ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Een opname op de Intensive care (IC)

Informatie voor naasten

​Uw naaste is opgenomen op de afdeling Intensive care (IC) in Isala. Tijdens een IC-opname gebeurt er veel en krijgt u, als direct betrokkene, veel informatie. In deze brochure zetten wij de voor u belangrijke informatie nog eens op een rijtje. In het eerste deel vindt u praktische informatie. In het tweede deel leest u meer over behandelingen die op de IC plaatsvinden. De IC-verpleegkundige vertelt u persoonlijk welke informatie voor u nuttig is om te lezen en vinkt deze in de inhoudsopgave voor u aan. Zo kunt u de informatie op een rustiger moment nog eens nalezen, of praktische zaken opzoeken.

Een opname op de IC kan gepland zijn, bijvoorbeeld omdat uw naaste een ingrijpende operatie moet ondergaan. Maar uw naaste kan ook onverwacht zijn opgenomen, bijvoorbeeld na een verkeersongeval of door een andere acuut ontstane levensbedreigende situatie.

Uiteraard is deze brochure geen vervanging van de informatie die u persoonlijk van de zorgverleners van uw naaste ontvangt. Het is slechts een aanvulling. Voelt u zich dan ook te allen tijden vrij vragen te stellen aan de artsen en verpleegkundigen op de IC. Zij helpen u graag.

Inhoudsopgave

  • Hoofdstuk 1: Praktische informatie
    • Locatie
    • Behandelteam en ondersteuners
    • Team familiebegeleiding IC
    • Op bezoek
    • Prikkelarm verplegen
    • Huisregels voor bezoekers
    • Kinderen op bezoek
    • Hygiëne
    • Eilandverpleging
    • Isolatie
    • Transport
    • Observatie
    • Eigendommen
    • Informatie over uw naaste
    • Familiekamers en overnachten
    • Ondersteuning
    • Maatschappelijk werk en geestelijke verzorging
    • Huisarts
    • Voorzieningen binnen Isala
    • Wachten
    • Nazorgpolikliniek IC
    • Parkeren
    • Klachten
  • Hoofdstuk 2: Behandelingen op de Intensive care
    • Toestemming voor behandeling
    • Standaard behandelingen
    • Specifieke behandelingen
  • Hoofdstuk 2a: Standaard behandelingen
    • Arterielijn
    • Centrale lijn
    • Plaatsing van beademingsbuis
    • Beademing
    • Transfusie
    • Nierfunctievervangende therapie
    • Thoraxdrain
    • Elektrische cardioversie (ECV)
    • Maagsonde
    • Blaaskatheter
    • Perifeer infuus
    • Bloeddrukondersteunende medicatie
    • Toediening van antibiotica
    • Toediening van andere medicatie
    • Afname van lichaamsvloeistoffen voor onderzoek
    • Overige diagnostiek
    • Fixatie
    • Kwaliteitsregistraties en wetenschappelijk onderzoek
    • Behandelbeperkingen
  • Hoofdstuk 2b: Veelvoorkomende ziektebeelden op de IC
    • Delier
    • Sepsis
    • Multipel orgaanfalen
    • Critical Illness Polyneuropathie (CIP)
    • Decubitus
  • Hoofdstuk 3: Contact

 

1. Praktische informatie

Locatie

U vindt de IC in V3, op de 4e en 5e etage, aangeduid met V3.4 en V3.5. De patiënten op de IC worden verpleegd in 1- of 2-persoonskamers.

Behandelteam en ondersteuners

Op de IC werken de volgende zorgverleners:

  • intensivisten: dit zijn artsen gespecialiseerd in intensive care geneeskunde. De intensivist is op de IC de hoofdbehandelaar; de insturend specialist, bijvoorbeeld een chirurg of internist, heeft daarbij een belangrijke adviserende rol
  • arts-assistenten: zij werken onder verantwoording van de intensivist*
  • physician assistants (PA’s): zij werken onder verantwoording van de intensivist*
  • intensive care verpleegkundigen en medium care verpleegkundigen
  • verpleegkundigen die de specialistische opleiding tot IC-verpleegkundige volgen
  • zorgassistenten
  • verpleegkundigen van het team familiebegeleiding IC. Deze verpleegkundigen kunnen u tot steun zijn tijdens de opname van uw naaste op de IC. Hierbij kan het gaan om allerlei praktische zaken, maar ook voor een kop koffie of een luisterend oor kunt u bij hen terecht.
  • operationeel leidinggevenden
  • secretaresses.

* Arts-assistenten en physician assistants nemen op de IC taken van de intensivist waar. Als we in deze folder spreken van intensivist kan ook een arts-assistent of physician assistant bedoeld worden.

Verpleging

Observatie

Op de IC houden verpleegkundigen voortdurend toezicht op de patiënten. Hierbij gebruiken zij diverse apparatuur. Zo houden ze onder andere hartslag, bloeddruk en ademhaling nauwlettend in de gaten. Als u bij uw naaste bent, hoort u regelmatig verschillende geluidssignalen. De verpleegkundigen en intensivisten weten precies wat deze geluiden betekenen. Als het nodig is, grijpen zij onmiddellijk in.

In elke patiëntenkamer hangt een camera, hierdoor kan de patiënt ook vanaf een centrale plek op de IC worden geobserveerd. Er worden geen beelden opgenomen of bewaard. Tijdens de lichamelijke verzorging en op verzoek is het mogelijk de camera tijdelijk uit te zetten.

Eilandverpleging

Op onze afdeling werken we volgens het principe van eilandverpleging. De patiënt, het bed en alle apparatuur rond het bed rekenen we tot het eiland van de patiënt. Als zorgverleners het eiland betreden en direct contact hebben met de patiënt of zijn bed, desinfecteren zij hun handen en trekken een schort en handschoenen aan. Bij het verlaten van het eiland trekken zij de handschoenen en het schort uit en desinfecteren hun handen opnieuw. Ook u, als bezoeker, vragen wij om uw handen te desinfecteren voor u uw naaste bezoekt. Voor vragen over hygiënemaatregelen kunt u altijd terecht bij de verpleegkundigen.

Isolatie

Het kan nodig zijn dat wij uw naaste geïsoleerd moeten behandelen en verplegen. Dit is bijvoorbeeld het geval als is vastgesteld (of de mogelijkheid bestaat) dat hij een voor andere patiënten mogelijk gevaarlijk micro-organisme (bacterie of virus) bij zich draagt. Verspreiding van een micro-organisme kan plaatsvinden door middel van aanraking of via de lucht, bijvoorbeeld door hoesten en niezen. Door de isolatiemaatregelen proberen wij besmetting te voorkomen. Wij vragen u hierbij de gegeven instructies te volgen.

Prikkelarm verplegen

Wanneer uw naaste opgenomen is met een aandoening aan de hersenen is rust erg belangrijk. Het is belangrijk dat hersenen zo min mogelijk prikkels krijgen, dit wordt ook wel ‘prikkelarm verplegen’ genoemd. Bezoek is welkom, maar met mate. Houd het bezoek kort en beperk het tot alleen de naaste familie zoals ouders, partner en kinderen.

Transport

Niet alle noodzakelijke onderzoeken en behandelingen kunnen op de IC plaatsvinden. Dit betekent dat wij uw naaste soms naar de plek moeten brengen, waar het desbetreffende onderzoek of behandeling wel kan plaatsvinden. Het onderzoek waarvoor patiënten het meest de afdeling tijdelijk verlaten is een CT-scan.

Vanzelfsprekend gaat de ondersteunende behandeling zoveel mogelijk door tijdens het verplaatsen van de patiënt. Dit geldt onder andere voor de beademing en toediening van medicijnen. Er zijn echter ook onderdelen van de behandeling die wij tijdelijk moeten onderbreken, zoals nierfunctievervangende therapie. Als uw naaste beademd wordt, vindt het transport plaats met een speciale kar, waarop onder andere een monitor, een beademingsapparaat en infuuspompen staan.

Voor een onderzoek (of een behandeling) buiten de afdeling beoordeelt de intensivist van uw naaste of de voordelen opwegen tegen de risico’s van het transport. Zo kunnen tijdens transport bijvoorbeeld de infuuslijnen of de beademingsbuis verschuiven of kan de bloeddruk veranderen. Uiteraard proberen wij de risico’s zo klein mogelijk te maken en treffen wij voorzorgsmaatregelen. Als uw naaste beademd wordt, zal er naast een verpleegkundige ook altijd een arts meegaan tijdens het transport.

