ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Tumoren in/bij de alvleesklier (PID): H3 Bijlage Alvleesklieroperatie

Patiënten Informatie Dossier

De Whipple-operatie (PPPD) is een grote complexe ingreep met vele mogelijke complicaties. In handen van ons ervaren team is het percentage complicaties vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Isala is een gespecialiseerd ziekenhuis voor de behandeling van alvleesklierkanker en voldoet aan alle actuele kwaliteitseisen en volumenormen. 

Isala heeft sinds 2012 een nauw samenwerkingsverband op dit vakgebied met het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en het Managed Clinical Network HPB Noord-Oost-Nederland. Sinds begin 2016 is er tevens een samenwerkingsverband voor alvleesklieroperaties met de Gelre Ziekenhuizen (Apeldoorn-Zutphen). Patiënten worden vanuit Gelre voor deze operatie naar Zwolle verwezen en gaan na herstel weer terug naar hun eigen ziekenhuis voor de nacontroles en de eventuele nabehandeling.

Regieverpleegkundigen

Uw gehele behandeltraject van eerste diagnose tot en met de nacontroles wordt begeleid door speciaal opgeleide regieverpleegkundigen. Zij zijn ook buiten afspraken om telefonisch bereikbaar voor vragen. Aarzel niet om contact met hen op te nemen via (038) 424 27 87.

Wachttijd en operatieteam

In Isala wordt iedere leveroperatie uitgevoerd door twee ervaren gespecialiseerde chirurgen of door een gespecialiseerde chirurg en een chirurg in opleiding, ondersteund door een team van deskundige anesthesiologen en intensive care artsen. Het chirurgenteam voor deze operaties bestaat uit:

​​​    dr. V.B. Nieuwenhuijs
​​​    dr. H.L. Van Westreenen
​​​    dr. G. Patijn
​​​    dr. P. Van Duijvendijk (Gelre Ziekenhuizen)

De chirurg is bij voorkeur wel, maar niet altijd, degene die u op de polikliniek hebt gesproken. Het team kent van elkaar alle details van elke patiënt. Wanneer u door een andere chirurg van het team geopereerd wordt, komt hij uiteraard van tevoren met u kennis maken.

De wachttijd tot de operatie is gemiddeld drie tot vijf weken. We hebben alle begrip voor uw wens om spoedig geholpen te worden en we doen dan ook ons uiterste best om uw behandeling zo snel mogelijk in te plannen. Omdat deze grote operatie met twee chirurgen gepland moet worden, komen we vaak uit op de genoemde termijn. Dit is vergelijkbaar met de wachttijd in andere ziekenhuizen. Hoewel dat gevoelsmatig zo lijkt, hebben enkele weken eerder of later geen invloed op uw prognose. 

Reden voor een Whipple-operatie

Voorkomende redenen voor deze operatie zijn kanker (kwaadaardig gezwel) van de kop van de alvleesklier, in de galwegen, in de twaalfvingerige darm of in de papil van Vater. Voor deze vormen van kanker is de Whipple-operatie de enige kans op genezing. Chemotherapie of bestraling zijn niet in staat om de tumor helemaal weg te krijgen.

Meestal betreft het kanker uitgaande van de alvleesklier van het type adenocarcinoom. Maar deze operatie wordt ook uitgevoerd voor meer zeldzame soorten van alvleesklierkanker, zoals neuro-endocriene tumoren, IPMN, mucineus cystadenocarcinoom of pseudopapillaire tumoren. Ook voor kanker van de galgang, de papil van Vater, of van de twaalfvingerige darm wordt deze operatie uitgevoerd. Een enkele keer wordt een Whipple-operatie voor maagkanker of darmkanker met doorgroei in de alvleesklierkop gedaan.

Niet-kwaadaardige aandoeningen

Er zijn ook vele niet-kwaadaardige aandoeningen die worden behandeld met deze operatie, zoals:

  • cysten van de kop van de alvleesklier en galwegen
  • een blokkade van de uitgang van de galweg
  • chronische pancreatitis (ontsteking)
  • pre-maligne gezwellen (d.w.z. op dit moment goedaardig, maar ze kunnen op lange termijn wel kwaadaardig worden)
  • letsels door ongeval
  • zelden grote galstenen in de kop van de alvleesklier.

