselijk materiaal is in Nederland niet expliciet geregeld. We doen dit volgens de richtlijnen van de NVVP, Nederlandse Vereniging voor Pathologie. 

Welk materiaal wordt bewaard?

In beginsel wordt van alle viscerale organen een stukje bewaard. Dit gaat als volgt:

  • De patholoog opent de buik- en borstholte. Hij/zij verwijdert na inspectie alle viscerale organen.
  • Van vrijwel alle organen wordt een klein stukje (enkele cc) weggenomen voor microscopisch onderzoek.
  • De organen worden in het lichaam teruggeplaatst.
  • De orgaanstukjes worden verwerkt tot paraffineblokjes, waarvan coupes gesneden kunnen worden. Een paraffineblokje heeft de grootte van een postzegel met een dikte van ca. 5 mm. Deze paraffineblokjes worden bewaard.

Bewaartermijnen menselijk materiaal

Voor de verschillende materialen gelden, volgens de NVVP-richtlijn, de volgende bewaartermijnen:

MateriaalBewaartermijn      Toelichting
Paraffineblokjes30 jaar
  • Door de lange bewaartermijn kunnen we 'eerder materiaal' zoals tumorweefsel vergelijken met latere biopten. Dit is nodig op grond van het goede hulpverlener schap. De lange bewaartermijn maakt daarnaast genetisch onderzoek mogelijk. Hiervoor wordt vaak (met toestemming van de patiënt) weefsel opgevraagd van 10 tot 20 jaar geleden.
  • Het materiaal wordt bewaard in een afgesloten archief in de kelder van het laboratorium.
  • Persoonsgegevens zijn uitsluitend te herleiden via het computerarchiefsysteem. Dit systeem is alleen toegankelijk voor medewerkers van de afdeling Pathologie, die strikte geheimhoudingsplicht hebben.
Coupes van paraffineblokjes25 jaarZie toelichting paraffineblokjes.
Compleet orgaan of deel van een orgaan​Uiterlijk 1 jaar​

Het gaat dan bijvoorbeeld om:

  • Hersenen, die minstens zes weken moeten fixeren voordat ze verder worden bewerkt.
  • Een hart dat nader bewerkt wordt en/of gebruikt wordt voor patiëntendemonstraties.
  • Het hartlongpreparaat van foeten, bewaard op formaline.
    Dit wordt vaak later bekeken en vernietigd na verdere bewerking en/of patiëntendemonstraties.​
Operatie- en biopsiemateriaal, te groot om als geheel microscopisch te onderzoeken​3 maanden​Dit materiaal bewaren we op formaline of het wordt ingevroren.
Als we nieuwe vragen moeten beantwoorden, kan het materiaal hiervoor bewerkt worden. Daarna wordt het vernietigd.​

 

Let op
Voor academische ziekenhuizen gelden strengere regels bij het bewaren van materialen. Naast PA-verslagen moeten bijvoorbeeld ook EHBO-verslagen worden bewaard tot 115 jaar na de geboortedatum van patiënt.

Kinderobductie

Bij kinderobductie moet u rekening houden met het feit dat foeten met een amenorroeduur van minder dan 24 weken niet begraaf plichtig zijn. Zij worden vaak in toto aangeboden voor obductie. Vaak worden zij in één sessie bewerkt.
Voor begraaf plichtige foeten zijn er twee mogelijkheden:

  • Er wordt afstand gedaan en Isala neemt de begraafplicht over. Deze foeten worden vaak in één sessie bewerkt. Deze situatie komt zelden voor.
  • De nabestaanden behouden de begraafplicht. De kinderobductie verloopt dan als een reguliere obductie. Dit geldt voor foeten, maar ook voor neonaten en oudere kinderen. Na de obductie wordt restmateriaal respectvol gecremeerd in het crematorium Kranenburg (bijvoorbeeld stukjes van orgaantjes). Dit gebeurt op kosten van Isala.

Wilt u meer informatie? Kijk dan op de site van de afdeling Pathologie.