Op bezoek

Bezoek op de IC is welkom van 11.00 tot 11.30 uur en tussen 14.00 en 20.00 uur. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat er doorlopend bezoek bij de patiënt is. Twee à drie maal een half uur per dag blijkt in de praktijk meer dan voldoende. Patiënten op de IC zijn erg ziek en hebben veel behoefte aan rust. De IC-verpleegkundige zal dagelijks inschatten hoeveel bezoek de patiënt aankan. Als de IC-verpleegkundige merkt dat de patiënt onrustig of vermoeid is, kan u gevraagd worden het bezoek te beperken. Per patiënt kunnen afspraken over bezoek dan ook verschillen. De IC-verpleegkundige zal hierbij altijd het beste voor de patiënt voor ogen hebben. Om ervoor te zorgen dat uw naaste voldoende rust krijgt, kan het helpen binnen de familie een bezoekschema op te stellen.

Het kan zijn dat uw naaste in slaap wordt gehouden. Niemand kan met zekerheid zeggen of de patiënt tijdens deze periode iets waarneemt van zijn omgeving. Het is ook mogelijk dat uw naaste wakker is, maar niet kan praten vanwege de beademingsapparatuur.

Voor alle IC-patiënten is bezoek een welkome afleiding en de manier om contact te houden met de buitenwereld. U kunt op verschillende manieren helpen om de band met de buitenwereld te behouden. U kunt praten over gewone dagelijkse dingen, bijvoorbeeld over de thuissituatie, ook kunt u de krant of een boek voorlezen.

Als uw naaste wakker aan de beademing ligt, kan het communiceren moeizaam verlopen. Op de IC zijn iPad’s aanwezig die gebuikt kunnen worden om de communicatie te ondersteunen. Deze zijn verkrijgbaar via de verpleegkundige.

Kinderen op bezoek

Komt u met kinderen op bezoek op de IC, bereid hen dan voor door ze te vertellen wat ze kunnen verwachten en kondig uw bezoek aan bij het team familiebegeleiding. Speciaal voor kinderen en hun ouders heeft Isala informatie ontwikkeld. Deze informatie is verkrijgbaar bij het team familiebegeleiding IC.

Echter, de IC is niet de ideale omgeving om een kind jonger dan 1 jaar mee naar toe te nemen. Vooral omdat zij kinderziektes kunnen hebben (ook zonder symptomen) waardoor zij besmettelijk kunnen zijn voor de patiënten op de IC. Wij adviseren u daarom kinderen van deze leeftijd niet mee te nemen.

Huisregels voor bezoekers

Tijdens het bezoek gaan zorg en behandeling gewoon door. Het kan gebeuren dat u hierdoor moet wachten of dat u gevraagd wordt de kamer tijdelijk te verlaten. Wij vragen uw begrip hiervoor.

Wat verder belangrijk is:

  • Meld u vóór uw bezoek bij een van de verpleegkundigen van het team familiebegeleiding IC.
  • Desinfecteer uw handen voorafgaand aan elk bezoek op de IC. Desinfectans en de gebruiksaanwijzing vindt u in de pantry.
  • Bezoek uw naaste met niet meer dan twee bezoekers bij het bed.
  • Bent u verkouden of grieperig, of heeft u een andere infectieziekte zoals buikgriep of diarree, dan is het verstandig uw bezoek aan het ziekenhuis uit te stellen. IC-patiënten hebben minder weerstand en zijn daardoor gevoeliger voor infecties. Kunt u uw bezoek niet uitstellen, overleg dan voorafgaand aan uw bezoek met de verpleegkundigen van familiebegeleiding van de IC over de te nemen maatregelen.
  • Bloemen en planten zijn om hygiënische redenen niet toegestaan. Kaarten, tekeningen, foto’s, knuffels en favoriete muziek zijn een goed alternatief.
  • Voor het meebrengen van etenswaren voor de patiënt gelden regels. U kunt deze vinden in de folder 'Adviezen over voedselveiligheid'. Een papieren versie kunt u krijgen bij het team familiebegeleiding IC.
  • In verband met de privacy van andere patiënten vragen wij u niet te wachten op de gangen van de IC, maar in de familiekamers of in de hal bij de liften.
  • Wilt u het gebruik van uw mobiele telefoon tot een minimum beperken en uw beltoon uitzetten?
  • In bijzondere omstandigheden kunnen de bezoektijden in overleg met de IC-verpleegkundige of familiebegeleiding aangepast worden.
  • Als u de contactpersoon van de patiënt bent, wilt u dan ook de andere bezoekers informeren over deze huisregels?

Hygiëne

In een ziekenhuis bevinden zich veel mensen dicht op elkaar, wat de kans op het verspreiden van bacteriën vergroot. Patiënten in een ziekenhuis hebben bovendien vaak een verminderde weerstand en lopen daardoor sneller een infectie met ziekmakende bacteriën op. Om deze reden besteedt Isala extra aandacht aan het voorkomen van verspreiding van micro-organismen zoals bacteriën en virussen. Met onze hygiënemaatregelen proberen we te voorkomen dat bacteriën of andere micro-organismen zich verspreiden naar andere patiënten, ziekenhuismedewerkers of bezoekers. U kunt zelf ook bijdragen aan een goede hygiëne door na elk toiletbezoek uw handen grondig te wassen. Moet u niezen of hoesten, doe dit dan in uw elleboogplooi of in een wegwerpzakdoekje.

Eigendommen

Waardevolle bezittingen zoals een horloge, trouwring en andere sieraden van uw naaste kunt u beter mee naar huis nemen. Voor verlies of diefstal van eigendommen kan Isala niet aansprakelijk worden gesteld. Mocht u toch iets kwijt raken, dan kunt u dit melden bij de leidinggevende van de afdeling. Op de IC wordt nachtkleding door het ziekenhuis verstrekt. Zorgt u wel voor toiletartikelen, zoals deodorant, bodylotion, tandenborstel, tandpasta en eventueel een scheerapparaat. Het is fijn voor patiënten om hun eigen verzorgingsproducten bij zich te hebben.

Voorzieningen binnen Isala

Binnen Isala vindt u de volgende voorzieningen waar u als bezoeker gebruik van kunt maken:

  • Op de IC is koffie en thee gratis verkrijgbaar in de pantry vlakbij de familiekamers.
  • Opladers voor een mobiele telefoon kunt u lenen bij familiebegeleiding IC.
  • Een babycommode vindt u op de 4e etage in het mindervaliden-toilet.
  • U kunt gebruikmaken van het gratis draadloos internet van Isala. Na het activeren van het draadloos internet kunt u via uw browser verbinding maken met het Isala-internet. Vervolgens leest u op het scherm de voorwaarden. Als u problemen heeft met Wi-Fi, kunt u deze melden bij de balie in de Centrale hal.
  • De stilteruimte is een plek in het ziekenhuis waar u zich even kunt terugtrekken om tot rust en bezinning te komen. De ruimte is dag en nacht geopend en voor iedereen toegankelijk. Deze ruimte bevindt zich in V3.2. A zijde, aangegeven via de bewegwijzering.
  • U vindt de cadeauwinkel op de begane grond tussen V4 en de Centrale hal. U kunt hier terecht voor cadeauartikelen, kranten en tijdschriften, toiletartikelen, fruit en snoep.
  • Op de begane grond richting V4 vindt u Livera voor nacht- en onderkleding
  • Kalf Haarzorg Zwolle is gevestigd op de begane grond in V4.
  • De Isala apotheek bevindt zich op de begane grond tussen V3 en de Centrale hal. De apotheek is dagelijks geopend van 8.00 tot 22.00 uur.
  • In de Centrale hal vindt u een pinautomaat.
  • De snackautomaten vindt u in de hal bij de liften. Hier vindt u broodjes, snacks, frisdranken en snoep.
  • In de Centrale hal bevindt zich restaurant Bloem.
    Maandag t/m vrijdag van 08.00 tot 20.00 uur geopend.
    Zaterdag en zondag van 10.00 tot 20.00 uur geopend.
  • Het parkeertarief per uur is € 1,70 (maximaal € 8,30 per dag). Op zon- en feestdagen is parkeren gratis. Parkeerabonnement: € 12,50 per week, verkrijgbaar in de Centrale hal bij de balie. Genoemde prijzen zijn onder voorbehoud. Op vertoon van uw invalidenkaart kunt u bij de balie in de Centrale hal een uitrijkaart krijgen. Voor fietsers en bromfietsers is er direct links naast de hoofdingang een grote overdekte fiets- en bromfietsstalling.

