Contact

Het verhaal van Lorenzo

  1. Het verhaal van Lorenzo
Coronavirus (COVID-19) Hier vindt u belangrijke informatie over uw afspraak, onderzoek of behandeling.

'Ik zal het gordijn nooit opentrekken' 

‘De eerste keer dat een patiënt van mij overleed, zal ik nooit vergeten. Het was een bijzondere situatie. Meneer had drie contactpersonen, maar onderling hadden zij geen contact met elkaar. Ik wist dat er veel gedoe was over de erfenis.’

Lorenzo van den Beld Lorenzo van den Beld, verpleegkundige neurochirurgie

‘Het was laat in de avond toen het heel slecht ging met deze patiënt. De house officer probeerde zijn contactpersonen te bereiken. De eerste contactpersoon kreeg hij aan de lijn, maar omdat er onderling ruzie was, wilde deze zoon de andere twee niet bellen. Het was erg druk op de afdeling, dus vroeg de house officer of ik het wilde proberen.’

'Hoe doe je dat op de juiste manier? Hoe zeg je iemand snel naar het ziekenhuis te komen omdat het met zijn vader niet goed gaat? Ik vond het niet eng, maar ik wilde het vooral op de juiste manier doen. Als verpleegkundige maak je het vaker mee dat iemand overlijdt voor wie jij zorgt. Ik wil er dan alles aan doen om de verwerking goed te laten starten. Voor een kort moment wil ik van betekenis zijn.’ ‘Soms zijn  abestaanden bij het overlijden. Soms is het acuut. Ik wil er alles aan doen dat familie en nabestaanden op de juiste manier kunnen starten met rouwverwerking. Er komt altijd een eerste Kerst zonder hun naaste, een eerste verjaardag … Als mensen dan terugdenken aan het overlijden, dan wil ik dat ik het goed heb gedaan.’

‘Als familie naar de afdeling komt, zorg ik er altijd voor dat het gordijn rond het bed van de overledene dicht is. Voordat we de kamer inlopen, bereid ik de nabestaanden voor. Hoe ziet hun geliefde, moeder of vader eruit?Wanneer zij er aan toe zijn, kunnen zij achter het gordijn gaan kijken. Ik zal het nooit opentrekken. Ik vraag ook altijd of iemand wil dat ik in de kamer blijf. Voor zo’n familie staat de wereld op dat moment stil, maar ondertussen draait het ziekenhuis gewoon door en heb ik nog andere patiënten voor wie ik zorg. Toch doe ik er alles aan om nabestaanden niet mee te nemen in de sleur van het ziekenhuis.’ 

‘Daarna gaat de overledene naar het mortuarium. Vaak ligt er vrij snel alweer een nieuwe patiënt op de kamer. Alleen ik voel dan nog de beladen sfeer die even daarvoor in de ruimte hing.’