ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Liesbreukoperatie

​Bij een liesbreuk is er ter hoogte van de lies een zwakke plek of opening (een ‘breuk’) in de buikwand ontstaan. Op deze plek stulpt het buikvlies - en soms ook wat buikinhoud - naar buiten. In de lies ontstaat hierdoor een bobbel (breukzak). Een liesbreuk verdwijnt nooit vanzelf en kan klachten geven. Vaak is een operatie nodig. In deze folder leest u informatie over de diagnose, de operatie en het herstel na de operatie.

Jaarlijks behandelt Isala ongeveer achthonderd patiënten met een liesbreuk. Vrijwel alle patiënten met een liesbreuk worden behandeld in het Liesbreukcentrum in Isala Diaconessenhuis Meppel. Door onze liesbreukzorg op één locatie uit te voeren, zijn lange wachtlijsten voor een groot deel verleden tijd en bent u verzekerd van de best mogelijke zorg. Kinderen tot 2 jaar en patiënten die naast de liesbreuk andere aandoeningen hebben, worden behandeld in Isala Zwolle.

Single visit liesbreukoperatie

Als u naast uw liesbreuk geen andere aandoeningen heeft en geen medicatie gebruikt, dan kunt u in het Liesbreukcentrum in Meppel kiezen voor behandeling op één dag. Dit bespaart u meerdere bezoeken aan het ziekenhuis. Op deze dag vinden de gesprekken met een verpleegkundige, de chirurg en een anesthesioloog plaats, waarna de kijkoperatie (laparoscopische liesbreukoperatie) volgt. Aan het eind van de dag kunt u weer naar huis. Als u de voorkeur heeft voor behandeling in single visit, dan doorloopt u telefonisch een vragenlijst met de secretaresse van de polikliniek Chirurgie.

In zeer zeldzame gevallen blijkt op de opnamedag tijdens het consult met de chirurg dat de patiënt geen liesbreuk heeft, maar iets anders. Is dat bij u het geval dan wordt u uiteraard niet geopereerd, maar wordt er eventueel een afspraak op de polikliniek gemaakt voor aanvullend onderzoek.

Oorzaak

Een liesbreuk kan aangeboren zijn, maar ook ontstaan door uitrekking van de buikwand, bijvoorbeeld door persen, veel hoesten en vaak zwaar tillen. De breuk komt het meest voor bij mannen in de leeftijd van 50 tot 60 jaar. Een liesbreuk verdwijnt nooit vanzelf. Daarbij kan de breuk groter worden. Bij verhoging van de druk in de buik (zoals bij staan, persen of hoesten) komt er dan meer buikinhoud in de uitstulping (= de breukzak). Dit kan meer klachten geven. Een enkele keer komt het voor dat een breuk bekneld raakt. Dan zit de breukinhoud, die meestal plotseling is toegenomen, vastgeklemd in de breukpoort. De breukpoort is de opening of verzwakking in de buikwand. Een beknelde breuk gaat gepaard met acuut optreden van veel pijn. Een spoedoperatie kan dan nodig zijn.

Diagnose

Uw (huis)arts stelt de diagnose aan de hand van zijn bevindingen bij het lichamelijk onderzoek. Aanvullend onderzoek is meestal niet nodig. De arts kan in de meeste gevallen de breuk vaststellen als u staat.

Kijkoperatie

De meest voorkomende techniek om een liesbreuk te herstellen, is de kijkoperatie (laparoscopische liesbreukoperatie). De kans op chronische pijnklachten is hierbij het laagst en het herstel na de operatie is relatief kort. Tijdens de kijkoperatie brengt de chirurg via een aantal kleine gaatjes in de buikhuid de operatie-instrumenten en een camera naar binnen. Deze camera is verbonden met een beeldscherm. De chirurg ziet tijdens de operatie zijn handelingen op het beeldscherm. Via de binnenzijde van de buikwand maakt hij tijdens de operatie de breuk dicht. Hij heft de uitstulping (breukzak) op en verstevigt de opening of zwakke plek in de buikwand met behulp van een kunststof matje. Dankzij dit matje heeft u na de operatie minder kans op chronische pijn. Het kunststofmateriaal is veilig en het lichaam accepteert het meestal goed.
Helaas is een kijkoperatie niet altijd mogelijk. Is dit bij u het geval, dan zal de chirurg de klassieke liesbreukoperatie (via een snede nabij de breuk) adviseren. Een (laparoscopische) liesbreukoperatie vindt plaats tijdens een dagopname. Na de operatie mag u dus nog dezelfde dag naar huis.

Voor de operatie

Voor de operatie heeft u een afspraak voor een pre-operatief onderzoek waar u onder andere een gesprek heeft met de anesthesioloog over de anesthesie tijdens uw ingreep (narcose of ruggenpik). Deze afspraak zal ongeveer twee weken voor de ingreep plaatsvinden (of op de dag van de operatie als u kiest voor een single visit). In de folder ‘Anesthesie Isala Diaconessenhuis’ of ‘Verdoving (anesthesie) Isala’ leest u hier meer over. Om u voor te bereiden op uw opname kunt u de folder ‘Opname in Isala Diaconessenhuis’ of ‘Opname in Isala’ lezen. De folders vindt u onderaan deze pagina of krijgt u in het ziekenhuis.

Niet ontharen

Vanaf zeven dagen voorafgaand aan de operatie mag u het operatiegebied niet meer zelf ontharen met een tondeuse, scheermesje of ontharingscrème, omdat u daarmee het risico op infecties na de operatie vergroot. Als de arts van mening is dat in uw situatie het operatiegebied toch onthaard moet worden, dan doet de operatieassistent dit vlak voor de operatie met een speciale tondeuse.

Nuchter

Voor een operatie moet u nuchter zijn. Dit houdt in:

  • Tot 6 uur vóór de opnametijd, mag u alleen een licht ontbijt.
    o Bijvoorbeeld: 2 beschuiten met jam, zonder boter óf 2 crackers met jam, zonder boter óf 1 snee brood met jam, zonder boter óf flesvoeding óf sondevoeding. Het is van groot belang dat uw maag tijdens de operatie leeg is, anders bestaat de kans dat er maaginhoud in uw longen terechtkomt. Dit kan een ernstige longontsteking veroorzaken.
  • Tot 4 uur vóór de opnametijd mag uw baby nog borstvoeding krijgen.
  • Tot 2 uur vóór de opnametijd mag u alleen heldere dranken gebruiken
    o Zoals: thee, water of heldere appelsap/limonade (geen melkproducten of bouillon). Tenzij de anesthesioloog dit anders met u heeft afgesproken.

Voorbeeld
U wordt om 15.00 uur verwacht in het ziekenhuis. Dit wordt ook wel de opnametijd genoemd. U mag dan vanaf 9.00 uur niets meer eten. Vanaf 13.00 uur mag u niets meer drinken.

Dag van opname

U meldt zich op de opnamedag op het afgesproken tijdstip bij de receptie van het ziekenhuis. Het is verstandig een joggingbroek of andere loszittende broek mee te nemen voor na de ingreep.

De operatie

Tijdstip van operatie

Operaties van patiënten die voor u aan de beurt zijn, duren soms langer dan verwacht. Hierdoor kunnen er veranderingen optreden in het operatieprogramma, waardoor u soms eerder of later geholpen wordt dan aanvankelijk de bedoeling was. We vragen uw begrip hiervoor.

Vlak voordat u naar de operatieafdeling gaat, wordt u gevraagd het operatiehemd van het ziekenhuis aan te trekken. Uw eventuele kunstgebit en contactlenzen moet u uitdoen. Ook mag u geen nagellak en make-up op hebben.

Naar de operatiekamer

U wordt naar de operatieafdeling gebracht. Daar wordt u ontvangen in de zogenaamde holdingruimte (voorbereidingsruimte) en ontmoet u nog even kort de chirurg en de anesthesioloog. Vervolgens dient de anesthesioloog de narcose of verdoving (ruggenprik) toe. Bij een ruggenprik kunt u altijd vragen om een licht slaapmiddel als u de operatie niet wilt meemaken. Een liesbreukoperatie duurt in de meeste gevallen ongeveer 30 tot 45 minuten.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de recoveryruimte (verkoeverkamer of uitslaapkamer) gebracht. Hier verblijft u totdat u weer goed wakker bent en de verdoving is uitgewerkt. Gespecialiseerde verpleegkundigen bewaken uw ademhaling, hartslag en bloeddruk. De anesthesioloog beslist wanneer u weer terug mag naar de verpleegafdeling. Hier krijgt u wat te drinken. Als dit goed gaat, mag u weer gewoon eten.