Als u als bezoeker voor langere tijd in het ziekenhuis moet blijven en een andere plek zoekt om de tijd door te brengen, heeft u een aantal mogelijkheden:

  • De bezoekersruimtes bevinden zich boven de Centrale hal op de 1e en 2e etage, deze zijn zowel met de trap als met een lift bereikbaar.
  • De binnentuinen, ook wel atria genoemd, zijn rustige en groene stiltetuinen om even weg te zijn van de verpleegafdeling. Deze atria vindt u in V2, V3 en V4 op de begane grond voorbij de liften en zijn toegankelijk van 08.00 tot 20.00 uur.
  • Het Isala-pad bestaat uit twee korte groene wandelingen van 1,5 en 3 kilometer die starten vanaf de hoofdingang. De route is geheel gemarkeerd met paaltjes waarop blauwe pijltjes staan. De korte route is ook geschikt voor mindervaliden in een rolstoel.

Informatie over uw naaste

Als naaste wilt u ongetwijfeld graag informatie over de situatie van de patiënt. De medewerkers van het ziekenhuis zijn verplicht de privacy van de patiënt te bewaken. Dit houdt in dat betrokkenen in onderling overleg een eerste en tweede contactpersoon aanwijzen aan wie inlichtingen worden verstrekt. Aan andere personen dan de contactpersonen wordt geen informatie verstrekt. Uiteraard kunt u altijd wisselen van contactpersoon, maar dit moet u wel doorgeven.

Als contactpersoon kunt u op de volgende manieren informatie krijgen:

  • Telefonisch: de contactpersoon kan op ieder gewenst moment bellen om te informeren naar de situatie van de patiënt. De IC-verpleegkundige staat u dan te woord. Bel liever niet tussen 7.30 en 9.30 uur in verband met de overdracht, artsenvisite en verzorging.
  • Tijdens het bezoek: de verantwoordelijke verpleegkundige vertelt u hoe het gaat met uw naaste.
  • In een gesprek met de intensivist: als de patiënt wat langer op de IC ligt, is het goed om regelmatig bij te praten met de intensivist. De verantwoordelijke verpleegkundige is in principe ook bij dit gesprek aanwezig. Gesprekken vinden doorgaans plaats in de middaguren en voor een afspraak kunt u terecht bij het team familiebegeleiding IC. Het kan prettig zijn eventuele vragen die u heeft vooraf op papier te zetten.

Familiekamers en overnachten

Op elke etage vindt u twee familiekamers, deze zijn bedoeld voor algemeen gebruik. Om te wachten, om een kopje koffie te drinken of voor een moment van rust. In sommige situaties krijgt u als familie een eigen familiekamer toegewezen, dit gebeurt in overleg met het team familiebegeleiding IC.

Wanneer de situatie van de patiënt kritiek is, kunt u van de arts of IC-verpleegkundige het advies krijgen in het ziekenhuis te overnachten. Dit kan met twee personen in een van onze familiekamers, een eenvoudig ontbijt is inbegrepen. Verblijf is altijd voor één nacht. Per dag wordt de situatie opnieuw beoordeeld door een verpleegkundige in overleg met het team van familiebegeleiding IC.

Vindt u het zelf prettig om in de buurt van het ziekenhuis te overnachten, dan kan familiebegeleiding IC u informeren over de mogelijkheden. Ook kunt u kijken op de site van het Zwolle Tourist Info voor informatie over de verschillende hotels en bed & breakfast-adressen in de omgeving. Voor ouders wiens kind op de IC ligt, is er ook een mogelijkheid om gebruik te maken van de logeerkamer van de Ronald McDonaldhuiskamer op V4.3.

Ondersteuning

Een opname op de IC heeft grote impact op de patiënt en zijn naasten. Daarom heeft Isala maatschappelijk werkers en geestelijk verzorgers in dienst. Zij kunnen het volgende voor u en de patiënt betekenen:

  • een gesprek (of serie gesprekken)
  • aandacht, nabijheid, aanwezigheid
  • hulp bij het nadenken over moeilijke beslissingen
  • de stilteruimte is dag en nacht open
  • rituelen (bijvoorbeeld ziekenzegen)
  • vieringen op zondagmorgen om 10.00 uur; op de vide, 2e etage Centrale hal; de vieringen zijn ook te volgen via televisie
  • hulp bij praktische zaken.

Wilt u contact met een van de maatschappelijk werkers of geestelijk verzorgers dan kunt u het team familiebegeleiding of de IC-verpleegkundige vragen dit voor u te regelen.

Als u het moeilijk heeft met de ziekte of het verblijf van uw naaste in het ziekenhuis, kunt u ook een beroep doen op uw eigen huisarts. Deze kan u ondersteuning bieden, of kan u in overleg verwijzen naar een psycholoog of maatschappelijk werkende. Het maatschappelijk werk kan u adviseren bij praktische gevolgen van ziekte, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting, werksituatie en financiën.

Praktische ondersteuning

Als uw naaste op de IC is opgenomen, kan het bijhouden van een dagboek prettig zijn. Vooral omdat veel patiënten zich na afloop weinig of niets van deze periode herinneren, kan het dagboek deze leemtes opvullen. Voor u zelf kan het ook helpen om uw ervaringen van u af te schrijven. Behalve uzelf, kunnen ook de verantwoordelijke verpleegkundigen, familie, vrienden en andere betrokken hulpverleners in het dagboek schrijven. U kunt een dagboek krijgen via de IC-verpleegkundige die voor uw naaste zorgt of via het team familiebegeleiding IC.

Maak gerust foto’s van het IC-verblijf. Het voelt misschien wat ongemakkelijk, maar uw naaste krijgt achteraf een goed beeld van hoe hij of zij erbij heeft gelegen op de IC. Dit is mogelijk beter voor de verwerking. Ook kunnen deze foto’s een belangrijke rol spelen voor kinderen die op bezoek willen komen. Door de foto’s aan de kinderen te laten zien, kunt u hen voorbereiden op een bezoek. Wees u bij het maken van foto’s echter wel bewust van de privacy van medepatiënten, medewerkers en bezoekers. Vraag toestemming als u een foto wilt maken van mensen. Vraag toestemming van een arts als u foto’s wilt maken van monitors, in verband met patiëntgegevens.

U kunt ook kaarten, tekeningen, en dergelijke meenemen naar het ziekenhuis. Op de IC hebben wij een ophangsysteem waar ze een mooi plekje krijgen. Een recente foto van dierbaren op het nachtkastje van uw naaste wordt vaak gewaardeerd.

Afscheid

Helaas is het soms zo, dat ondanks inspanningen van alle betrokkenen, herstel van uw naaste niet mogelijk is. Dit betekent dat afscheid nemen van uw naaste onvermijdelijk is. Soms komt dit overlijden onverwacht, maar misschien heeft u het overlijden zien aankomen door de gesprekken die u heeft gehad met de behandelend intensivist. 

Het is belangrijk dat u op uw eigen manier afscheid kunt nemen van uw geliefde.
Verpleegkundigen van de IC en van het team familiebegeleiding kunnen u daarbij tot steun zijn. Als u wensen rondom het afscheid heeft, kunt u deze aan ons kenbaar maken.

Na het overlijden kunt u helpen of aanwezig zijn bij de eerste verzorging van uw naaste, als u dat wilt. De overledene brengen wij daarna naar het mortuarium.

Eenmaal thuis kunt u contact opnemen met de uitvaartverzorger van uw keuze. In overleg met de uitvaartverzorger is het mogelijk, thuis of in het mortuarium van het ziekenhuis, te helpen of aanwezig te zijn bij het verder verzorgen en kleden van uw naaste.

Mocht u op enig moment na het overlijden behoefte hebben om nog eens met de betrokken intensivist te spreken dan is dit altijd mogelijk. Hiervoor ontvangt u een zogenaamd ‘napraten-kaartje’.

Donatie

De wet op de orgaandonatie maakt dat elk ziekenhuis verplicht is om bij ieder overlijden na te gaan of de patiënt geschikt zou zijn voor orgaan- en/of weefseldonatie. Mocht dit het geval zijn, dan gaat de arts eerst het donorregister raadplegen om te kijken naar de wil van de patiënt. Daarna wordt dit besproken met de nabestaanden. Mocht de patiënt geschikt zijn en er is toestemming om een donatie uit te voeren, wordt u als nabestaanden hierin begeleid door de arts en indien gewenst door de donatiecoördinator die hier op de afdeling werkzaam is. De donatiecoördinator kan u begeleiden in het proces tot aan de donatie en is beschikbaar voor al uw vragen over donatie. In de folder ‘Orgaan- en weefseldonatie’ kunt u meer informatie vinden. Deze folder is te vinden op de website van de Isala.

Nazorgpolikliniek IC

Een opname op de IC is een ingrijpende gebeurtenis, in deze periode gebeurt er veel. Het blijkt dat veel patiënten en hun naasten na thuiskomst behoefte hebben aan een nagesprek over de ervaringen die zij opgedaan hebben tijdens de behandeling op de IC.