Wanneer een tumor of cyste in het middendeel of de staart van de alvleesklier ligt, dan wordt alleen de staart verwijderd, vaak gecombineerd met een milt-verwijdering (omdat deze er vlak tegenaan ligt).

Uw behandelplan

Na een reeks van onderzoeken (zoals, bloedonderzoek, CT-scan of MRI-scan, endo-echografie, PET-CT of punctie) wordt de diagnose door de maag-, darm- en leverarts gesteld. Hierna wordt u besproken in de multidisciplinaire oncologie bespreking. Daarbij is het hele team van op dit gebied gespecialiseerde artsen en ondersteuners aanwezig en wordt uw optimale behandelplan gezamenlijk zorgvuldig opgesteld.
Dit plan en alle bijkomende aspecten wordt uitgebreid met u besproken op de polikliniek. Voor iedere behandeling moet u persoonlijk toestemming geven. U mag hier uiteraard ook altijd later op terug komen.

  • Wanneer u symptomen van geelzucht heeft gekregen als gevolg van de tumor, zal voor de operatie vrijwel altijd door de maag-, darm- en leverarts een stent (plastic of metalen buisje) in de galgang geplaatst worden om te zorgen dat de geelzucht afneemt en de eventuele jeuk verdwijnt. In de wachttijd tot de operatie kan deze stent soms verstoppen. Er ontstaat dan meestal hoge koorts. In dat geval moet u naar de Spoedeisende hulp komen. U wordt dan opgenomen en krijgt antibiotica. Ook wordt de stent meestal verwisseld voor een nieuwe.
  • Op voorwaarde dat het technisch mogelijk is, er geen uitzaaiingen op de scans geconstateerd zijn en u in voldoende conditie bent om een grote operatie te ondergaan, wordt een operatie ter verwijdering van de alvleeskliertumor aan u voorgesteld met het doel u te proberen te genezen (curatief).
  • Wanneer uit alle onderzoeken blijkt dat er helaas geen genezing meer mogelijk is, kan de tumor niet worden verwijderd. Wel wordt er soms operatief een bypass aangelegd om de afvoer van gal naar de darm te waarborgen. Als de maaguitgang dicht dreigt te worden gedrukt, kan een bypass van de maag naar de dunne darm worden gelegd om te zorgen dat voedsel kan passeren. Deze behandeling wordt palliatief genoemd, dat wil zeggen dat er geen genezing meer mogelijk is. Wel kan met chemotherapie vaak voor enige levensverlenging worden gezorgd. 

Voor de operatie

Voor de operatie heeft u een afspraak op de afdeling Preoperatief onderzoek voor een gesprek en onderzoek bij de anesthesioloog. Dit is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor de narcose (anesthesie) tijdens de operatie en voor de pijnbestrijding na de operatie. Hij beoordeelt het risico van de narcose en zal indien nodig aanvullend onderzoek laten verrichten. Meestal is dit bloedonderzoek, een hartfilmpje of een poliklinisch bezoek aan de cardioloog of longarts. Als u bloedverdunners Ascal (acetylsalicylzuur), Sintrom (acenocoumarol), Marcoumar (fenprocoumon) of Plavix (clopidogrel) gebruikt is het belangrijk om met de chirurg en de anesthesioloog af te spreken of u deze moet stoppen en eventueel tijdelijk op andere bloedverdunners over moet stappen (fraxiparine).

Ongeveer drie tot vijf dagen voor de operatie krijgt u thuis een injectie in uw bil of been toegediend met Somatuline®. Dit is een medicijn, dat de risico’s van een eventuele naadlekkage helpt te verminderen doordat het de aanmaak van alvleeskliersappen remt. Somatuline® kan de volgende bijwerkingen geven:

  • pijn op injectieplaats, soms samengaand met roodheid, zwelling (knobbeltje) of gevoeligheid
  • darmklachten waaronder diarree of dunne ontlasting, buikpijn, winderigheid en vettige ontlasting
  • verandering in bloedsuikerspiegel (daling of stijging).

