ISALA

'We hebben al veel bereikt, maar er blijft nog genoeg te wensen over'

Isala Oncologisch centrum bestaat tien jaar. Aan de wieg daarvan staat onder meer internist-oncoloog en voorzitter van het oncologisch centrum Aafke Honkoop. ‘Zowel medisch technische ontwikkelingen als patiëntwaarde hebben een enorme vlucht genomen.’

   Internist-oncoloog en voorzitter van het oncologisch centrum Aafke Honkoop

 

Ontwikkelingen in de behandeling

Ontwikkelingen in de behandeling van kanker hebben vooral in de laatste tien à vijftien jaar plaatsgevonden. ‘De beschikbaarheid van meerdere immunotherapieën voor patiënten met uitgezaaide melanoom is pas van de laatste zeven jaar. Ook kunnen we veel gerichter bestralen en  soms kan door een combinatie van radiotherapie en chemotherapie een chirurgische ingreep achterwege blijven. Borstkanker, en vele andere kankersoorten, kunnen we tegenwoordig onderverdelen in vele subgroepen en soms specifiekere behandelingen. Dat er zoveel zou veranderen had ik tijdens mijn opleiding nooit kunnen voorzien.’

Aafke begon haar loopbaan als internist-oncoloog in het VU en is sinds 1999 werkzaam in Isala. ‘Toen ik voor dit specialisme koos, was kanker veel vaker een diagnose met weinig behandelmogelijkheden. Vooral voor internist-oncologen, die ook veel patiënten met uitgezaaide kanker behandelen, bestond het werk voor een groot deel  uit het begeleiden van de patiënt bij zijn of haar ziekte. Dat is natuurlijk nog steeds zo maar er zijn daarnaast ook vele behandelmethodes bijgekomen. We hebben patiënten veel meer te bieden.’

Meer te bespreken

‘Een bijkomstigheid daarvan is dat we tegenwoordig ook veel meer te bespreken hebben. Met patiënten praat je over de mogelijke uitkomsten van een behandeling. Leidt het tot genezing of alleen tot levensverlenging? En hoe beïnvloedt het de kwaliteit van je leven? Ben je nog in staat tot activiteiten die je belangrijk vindt of geeft het zoveel klachten dat de levenskwaliteit erg achteruit gaat? Dat zijn belangrijke gesprekken waar nu gelukkig veel meer aandacht voor is. Wat uiteindelijk de behandelwijze wordt, hangt ook af van de patiënt zelf wil.’

Niet alleen met patiënten is er meer te bespreken, ook met collega-specialisten is er veel intensiever contact. ‘Er zijn vele kankersoorten en de behandelingen variëren enorm. Die vereisen altijd een multidisciplinaire aanpak. Dat wil zeggen dat meerdere specialismen betrokken zijn bij het stellen van de diagnose en het maken van het behandelplan. Om deze werkwijze voor patiënten overzichtelijk te houden, zijn er bij het Oncologisch centrum regieverpleegkundigen die hen in het gehele traject begeleiden en een vast aanspreekpunt voor ze zijn.’

Oprichting Isala Oncologisch centrum

Die behoefte aan betere afstemming tussen specialisten leidde tien jaar geleden tot de oprichting van het Oncologisch centrum. Sindsdien vinden er wekelijks multidisciplinaire besprekingen plaats, voor elk tumortype afzonderlijk, waarbij verschillende specialisten de beste behandeling voor elke patiënt proberen te bepalen. Maatwerk dat met regelmaat een langer levensperspectief oplevert, of patiënten voor langere periodes ziektevrij houdt. Helaas zijn er nog altijd agressieve soorten waarvoor beschikbare middelen niet toereikend zijn.

‘Een wereld waarin kanker volledig is uitgebannen? Ik denk niet dat ik dat meemaak. Maar de innovaties volgen elkaar nog altijd snel op. Daarnaast hebben wij intensieve samenwerking met andere behandelcentra zoals nu al Gelre Ziekenhuizen. Door bijvoorbeeld operaties voor slokdarmkanker in Gelre Ziekenhuizen te concentreren en operaties voor alvleesklierkanker in Isala, werken we op een efficiënte manier samen en krijg je meer ervaring met de behandeling van de minder voorkomende vormen van kanker. Dat regionale netwerk willen wij graag nog verder uitbouwen met andere kankersoorten en andere ziekenhuizen.’

Wensen

Met de oprichting van het Oncologisch centrum zijn er zonder meer veel verbeteringen in de oncologische zorg in Isala teweeg gebracht. ‘Vroeger moest iedereen zich schikken naar het rooster en schema van de afdeling en het ziekenhuis. Nu kijken we veel meer naar het belang van de patiënt. Als het lukt en wenselijk is, worden afspraken van de patiënt zoveel mogelijk op één dag gepland en wachttijden zo kort mogelijk gehouden. Een regieverpleegkundige helpt de patiënt grip op de zaken te houden en biedt extra hulp aan waar dat mogelijk is.’ Is het dan allemaal alleen maar fantastisch gesteld? ‘Dat zou een utopie zijn. Natuurlijk hebben wij nog genoeg te wensen over.

Tijdsdruk is een factor waar ook wij mee te kampen hebben. We proberen zo flexibel mogelijk te zijn, maar dat lukt niet altijd, bijvoorbeeld omdat een bepaalde specialist niet beschikbaar is of omdat er geen plek is op een specifiek tijdstip. Het heeft ook invloed op de communicatie. Ondanks intensieve begeleiding blijkt er bij patiënten dan toch bepaalde informatie over ondersteunende zorg niet goed over te komen. Denk daarbij aan begeleiding van psycholoog of een verwijzing naar een revalidatiearts bij conditieverlies. Daarom zijn we gestart met een pilot met ondersteuningsconsulenten. Deze oncologieverpleegkundigen richten zich op alle niet-medische problemen die patiënten kunnen hebben, zoals stress, vermoeidheid, relatieproblemen en werkhervattingsproblemen. Samen met de patiënt bekijkt de ondersteuningsconsulent of en welke extra hulp een patiënt eventueel nodig zou hebben.’

Patiëntwaarde

‘Patiëntwaarde - datgene doen wat voor de patiënt belangrijk is -  is een thema dat blijvende aandacht vereist en daarin proberen we steeds nieuwe stappen in te maken. Enerzijds door de medische behandeling volgens de laatste inzichten aan te bieden, maar ook door het contact tussen patiënt en zorgverlener op een voor de patiënt zo gemakkelijk mogelijke manier te organiseren. De ontwikkeling van e-Health kan ons daar zeker bij helpen. Denk daarbij aan beeldbellen en als patiënt thuis al in je eigen patiëntendossier vragen beantwoorden, die de arts of verpleegkundige voor het polibezoek wil weten. 

Een wens voor in de toekomst is het opzetten van een oncologiepoli, waar alle specialisten en zorgverleners rondom Oncologie bij elkaar op één plek in het ziekenhuis zitten. Zo proberen we continu de zorg rondom onze patiënten strakker en beter te organiseren. Maar aan het einde van de dag blijft het toch maatwerk per patiënt. Waar videobellen voor sommige patiënten een enorme uitkomst kan betekenen, hechten andere patiënten veel waarde aan fysiek met de dokter om tafel te zitten. Die hebben daar dan graag een extra ritje naar het ziekenhuis voor over.’