Contact
  1. 5039-ICD-implantatie

Inwendige cardioverter defibrillator, transveneuze ICD, S-ICD en CRTD

​ICD staat voor implanteerbare cardioverter defibrillator. Een ICD is een inwendige defibrillator voor mensen met kans op een gevaarlijke, onvoorspelbare ritmestoornis van de hartkamers. De ICD kan het normale hartritme herstellen en zorgt ervoor dat de drager dan niet aan een gevaarlijke hartkamerritmestoornis overlijdt.

​Voorafgaand aan de ICD-implantatie

Als u in overleg met uw cardioloog heeft besloten een ICD-implantatie te ondergaan, bent u momenteel opgenomen op de cardiologische verpleegafdeling of wacht u thuis op een opname voor deze ingreep.

Om u zo goed mogelijk voor te bereiden op de opname, ingreep en de periode erna, vindt u hier overzichtelijk alle informatie. Ook voor uw naasten kan het zinvol zijn om deze informatie te lezen. Meer informatie vindt u ook op de website www.stin.nl van Patiëntenvereniging STIN (Stichting ICD dragers Nederland). Voor meer informatie wijzen wij u graag op een aantal voorlichtingsfilms en folders van de Hartstichting.

Voorlichtingsfilm over de bloedsomloop en de bloedvaten:

Screenshot video animatie bloedsomloop

Voorlichtingsfilm over hartritmestoornissen:

Screenshot video hartritmestoornissen
Lees ook meer in de folders van de Hartstichting over:

Een ICD implantatie bij Isala

Voorbereidende gesprekken

Vóór de ICD-implantatie hebben u en uw direct betrokkenen op de polikliniek een gesprek met de behandelend cardioloog over de ingreep en de periode erna. Als dit niet poliklinisch kan omdat u bent opgenomen op de afdeling cardiologie en de ICD ingreep tijdens die opname zal plaatsvinden, dan krijgt u de informatie tijdens uw verblijf op de afdeling.

Iedere patiënt is anders. Het kan dus gebeuren dat er wordt afgeweken van hetgeen u in deze informatie leest. Uw arts bespreekt dit dan met u en uw naasten. Onder het motto ‘Twee horen nu eenmaal meer dan één’ raden wij u aan om iemand (maximaal twee personen) mee te nemen naar deze gesprekken.

Is u iets niet duidelijk, vraagt u dan vooral om een nadere toelichting aan de desbetreffende zorgverlener. Als er zaken gebeuren die niet voldoen aan uw verwachtingen en die naar uw idee anders of beter kunnen, meld ons dit dan alstublieft. Uw suggesties en opmerkingen bieden ons de mogelijkheid om de zorg nog beter af te stemmen op de wensen en behoeften van onze patiënten.

Waarom een ICD?

U komt in aanmerking voor de implantatie van een ICD als u al eens een gevaarlijke ritmestoornis heeft gehad en overleefd. Daarnaast komt u in aanmerking voor een ICD wanneer u een vergroot risico loopt op het krijgen van een potentieel levensgevaarlijke ritmestoornis. Het gaat in beide gevallen om ritmestoornissen die in de hartkamers ontstaan.

Medische illustratie van het geleidesysteem van het hart

Afbeelding 1: Het geleidingssysteem van het hart

Soorten ICD’s

In Isala Hartcentrum worden verschillende typen ICD’s geplaatst. De cardioloog, arts-assistent of zaalarts bespreekt met u welk type voor u het meest geschikt is aan de hand van de geldende richtlijnen.

Transveneuze systemen

Transveneus wil zeggen dat de elektroden van de ICD door aderen naar het hart worden opgeschoven.

  • ICD met 1 lead/elektrode
    De shock elektrode komt in de rechterhartkamer.
  • ICD met 2 leads/elektrodes
    De shock elektrode in de rechterkamer en een elektrode in de rechterboezem.
  • ICD met 3 leads/elektrodes
    De shockelektrode in de rechterkamer, een elektrode in de rechterboezem en een elektrode (die meestal via de aders op het hart (de zogenaamde sinus coronarius) op de linkerkamer wordt geplaatst. Dit wordt ook wel cardiale resynchronisatie genoemd. Ongelijk samentrekkende hartkamers kunnen met behulp van een rechterkamerelektrode èn een linkerkamerelektrode de synchronie tussen de beide hartkamers herstellen waardoor het hart effectiever kan pompen.
    Meer informatie vindt u in onder het kopje 'Cardiale resynchronisatie' van deze folder.

Medische illustratie van drie typen elektrodes van een transveneuze ICD

Afbeelding 2: drie typen elektrodes van een transveneuze ICD

Subcutaan systeem: S-ICD

De elektrode wordt onder de huid geplaatst. De S staat voor subcutaan, dat is de medische term voor onder de huid.
Medische illustratie van een S-ICD eletrode die onder de huid is geïmplanteerd
Afbeelding 3: De S-ICD elektrode wordt onder de huid, aan de linkerzijde van de borst onder de arm geïmplanteerd. De draad zit net onder huid boven het borstbeen.
Bekijk voor meer informatie de animatiefilm van Boston Scientific over de implantatie van een S-ICD.
Screenshot video implantatie van een S-ICD
Let op
Om zeker te weten of u geschikt bent voor een S-ICD wordt met behulp van een speciaal gemaakt hartfilmpje (ECG) in liggende en staande positie gemeten of de S-ICD in staat is uw hartritme goed te 'lezen'.

Verschillen tussen S-ICD en transveneuze ICD's

  • De S-ICD heeft een minder kwetsbare elektrode omdat deze niet door de bloedbaan hoeft en met de hartslag mee beweegt. Ook het risico op infectie in de bloedstroom is kleiner dan bij de transveneuze systemen.
  • De S-ICD heeft geen uitgebreide pacemakerfunctie.
  • De S-ICD kan alleen een ritmestoornis verhelpen met een shock en niet met pacemakerpulsjes.

De levensduur van de ICD's en S-ICD's is afhankelijk van het type en zal gemiddeld rond de 6 tot 8 jaar zijn.

Voor meer informatie wijzen wij u graag op twee animatiefilms over plaatsing van elektrodes bij implantatie van een ICD. 

Screenshot video implantatie van een ICD

Screenshot video nieuwe therapie voorkomt hartfalen

Cardiale resynchronisatietherapie

Wanneer de hartkamers ongelijktijdig samentrekken (dissynchroon) kan dat ten koste van de pompkracht van het hart gaan. Meestal is er, behalve het ongelijktijdig samentrekken van de hartkamers, ook sprake van ongelijkmatige bewegingen van de wanden van de linkerhartkamer.

De ongelijkheid tussen beide hartkamers kan worden vastgesteld door een hartfilmpje en echo-onderzoek van het hart. Ook een MRI-onderzoek van het hart kan deze ongelijkheid aantonen.

Hartfalen

Als er sprake is van deze ongelijkheid tussen de beide hartkamers, kan dat bij mensen met een verzwakt hart leiden tot tekenen van hartfalen. Tekenen van hartfalen zijn:

  • kortademigheid
  • vermoeidheid
  • vocht vasthouden

Patiënten met hartfalen en een verzwakt hart waarvan de beide hartkamers niet synchroon samentrekken, kunnen in aanmerking komen voor het opheffen van de ongelijkheid tussen de hartkamers. Dit noemt men ook wel cardiale resynchronisatietherapie, afgekort: CRT.

Het resynchroniseren gebeurt door het implanteren van een biventriculaire ICD. Biventriculair wil zeggen: de beide hartkamers (ventrikels) betreffend. Bij de implantatie wordt, naast de gebruikelijke pacemakerelektrodes die in de rechterboezem en/of rechterhartkamer worden geplaatst, een extra elektrode meestal via de aders van hart geplaatst op de linkerkamer van het hart (zie afbeelding 2).

Als deze ongelijkheid er niet is, dan heeft het plaatsen van een linkerkamerelektrode geen nut.

De elektrode in de rechterhartkamer en de elektrode op de linkerhartkamer worden zo geprogrammeerd dat ze gelijktijdig een pacemakerpulsje aan het hart afgeven. Doordat de hartkamers door de pacemakerpulsjes worden aangezet tot samentrekken, wordt de ongelijkheid opgeheven.

Let op deze uitzonderingen:

  • wanneer er sprake is van een chronische boezemritmestoornis wordt er géén elektrode in de rechterboezem geplaatst.
  • Een biventriculaire ICD kàn worden geplaatst als er nog geen ongelijkheid is tussen de hartkamers, maar omdat die er zal komen. Bijvoorbeeld bij een ablatie van de bundel van His bij hardnekkig boezemfibrilleren. Hierover leest u meer in de folder Boezemfibrilleren.

Doel van CRT

Meestal kan het hart, na implantatie van een biventriculaire ICD of pacemaker, effectiever pompen waardoor de klachten van hartfalen verminderen.

Mogelijke voordelen van de behandeling zijn:

  • betere kwaliteit van leven
  • minder klachten van hartfalen
  • meer vermogen voor inspanning en andere lichamelijke activiteiten
  • vermindering van ziekenhuisopnames
  • verlenging van de levensduur

Resultaatverwachtingen van CRT

Onderzoek heeft uitgewezen dat zeventig tot tachtig procent van de mensen die een biventriculaire pacemaker geïmplanteerd krijgen, hiervan profijt hebben. Na implantatie kan het enkele maanden duren voordat u merkt dat uw klachten afnemen. Uw hart moet als het ware wennen aan de nieuwe manier van samentrekken van de hartkamers.

De behandeling kan een betere kwaliteit van leven bieden. Het is echter geen vervanging van de behandeling met medicijnen en de aanpassingen van uw leefgewoonten. Uw medicijngebruik en aangepaste leefstijl moet u dan ook gewoon blijven voortzetten volgens het voorschrift van uw arts.

Risico’s en complicaties

In het algemeen vindt de ingreep onder plaatselijke verdoving plaats. In sommige gevallen is het medisch noodzakelijk om de ingreep onder algehele verdoving (narcose) te laten plaatsvinden. De arts bespreekt dit met u. De arts vertelt u ook over de mogelijke complicaties bij het plaatsen van een ICD. Hoewel de risico’s daarop klein zijn, is het wel noodzakelijk dat hij u daarover informeert.

Risico’s tijdens de implantatie

  • klaplong
  • stimulatie van het middenrif (hikken)
  • perforeren van de hartwand

Risico’s na de implantatie

  • nabloeden
  • loslaten van de elektrode
  • infectie
  • onterechte ICD shocks

Op de lange termijn kunnen er beschadigingen aan de ICD elektroden ontstaan zoals breuken in de geleiders of beschadiging van de isolatie. Dit komt onder andere doordat de elektroden continu in beweging zijn. Vaak wordt dit tijdens de ICD controles vastgesteld. Meestal dient de elektrode dan vervangen te worden door een nieuwe electrode. Een breuk in de shock elektrode kan soms ook de oorzaak zijn van onterechte ICD shocks.

Voorbereidende onderzoeken

Bij een geplande implantatie krijgt u enkele weken vóór de ingreep telefonisch of per brief een uitnodiging voor het zogeheten preklinische traject. Op die dag staan enkele voorbereidende onderzoeken die u hieronder vindt.

Het is mogelijk dat de beschreven onderzoeken niet allemaal bij u uitgevoerd hoeven te worden. Op de afdeling waar u zich moet melden, geeft de verpleegkundige u informatie over de onderzoeken die u ondergaat.

ECG/hartfilmpje
Dit is een elektrocardiogram, een hartfilmpje.

Bloedonderzoek
Er wordt een algemeen bloedonderzoek verricht, onder andere om te bepalen hoe de stolling van het bloed is en of er tekenen zijn van een infectie.

Echocardiografie
Dit onderzoek verschaft nadere informatie over de verschillende delen en functies van het hart, bijvoorbeeld over de hartkleppen en de pompfunctie van de hartkamers.

Thoraxfoto
Dit is een röntgenfoto van hart en longen.

Hartkatheterisatie
Dit onderzoek maakt de kransslagaders en de pompkracht van de linkerhartkamer met behulp van contrastvloeistof zichtbaar op röntgenfoto’s.

Rechtskatheterisatie
Een drukmeting in de rechterharthelft en de longslagader. Dit onderzoek vindt plaats om de bloeddruk in het hart en het zuurstofgehalte in het bloed vast te stellen.

Elektrofysiologisch onderzoek (EFO)
Dit onderzoek heeft twee doelen:

  • het onderzoeken van het geleidingssysteem van het hart; om geleidingsstoornissen op te sporen en in kaart te brengen
  • het onderzoeken van de elektrische stabiliteit; dit betekent dat tijdens het onderzoek ritmestoornissen kunnen worden opgewekt

MRI scan

MRI of CT scan van het hart en de longen

Subclavia angio
Als u al een ICD of pacemaker heeft, kan uw cardioloog adviseren om een ektrode bij te plaatsen. In dit geval volgt een onderzoek om te kijken of er in de ader onder uw sleutelbeen voldoende ruimte is voor een extra elektrode. Tijdens dit onderzoek wordt een kleine hoeveelheid contrastmiddel door een infuusnaald in de ader gespoten terwijl er een röntgenopname wordt gemaakt. Dit onderzoek heet een subclavia angio. Het wordt doorgaans enkele weken vóór de geplande ingreep verricht tijdens een dagopname, in combinatie met eventuele andere vooronderzoeken.

Voorlichtingsbijeenkomst

Op de dag waarop u het preklinische traject ondergaat, verzorgt de physician assistant voor u een informatieve presentatie over de ICD. Zij is gespecialiseerd in de ICD-behandeling en gaat in op de werking van het hart, de voorbereiding op de ICD-implantatie, de ingreep zelf en de periode erna.

De physician assistant (PA) is opgeleid om een aantal taken van een arts of specialist over te nemen. De PA’s zijn werkzaam op de verpleegafdelingen van de cardiologie en op de poli cardiologie.

Het preklinisch traject vindt doorgaans een aantal weken voor de implantatie plaats.

Als u opgenomen bent in het ziekenhuis en in afwachting bent van een ICD implantatie, kan de PA langskomen op de afdeling voor het beantwoorden van vragen.

Opname in Isala

Voor een ICD-implantatie wordt u in principe drie dagen en twee nachten opgenomen. In ieder geval wanneer u bloedverdunners van de trombosedienst gebruikt. Als dat niet het geval is, duurt de opname soms twee dagen en een nacht.

Als u al een ICD heeft en alleen de batterij moet worden vervangen, dan duurt de opname meestal ook twee dagen en een nacht.

Wat neemt u mee?

  • nachtkleding
  • toiletspullen
  • al uw medicijnen 

Oproep voor opname

Uw opnamedatum is onder andere afhankelijk van de planning, de vooronderzoeken en de wachtlijst. Een week voor de geplande opname krijgt u van ons telefonisch bericht. U hoort waar en hoe laat u zich in het ziekenhuis moet melden. Ook krijgt u instructies over het gebruik van bloedverdunners. De arts bepaalt of deze gestopt moeten worden of dat u ze in een aangepaste dosering kunt doorgebruiken. Indien van toepassing wordt de trombosedienst op de hoogte gebracht van de geplande ingreep. Na de ingreep blijft het medicatiegebruik doorgaans onveranderd. Dit wordt bij ontslag met u besproken.

Helaas gebeurt het weleens dat het tijdstip van de ingreep kan veranderen. Bijvoorbeeld door tussenkomst van een spoedopname of doordat de voorgaande ingreep uitloopt. Het kan ook zo zijn dat de ingreep op het laatste moment wordt uitgesteld omdat bij u de situatie niet optimaal is. Dit is het geval bij:

  • afwijkende stollingswaarden
  • tekenen van een infectie zoals koorts

Op de verpleegafdeling

Niet alle opgenomen patiënten ondergaan een ICD-implantatie. Er worden ook patiënten opgenomen die andere hartproblemen hebben. Op de zalen wordt gemengd verpleegd, dat wil zeggen dat op één zaal zowel mannen als vrouwen kunnen liggen met verschillende hartproblemen.

Op de cardiologische verpleegafdelingen werkt een vast team van verpleegkundigen van wie een aantal een specialisatie heeft gedaan in de cardiologie. Naast verpleegkundigen, stagiaires , artsen en physician assistants werken er zorgkundigen, brancardiers, een voedingsassistente en een afdelingssecretaresse.

