ISALA

Schildklierscintigrafie

​Het endocrien systeem bestaat uit een aantal klieren die hormonen afscheiden. Verstoringen in de endocriene klieren brengen we in beeld met verschillende scintigrafiën, o.a. schildklierscintigrafie.Bij een schildklierscintigrafie krijgt de patiënt een capsule met Jodium-123 om de organificatiefunctie (de organische binding aan de schildklier) te kwantificeren en zichtbaar te maken.Indicaties voor een schildklierscintigrafiethyreotoxicosediffus, multinodulair of solitaire nodus; bevestiging en functie van palpatoire afwijkingengrootte en uitgebreidheid van de aanwezigheid van struma (retrosternaal)aantonen van ectopisch schildklierweefsel, bijvoorbeeld een halscyste of rudimentaire ductus thereoglossuscongenitale hypothyreoïdie (aganesie, descensusstoornis of organificatiestoornis bepaling van de dosis bij een behandeling met I-131 (een meting 24 uur na de injectie is verplicht).Staak schildkliermedicatie (zoals thyrax of thyroxine) minimaal tien dagen voor het onderzoek. Heeft uw patiënt een behandeling met jodiumhoudend contrast (anders dan Cordarone) of een röntgenonderzoek met contrast ondergaan? Dan zal er drie weken gewacht moeten worden met het maken van een schildklierscintigrafie. De opname van jodium in de schildklier is namelijk nog drie weken tot drie maanden na de jodiumcontaminatie verstoord. De patiënt dient voor onderzoek nuchter te zijn.Het verloop van een schildklierscintigrafieVoor de eigenlijke schildklierscintigrafie wordt gemaakt, bepalen we de schildklier uptake.Het berekenen van de schildklier uptakeMet behulp van een schildklierprobe meten we de hoeveelheid jodium die de schildklier heeft opgenomen vier tot zes uur na de injectie (en meestal ook na 24 uur). Vervolgens vindt er een minuut lang een meting plaats waarbij we een vaste afstand tot het halsgebied aanhouden. Om de hoeveelheid achtergrondstraling die in het lichaam aanwezig is uit te sluiten, volgt daarna een meting op het dijbeen. Zo bepalen we het netto aantal counts in de schildklier.De gemeten waarden refereren we aan de standaard capsule I-123 die vooraf gemeten is, en de aanwezige achtergrondactiviteit in de ruimte.De schildklieruptake berekenen we met de volgende formule:                                    counts schildklier – counts femur = dijbeenSchildklier uptake (%) = ____________________________________________________ x                                    counts standaard - counts achtergrondHet maken van de schildklierscintigrafieNa de meting van de schildklier uptake vindt de eigenlijke schildklierscintigrafie plaats. We maken een tien minuten lange opname van de schildklier met behulp van een pinhole-collimator. Het cricoïd en het jugulum markeren we op deze opname met behulp van een Co-57 pen.In de meeste gevallen meten we de hoeveelheid jodium die de schildklier heeft opgenomen 24 uur na de injectie opnieuw. Als de patiënt in aanmerking komt voor een behandeling met radioactief jodium volgt er aansluitend een gesprek met de nucleair geneeskundige. Aan de hand van dit gesprek kan er een poliklinische of klinische behandeling met radioactief jodium worden gepland.De interpretatie van een schildklierscintigrafieNormaalNormaal gesproken is er vijf uur na de injectie een uptake waar te nemen van 15 à 25%. 24 uur na injectie is de uptake hoger aangezien de schildklier het radioactieve jodium steeds meer opneemt. Het percentage ligt dan tussen de 35 à 45%.In de hals is de schildklier zichtbaar als een vlinder, net boven het jugulum.AfwijkendIndien de patiënt een thyeroïditis heeft of recent een jodiumhoudend contrastmiddel heeft gehad, bevindt de uptake zich vaak beneden de 5%.Bij thyreotoxicose (zoals Morbus Graves en secundaire hyperthyreoïdie) wordt diffuus verhoogde opname van het jodium waargenomen in de schildklier (zowel bij de uptake als visueel). Bij een toxische nodus of een toxisch multinodulair struma wordt focaal verhoogde opname van het jodium waargenomen. In gebieden waar de follikelcellen ontbreken, zoals cysten, bloedingen en een multinodulair struma, wordt geen jodium opgenomen. Hier ontstaan 'koude gebieden'.Wilt u meer informatie? Kijk dan op de site van de afdeling Nucleaire geneeskunde.