Het ziektebeeld in combinatie met de noodzakelijke behandeling van de patiënt kan aanleiding geven tot onverwachte en soms langdurig aanhoudende klachten. Dit kunnen lichamelijke klachten zijn, zoals spierzwakte, verminderde eetlust of gewichtsverlies. Het kunnen ook psychische klachten zijn, zoals angst, slecht slapen, vergeetachtigheid en concentratieproblemen. Deze klachten kunnen de kwaliteit van leven beïnvloeden. Ook uw naasten kunnen deze klachten hebben. De IC heeft hiervoor een speciaal nazorgtraject, samen met de afdeling Revalidatiegeneeskunde. De nazorgpolikliniek is bedoeld voor patiënten die drie dagen of langer opgenomen zijn geweest op de IC. Het doel van de nazorgpolikliniek is om eventuele problemen in kaart te brengen en te helpen bij de verwerking van een IC-opname.

Komt u in aanmerking voor een nazorggesprek, dan krijgt u van de IC ongeveer zes maanden na uw ontslag een afspraak thuisgestuurd. Heeft u al eerder behoefte aan een gesprek, neem dan gerust eerder contact met ons op. Ook als uw opname op de IC korter dan drie dagen heeft geduurd kunt u contact opnemen, als u behoefte heeft aan een gesprek. Wij zijn bereikbaar via (038) 424 5648. (via afdeling Revalidatiegeneeskunde) of mailen naar icnazorg@isala.nl.

Er vindt een gesprek plaats van ongeveer een uur met een IC-verpleegkundige en de verpleegkundig specialist van Revalidatiegeneeskunde op de polikliniek Revalidatiegeneeskunde. Zo nodig verwijzen zij u door naar andere zorgverleners zoals de fysiotherapeut of consultatief psychiatrisch verpleegkundige. Het is mogelijk om na het polikliniekbezoek, onder begeleiding van de IC-verpleegkundige, de afdeling IC te bezoeken. Wij adviseren u iemand mee te nemen naar de afspraak, als dat mogelijk is.

Klachten

Het kan voorkomen dat u over sommige onderdelen van uw behandeling of verblijf niet tevreden bent. Dan horen wij dat graag van u. Uw ervaringen kunnen ons helpen om zaken te verbeteren. Heeft u opmerkingen, klachten of problemen, bespreek die dan met de personen die u daarvoor verantwoordelijk acht. Ook kan de operationeel leidinggevende van de afdeling hierbij betrokken worden.  In de meeste gevallen kunt u de problemen samen oplossen. Bent u hier niet tevreden over, dan kunt u zich wenden tot de klachtenfunctionaris, telefoonnummer (038) 424 47 27. Lees ook de folder 'Een klacht en dan?'

2. Behandelingen op de Intensive care

Een Intensive care (IC) is geen gewone verpleegafdeling. Op de IC is speciale medische apparatuur en speciaal opgeleid personeel aanwezig om zeer ernstig zieke patiënten te behandelen. Deze patiënten zijn zo ziek dat het functioneren van één of meer van hun vitale organen, bijvoorbeeld de longen, het hart, de nieren of de hersenen, bedreigd wordt of al is uitgevallen. De vitale lichaamsfuncties worden op de IC dan ook extra bewaakt, bijgestuurd en als dat nodig is zelfs overgenomen door speciale apparatuur en medicijnen. Vaak worden patiënten tijdens de intensieve behandeling kunstmatig in slaap gehouden en liggen zij aan een beademingsapparaat. In dit deel van de brochure vindt u meer informatie over de behandelingen op de IC.

Toestemming voor behandelingen en handelingen

Op de IC voeren we naast behandelingen ook handelingen uit. In deze folder schrijven we steeds het woord behandelingen, ook als het om handelingen gaat. Dat maakt de tekst gemakkelijker leesbaar.

Een arts of verpleegkundige heeft toestemming van de patiënt nodig om hem of haar te mogen behandelen. Behalve als het om een noodsituatie gaat en de hulpverlener niet op de hoogte is van zijn of haar wensen. Dit is geregeld in de WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandel Overeenkomst).

Standaard behandelingen

Omdat op de IC vaak sprake is van een noodsituatie is het niet altijd mogelijk om van alle onderdelen van de behandeling op de IC de voor- en nadelen en de risico’s uitvoerig toe te lichten. Daarom gaan wij ervan uit dat als u opgenomen bent op de IC u instemt met de standaard behandelingen die op deze afdeling plaatsvinden. Bij spoedopnames worden standaard behandelingen direct ingezet en wordt na de acute fase door de intensivist informatie gegeven over de toestand van de patiënt en de ingezette of in te zetten behandelingen.

In hoofdstuk 2a staan de standaard behandelingen beschreven waarvoor algemene toestemming aangenomen wordt.

Specifieke behandelingen

Naast de standaard behandelingen zijn er behandelingen waar een patiënt of zijn of haar naaste toestemming moet geven. Uiteraard moet u, voor u gevraagd wordt toestemming te geven voor een dergelijke behandeling, goed geïnformeerd zijn. Als het enigszins mogelijk is, informeert de intensivist u over wat de voorgestelde behandeling inhoudt en of er eventueel alternatieven zijn. Daarnaast komt aan bod wat de gevolgen zijn als u van de behandeling afziet en wat de voor- en de nadelen van de behandeling zijn. Ook bespreekt hij de belangrijkste risico’s van de behandeling met u. Op grond van deze informatie kunt u toestemming geven voor de behandeling of deze toestemming niet verlenen. Als dit niet goed met de patiënt zelf kan worden besproken, wordt een beroep gedaan op de wettelijke vertegenwoordiger. Als er toestemming gevraagd wordt voor een behandeling wordt dit ook genoteerd in uw medisch dossier.

Omdat er op de IC vaak sprake is van spoed, kan het voorafgaand aan een behandeling toestemming vragen, te veel tijd in beslag nemen. Bij spoed kan deze fase dus overgeslagen worden. Als dat gebeurt, zal de intensivist op een later tijdstip alsnog uitleg geven over de behandeling en de voortgang met u bespreken. Er zijn aparte folders beschikbaar over de specifieke behandelingen. Deze worden uitgereikt als het van toepassing is.  

2a. Standaard behandelingen

In dit hoofdstuk leest u meer over de standaard behandelingen die plaatsvinden op de IC. Naast uitleg over de behandeling informeren wij u ook over de complicaties die kunnen optreden. Het is goed om u te realiseren dat complicaties niet altijd optreden. Veel van deze complicaties komen weinig frequent voor, zijn matig ernstig en over het algemeen goed te behandelen.

Plaatsing van beademingsbuis

Meestal is een beademingsbuis nodig om een patiënt te kunnen beademen. In de meeste gevallen wordt de buis via de mond ingebracht. Via de neus kan ook, dit wordt bij volwassenen echter weinig gedaan. Comateuze patiënten kunnen een beademingsbuis nodig hebben vanwege het sterk verhoogde risico op verslikken. Aan het eind van de buis zit een ballonnetje dat wordt opgeblazen zodat er geen luchtlekkage is en er geen slijm en maaginhoud in de longen kan komen. Omdat de buis zich tussen de stembanden bevindt kan de patiënt niet praten.

Om een beademingsbuis in te kunnen brengen is het noodzakelijk dat de patiënt onder anesthesie wordt gebracht, tenzij er al een sterk gedaald bewustzijn (coma) bestaat.

Mogelijke complicaties
De belangrijkste risico’s van het inbrengen van een beademingsbuis zijn weefselschade (keel, stembanden en luchtpijp) en schade aan tanden en kiezen (meestal de boventanden). Tijdens het inbrengen van de buis bestaat het risico op verslikken waarbij maaginhoud in de longen terechtkomt. Dit is de reden waarom patiënten die een beademingsbuis ingebracht krijgen voor een operatie nuchter moeten zijn. Wanneer er maaginhoud in de longen terechtkomt kan dit een ernstige longontsteking veroorzaken waaraan iemand in het ongunstigste geval kan komen te overlijden. Dit kan sneller gebeuren bij IC-patiënten die niet gepland nuchter zijn, en bijvoorbeeld darmproblemen hebben. Ondanks zorgvuldige voorbereiding en ervaren intensivisten kan het inbrengen van een beademingsbuis bij bepaalde ziektebeelden of afwijkende anatomische bouw zeer moeilijk of zelfs onmogelijk zijn. Dit is een zeer ernstige situatie die kan leiden tot zuurstofgebrek en zelfs overlijden.

Beademing

Patiënten op de IC kunnen beademd worden met een beademingsmachine als de eigen ademhaling onvoldoende is. Een laag zuurstofgehalte, een hoog koolzuurgehalte in het bloed of uitputting bij ziekte kunnen redenen zijn om tot beademing over te gaan. Tijdens operaties onder algehele anesthesie worden patiënten ook beademd. Ook als de patiënten na de operatie op de IC worden opgenomen, kunnen ze daar beademd naar toe gebracht worden door de anesthesist. 

