Contact
  1. Fleur interviewt haar kinderarts Paul Brand
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Paul Brand stopt na 23 jaar - waarvan ruim 20 jaar bij Isala – als kinderarts. Fleur Holtkamp (17) kent Paul al haar hele leven vanwege haar astma en eczeem. Regelmatig zat zij bij hem in de spreekkamer. Deze keer om Paul te interviewen. Over zijn nieuwe functie bij Isala en ook over de leuke en minder leuke dingen van kinderarts zijn.

Fleur en Paul

Wat ga je straks doen bij Isala?

‘Drie dingen. Eenvoudig gezegd word ik “chef coaching” voor dokters. Naast dat dokters patiënten moeten zien, zich moeten laten scholen en herregistreren moeten ziekenhuizen ook programma’s hebben voor het functioneren van de dokters. Dat deed eerst een extern bedrijf, nu gaan wij het zelf doen. Daarnaast ga ik mij bezighouden met professioneel functioneren. Als een arts niet lekker in zijn vel zit en zijn werk niet goed kan doen, dan kan dat gevaarlijk zijn voor patiënten. Dat willen wij als ziekenhuis natuurlijk voorkomen. Tot slot ga ik de “peer support” in Isala coördineren. Dat betekent dat je als artsen elkaar helpt als het moeilijk wordt. Bijvoorbeeld wanneer een patiënt plots sterft of bij een klacht van een tuchtcollege.’

Ik kan mij inderdaad voorstellen dat dit veel impact heeft. Een flink pakket wat je gaat doen. Waarom juist nu?

‘Ik ben 56 jaar en ik wilde de laatste tien jaar voordat ik met pensioen ga graag een nieuwe uitdaging. In mijn werk als kinderarts was die grote uitdaging er een beetje uit. Dat betekent overigens niet dat ik er niet van genoot of dat het een sleur was…absoluut niet. Ik wilde gewoon nog een keer wat nieuws.’

Wat zijn de leuke en de minder leuke kanten van kinderarts zijn?

‘Niet leuk is wanneer kinderen sterven. Alle kinderen die zijn overleden, herinner ik mij nog. Kinderen horen niet te sterven. Dat heeft veel impact. Ook fouten die ik heb gemaakt blijven mij bij. Zo zag ik een keer te laat dat een kind een erfelijke spierziekte had. En inmiddels was de moeder zwanger van een tweede. En beide kinderen bleken aangedaan door die spierziekte. Dat vond ik afschuwelijk. Ik heb dat met de ouders besproken en heb mijn excuses aangeboden.’

‘De leuke kant is dat je kinderen kunt helpen om hun leven te leven. Oftewel hun ziekte de baas te worden. Met de juiste medicatie is een kind bijvoorbeeld niet meer benauwd en kan het gewoon sporten. Ik herinner mij een meisje dat erg veel last had van haar astma. Daarbij had zij ook een negatief zelfbeeld. Door haar met beide te helpen, groeide ze uit tot een zelfverzekerde puber. Dat vind ik prachtig om te zien.

Je ziet veel kinderen opgroeien denk ik. Ook ik was een baby toen ik voor de eerste keer op je spreekuur kwam.

‘Ja van helemaal afhankelijk naar onafhankelijk. Dat is hartstikke leuk. Ik ben met de kinderen meegegroeid. En ik zal het zeker missen. Ook al stop ik dan met mijn werk als kinderarts, in mijn hart blijf ik natuurlijk wel gewoon kinderarts. En mocht ik spijt krijgen…mijn registratie is nog twee jaar geldig. Maar ik verwacht niet dat dit gebeurt.’

Zelf heb je ook astma. Was dat de reden dat je dokter wilde worden?

‘Ik wilde dokter worden, omdat ik iets met mensen wilde doen. Toen ik na de theorie voor het eerst als coassistent in de praktijk kon werken, was ik meteen verkocht. Het was op de kinderafdeling in het ziekenhuis in Deventer. Ik zag een jongetje op een driewieler langsfietsen met achterop een infuuspaal. Dat vond ik geweldig. Toen ik vroeger zelf als patiënt bij een dokter zat, had ik het idee dat ik werd gezien als een machine die het niet deed. En niet als een mens met een probleem. Ik heb mij altijd voorgehouden dat ik dat als dokter niet wilde. Ik wil eerst de mens zien en dan pas de ziekte.’

Naast je werk als arts en in het onderwijs heb je inmiddels drie boeken geschreven. Kunnen wij er nog meer verwachten?

‘Dat is wel de bedoeling. Ik heb nog genoeg ideeën. Maar het kost wel veel tijd het schrijven van een boek. Het meest trots ben ik denk ik op het boek “De stoel van god”. Dat had veel impact en raakte mensen. De dialogen waren echt en daar ben ik trots op.’

Het zijn dus waargebeurde verhalen?

‘Wel geanonimiseerd natuurlijk. Maar gebaseerd op echte gebeurtenissen.’

Gaan de afdeling en de kinderen je missen?

‘Dat denk ik wel. Op de afdeling ben ik van het lachen en de ontspanning. Maar ook kartrekker van het wetenschappelijk onderzoek. Afscheid nemen van de kinderen vond ik moeilijk. Een meisje moest heel hard huilen. Dat greep mij aan.’

Ik hoefde niet meer te komen en ben bijna achttien dus dan had ik ook niet meer naar de kinderafdeling gekund. Maar ik snap dat meisje wel. Waarschijnlijk had ik het net zo ervaren.