Het effect van Somatuline® houdt een maand aan. De injectie wordt toegediend door een gespecialiseerd verpleegkundige van Somacare® thuiszorgservice. De regieverpleegkundige meldt u aan bij Somacare® thuiszorgservice. Zij nemen dan contact met u op. Wanneer u weet wanneer u geopereerd wordt, belt u met Somacare® thuiszorgservice om een afspraak te maken voor het plaatsen van de injectie. U kunt Somacare® thuiszorgservice bereiken via 035 52 88 375.

In de wachttijd voor de operatie krijgt u door een diëtist bijvoeding voorgeschreven om uw voedingstoestand te optimaliseren. Oral IMPACT® bevat specifieke voedingsstoffen en versterkt het immuunsysteem. Het bevat geen gluten en is verkrijgbaar in drie smaken: koffie, tropic en citrus. Het is een poeder dat u kunt oplossen in water, yoghurt en vruchtenlimonades. De koffiesmaak kan ook opgelost worden in melk. Vijf dagen vóór de operatie start u met Oral IMPACT®. U gebruikt deze drinkvoeding naast uw gewone maaltijden. 

In de wachttijd tot aan de operatie is het verstandig gezond te eten, voldoende te slapen, en dagelijks te bewegen (maak bijvoorbeeld een wandeling). Het is ook zeer aan te raden te stoppen met roken en geen alcohol te drinken, mocht dat op u van toepassing zijn. 

Wanneer u in de wachttijd tot aan de operatie progressieve buikpijn, hoge koorts, koude rillingen of ontkleurde ontlasting krijgt, moet u contact opnemen met de regieverpleegkundige (038) 424 27 87 (tijdens kantooruren) of direct naar de Spoedeisende hulp komen (buiten kantooruren)

De opname

U wordt de avond voor de operatie opgenomen (onder andere voor bloedonderzoek). Op de opnamedag komt de fysiotherapeut bij u op de afdeling. De fysiotherapeut zal ademhalingsoefeningen met u doen, die u voor en na de operatie regelmatig moet herhalen. Om longproblemen te voorkomen is het van belang dat u direct na de operatie goed doorademt en ophoest.

De volgende ochtend wordt u vanaf omstreeks 8.00 uur geholpen. U krijgt vaak een rustgevend medicijn vlak voordat u naar de operatiekamer gaat. U spreekt de chirurg, zijn team en de anesthesioloog van tevoren kort op de operatiekamer. Op de operatiekamer wordt u aangesloten op allerlei slangen en apparatuur.

Bij opname zijn wij verplicht de vraag te stellen of u gereanimeerd wenst te worden in geval van een onverwachte harstilstand tijdens de opname in het ziekenhuis. Reanimatie betekent hartmassage en vaak ook beademing. Uw voorkeur wordt vastgelegd in het medisch dossier, zodat daar geen misverstand over kan bestaan.

De operatie

Hieronder vindt u puntsgewijs een aantal belangrijke zaken rond de operatie:

  • De PPPD/Whipple-operatie duurt meestal rond de zes uur, maar kan langer duren afhankelijk van de omstandigheden. Wanneer tijdens de operatie blijkt dat de tumor helaas toch niet verwijderd kan worden, dan duurt deze meestal korter. De alvleesklierstaartoperatie duurt meestal rond de 2,5 uur
  • De door u opgegeven contactpersoon krijgt tijdens de operatie een update van de voortgang via Familiebegeleiding van de Intensive care. Uw contacpersoon wordt direct na de operatie door de chirurg gebeld. De chirurg zelf spreekt u aan het einde van de dag op de Intensive care, wanneer u weer goed wakker bent.
  • De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Tevens wordt direct voor de narcose door de anesthesioloog een ruggeprik geplaatst (epiduraal) voor optimale pijnbestrijding van de buik en het wondgebied gedurende de eerste dagen na de operatie.
  • De operatie gaat meestal via een flinke dwarse snede in de bovenbuik. Soms wordt de operatie uitgevoerd met een kijkoperatie (laparoscopisch) via enkele kleine sneetjes.