Pijn

Na de operatie zal het operatiegebied pijnlijk zijn. Aarzel niet iets te vragen tegen de pijn. De reactie op de operatie is voor iedereen anders en is dus ook niet van tevoren door de anesthesioloog te voorspellen. Wel heeft de anesthesioloog een pijnstiller voorgeschreven, maar dit kan te veel of te weinig zijn. Geef het ook aan als u geen pijn heeft. Als u weer thuis bent, kunt u pijnstillers gebruiken zoals voorgeschreven door de anesthesioloog bij ontslag.

Bijwerkingen

U kunt na enkele dagen een bloeduitstorting krijgen: een blauwe verkleuring in het wondgebied. Deze bloeduitstorting kan uitzakken naar de basis van de penis en de balzak bij de man en naar de grote schaamlip bij de vrouw. De bloeduitstorting kan pijnlijk zijn, maar u hoeft zich hierover geen zorgen te maken. Meestal verdwijnt het na één of twee weken vanzelf.

Mogelijke complicaties

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden, zo ook bij de liesbreukoperatie. Dit kunnen kleine, hinderlijke complicaties zijn zoals een ontsteking van een ader waarin een infuus zit of een urineweginfectie. Ook een nabloeding, longontsteking, wondinfectie en littekenbreuk kunnen voorkomen, maar zijn zeer zeldzaam.

Omdat in het operatiegebied enkele zenuwen lopen – bij de man ook nog de zaadstreng – is een beschadiging hiervan mogelijk. Ook deze complicaties treden zeer zelden op. De consequentie van schade aan een zenuw kan gevoelloosheid zijn of soms juist een blijvende pijnklacht rond het operatiegebied.
Soms komt het voor dat er na verloop van tijd op dezelfde plaats opnieuw een breuk ontstaat (een recidief breuk). Meestal is dan weer een operatie nodig.

Ontslag

Meestal kunt u op de dag van de ingreep weer naar huis. Wanneer de wond er goed uitziet, u gewoon kunt plassen, niet misselijk bent en weer kunt eten, mag u naar huis. De chirurg komt hiervoor niet meer langs, de verpleegkundige regelt uw ontslag in overleg met u. Wij adviseren u iemand te regelen die u komt ophalen. Zelf autorijden is niet verantwoord direct na de ingreep.

Herstel

Om goed te herstellen van de operatie adviseren wij u de volgende leefregels in acht te nemen:

  • Rust nemen:
    De eerste dagen na de operatie is het verstandig thuis te blijven en rustig aan te doen
    - door de wond met beide handen te steunen bij niezen, persen en dergelijke voorkomt u druk op het wondgebied.
    - zorg voor een goede stoelgang.
    - u mag gedurende vier weken na de ingreep niet zwemmen of in bad (kortdurend douchen mag wel).
  • Bewegen:
    Het is belangrijk dat u al snel na de operatie weer in beweging komt. Dit is goed voor de bloedcirculatie en de spijsvertering.
  • Werkzaamheden:
    Afhankelijk van de operatiemethode, de grootte van de ingreep en uw lichamelijke gezondheid zult u na ontslag uit het ziekenhuis nog enige tijd hinder kunnen ondervinden van het operatiegebied. U mag in principe na een week weer normaal werken, fietsen, tillen (mits niet overdreven zwaar) zodra u zelf voelt/denkt dat u dat kunt.

Klachten

Neem contact op met het ziekenhuis als u binnen tien dagen na uw operatie één van de volgende klachten heeft:

  • nabloeding
  • koorts boven 39 graden Celsius
  • kloppende, pijnlijke wond na 24 uur
  • aanhoudende pijn
  • aanhoudende hoofdpijn.

Is de operatie langer dan tien dagen geleden en heeft u klachten, dan kunt u terecht bij uw eigen huisarts of, buiten kantooruren, bij de Huisartsenpost.

Controle

De hechtingen zijn oplosbaar en verdwijnen vanzelf. Hiervoor hoeft u dus niet naar de huisarts. Zes weken na de operatie belt de doktersassistent van de chirurg u thuis om te horen hoe het gaat met uw herstel. Mocht het nodig zijn dan volgt een controleafspraak bij uw behandelend arts.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Chirurgie
(038) 424 62 95 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)
(038) 424 50 00 (bij spoed na 17.00 uur en in het weekend)

Meppel of Steenwijk

Chirurgie
(0522) 23 32 95 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)
(0522) 23 32 68 (bij spoed na 16.30 uur en in het weekend)


15 december 2017 7438 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht