ISALA

Achtergrondinformatie

Historie

Op 31 oktober 2007 is in de Staatscourant gepubliceerd de “Tijdelijke regeling MICU-coördinatie en –transport”. Deze regeling maakte een einde aan de vele en lange discussies over het vervoer van de kritisch zieke patiënt. Aanvankelijk werden zes (academische) MICU-centra in Nederland verantwoordelijk gesteld voor de uitwerking. De regio Noordoost-Nederland is echter in twee delen gesplitst met het UMCG als centrum voor de provincies Groningen, Friesland en Drenthe en Isala, dat als enige niet-academisch centrum ook een MICU-erkenning heeft gekregen voor de provincies Overijssel en Gelderland. Later is Hoogeveen toegevoegd, omdat die heeft aangegeven gebruik te willen maken van MICU Isala. Deze erkenning houdt in dat vanaf 1 januari 2008 ieder MICU-centrum de verplichting heeft gekregen het MICU-transport te organiseren volgens landelijke richtlijnen, zoals verwoord in de Richtlijn transport IC-patiënten van de NVIC.

Het transport van IC-patiënten brengt risico’s met zich mee, die moeten worden afgewogen tegen het potentiële voordeel dat het transport kan opleveren voor de kritisch zieke patiënt; te weten betere zorg en behandeling op een andere locatie.

Ook speelt een door de Inspectie van Volksgezondheid afgedwongen striktere naleving van de IC-leveltypering een rol. Een level 1 IC zal sneller overgaan tot overplaatsen van een patiënt, omdat de zorg die soms nodig is minder tot niet geboden kan worden in een ziekenhuis met een level 1 IC en wel in een ziekenhuis met een level 2 IC. Zowel vanuit een level 1 IC als vanuit een level 2 IC zal regelmatig opschaling nodig zijn van de zorg en behandelmogelijkheden naar een level 3 IC. Er zal daarom juist met de ziekste patiënten op transport gegaan worden.

Vormen van transport

Afhankelijk van de urgentie zijn verschillende vormen van transport van een IC-patiënt denkbaar:

Spoed IC-transport

Alleen wanneer er vitale bedreiging op korte termijn te verwachten valt en de noodzakelijke behandeling alleen in een ander ziekenhuis verricht kan worden, zoals bij dreigende inklemming, asthma cardiale op basis van acute coronaire ischaemie, acute thoraco-abdominale vaatproblematiek, refractaire verbloeding waarvoor interventie radiologie; kortom wanneer er geen tijd is om te wachten op een MICU-transport.

MICU-transport

Interklinisch transport van een IC-patiënt, begeleid door een MICU-team (IC-arts en IC-verpleegkundige) en in een speciaal ingerichte ambulance, wanneer er geen indicatie is voor een aanvullende levensreddende spoedbehandeling.

Begeleid IC-transport

Begeleid transport door een intensivist of IC-arts, aangevuld door de ambulanceverpleegkundige, wanneer er sprake is van een stabiele patiënt, zonder te verwachten verslechtering, zonder inotropie of vasopressie en geen CPR in de voorafgaande 24 uur. Alleen in hoge uitzondering is beademing met lage drukken en FiO2 eventueel toegestaan (bijvoorbeeld overplaatsing voor laatste stukje weantraject).

MICU-criteria

­Deze zijn vastgesteld door de minister van VWS in de Staatscourant van 31 oktober 2007.