Operatiegebied

  • Whipple-operatie (PPPD) bij tumoren in de kop van de alvleesklier: De chirurg verwijdert de kop van de alvleesklier èn de hele twaalfvingerige darm die daar direct tegenaan ligt. Ook de galblaas en een deel van de galgang worden verwijderd. Afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor verwijdert de chirurg ook de onderkant van de maag (klassieke Whipple). Meestal wordt echter een maagsparende operatie uitgevoerd (PPPD). Het overgebleven deel van de maag, galwegen en alvleesklier hecht de chirurg aan de dunne darm vast. Tevens worden omliggende lymfklieren verwijderd. 
   
 
Afbeelding 1:  Whipple-operatie (PPPD)
  • Alvleesklierstaartoperatie bij tumoren gelegen in het middendeel of de staart van de alvleesklier: Bij tumoren gelegen in het middendeel of de staart van de alvleesklier, wordt de staart en vaak ook de milt verwijderd. Hierbij worden de kop en de twaalfvingerige darm gespaard. In sommige gevallen kan de milt gespaard worden. Na een miltverwijdering is er een levenslang verhoogd risico op infecties. Daarom krijgt u rondom de operatie drie vaccinaties, jaarlijks de griepprik en gedurende de eerste twee jaar na de operatie dagelijks een lage dosis antibiotica. U heeft voor of na de operatie een afspraak bij de internist-infectioloog om dit te bespreken.
 
Afbeelding 2: Alvleesklierstaartoperatie
  • De exacte omvang en uitbreiding van de tumor is van tevoren op de scans vaak moeilijk te zien. De chirurg zal aan u een operatie voorstellen als hij denkt de tumor geheel te kunnen verwijderen. Soms valt dit tegen en blijkt er tijdens de operatie ingroei in essentiële grote bloedvaten (onder andere de poortader naar de lever en/of de hoofdslagader naar de darm), die direct achter de alvleesklier langs lopen. Bij beperkte ingroei in de poortader kan er een klein stukje poortader mee verwijderd worden. Het defect wordt dan hersteld met een ander stukje bloedvat.  Bij uitgebreidere ingroei in de bloedvaten kan de tumor niet compleet (dat wil zeggen met schone snijranden) verwijderd worden. Dan zal besloten worden de operatie af te breken, de tumor niet te verwijderen en de buik weer te sluiten na een eventuele bypass. U zult begrijpen dat, als er tumorweefsel achterblijft, het verrichten van een dergelijk grote ingreep geen zin heeft en u daardoor aan onnodige grote risico’s zou worden blootgesteld. Ook wanneer in de buik onverwacht kleine uitzaaiingen op het buikvlies gevonden worden, zal de operatie worden afgebroken en de tumor niet worden verwijderd.
  • Als de tumor niet kan worden verwijderd, wordt er soms wel een bypass van de galgang naar de dunnedarm aangelegd, zodat de gal onbelemmerd kan afvloeien. Een plastic stent, die voor dit doel meestal van tevoren geplaatst is, kan namelijk na enige tijd verstoppen en problemen veroorzaken. Bij een hoge kans op een afsluiting van de twaalvingerige darm wordt er ook een omleiding van de dunnedarm naar de maag gelegd zodat u zolang mogelijk gewoon kunt blijven eten.
  • De verwijderde weefsels worden altijd opgestuurd voor onderzoek door de patholoog. Hierbij wordt nauwkeurig bekeken of de tumor compleet verwijderd is, en of er uitzaaiingen aanwezig zijn in de lymfklieren. Ongeveer een week na de operatie is deze uitslag bekend, en die zal dan meteen met u en uw familie gedeeld worden. Soms was er van tevoren een sterke verdenking op een kwaadaardige tumor, maar blijkt deze toch goedaardig te zijn, of andersom.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de Intensive care voor één of twee dagen (zelden langer). Als alles goed gaat wordt u vervolgens naar de verpleegafdeling gebracht. Direct na de operatie heeft u verschillende lijnen en slangen aan uw lichaam:

