Contact
  1. Klinisch embryoloog Max Curfs: 'VBHC vergt medische leiderschap'
Coronavirus Isala neemt maatregelen tegen het coronavirus (COVID-19)

Een jaar geleden stierf de broer van Max Curfs, klinisch embryoloog in het Isala Vrouw-kindcentrum, aan galblaaskanker. ‘De 5-jaars overleving was slechts vijf tot tien procent Met chemotherapie kon hij een paar procent “winnen”. Tja, en waarom zou hij niet bij de die paar procent kunnen horen? Dus hij ging er voor. Wat de behandeling met zijn kwaliteit van leven zou doen, wist hij niet. De behandelingen waren zwaar. Als hij had geweten wat de uitkomsten voor kwaliteit van leven waren geweest (PROMs), had hij denk ik een andere keuze gemaakt.’

Max Curfs

Curfs weet het zeker: Value Based Healthcare (VBHC) gaat de zorg veranderen en verbeteren. ‘Wij moeten het ook wel anders doen. De zorg wordt te duur. Niet alleen in Nederland maar overal ter wereld. Mensen worden ouder, de zorg wordt technischer en medicijnen duurder. Daar moeten wij een oplossing voor vinden en dat is VBHC. Ik ben zo enthousiast over VBHC omdat het een manier van werken is die het dichtst bij de zorgprofessional staat omdat de patiënt centraal staat. Hoe kunnen wij de zorg voor hem beter maken en dus niet hoe kunnen wij een proces efficiënter inrichten. In ons ziekenhuis (Isala) is veel aandacht voor de leanmethodiek. Op zich prima, zorgpaden kun je goed standaardiseren. Maar mensen, patiënten, dat is heel wat anders dan een Toyota die je in elkaar zet. Dat is mijn kanttekening bij Lean. VBHC is anders en daarom gaat het werken. Ik weet het zeker.’

Anoniem aanmelden

Isala maakte vorig jaar eigenlijk voor het eerst echt kennis met VBHC. Er waren opleidingsdagen voor leidinggevenden en stafmedewerkers en RVE-managers volgden een masterclass. Daarnaast startten er twee VBHC-trajecten; voor patiënten met dikke darmkanker en voor vrouwen, paren, met fertiliteitsproblemen. Curfs is de enthousiaste voorzitter van de zorgketen bij Fertiliteit. ‘Het is niet iets wat je er even bij doet. Het vergt medisch leiderschap om iedereen mee te krijgen, maar dat gaat bij ons goed. Wij wilden graag meedoen omdat wij al langer onze zorgpaden tegen het licht houden. Wij kijken altijd hoe wij het beter kunnen doen voor onze patiënten. En daar betrekken wij hen dus ook bij. Zo organiseren wij al een aantal jaar Grandcafés in een informele setting, dus buiten het ziekenhuis. Patiënten(paren) gaan in gesprek met leden van ons verbeterteam. Daar leren wij veel van. Een voorbeeld. Wij zitten als Fertiliteitscentrum in een apart gebouw, vlak naast het ziekenhuis. Patiënten moeten zich in ons ziekenhuis aanmelden bij een zuil, dus niet bij een balie. Dat vonden wij onpersoonlijk en eigenlijk wilden wij ons gebouw, wat wij delen met een paar andere afdelingen, verbouwen. Een balie bij de ingang en een vriendelijk gezicht erachter. Maar toen vertelde een vrouw dat zij het anoniem kunnen aanmelden juist zo fijn vond. Even je identiteitsbewijs erin en doorlopen. Bijzonder toch. Ander punt dat naar voren kwam in gesprekken met patiënten(paren) was dat vooral de vrouw alle aandacht kreeg, sommige mannen wilden ook wel eens antwoord kunnen geven op de vraag “Hoe gaat het?”.’

Eigen pand

In een pand zitten buiten het ziekenhuis helpt het Fertiliteitscentrum al enorm met VBHC. ‘Curfs: Wij houden hier poliafspraken, kunnen onderzoeken doen en sinds kort hebben wij hier ook een eigen apotheek. Zodat patiënten niet meer naar de apotheek in het ziekenhuis hoeven. Alles zoveel mogelijk ingericht rond onze zorgpaden. Dat lukt niet met alle disciplines natuurlijk. Je kunt niet allemaal ziekenhuizen in ziekenhuizen maken.’

De juiste tool

Na vijf cycles in het multidisciplinaire Fertiliteitsteam was het zorgpad helemaal doorgenomen en waren de zorguitkomsten bepaald, zowel medische als voor patiënten. Om de kwaliteit van leven te meten, liggen de vragenlijsten klaar. Maar in tegenstelling tot voor de medische uitkomsten beschikt Fertiliteit nog niet over een tool om de vragenlijsten aan de patiënten voor te kunnen te leggen en de resultaten digitaal te verwerken. Jammer, vindt Curfs. ‘Je kunt er zo veel uithalen. Dat hebben wij inmiddels wel ervaren met het meten van onze medische uitkomsten. Zo is er een behandeling die wij altijd een aantal keren opeenvolgend aanboden voordat wij verder gingen naar een volgende stap in de fertiliteitsbehandeling. Wat bleek, wij kunnen minder van deze behandelingen aanbieden. Want als deze na een x aantal keer niet aangeslagen, is de kans erg klein dat dit als nog gebeurt. Daar hadden we dus echt geen idee van. Met die informatie krijg je andere gesprekken in de spreekkamer en maak je misschien andere beslissingen samen met de patiënt. De vragenlijsten die de kwaliteit van leven van onze patiënten gaan meten, gaan eveneens de zorg verbeteren. Je ziet wanneer iets verandert, bijvoorbeeld wanneer bij een patiënt het risico op depressie of seksuele problematiek toeneemt. Daar kun je dan iets mee doen. Ook ga je leren van de informatie die je verzamelt en vervolgens met andere fertiliteitscentra kunt delen.’

Beste mogelijke zorg

VBHC is niet iets van zorgverleners en ziekenhuizen alleen. Curfs: ‘Goede afspraken met de zorgverzekeraars zijn een vereiste. De financiering van zorg zal in de toekomst anders gaan. Ik kan mij voorstellen dat wij straks het totale fertiliteitstraject bieden voor een vast bedrag. Het maakt voor de financiering dus niet uit hoeveel onderzoeken en behandelingen wij doen en of er uiteindelijk wel of niet een zwangerschap komt. Wij zijn transparant in wat wij doen en wij geven natuurlijk de best mogelijke zorg. Want dat is waar het ons als zorgverleners om gaat.’

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.