Meestal wordt de beademingsmachine aangesloten op een beademingsbuis die via de mond in de luchtpijp is geplaatst. Door een dergelijke beademingsbuis kan de patiënt niet praten en omdat de buis vaak als oncomfortabel ervaren wordt, kunnen rustgevende medicijnen nodig zijn. Soms is het noodzakelijk om te beademen via een mond-neusmasker of een gezichtsmasker.

Mogelijke complicaties
Beademing kan levensreddend zijn maar kent, net als elke medische behandeling, ook nadelen. Beademing via een buisje kan bijvoorbeeld een longontsteking of een klaplong veroorzaken en beademing via een masker kan drukplekken veroorzaken en brengt het risico van verslikking met zich mee, waarbij maaginhoud in de longen kan komen. Door goede controle, het gebruik van de juiste materialen en het beademen volgens de laatste inzichten worden deze nadelen echter tot een minimum beperkt.

Beademing zal over het algemeen tijdelijk zijn, zodra de oorzaak voor de ontoereikende eigen ademhaling is verholpen streven we ernaar de beademing zo spoedig mogelijk te stoppen. In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat iemand niet, of niet volledig, van de beademing komt. De intensivist zal dan in overleg met de patiënt en zijn of haar naaste zoeken naar de beste oplossing waarbij in een enkel geval chronische thuisbeademing mogelijk is. De coördinatie hiervan verloopt via een externe instantie, het Centrum voor Thuis Beademing (CTB).

Patiënten worden overwegend in halfzittende rugligging verpleegd en beademd, waarbij de patiënt indien mogelijk afwisselend van de ene zijde op de andere zijde wordt gedraaid. Als de toestand het toelaat worden beademde patiënten zelfs door de verpleegkundige op een stoel gezet. Bij patiënten met ernstig zieke longen kan beademing in buikligging soms zinvol zijn, hiermee verbeteren namelijk de kansen op overleving. Tijdens buikligging brengt de intensivist de patiënt doorgaans dieper in slaap. Bij het terugdraaien naar rugligging kan het gezicht tijdelijk gezwollen zijn, dit is helaas niet te voorkomen.

Thoraxdrain

Een thoraxdrain is een slang, die in de borstholte wordt ingebracht door de intensivist of thoraxchirurg. Onder normale omstandigheden liggen de longvliezen tegen elkaar aan, maar bij zieke patiënten kan zich hier vocht ophopen. Met een drain kan dit vocht worden weggehaald, waardoor het ademen makkelijker wordt. Een andere reden om een thoraxdrain in te brengen kan ophoping van lucht tussen de longvliezen zijn, zoals bij een klaplong.

In principe bespreekt de intensivist het inbrengen van een thoraxdrain van tevoren met de patiënt of zijn/haar wettelijk vertegenwoordiger, maar hier is niet altijd genoeg tijd voor. In sommige gevallen kan een klaplong een acute behandeling vergen. Complicaties van thoraxdrainage zijn bloeding, infectie, zenuwbeschadiging en een klaplong. Patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan komen met thoraxdrains van de operatiekamer naar de IC ter voorkoming van bloed- en vochtophoping in de borstholte. Bovendien blijkt in de praktijk dat soms meerdere drains in de loop van de tijd geplaatst moeten worden.

Perifeer infuus

Dit is een gewoon infuus, dat meestal in een ader op de onderarm wordt ingebracht en soms op de voet. Via een infuus kan door de verpleegkundige medicatie of vocht worden toegediend. Ook als een patiënt een centrale lijn heeft, kan het nodig zijn om daarnaast een perifeer infuus in te brengen, bijvoorbeeld omdat een patiënt veel medicatie gebruikt, die niet tegelijkertijd via hetzelfde infuus kan of mag worden toegediend.

Mogelijke complicaties
Aan het inbrengen van een perifeer infuus zijn geen ernstige complicaties verbonden. Het bloedvat waarin het infuus is geplaatst kan na verloop van tijd ontsteken, wat een reden is om het infuus te verwijderen. Verder kan een infuus, ook als het in eerste instantie goed in de ader zit, op een later moment gaan lekken, waarbij de toegediende vloeistoffen en medicatie ook onderhuids terecht kunnen komen. De verpleegkundige controleert dagelijks de insteekplaatsen van lijnen en infusen nauwkeurig zodat dit tijdig wordt ontdekt. In zo’n geval moet het infuus worden verwijderd en op een andere plaats ingebracht worden.

Arterielijn

Bij de meeste patiënten op de IC wordt een arterielijn geplaatst. Dit is een slangetje dat in een slagader wordt ingebracht met twee belangrijke functies. Ten eerste kan de druk in de slagader (de bloeddruk) continu worden gemeten en hiermee kan het effect van bepaalde medicijnen op de bloeddruk nauwkeurig worden gevolgd en bijgestuurd. De bloeddruk op de monitor kan alleen goed geïnterpreteerd worden door deskundigen, zoals de IC-verpleegkundige en de arts. Een tweede functie is de mogelijkheid om via de arterielijn bloed af te nemen. Bij patiënten op de IC wordt soms wel tien keer per dag een kleine hoeveelheid bloed afgenomen om bepaalde waarden (bijvoorbeeld het glucose- of het kaliumgehalte) te volgen. Zonder arterielijn zou een patiënt hier te vaak voor moeten worden geprikt. Een arterielijn kan op verschillende plaatsen worden ingebracht, waarbij de binnenkant van de pols (waar men ook de pols kan voelen) het vaakst wordt gekozen; andere mogelijkheden zijn de slagader in de elleboogsplooi of in de lies.

Mogelijke complicaties
Complicaties van het prikken van arterielijnen zijn infecties, lokale bloedingen, bloeduitstortingen en/of doorbloedingsstoornissen van het lichaamsdeel, waar de slagader naartoe gaat. Zenuwbeschadiging kan ontstaan omdat de zenuwen in het lichaam vaak dicht bij de slagader lopen. Door het aanprikken van de slagader kan een uitstulping van de slagader met een verzwakte wand ontstaan. Voor vrijwel alle complicaties met betrekking tot arterielijnen geldt dat ze weinig frequent voorkomen, matig ernstig zijn en over het algemeen goed te behandelen zijn. De voordelen van een arterielijn wegen meestal op tegen de eventuele nadelen en bij beademde patiënten of patiënten, die met bloeddruk-ondersteunende medicatie worden behandeld, kunnen we eigenlijk niet zonder.

Centrale lijn

Naast een arterielijn wordt bij veel patiënten een centrale lijn ingebracht. Dit is een infuus in een grote ader waarop meerdere kleine infusen aangesloten kunnen worden en waarmee ook metingen kunnen worden verricht. De belangrijkste reden om een centrale lijn in te brengen is het toedienen van bepaalde medicatie. Deze medicatie kan of mag niet via een gewoon infuus worden toegediend om uiteenlopende redenen. Ook als patiënten niet via het maagdarmstelsel kunnen worden gevoed, is een centrale lijn noodzakelijk om via deze weg speciale voeding in de bloedbaan te kunnen toedienen. Het toedienen van voeding wordt gedaan door de verpleegkundige. Medicatie kan worden toegediend door de arts of verpleegkundige. Daarnaast kunnen via de centrale lijn drukken in de nabijheid van het hart worden gemeten, waarop de arts en verpleegkundige de behandeling van een patiënt deels kunnen sturen.

Soms kan het nodig zijn om uitgebreidere drukmeting rondom het hart uit te voeren. Hiervoor wordt een speciale katheter gebruikt. Dit is een centrale lijn die door de rechter harthelft naar de longslagader opgevoerd wordt. Aan het einde van deze katheter zit een ballonnetje dat gebruikt kan worden om een bepaalde drukmeting te doen.

Mogelijke complicaties
Het inbrengen van een centrale lijn gebeurt onder steriele omstandigheden door een arts. De aders, waarin een centrale lijn kan worden ingebracht, bevinden zich in de hals, onder het sleutelbeen of in de lies, zowel links als rechts. Aan het inbrengen van een centrale lijn zijn risico’s verbonden, waarvan een bloeding (vroege complicatie) of een infectie (late complicatie) de belangrijkste zijn. Een zogenaamde centrale-lijn-gerelateerde infectie kan pas na dagen ontstaan en daarom bekijken we iedere dag of een centrale lijn nog wel nodig is. Zo niet dan wordt de lijn verwijderd of op een andere plaats ingebracht. In zeldzame gevallen wordt de lijn onbedoeld in de slagader ingebracht. Bij het inbrengen van een centrale lijn onder het sleutelbeen bestaat het risico dat de punt van de naald de long raakt, wat kan leiden tot een klaplong. Bij een ernstige klaplong moet een drain in de borstholte worden ingebracht. Ook voor centrale lijnen geldt dat we in de meeste gevallen niet zonder kunnen, zeker niet als er medicatie wordt toegediend die direct invloed heeft op hart en bloedvaten. Een ernstige maar weinig voorkomende complicatie bij het plaatsen van de speciale katheter is een longbloeding.