  • Een slang door de neus naar uw maag. Hiermee worden maag- en darmsappen afgevoerd. Deze wordt meestal binnen enkele dagen verwijderd.
  • Een infuus in uw hals. Via het infuus worden vocht en medicijnen toegediend.
  • Een blaaskatheter voor de afvoer van urine. Deze wordt zo snel mogelijk verwijderd.
  • Een slang (voedingssonde) in uw neus of een katheter in uw buik, waardoor u voeding krijgt. Uitgebreide informatie hierover vindt u in de diverse folders over sondevoeding.
  • Eén of twee drains in het wondgebied voor de afvoer van wondvocht en bloed.
  • Een dun slangetje in uw rug voor de pijnbestrijding (epiduraal katheter).
  • Een infuus in de arm of hand voor de toediening van vocht en medicijnen.

Tijdens de dagelijkse ochtendvisite door de zaalarts en de verpleegkundige wordt de voortgang van uw herstel besproken. Regelmatig ziet u uw chirurg ook aan uw bed zien om u persoonlijk in de gaten te houden.

Pijnstilling

De eerste vier dagen krijgt u continue pijnstilling toegediend via een ruggeprik (epiduraal). Hierna wordt deze verwijderd en krijgt u andere vormen van pijnstilling (injecties of tabletten).

Wond

De wond is gesloten met nietjes, die bij normale genezing 10-12 dagen na de operatie verwijderd kunnen worden. De eerste dagen is geringe vochtlekkage uit de wond gebruikelijk. 

Drains

In de buik bevinden zich na de operatie 1 of 2 slangetjes, die het wondvocht van binnen uit de buik naar buiten afvoeren. Tijdens de eerste dagen is bloederig vochtverlies normaal. Eventuele lekkage van darm-, lymfe-, gal-, of alvleeskliervocht kan hiermee worden gemonitord en naar buiten afgevoerd. Als er lekkage is van alvleeskliersap of gal, dan moeten de drains langdurig blijven zitten.

Voeding

De eerste periode na de operatie kunt u nog niet veel eten. Daarom krijgt u de eerste tijd vloeibare voeding via een sonde. Zodra uw maag-, darmpassage op gang komt, krijgt u langzaamaan weer gewone voeding. Dit wordt steeds verder uitgebouwd naar normale vaste voeding. De ontlasting zal in de week na de operatie geleidelijk weer op gang komen. 

Mobiliteit

In de eerste dagen na de operatie bent u beperkt mobiel, maar met hulp van de verpleging wordt u aangespoord regelmatig uit bed te komen. Dit helpt complicaties als longontsteking, longembolie (bloestolsel in een longader) en trombose (bloedstolsels in de benen) te voorkomen. Om dezelfde reden krijgt u dagelijks 's avonds een onderhuidse injectie met fraxiparine (bloedverdunner).

Ligduur

Als er geen complicaties optreden verblijft u meestal tussen de 9 - 14 dagen in het ziekenhuis. Bij ernstige complicaties kan dit ook (veel) langer zijn. Bij ontslag krijgt u een recept voor medicijnen mee, evenals fraxiparine-spuitjes voor de duur van 4 weken (ter voorkoming van trombose).

Weer naar huis

U mag naar huis wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • als u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan
  • als u voldoende voeding binnenkrijgt
  • als u geen of weinig pijn meer heeft.

Uiteraard wordt de definitieve beslissing of u naar huis mag, in overleg met u, genomen door de zaalarts op de afdeling samen met uw behandelend chirurg.

De alvleesklier-operatie is medisch gezien voor u een grote ingreep, die lichamelijk een geruime tijd van herstel zal vergen. Mocht u thuis extra zorg nodig hebben, dan wordt thuiszorg via de verpleegafdeling geregeld met medewerkers van het Transferbureau.

Leefregels na de operatie

Wanneer u weer thuis bent na de operatie is het belangrijk dat u zich aan een aantal leefregels houdt. Hierdoor verkleint u de kans op complicaties en geeft u uw lichaam de mogelijkheid goed te herstellen. De leefregels die gelden zijn:

  • Wondzorg: Vanaf de tweede dag na de operatie kunt u douchen (zonder zeepproducten totdat de wond volledig genezen is). Baden en zwemmen kunt u pas wanneer de wond weer helemaal genezen is, normaal gesproken is dat na ongeveer 14 dagen. Direct onder het litteken is een klein gebied van de buikhuid blijvend gevoelloos. Dit is normaal na deze operatie. Ook kan onder de wond onderhuids een richel voelbaar zijn. Dit is littekenweefsel en zal op termijn soepeler worden. U hoeft het verband van uw wond alleen te vernieuwen als de wond doorlekt. Als de wond droog is, mag de pleister eraf. Bij ernstige lekkage neemt u contact op met de regieverpleegkundige.
  • Conditie: De eerste tijd na deze zware operatie zal u zich moe en slap voelen. De conditie komt geleidelijk terug maar dat kost soms wel een paar maanden. Zelden kunt u slaapproblemen ervaren of voelt u zich depressief, maar dat gaat na 1 a 2 maanden weer over.
  • Activiteiten: De eerste vier tot zes weken na de operatie is het verstandig om rustig aan te doen in verband met de wondgenezing. U kunt in deze weken lichamelijke inspanning, zoals sporten, fietsen, zwaar tillen of een lange wandeling beter vermijden. Sexuele activiteit mag weer, wanneer u zich  voldoende aangesterkt voelt.
  • Voeding: Om goed op gewicht te blijven is het belangrijk dat u voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. Eet gevarieerd en drink voldoende. Een diëtist kan u hier eventueel bij adviseren. Na een Whipple-operatie kan het nodig zijn om frequentere kleinere maaltijd te gebruiken, in plaats van de gebruikelijke drie grote maaltijden. Bij iedere maaltijd moet u de voorgeschreven alvleesklier-enzymcapsules innemen; het recept hiervoor krijgt u mee naar huis bij ontslag. Deze helpen de darmen bij de vetvertering.
  • Complicaties: Neem contact op met uw arts als u thuis last krijgt van koorts, ernstige buikpijn, nabloeding of een zwelling of roodheid bij de wond. Ook als u last krijgt van benauwdheid of problemen met ademhalen of een rood gezwollen been heeft, moet u een arts waarschuwen. U kunt ook direct naar de Spoedeisende hulp van Isala komen.

Mogelijke complicaties van de operatie

Algemene complicaties

Net zoals bij iedere grote buikoperatie is er kans op algemene complicaties. Dit zijn bijvoorbeeld een wondinfectie, blaasontsteking, trombose, longontsteking, longembolie, verklevingen of een maagzweer. Meestal kan dit met medicatie worden behandeld. Bij een wondinfectie moet soms een deel van de nietjes worden verwijderd en wordt de open wond dagelijks schoongespoeld.

Naadlekkage

Een ernstige complicatie die bij de Whipple-operatie kan ontstaan is een lekkage bij de verbinding van de geopereerde organen (naadlekkage). Daarbij lekt er alvleeskliersap, maagsap, dunnedarmsap, of gal in de buik. Als dat gebeurt ontstaat er vaak een ernstige ontsteking in het operatiegebied, soms met abcesvorming en zelden met een acute bloeding. In Isala is de kans op een ernstige naadlekkage van de alvleesklier, maag, of galweg 5-10%.

Bij lekkage is het belangrijk dat de drains dit lekkende vocht geheel naar buiten afvoeren. Daarmee verloopt de lekkage relatief mild en kan zonder operatie of andere interventie genezen. Maar als dit onvoldoende gebeurt, kunt u heel ziek worden, soms met heropname op de Intensive care. U krijgt dan altijd intraveneuze antibiotica. Vaak moet er dan een extra drain worden geplaatst via een punctie in de buik of moet u opnieuw worden geopereerd. Naadlekkages genezen uiteindelijk meestal vanzelf, maar dit kan soms vele weken duren. Zolang zal er bij u een drain in de buik moet blijven zitten, die het restant lekkende vocht naar buiten afvoert. Heel zelden is de naadlekkage van de alvleesklier niet met extra drains onder controle te krijgen en wordt u ernstig ziek. Dan moet soms ook de staart van de alvleesklier operatief worden verwijderd, waardoor u voor altijd insuline-afhankelijk (diabetespatiënt) wordt.

