ISALA

Onderzoek leidt tot betrouwbare en objectieve geboortegewichtcurve

​'Dokter, is het geboortegewicht van mijn baby normaal?' Om die vraag te kunnen beantwoorden, moet een zogeheten geboortegewichtcurve worden ingevuld. Dit schema combineert het geboortegewicht en de zwangerschapsduur. Dat klinkt logisch, maar er zit een addertje onder het gras. Kinderarts-neonatoloog dr. Richard van Lingen ontdekte namelijk dat de landelijke geboortegewichtcurve onjuiste uitkomsten genereert. Samen met onderzoeker Liset Hoftiezer ontwikkelde hij een alternatief dat wél betrouwbaar is. 'Hiermee wordt de zorg voor pasgeborenen nog beter en veiliger.'


Promovenda Liset Hoftiezer en dr. Richard van Lingen, kinderarts-neonatoloog en hoofdonderzoeker: 'Dankzij onze studie wordt de zorg voor pasgeborenen nog beter en veiliger.'

 

In 2008 werd in Nederland een nieuwe landelijke geboortegewichtcurve geïntroduceerd. Richard constateerde al snel dat vrijwel alle pasgeborenen qua gewicht binnen de normen bleven. 'Terwijl ik daar zelf wel eens anders over dacht.'
De neonatoloog vertrouwde het niet en nam de gebruikte methodiek onder de loep. Hij ontdekte dat die curve was gebaseerd op de gehele babypopulatie, dus inclusief baby’s met een te laag gewicht voor de zwangerschapsduur. 'Als je iedereen includeert, krijg je geen zuivere norm.' En een onjuiste normering brengt volgens de hoofdonderzoeker risico's met zich mee. 'Als te kleine baby's niet als zodanig worden herkend, krijgen ze niet de zorg die ze nodig hebben. Op langere termijn kan dat leiden tot diabetes, hoge bloeddruk en hersenschade', waarschuwt Richard.

Opgeschoond

Om zijn twijfels over de gehanteerde curvemethodiek te kunnen onderbouwen, voerden Richard en Liset eerst verkennend onderzoek uit. Na een jaar bleek hun vermoeden juist; de curvemethode uit 2008 genereerde onjuiste conclusies.
Deze bevindingen waren voor Richard reden genoeg om een volwaardig onderzoek te starten. Mede dankzij subsidie én de aanstelling van Liset als promovenda raakte dit onderzoekstraject in een stroomversnelling. De doelstelling was glashelder: het opstellen van een betrouwbare en objectieve geboortegewichtcurve. Om zo'n nieuwe standaard te kunnen ontwikkelen, werden de geboortegegevens van maar liefst 2,7 miljoen Nederlandse kinderen (periode 2000-2015) geraadpleegd. Om datavervuiling (zoals bij de curve uit 2008) te voorkomen, werden alle pasgeborenen met aangeboren afwijkingen uitgesloten. Hetzelfde gold voor kinderen van moeders met hoge bloeddruk, diabetes of andere gezondheidsproblemen. Na deze selectie restte een laagrisico-populatie van 1,6 miljoen kinderen.

Puik werk

Op basis van dit opgeschoonde bestand hebben Liset en Richard een nieuwe referentiecurve opgesteld. Al snel bleek dat zij puik werk hebben geleverd. 'Onze nieuwe curve was vrijwel gelijk aan die van kinderen in de baarmoeder. We konden beide curves over elkaar heen leggen, er waren geen verschillen', memoreert de hoofdonderzoeker.
De hamvraag is: wat heeft de patiënt eraan? 'Dankzij deze nieuwe standaard krijgen we alle pasgeborenen met een te laag geboortegewicht direct in beeld. We kunnen hen dus meteen de benodigde zorg bieden en zo complicaties voorkomen.'
Het bepalen van een afwijkend geboortegewicht blijkt trouwens kinderlijk eenvoudig. Dankzij de Perined-app krijg je daar snel duidelijkheid over. 'En via een elektronische koppeling komt die informatie straks meteen in het EPD.'

Voorspellen

Liset en Richard hopen dat 'hun' nieuwe referentiecurve landelijk snel wordt ingevoerd. Daarmee zit hun werk er nog niet op. 'Het tweede deel van ons onderzoek richt zich op het verband tussen een laag geboortegewicht en het risico op ziektes op korte en langere termijn. We streven naar een model waarmee we de kans op aandoeningen kunnen voorspellen.'
Hoofdonderzoeker Richard is trots op het eindresultaat en geeft de promovenda alle credits. 'Zonder Liset's inzet en doortastendheid was deze studie nooit zo vlot gerealiseerd.'