Bloeddrukondersteunende medicatie

Ernstig zieke patiënten hebben vaak stoornissen in hun bloedsomloop. Hierbij kan de hartslag heel hoog zijn of juist heel laag en hetzelfde geldt voor de bloeddruk. Deze stoornissen kunnen zo ernstig zijn dat een patiënt hieraan kan komen te overlijden. Om de hartslag en bloeddruk weer stabiel te krijgen zijn vaak krachtige medicijnen noodzakelijk, die de verpleegkundige via een centrale lijn toedient. Deze medicijnen worden ook wel vasoactieve middelen genoemd, omdat ze deels op de wand van de bloedvaten werken. Sommige van deze middelen zijn zeer kortwerkend en om die reden moeten ze continu worden toegediend, waarbij de dosering telkens kan/moet worden bijgesteld. Patiënten, die met deze krachtige vasoactieve middelen worden behandeld hebben altijd een arterielijn nodig om de bloeddruk nauwkeurig te kunnen vervolgen en een centrale lijn om de medicatie toe te dienen.

Mogelijke complicaties
Nadeel van deze bloeddrukondersteunende middelen is dat de doorbloeding van andere delen van het lichaam, zoals bijvoorbeeld handen, voeten en/of het maagdarmstelsel, sterk verminderd wordt. Als dit middel in hoge doseringen wordt toegediend kan dit in ernstige gevallen leiden tot blauwe, zwarte verkleuring en heel soms zelfs tot afsterving van het weefsel. Een ander risico bij deze middelen is de kans op hartritmestoornissen.

Toediening van antibiotica

Infecties vormen een belangrijk probleem op de IC. Veel patiënten worden opgenomen met een infectie, bijvoorbeeld een ernstige longontsteking of een gecompliceerde urineweginfectie. Ook als een patiënt niet met een infectie wordt opgenomen kan het zijn dat er later alsnog een infectie optreedt, zoals een luchtweginfectie (aan de beademing) of een infectie van een centrale lijn. Het is bekend dat patiënten ziek kunnen worden van bacteriën, die ze bij zich dragen in hun mond- en keelholte, in de luchtwegen of in hun darmen. Dit zijn bacteriën, waar men in normale omstandigheden niet ziek van wordt. Daarom behandelen wij bijna alle patiënten van wie verwacht wordt dat ze langer dan enkele dagen op de IC moeten verblijven preventief met antibiotica. Daarnaast worden er routinematig tweemaal per week kweken afgenomen (en zo nodig vaker). Als het nodig is kan er ook gericht een kweek worden afgenomen of antibiotica worden gegeven. Als het niet bekend is wat de verwekker is, maar het is wel duidelijk dat de patiënt een ernstige infectie heeft, dan wordt er vaak gestart met breedspectrum antibiotica. Dit is antibiotica die effectief zijn tegen veel verschillende bacteriën.

Toediening van andere medicatie

Naast bloeddrukondersteunende medicatie en antibiotica krijgen patiënten op de IC verschillende andere medicijnen. Dit kan medicatie zijn die thuis ook wordt gebruikt, maar het kan ook zijn dat de thuismedicatie tijdelijk niet kan of mag worden gebruikt. Veel gebruikte medicatie op onze afdeling zijn pijnstillers, slaapmiddelen, antitrombose middelen en bloeddrukregulerende middelen. Veel beademde patiënten krijgen inhalatiemedicatie (vernevelingen) en veel patiënten die kunstmatig worden gevoed (sondevoeding via de maag of voeding via het bloedvat) hebben insuline nodig om de bloedsuikers op het gewenste niveau te houden. Als u dus ziet dat uw familielid of naaste met insuline wordt behandeld, betekent dit niet automatisch dat hij of zij vanaf dat moment diabetes (suikerziekte) heeft.

Het wel of niet toedienen van (eigen) medicatie is afhankelijk van vele factoren. Dagelijks beoordeelt de arts welke medicatie nog nodig is. Verder wordt ook beoordeeld of bepaalde medicatie moet worden gestart of kan worden hervat. Medicijnen kunnen op diverse manieren worden toegediend door de verpleegkundige: als tablet om door te slikken of fijngemalen via de sonde, als drank, via het infuus of met behulp van een prik onder de huid.

Het is belangrijk dat we op de hoogte zijn van eventuele allergieën of overgevoeligheidsreacties. Behalve voor medicijnen willen we ook graag weten of patiënten overgevoelig zijn voor andere zaken zoals voedingsstoffen, pleisters of röntgencontrastmiddelen. Is er een overgevoeligheid of allergie bekend, bespreek dit dan direct met de verpleegkundige. 

Transfusie

Met een transfusie bedoelen we toediening van bloed of bloedproducten. De bekendste bloedproducten zijn rode bloedcellen, die nodig zijn voor het zuurstoftransport en plasma, dat vooral (stollings-) eiwitten bevat. Ook worden regelmatig bloedplaatjes toegediend, die eveneens een functie hebben bij het stollen van bloed.

Met het toedienen van bloed of bloedproducten van een donor bestaat de kans op een zogenaamde transfusiereactie, waarbij het lichaam reageert op lichaamsvreemde eiwitten. Daarom is het belangrijk patiënten van tevoren te testen op hun bloedgroep en eventuele antistoffen. Toch kan er ondanks uitgebreide testen bij iedereen die een transfusie krijgt, een transfusiereactie optreden die kan variëren van mild tot zeer ernstig.

Vanwege de potentiële risico’s zijn we zeer terughoudend met het toedienen van bloedproducten, maar dikwijls ontkomen we er niet aan. Voor het toedienen van bloedproducten vraagt de intensivist in principe toestemming aan de patiënt of zijn of haar naaste, maar in acute situaties is dat niet altijd mogelijk. Vanzelfsprekend dienen wij geen bloedproducten toe aan patiënten, die duidelijk (met een schriftelijke wilsverklaring) aangegeven hebben dat zij dat vanwege hun geloofsovertuiging of om een andere reden niet willen.

Elektrische cardioversie (ECV)

Een elektrische cardioversie is het behandelen van bepaalde hartritmestoornissen met een elektrische schok. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen ritmestoornissen, waarbij het hart nog wel (effectief) pompt, en ritmestoornissen waarbij dat niet het geval is. Soms moet er acuut een schok worden toegediend omdat er door de ritmestoornis onvoldoende bloedcirculatie is, dit heet defibrillatie. Er zijn echter ook minder ernstige ritmestoornissen, waarvan boezemfibrilleren de bekendste en meest voorkomende is. Boezemfibrilleren komt vooral voor bij patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan. Meestal wordt er in eerste instantie geprobeerd om het boezemfibrilleren met medicijnen te behandelen, maar als dat niet lukt, kan elektrische cardioversie uitkomst bieden. Voor een elektrische cardioversie worden patiënten kortdurend onder anesthesie gebracht en moeten ze nuchter zijn. De kans op complicaties is klein.

Blaaskatheter

Bijna alle patiënten op de IC hebben een blaaskatheter, waarmee urine vanuit de blaas direct naar buiten het lichaam wordt afgevoerd. Voor een deel is dit om praktische redenen: patiënten kunnen op onze afdeling niet naar een toilet, omdat ze met allerlei draden aan de monitor verbonden zijn, infusen hebben en lang niet alle patiënten kunnen aangeven wanneer ze moeten plassen. Daarnaast is het voor het behandelteam belangrijk om de hoeveelheid geproduceerde urine nauwgezet te monitoren. De urineproductie zegt iets over het functioneren van vitale organen (in dit geval de nieren).

Mogelijke complicaties
Een verpleegkundige brengt de blaaskatheter via de plasbuis in. Doorgaans gaat dit gemakkelijk en zonder problemen. Bij mannen met een vergrote prostaat kan het inbrengen soms wel lastig zijn en ontstaat er wel eens een bloeding. Bij problemen wordt de uroloog gevraagd te helpen. Op langere termijn kunnen vernauwingen van de plasbuis of een infectie ontstaan, zeker als een patiënt langdurig een blaaskatheter nodig heeft. Een kleine groep patiënten heeft een permanente blaaskatheter nodig; deze wordt dan via de buikwand door de uroloog ingebracht.

Nierfunctievervangende therapie

De nieren hebben een belangrijke functie in het lichaam. Ze verwijderen afvalstoffen en het teveel aan vocht uit het bloed, waarna deze uitgeplast worden. Ook zorgen ze ervoor dat de zuurgraad van het bloed stabiel blijft. Als de nieren niet goed functioneren, kan een nierfunctievervangende therapie nodig zijn. De intensivist besluit in de volgende situaties tot nierfunctievervangende therapie:

  • Bij te weinig of geen urineproductie gedurende 24 uur of langer.
  • Bij een (acute) verslechtering van de werking van de nieren, bijvoorbeeld bij bloedvergiftiging, waardoor een ophoping van afvalstoffen in het bloed ontstaat.

Voordat we met nierfunctievervangende therapie beginnen, plaatst de intensivist een groot infuus in een groot bloedvat in de lies, de hals of onder het sleutelbeen. Na het inbrengen van deze katheter sluit de verpleegkundige deze aan op een apparaat waarin zich een kunstnier bevindt. Tijdens de behandeling stroomt het bloed vanuit de patiënt via de katheter naar de kunstnier, die naast het bed van de patiënt staat. Daar zorgt een kunstnier voor de uitwisseling van afvalstoffen en vocht. Het gezuiverde bloed stroomt via dezelfde katheter weer terug naar de patiënt.

Nierfunctievervangende therapie op de IC vindt meestal zonder onderbreking plaats gedurende 24 uur of een aantal dagen achter elkaar. De IC-verpleegkundige bedient dit apparaat, let op de alarmen en zorgt voor het wisselen van de zakken met vocht. Tijdens de behandeling neemt de IC-verpleegkundige regelmatig bloed af om te kijken of de behandeling het gewenste resultaat heeft.

Nierfunctievervangende therapie is niet pijnlijk, maar brengt wel beperkingen in de bewegingsmogelijkheden met zich mee. De patiënt kan bijvoorbeeld moeilijker op de zij draaien. Tijdens het bewegen kunnen de katheters afknikken waardoor er een alarm kan afgaan. Wanneer de dialysekatheter in de lies zit, kan de patiënt niet uit bed, dan knikt de katheter af. Wanneer de patiënt een katheter in de hals of onder het sleutelbeen heeft, kan dit wel als de verdere toestand van de patiënt dit toelaat.

De risico’s van nierfunctievervangende therapie zijn dezelfde risico’s als die van het inbrengen van een centrale lijn, omdat er voor deze behandeling een speciaal infuus moet worden ingebracht. Een eventuele bloeding kan heviger zijn, omdat het om een vrij dik infuus gaat. Daarnaast kan het zijn dat er bloed verloren gaat in de machine: een filter stolt na verloop van tijd en het lukt niet altijd om al het bloed in het systeem aan de patiënt terug te geven. Hierdoor kan het zijn dat er op termijn een bloedtransfusie nodig is. 

Maagsonde

Een maagsonde is een slangetje dat door de verpleegkundige via de neus of de mond door de slokdarm in de maag wordt gelegd. De sonde is meestal voor het toedienen van sondevoeding. Dit geldt vooral voor patiënten aan de beademing, die vanwege de beademingsbuis niet normaal kunnen eten en drinken. Ook niet beademde patiënten worden vaak via een maagsonde gevoed, bijvoorbeeld bij slikproblemen of ernstige zwakte. Naast voeding kan ook medicatie via de sonde worden toegediend. Een andere reden om een sonde in de maag in te brengen kan zijn om maag- en darmsappen af te voeren als de darmen niet goed werken.

Mogelijke complicaties
Het inbrengen van een maagsonde is een relatief eenvoudige handeling, wat een enkele keer kan leiden tot een bloedneus. Theoretisch is het mogelijk dat de sonde per ongeluk in het verkeerde keelgat (de luchtpijp) terechtkomt, daarom controleert de verpleegkundige voor het starten van de voeding of het toedienen van medicatie altijd of de sonde goed ligt.

Afname van lichaamsvloeistoffen voor onderzoek

Behalve bloed kan het nodig zijn om andere lichaamsvloeistoffen nader te onderzoeken. Denkt u hierbij aan: urine, drainvocht, slijm uit de longen of ontlasting. 

Overige diagnostiek

Behalve bloedonderzoeken en het verrichten van kweken wordt er bij patiënten op de IC nog veel meer onderzoek verricht. Nadat een beademingsbuis of een centrale lijn is ingebracht wordt altijd een röntgenfoto gemaakt ter controle, maar er kan ook een andere reden zijn om een foto van hart en longen te maken. Deze foto’s worden door een röntgenlaborant met een mobiel röntgenapparaat gemaakt op de IC. Andere onderzoeken die frequent op de IC worden verricht zijn een ECG (hartfilmpje), een echografie (van het hart, de buik of de borstholte) of een TCD (onderzoek naar de bloedstroom in de bloedvaten in het hoofd).

Fixatie

Patiënten op de IC kunnen onrustig en verward zijn. Deze onrust en verwardheid kunnen in wisselende mate aanwezig zijn en komen vaak voort uit een delier (acute verwardheid). Uiteraard proberen we eerst een delier of de onrust met medicatie te bestrijden, maar soms lukt dat niet of niet snel genoeg. Omdat het risico bestaat dat patiënten in hun verwardheid gaan trekken aan infusen, sondes, hun blaaskatheter, beademingsbuis of centrale lijn kunnen levensbedreigende situaties bestaan. Op zo’n moment kan fixatie de enige mogelijkheid zijn om patiënten tegen zichzelf te beschermen. Met fixatie wordt bedoeld dat patiënten met één of meerdere ledematen en soms ook met het lichaam aan het bed worden vastgemaakt. Het spreekt voor zich dat we deze maatregelen liever vermijden. Het is bedoeld om patiënten tegen zichzelf te beschermen.

Omdat het fixeren van patiënten een vrijheidsbeperkende maatregel is en ook risico’s met zich mee kan brengen, zou dit strikt genomen van tevoren met de patiënt of op het moment zelf met de wettelijke vertegenwoordiger moeten worden besproken. In de praktijk kan het echter zijn dat er ter bescherming van de patiënt wordt overgegaan tot fixatie en dat dit pas op een later tijdstip met een vertegenwoordiger besproken kan worden. Het fixeren gebeurt altijd op een zorgvuldige en professionele wijze, waarbij de arts en verpleegkundigen zich houden aan het instellingsprotocol met strikte voorwaarden voor fixatie. We streven er te allen tijden na de periode van fixatie zo kort mogelijk te houden. In de folder ‘Beschermende maatregelen’ kunt u meer lezen over fixatie.

Kwaliteitsregistraties en wetenschappelijk onderzoek

Kwaliteitsregistraties en wetenschappelijk onderzoek zijn onmisbaar binnen de zorgsector. Ook op de IC. Het is onze taak om patiënten zo goed en zo veilig mogelijk door de opname en de daaropvolgende herstelfase te helpen. Om de kwaliteit van onze zorg te kunnen meten en te verbeteren worden al jaren de gegevens van alle opnamen op de IC en de uitkomsten hiervan geregistreerd en door onderzoekers anoniem verwerkt. Dat betekent dat uitkomsten niet te herleiden zijn naar patiëntgegevens. Zo kunnen we de kwaliteit van onze zorg constant in de gaten houden, verbeteren en dit ook rapporteren aan ziekenhuisorganisaties.

In verband met de huidige wetgeving kan een patiënt toestemming gevraagd worden om zijn of haar gegevens voor een bepaald kwaliteitsonderzoek anoniem te mogen gebruiken. Daarnaast kan aan u, als naaste, gevraagd worden om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek. Met deze onderzoeken worden bijvoorbeeld nieuwe medicijnen en behandelingen getoetst.

Mocht een patiënt of naaste in aanmerking komen voor een wetenschappelijk onderzoek dan zal een researchmedewerker of een specialist/arts-assistent bij u langs komen om nadere uitleg te geven en gezamenlijk een toestemmingsverklaring te ondertekenen. Mocht u ernstige bezwaren hebben tegen het anonieme gebruik van de medische gegevens van uw naaste dan kunt u dit ook aangeven. Voordat u eventueel toestemming geeft voor deelname aan een wetenschappelijk onderzoek, is het belangrijk om meer te weten over het onderzoek. Lees daarom altijd de informatiebrief rustig door. Heeft u na het lezen van de informatie nog vragen, dan kunt u terecht bij de researchmedewerker of onderzoekers. Hun namen staan altijd in de ontvangen informatiebrief bij de contactgegevens.