Vertraagde maagontlediging

Na de operatie leegt de maag zich soms tijdelijk onvoldoende. Hierdoor wordt het eten belemmerd en kunt u misselijk zijn. Een andere naam hiervoor is vertraagde maaglediging of gastroparese. De kans hierop is na deze operatie ongeveer 30%. Dit gaat vanzelf over, maar u krijgt dan intussen tijdelijk sondevoeding via de voedingsslang. Soms duurt dit een aantal weken en verblijft u daarom langer in het ziekenhuis.

Chyluslekkage

Via de drains kan er lymfevocht (chylus) vanuit het wondgebied in de buik naar buiten lekken. Dit gaat vanzelf weer over, maar moet tijdelijk worden ondersteund door extra vochttoediening en een aangepast dieet (of sondevoeding).

Nabloeding

Een nabloeding kan optreden in de eerste dagen na de operatie. Soms is hiervoor een operatie nodig, maar meestal stopt de bloeding vanzelf. Vaak is wel een bloedtransfusie nodig. Heel zelden kan een nabloeding veel later optreden, na enkele weken (meestal in combinatie met een langer bestaande naadlekkage) en kan dan ernstig verlopen.

Re-operatie of andere procedures

In geval van een ernstige complicaties kan opnieuw een operatie of een andere interventie (zoals een endovasculaire procedure, endoscopie, punctie, of drainplaatsing) noodzakelijk zijn.

Operatiesterfte (mortaliteit)

Er is een kleine kans om aan de operatie te overlijden (1-2%), wanneer er ernstige complicaties optreden. Dit risico is relatief wat hoger voor oudere mensen met een beperkte conditie en met bijkomende aandoeningen, zoals hart- of longziekten.

Mogelijke latere gevolgen van de operatie

Vetdiarree

Vetdiarree kan ontstaan doordat de vertering van vet minder goed gaat. Voor een goede vertering van vetten zijn enzymen uit alvleeskliersap en galvloeistof nodig. Door een tekort aan de enzymen wordt vet minder goed verteerd. U kan dan last hebben van dunne, vettige ontlasting en ondergewicht. Om dit tekort aan te vullen, krijgt u een recept voor enzym-capsules, die blijvend bij iedere maaltijd moeten worden ingenomen.

Gewichtsverlies

Gewichtsverlies van 5-10% treedt meestal op in de weken direct na de operatie. Normaal gesproken zal dit geleidelijk, na 1-2 maanden, weer terugkomen in de buurt van het oorspronkelijke gewicht.

Dumpingsyndroom

Het dumpingsyndroom kan ontstaan bij mensen bij wie ook een deel van de maag verwijderd is. Voedsel komt bij hen veel sneller dan normaal in de dunne darm terecht. Dit kan klachten veroorzaken als een vol gevoel, darmkrampen, diarree, hartkloppingen, duizeligheid, trillen en zweetaanvallen.

Diabetes (suikerziekte)

Wanneer een deel van de alvleesklier verwijderd is, ontstaan soms problemen met de bloedsuikerspiegel, waarvoor insuline-medicatie noodzakelijk is. De alvleesklier speelt namelijk een belangrijke rol bij het reguleren van de bloedsuikerspiegel. Vooral mensen met overgewicht, pancreatitis (alvleesklierontsteking) en al bestaande ouderdomsdiabetes hebben een verhoogd risico.

Wondproblemen

Wondproblemen, zoals bijvoorbeeld een littekenbreuk, kunnen bij klachten operatief hersteld worden.

Verklevingen

Verklevingen kunnen darmobstructie veroorzaken, waarvoor soms een operatie nodig is om de darmpassage weer te herstellen.

Koude rilling en koorts

Soms kunt u, ook op langere termijn, zo nu en dan kortdurend een koude rilling en hoge koorts ervaren. Dit kan komen doordat bacteriën vanuit de darm via de galgang in het bloed terecht komen. Dit is in de regel kortdurend en heeft verder geen consequenties. Als de hoge koorts aanhoudt, dient u contact op te nemen met uw arts of u kunt direct naar de Spoedeisende hulp van Isala komen.

Nabehandeling

De resultaten van het pathologisch onderzoek worden ruim een week na het onderzoek besproken in de multidisciplinaire oncologie-bespreking. Soms wordt na een succesvolle (curatieve) operatie een aanvullende behandeling met adjuvante chemotherapie geadviseerd. Deze behandeling is als het ware preventief, om de kans te verkleinen dat de kanker later weer terugkomt. De internist-oncoloog voert deze behandeling uit en geeft hierover alle voorlichting.

Wanneer geen genezing meer mogelijk is kan er, afhankelijk van uw conditie, palliatieve chemotherapie en soms bestraling worden gegeven. Hiermee kan uw levensverwachting worden verlengd.

Wanneer de tumor niet verwijderd kon worden, kan zo nodig bij ernstige buik- of rugpijnklachten vanwege verdergaande doorgroei van de tumor een coeliakus-blokkade worden geplaatst. Hierbij wordt via een eenmalige prik in de rug langdurige pijnstilling bereikt.

Nacontroles

De eerste nacontrole op de polikliniek volgt enkele weken na de operatie bij uw chirurg. Om te beoordelen of er na de operatie veel vetten in uw ontlasting zit, wordt u gevraagd uw ontlasting op te vangen voor de eerstvolgende afspraak bij uw arts na de operatie. U krijgt hiervoor een opvangpotje en laboratoriumformulier mee naar huis.

Vervolgens komt u gedurende vijf jaar halfjaarlijks op controle bij de regieverpleegkundige. Behalve bij ernstige klachten of alarmsymptomen, worden hierbij in principe geen reguliere scans of andere onderzoeken verricht, omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de meerwaarde hiervan te gering is. Als er hardnekkige of nieuwe problemen of klachten ontstaan, wordt u weer door de chirurg teruggezien.

Prognose

Als patiënt verwacht men dat de arts een realistisch beeld van de prognose schetst. Over het algemeen is alvleesklierkanker (van het type adenocarcinoom) qua prognose een van de slechtste soorten kanker. Meestal wordt de tumor pas laat ontdekt, omdat er nog geen symptomen zijn. Voor dit type tumor is na een succesvolle alvleesklieroperatie na vijf jaar slechts 20% nog in leven. Dus ook al is de operatie succesvol, de meeste mensen krijgen toch na verloop van tijd uitzaaiingen, waar men aan zal overlijden.

Voor een onbehandelde uitgezaaide of niet te verwijderen alvleesklierkanker van dit type is de levensverwachting heel beperkt. Voor meer zeldzame soorten alvleesklierkanker (zoals zogenaamde neuro-endocriene tumoren, pseudopapillaire tumoren, IPMN), en voor kanker van de papil van Vater, en van de twaalfvingerige darm geldt een betere prognose. Een heel enkele keer wordt een verdachte tumor verwijderd, die achteraf goedaardig blijkt te zijn. In dat geval is de prognose uiteraard heel goed.

Wetenschappelijk onderzoek

Isala neemt voortdurend deel aan landelijke wetenschappelijke studies naar nieuwe behandelingen. Uw chirurg zal u hierover inlichten, wanneer u daarvoor in aanmerking komt.

Belangrijke telefoonnummers

  • Uw regieverpleegkundigen (038) 424 27 87
  • Isala algemeen (038) 424 50 00
  • Spoedeisende hulp (038) 424 50 00
  • Verpleegafdeling Chirurgie V2.4 (038) 424 12 45
  • Polikliniek Abdominale chirurgie (038) 424 62 95

Aanvullende informatie

Voor aanvullende informatie, kunt u terecht op de websites:


17 januari 2018 6649 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht