Contact

Het verhaal van Martijn Hermse

  1. Het verhaal van Martijn Hermse
Coronavirus (COVID-19) Hier vindt u belangrijke informatie over uw afspraak, onderzoek of behandeling.

‘Ze wilde nog één ding zeggen’

‘Liesbeth was rond de vijftig, denk ik. Zij zat door een dwarslaesie in een rolstoel. Door een infectie werd ze steeds zieker en moest zij worden opgenomen op de IC. Daar lag zij aan de beademing. Ook haar handen kon ze niet meer bewegen. Verder was zij volledige bij kennis en cognitief goed. Ze kon lichtjes ja of nee schudden en communiceerde verder door middel van het knipperen met haar ogen.  

Martijn Hermse Martijn Hermse, geestelijk verzorger

Op de IC zijn letterborden die je kunt gebruiken als praten niet gaat. Maar omdat zij haar handen niet kon bewegen, was dat geen optie. Dat losten wij op door het alfabet op te zeggen. Ik zei alle letters en als ik bij de letter was die zij wilde gebruiken, knikte ze. Zo gingen wij met elkaar in gesprek. Zij vertelde mij over haar man en over haar kinderen. Wij hadden het over haar werk. Ook samen met haar man, omdat hij haar makkelijker kon aanvullen. Zij had een eigen bedrijf, was maatschappelijk zeer actief en dat was nu allemaal weg. Het waren voor haar vermoeiende gesprekken, want zij moest ieder woord spellen. Soms was ze te moe. Dan zat ik gewoon aan haar bed. Door er te zijn, tijd te nemen en aandacht te geven kon ik iets voor haar betekenen. ‘Er zijn’ is voor mij een werkwoord een wezenlijk onderdeel van mijn werk als geestelijk verzorger. Daar begint het mee en daar eindigt het soms ook mee.’

‘Na een tijdje moest zij naar een ander ziekenhuis. Ik vroeg of zij het fijn vond als ik mijn collega daar inlichtte over haar komst. Dat vond zij prettig. Op de dag van de overplaatsing ben ik naar haar toe gegaan om afscheid te nemen. Alles stond klaar. De speciale brancard en de verpleegkundige en intensivist die met haar mee zouden reizen. Ze wilde nog één ding zeggen. Ik pakte een papiertje, ik begon weer met het opzeggen van het alfabet en uiteindelijk stond er: U MEE. Dat raakte mij. Het deed mij pijn dat ik niet mee kon. Onze zorg gaat tot de drempel van het ziekenhuis en in het andere ziekenhuis is zij opgevangen door mijn collega daar. Hoe het nu met haar gaat, weet ik niet. Ik heb nog wel eens overwogen om te bellen. Maar wiens belang is dat? Niet in haar belang, dus heb ik het niet gedaan. Het papiertje met haar wens U MEE heb ik overigens nog steeds.’

Tip! Lees meer verhalen van Isala-medewerkers