Behandelbeperkingen

Op de IC zetten wij ons in om optimale zorg, onderzoek en behandeling te bieden. Maar het kan zijn dat behandelingen niet (meer) gewenst of medisch niet zinvol zijn. Is dat het geval, dan bespreekt de intensivist met de patiënt en/of diens naasten over behandelbeperkingen. Een behandelbeperking betekent dat er beperkingen zijn wat betreft specifieke medische handelingen. Dit kan zijn:

  • niet reanimeren
  • niet kunstmatig beademen
  • geen behandeling met bloedproducten, bloedtransfusie of dialyse
  • geen behandeling met antibiotica (medicatie tegen infecties)
  • geen medicijnen om het hart te stimuleren
  • niet opereren
  • geen heropname op de intensive care bij ontslag
  • geen levensverlengende behandelingen. Alleen een behandeling die op comfort is gericht, zoals pijnbestrijding.

Deze keuzes worden gemaakt door de arts op grond van de wensen van de patiënt en op grond van medische argumenten zoals in het geval van onaanvaardbare risico’s of zinloze behandelingen. In voorkomende gevallen zal de intensivist het initiatief nemen om met de patiënt en zijn of haar naasten over behandelbeperkingen te praten, maar u kunt ook zelf een gesprek hierover aanvragen.
De afspraak over behandelbeperkingen en eventuele latere wijzigingen daarin, legt uw arts vast in het elektronisch patiënten dossier (EPD). Hierin staat welke behandelingen wel of niet bij een patiënt uitgevoerd mogen worden. Hierdoor is in eventuele plotselinge spoed- of noodsituaties voor alle zorgverleners duidelijk wat er wel en wat er niet moet gebeuren. 

2b. Veelvoorkomende ziektebeelden op de IC

Tot slot willen wij u in dit laatste hoofdstuk informeren over veelvoorkomende complicaties die voorkomen tijdens het verblijf op de IC. Deze complicaties kunnen van invloed zijn op de mate van herstel.

Delier

Een delier is een psycho-organische stoornis. Dit betekent dat de verschijnselen van een delier vooral van geestelijke (psychische) aard zijn, maar dat de achterliggende oorzaak iets lichamelijks is. Patiënten met een delier hebben meestal een wisselend bewustzijn en een gestoorde waarneming (soms zelfs levendige hallucinaties). Vaak is ook het slaap-waak ritme verstoord en zijn patiënten gedesoriënteerd (in tijd, plaats en/of persoon). Patiënten met een delier kunnen motorisch onrustig zijn, maar ook heel rustig in bed liggen (dit heet ook wel een stil delier). Een delier kan bijvoorbeeld worden uitgelokt door infecties, operaties, verstoringen van bepaalde lichaamszouten en medicatie. Ook onthouding van medicijnen of bepaalde genotsmiddelen kunnen een delier in de hand werken. Oudere patiënten hebben een groter risico op het ontwikkelen van een delier. Het hebben of het ontwikkelen van een delier kan voor patiënten bijzonder beangstigend zijn. Daarnaast kan een delier voor hun naasten erg indrukwekkend zijn, vooral als het delier gepaard gaat met achterdocht, verbale of fysieke agressie. Op de IC komt het optreden van een delier geregeld voor bij patiënten.

De behandeling van een delier is erop gericht de oorzakelijke factor weg te nemen, dus bijvoorbeeld een infectie te bestrijden met antibiotica. Daarnaast is het belangrijk dat de omgeving van de patiënt zoveel mogelijk structuur biedt en zo weinig mogelijk “vreemde” prikkels. Al zijn allerlei piepjes en geluidssignalen helaas op de IC uit oogpunt van veiligheid niet helemaal te vermijden. Wat we soms wel kunnen doen, is ervoor zorgen dat een patiënt met een delier op een relatief rustige kamer ligt. Naast al deze maatregelen is het dikwijls nodig om een delier met medicijnen te behandelen. Als een patiënt erg onrustig is en een gevaar vormt voor zichzelf (of anderen), kan het nodig zijn om fixatie toe te passen. Over delier en verwardheid is ook een Isala-folder beschikbaar: ‘Acuut optredende verwardheid of delier ’. 

Sepsis

Sepsis is een aandoening die vaak voorkomt op de IC. In de volksmond wordt veelal gesproken over bloedvergiftiging. Feitelijk betekent sepsis dat er een infectie is met daarbij tekenen van ontsteking in het hele lichaam. De symptomen, die daarbij horen zijn koorts (of juist ondertemperatuur), een versnelde hartslag, een lage bloeddruk, een snelle ademhaling en te weinig of juist teveel witte bloedcellen in het bloed. Vaak (maar niet altijd) is het duidelijk waar de infectie zit: dat kan bijvoorbeeld in de luchtwegen, het maagdarmstelsel, de galwegen of urinewegen zijn. Soms is de oorzaak een centrale lijn. Belangrijk bij de behandeling van een sepsis is dat de veroorzakende bacterie met antibiotica wordt bestreden en dat daarnaast de bron van de sepsis wordt aangepakt. Een sepsis is een ernstig ziektebeeld, waaraan een patiënt kan overlijden, vooral bij het falen van meerdere organen (multipel orgaanfalen).

Multipel orgaanfalen

Ten gevolge van een ziekte of ongeval kan multipel orgaanfalen optreden, dat betekent dat er meerder organen niet meer goed functioneren. Vaak is de reden om op de IC opgenomen te worden het (al dan niet dreigend) falen van één of meerdere orgaansystemen. Dit kan de bloedsomloop betreffen of het ademhalingssysteem. Ook de nieren, de lever en het stollingssysteem kunnen meedoen bij het orgaanfalen. Vanzelfsprekend zegt het aantal organen of orgaansystemen dat betrokken is iets over de ernst van de ziekte en indirect ook over de prognose. Een groot deel van de behandeling op de IC is erop gericht om (tijdelijk) falende orgaansystemen te ondersteunen.

Critical Illness Polyneuropathie (CIP)

CIP is de medische term voor de ernstige zwakte die we regelmatig zien bij patiënten die ernstig ziek zijn (geweest). Het wordt ook wel Intensive Care Unit Aquired Weakness (ICUAW) genoemd. Er is nog veel onduidelijk over de precieze oorzaak van deze zwakte, maar dat neemt niet weg dat het de revalidatie van patiënten flink kan bemoeilijken. De zwakte kan zó uitgesproken zijn dat een patiënt totaal verlamd is en alleen nog maar met de ogen kan knipperen. Door de zwakte kan bijvoorbeeld het ontwennen van de beademing moeizaam verlopen en zal er door de intensivist besloten worden tot een tracheotomie. Volledig herstel van een critical illness polyneuropathie is mogelijk, maar kan vele maanden vergen; soms blijven er restverschijnselen.

Decubitus

Patiënten die langdurig (in een ziekenhuis) verpleegd worden, hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van doorligwonden ofwel decubitus. Er zijn allerlei factoren die de kans op decubitus verhogen zoals: een gedaald bewustzijn, verminderd bewegen, een slechte voedingstoestand en slechte doorbloeding van de weefsels. Een combinatie van deze factoren zien we nogal eens bij de patiënten op de IC. De plekken op het lichaam, die extra gevoelig zijn voor doorligwonden zijn waar het bot dicht onder huid gelegen is: de stuit, de hielen en ellenbogen. Met preventieve maatregelen is een deel van de decubituswonden te voorkomen. Op onze afdelingen hebben alle patiënten een antidecubitusmatras en wordt wisselligging toegepast als dat medisch gezien verantwoord is. Mocht er toch decubitus optreden, dan behandeld de (decubitus)verpleegkundige dit in een zo vroeg mogelijk stadium.

3. Contact

Heeft u na het lezen van deze brochure nog vragen, stel die dan gerust persoonlijk aan ons. Wij staan u graag te woord. Ook telefonisch kunt u met uw vragen terecht bij onderstaande afdelingen:

Intensive care
V3.4 Unit 1: (038) 424 84 10
V3.4 Unit 2: (038) 424 84 20
V3.5 Unit 3: (038) 424 85 30
V3.5 Unit 4: (038 424 85 40
V3.5 Unit 5: (038) 424 85 50
V3.5 Unit 6: (038) 424 85 60

Het team familiebegeleiding IC is aanwezig op werkdagen van 08.00 tot 20.30 uur.
V3.4, (038) 424 44 75, kamer 167
V3.5, (038) 424 42 84, kamer 165
Tijdens de weekenden en op feestdagen van 13.30 – 20.00 uur.
Voor beide etages kunt u ons dan bereiken op telefoonnummer (038) 424 42 84.

Bezoekadres
Dokter van Heesweg 2
8025 AB Zwolle
(038) 424 50 00

Postadres
Postbus 10400
8000 GK Zwolle


7 december 2017 7248 Ja Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht