Contact

Het verhaal van Merle Kruiper

  1. Het verhaal van Merle Kruiper
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

‘Het beeld wat zij van hiv had, had ze meegekregen uit haar opvoeding’

‘Ze komt uit Afrika en woont al jaren in Nederland. Toen ik haar voor het eerst op mijn spreekuur zag, was ze enorm angstig. Ze durfde nauwelijks iets te vragen of over zichzelf te vertellen.

Merle Kruiper Merle Kruiper, verpleegkundige consulent op de hiv-poli

En omdat ze niet alleen naar het ziekenhuis durfde te komen, had ze tijdens de eerste afspraken altijd een begeleidster mee. Het beeld wat zij van hiv had, was wat ze had meegekregen uit haar cultuur en opvoeding. Ze vond dat ze haar familie te schande maakte. Ze had weinig eigenwaarde en ze had het gevoel dat het haar eigen schuld was dat ze met hiv geïnfecteerd was geraakt.’

‘Hoe ze geïnfecteerd is geraakt, weet ik niet. Dat is ook niet het belangrijkste. Stapje voor stapje gaf ze meer over zichzelf prijs. Er kwam steeds meer naar boven. Dingen waar ze al haar hele leven mee rond liep. Over haar familie en over misbruik. Ik merkte dat ze het moeilijk vond om te praten over seksualiteit. Een keer ging ik met haar mee naar de gynaecoloog en toen fluisterde ze in de wachtkamer dat ze besneden was. Ze heeft zo veel meegemaakt, daar kunnen wij ons geen voorstelling van maken.’

‘Tijdens een spreekuur vertelde ik haar dat zij niet de enige vrouw is met hiv. Ze viel bijna van haar stoel van verbazing. Dat kon ze nauwelijks geloven. Ik stelde voor om haar via een stichting te koppelen aan een andere vrouw uit Afrika – wonend in Nederland - die ook geïnfecteerd was. Uiteindelijk stemde ze toe. Wij hadden afgesproken in het ziekenhuis omdat dit een veilige plek voor haar is. Het eerste half uur heb ik erbij gezeten. Ik kon nauwelijks mijn tranen bedwingen. Het was zo bijzonder om te zien hoeveel zij van haar zelf herkende in deze andere vrouw. Ze hebben nog steeds contact met elkaar.’

‘Ons werk op de hiv-poli heeft twee kanten: medisch en psychosociaal. Medisch gaat bij haar volgens het boekje. Ze slikt haar medicijnen trouw en het virus is onmeetbaar in haar bloed. Daarnaast heeft zij veel moeten leren en ontdekken dat er in Nederland hulp voor haar is. Ik ben enorm blij dat ik haar hierbij mag begeleiden. In het ziekenhuis hebben wij voor iedere aandoening een protocol. Maar soms past iemand niet in een protocol en dan moet je een andere manier vinden om je patiënt te helpen. En dat doen wij. Met kleine dingen, kunnen wij veel voor haar betekenen. Ze belt bijvoorbeeld altijd even als zij bij een andere arts is geweest om te checken of ze alles goed heeft begrepen.’

‘Inmiddels wordt ze mentaal steeds sterker. Een begeleider om naar het spreekuur te komen, heeft ze niet meer nodig. Ze neemt zelf de bus. De eerste keer dat dit lukte, was ze erg blij. Het is zo heftig wat ze heeft meegemaakt. Ik vind het knap dat ze nog zo op haar benen staat. En inmiddels hulp durft te accepteren van alle kanten. Ik ben enorm trots op haar.’