ISALA

30 JAAR HARTZORG: 'Wij hebben nu een meer coachende rol'

'Het was gewoon spannend!' Zo herinneren verpleegkundig consulent Roeleke Kappert en verpleegkundig specialist Angela Nieuwveld – beide werkzaam in Isala Harthuis -  zich de komst van Thoraxchirurgie naar het Weezenlanden ziekenhuis in Zwolle. 'Wij gingen patiënten verzorgen die aan hun hart waren geopereerd! Dat was toen nog heel bijzonder.'

Eind 1987 startten de voorbereidingen voor de komst van Thoraxchirurgie naar Zwolle. Angela en Roeleke: 'Er kwamen artsen, verpleegkundigen en perfusionisten van andere ziekenhuizen naar ons ziekenhuis. Er moest een IC komen voor de thoraxpatiënten en er kwam een nieuwe verpleegafdeling voor deze patiëntengroep.'Angela: 'Op die afdeling ging ik werken. Ik werkte destijds op de IC maar daar kon ik niet parttime werken en dat wilde ik toen wel graag.' Roeleke: 'Ik werkte op de afdeling Cardiologie destijds en verzorgde in het begin vooral de patiënten voordat zij geopereerd werden. Met het stijgen van het aantal thoraxoperaties, kwamen er steeds meer thoraxpatiënten naar onze afdeling. Uiteindelijk werden het twee aparte afdelingen. Patiëntbetrekkingen, de afdeling waar medewerkers patiënten voorbereiden op de ingreep en de partners op de hoogte houden tijdens de operatie, startte ook al op dag één. Een service die nog steeds enorm wordt gewaardeerd door onze patiënten en hun naasten.'

Angela: 'Wat wel echt anders is, is dat de opnameduur nu veel korter is en patiënten sneller uit bed gaan. Als het even kan dezelfde dag al. Destijds mocht iemand pas vanaf de derde dag uit bed.'


Verpleegkundig specialist Angela Nieuwveld (links) en verpleegkundig consulent Roeleke Kappert (rechts)

 

Opgeleid door de nonnen

Angela en Roeleke volgden beiden de in service-opleiding tot verpleegkundige. En woonden samen met andere verpleegkundigen in spé in de zusterflat. Angela: 'Ik ben in 1977 begonnen. Ik wilde altijd al "verpleegster" worden. Na de middelbare school twijfelde ik toch even. De heao leek mij ook wel leuk. Maar mijn ouders hadden het destijds niet zo breed en door in service te gaan, zou ik ook meteen geld gaan verdienen. En dat was prima.' Roeleke: 'Ik begon een jaar later. Kwam van het platteland bij Nieuwleusen en ik ging naar de grote stad. Zo voelde dat echt. De wens om verpleegkundige te worden had ik mijn hele leven al. Het zat in mij.  In ons huis woonde een oude opa en ik ontfermde mij altijd over een gehandicapt meisje in het dorp. Omdat de Weezenlanden een katholiek ziekenhuis was, werden wij deels opgeleid door de nonnen.' Angela: 'Zij leerden ons dat iedereen belangrijk is in het ziekenhuis. Van schoonmaker tot dokter, maar zij hadden wel een groot gevoel van hiërarchie. De dokter stond op een voetstuk. Altijd.'

Roeleke: 'Het was een bijzondere tijd. Wij moesten alles doen. Was de voedingsassistent ziek, dan stond je als verpleegkundige in de keuken. Ook kwam het voor dat wij mee moesten helpen met de schoonmaak. Maar dat heeft ons niet slechter gemaakt hoor.' Angela: 'Dankzij de in service-opleiding leerden wij het totaalbeeld zien. Verpleegkunde is nu veel meer een vak geworden. Je kunt je echt specialiseren, bijvoorbeeld tot (Cardio Care) CC-verpleegkundige of als verpleegkundig specialist zoals ik,  en wij zijn mondiger geworden.' 

Motiverende gesprekstechnieken

Hartrevalidatie bestond altijd al wel, maar was beperkt, herinnert Angela zich. 'Je ging even aan de slag met een fysiotherapeut en kreeg voorlichting en dat was het. Een Harthuis, een plek buiten het ziekenhuis dat volledig is ingericht voor de revalidatie van hartpatiënten, bestond nog niet. In 1997 kwam de landelijke richtlijn Hartrevalidatie. En Isala was toen het eerste ziekenhuis die het invoerde.' Roeleke: 'Vroeger nam je een patiënt aan de hand en deed je alles voor hem. Dat is zeker binnen de hartrevalidatie wel anders. Patiënten moeten zelf aan de slag. Wij hebben hiervoor motiverende gesprekstechnieken geleerd. Maar mijn ervaring is als een patiënt echt niet wil, het erg moeilijk is om diegene te motiveren om mee te doen. En het kan een negatieve invloed hebben op de groep. Soms merk je dat een patiënt afwijzend is, maar dat de partner eigenlijk wel wil dat hij of zij gaat revalideren. Misschien dat iemand na een volgende opname wel gemotiveerd is!'

   

Angela: 'Wij hebben nu een meer coachende rol. Wij gaan in gesprek met patiënten. Wat zijn zijn remmingen om niet mee te doen met de revalidatie?' Roeleke: 'Soms is het werk voor patiënten een belemmering. Ze zijn er al een tijdje uit geweest vanwege een infarct  bijvoorbeeld. En dan vragen wij ook nog van hen om twee keer per week naar het Harthuis te komen voor voorlichting, beweging en andere afspraken. Soms vinden patiënten dat ze dat niet kunnen maken ten opzichte van hun werk. Terwijl de werkgever juist liever een gezonde werknemer terug heeft en hartrevalidatie helpt daarbij.' Angela: 'Patiënten moeten het hier zelf doen. Dat maakt ons werk binnen de cardiologie zo bijzonder.' Roeleke: 'Het hart is de motor. Wij helpen patiënten helpen het leven weer op te pakken. Toen wij begonnen met onze opleiding, ruim veertig jaar geleden, lagen mensen veel langer in het ziekenhuis. Tegenwoordig gaat iedereen sneller weer naar huis. Je krijgt veel informatie en veel te verwerken na een operatie of een infarct en daar ondersteunen wij mensen graag bij.'