Praktische informatie

  • Op de cardiologische verpleegafdelingen mag niet worden gerookt.
  • Tijdens uw verblijf mag u de afdeling meestal niet verlaten, omdat uw hartritme in sommige gevallen wordt bewaakt via een monitor. Dit heeft te maken met de reden (indicatie) waarom u een ICD krijgt. Bij het verlaten van de afdeling verliezen wij dit signaal.

Fotoboek

Hoe kunt u zich voorbereiden en wat kunt u verwachten tijdens uw opname op de afdeling? De fotoreportage geeft u een beeld van de voorbereidingen, de ingreep, onze afdeling en de dagelijkse handelingen. Bekijk het fotoalbum onderaan deze pagina.

De dag van de implantatie

Tijdens de opname maakt u op de dag van de implantatie kennis met de verpleegkundige en zaalarts of physician assistant. Zij bespreken met u of u de informatie heeft begrepen die u vóór de opname heeft gekregen. Ook bereiden zij u verder voor op de ingreep. Zij zullen eventueel aanvullend onderzoek doen zoals luisteren naar hart en longen, meten van lengte en gewicht en bloedonderzoek.

Nuchter

Op de dag van de ingreep moet u nuchter zijn, tenzij dit anders met u wordt afgesproken. Dit betekent dat u voor de ingreep niet mag eten en drinken.

Voorbereiding

De verpleegkundige van de afdeling meet uw bloeddruk, hartslag en temperatuur en brengt een infuusnaald bij u in. In principe wordt de ICD onder de huid van uw linkersleutelbeen geïmplanteerd.
Om infecties te voorkomen, krijgt u een uur voor de ingreep antibiotica via het infuus toegediend. U krijgt een jasje van het ziekenhuis aan. De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de katheterisatiekamer, waar de ingreep plaatsvindt.

Tijdens de implantatie

Om u een goed beeld te geven van de implantatie, beschrijven we hieronder stap voor stap hoe de implantatie van de ICD in zijn werk gaat. 

  • U ligt op een behandeltafel en wordt aangesloten aan bewakingsapparatuur.
  • Uw bloeddruk wordt gemeten door middel van een bloeddrukmeter om uw arm en ook uw hartritme is tijdens de ingreepcontinu op een monitor in beeld en wordt op die manier bewaakt.
  • De huid rond het te opereren gebied wordt indien nodig geschoren, gedesinfecteerd met jodium en vervolgens afgedekt met een steriel laken, zodat een steriel werkveld ontstaat voor de artsen.

Procedure voor het implanteren van een transveneuze ICD

  • Een transveneuze ICD wordt enkele centimeters onder het sleutelbeen van de linker schouder geïmplanteerd.
  • De implantatie van een transveneuze ICD vindt onder plaatselijke verdoving plaats, tenzij dit anders met u is afgesproken.
  • Met behulp van röntgenopnamen worden de elektroden via een ader (vene) in het hart en door de hartklep gebracht. Afhankelijk van de hartziekte worden één, twee of drie elektroden in het hart gebracht. Vervolgens worden de elektroden op een goede positie in het hart aan de hartwand meestal door middel van een klein schroefdraadje bevestigd (zie afbeelding 2).

Artsen implanteren een ICD

Afbeelding 4: Ingreep implantatie van een ICD 
  • Zodra de elektroden zijn geplaatst worden er metingen verricht. Tijdens deze metingen kan uw hartslag wat anders aanvoelen.
  • De ICD zelf wordt onder het sleutelbeen geïmplanteerd. Hiervoor zal de cardioloog onder de huid of borstspier ruimte creëren, de zogenaamde ‘pocket’ waarin de ICD past. Ondanks de verdoving kan dit soms wat pijnlijk zijn.
  • Tijdens de ingreep kunt u een ‘schroeilucht’ ruiken, die wordt veroorzaakt door het dichtbranden van de bloedvaatjes met een elektrisch mesje om het bloeden te stelpen.
  • Bij het sluiten van de huid wordt gebruik gemaakt van oplosbare hechtingen.

Procedure voor het implanteren van S-ICD

  • Anders dan bij een transveneuze ICD wordt de pulsgenerator (het apparaat) aan de linkerzijde van de borst onder de arm geïmplanteerd, en wordt de elektrode net onder de huid boven het borstbeen geïmplanteerd.
  • Op basis van anatomische oriëntatiepunten wordt de S-ICD-elektrode onder de huid geplaatst. Voor het S-ICD-systeem hoeven geen elektroden in het hart te worden geïmplanteerd.
  • De S-ICD laat het hart en de bloedvaten onberoerd.
  • De implantatie van een S-ICD vindt onder algehele narcose plaats.
  • De S-ICD wordt tijdens de ingreep getest. Dat wil zeggen dat, onder narcose, het hart kunstmatig in de ritmestoornis wordt gebracht en de S-ICD met een shock het ritme hersteld.
  • De ingreep duurt ongeveer 45 minuten.
  • Bij het sluiten van de huid wordt gebruik gemaakt van oplosbare hechtingen.

Graag geven wij u een kijkje de Hartkatheterisatiekamer [link naar 360 graden foto volgt binnenkort] waar een ICD of pacemaker geplaatst wordt. Bij het ondergaan van een operatie weet u zo waar u terechtkomt en welke zorgverleners er werken.

Na de ingreep

In de onderstaande tekst bedoelen we met ICD zowel de transveneuze ICD als de S-ICD.

Normaal gesproken gaat u direct na de ingreep weer terug naar de verpleegafdeling. Op de afdeling gebeurt het volgende:

  • Er wordt een hartfilmpje gemaakt.
  • Uw bloeddruk, hartritme en temperatuur worden regelmatig gecontroleerd.
  • U krijgt gedurende enkele uren een zandzakje op de wond om de kans op een nabloeding te verminderen.
  • De wond wordt regelmatig geïnspecteerd.
  • U krijgt pijnbestrijding toegediend.
  • U krijgt eventueel nogmaals antibiotica toegediend.

Als u volledig wakker bent en u voelt zich goed, mag u weer eten en drinken. Na het uitwerken van de lokale verdoving kunt u pijn ervaren; hiervoor heeft de arts u medicijnen voorgeschreven.

Na ongeveer drie tot vier uur bedrust mag u in beweging komen (mobiliseren). Beweegt u hierbij de arm aan de aangedane zijde zo min mogelijk. Is uw ICD onder de spier geplaatst, dan kan de wond wat langer pijnlijk zijn. Zonodig kunt u de arm ontlasten door een mitella te dragen; de verpleegkundige van de afdeling geeft u hierover nadere instructies.

Op de dag na de ingreep:

  • wordt een röntgenfoto gemaakt van de borstkas om vast te stellen of de ICD en de bedrading op de juiste plek liggen en om een klaplong uit te sluiten
  • wordt de ICD doorgemeten door een technicus van de functieafdeling
  • krijgt u van de technicus een pasje met technische gegevens van uw ICD
  • wordt u na het doormeten van de ICD afgekoppeld van de monitor die uw hartritme registreert, tenzij de cardioloog anders bepaalt
  • krijgt u van de technicus, als het van toepassing is, uitleg over een thuismonitor. Met een thuismonitor kan de ICD op afstand worden uitgelezen. Niet iedereen komt in aanmerking voor een thuismonitor
  • kunnen sommige ICD's een signaal afgeven door piepen of trillen. Als dit voor uw ICD van toepassing is, wordt u hierover geïnformeerd door de technicus.

De arm bewegen
Het is van belang dat u de arm aan de aangedane zijde de eerste weken na de implantatie rustig beweegt. U mag de ellenboog gedurende ongeveer zes weken niet boven de schouder opheffen om te voorkomen dat de draden van de ICD zich verplaatsen. Als de arm erg pijnlijk is, dan mag u de arm een paar dagen in een mitella dragen. In principe wordt het dragen van een mitella afgeraden om verkramping van schouder of nek te voorkomen.

Weer naar huis

Als de ingreep zonder complicaties is verlopen, is het gebruikelijk dat u de eerste of tweede dag na de ingreep ‘met ontslag’ mag, hetzij terug naar het ziekenhuis waar u vandaan komt, hetzij naar huis.

De zaalarts of physician assistant bepaalt op basis van de röntgenfoto, de informatie van de technicus en de bevindingen van de verpleegkundige of u het ziekenhuis kunt verlaten. Als u zich in orde voelt en het wondje bij het sleutelbeen ziet er goed uit, dan kunt u meestal in de loop van de ochtend naar huis.

Medicijnen

Als u de bloedverdunnende medicijnen van de trombosedienst gebruikt, krijgt u van de verpleegkundige te horen welke dosering u moet gebruiken op de dagen na ontslag. Daarna krijgt u een nieuwe doseringskalender thuisgestuurd.

Vóór ontslag heeft u een gesprek met de verpleegkundige. Zij gaat na of de gegeven informatie door de zaalarts of physician assistant duidelijk is en bereidt u verder voor op het ontslag. Zo geeft zij u richtlijnen voor deelname aan het verkeer en vertelt zij u hoe u de wond thuis kunt inspecteren en verzorgen.

Voordat u naar huis gaat, krijgt u de volgende papieren mee:

  • voorlopige brief voor uw huisarts
  • recepten, als uw medicatie is aangepast
  • medicijnkaart

Over de controleafspraak bij de ICD-technicus en uw cardioloog of physician assistant krijgt u thuis bericht.

Hechtingen

Het wondje van de ICD ingreep zijn met oplosbare hechtingen gesloten. U hoeft niet naar de huisarts om deze te laten verwijderen. Krijgt u in de weken na de ingreep koorts, koude rillingen en lijkt het wondje ontstoken, neem dan contact op met Isala.

Controle

Na de ingreep moet uw ICD met enige regelmaat worden gecontroleerd. De technicus kijkt of uw ICD technisch in orde is, zo nodig wordt deze anders ingesteld. Een controle duurt vijftien tot dertig minuten. De eerste ICD-controle vindt twee weken of twee maanden na de implantatie plaats. Uitgebreide informatie vindt u in de bijlage van deze folder. Daarna volgens afspraak een of twee maal per jaar in principe bij Isala in Zwolle.

Autorijden

Autorijden als ICD-drager is mogelijk na een wettelijke wachttijd nà de implantatie van de ICD. De wachttijd is twee weken of twee maanden, dat hangt af van de reden dat u de ICD heeft gekregen. Voor specifieke regelgeving verwijzen wij u naar www.stin.nl onder ‘rijbewijzen’.

Herstel thuis

Na uw ontslag uit het ziekenhuis gaat het verdere herstelproces thuis door. Van tevoren is moeilijk te zeggen hoe dit proces verloopt. Dit verschilt van persoon tot persoon. Gun uzelf de tijd om vertrouwd te raken met uw ICD.

Meer informatie over het herstel en de leefregels na een ICD-implantatie kunt u vinden op de website www.stin.nl (Stichting ICD dragers Nederland), een actieve patiëntenvereniging van en voor ICD-dragers.

Griepprik

Het halen van de griepprik liever niet in de eerste maand na de ICD-implantatie.

Hartrevalidatie

Veel patiënten zijn na een ingreep aan het hart erg onzeker over hun lichaam. Wat kan ik wel, wat kan ik niet? Thuis komen de vragen over bewegen, voeding, werk en leefstijl. Vaak kunt u en mag u meer dan u denkt. Het is ook belangrijk dat u nieuwe klachten voorkomt.
In Zwolle kunt u een hartrevalidatieprogramma volgen bij het Isala Harthuis. Wij bekijken samen met u wat het beste past bij uw persoonlijke doelen en situatie. Dit doen we volgens de Richtlijn Hartrevalidatie van de Nederlandse Hartstichting.
Na uw behandeling in Isala bespreekt uw cardioloog met u de mogelijkheid om een hartrevalidatieprogramma te volgen. Als dat niet het geval is vraag dat dan gerust.
Lees voor meer informatie ook de folder Hartrevalidatie in Isala Harthuis.

Afspraak voor ICD-controle

Een technicus moet met enige regelmaat uw ICD controleren. Er is geen specifieke voorbereiding nodig. Soms maakt laborant(e) voorafgaand aan de ICD-controle een hartfilmpje. Als u aansluitend aan de ICD-controle naar de cardioloog of physician assistant gaat, moet u een overzicht van uw huidige medicijngebruik meebrengen.

De controle

Tijdens de ICD-controle wordt uw ICD gecontroleerd op de juiste werking. De technicus kijkt of de ICD technisch in orde is. Tijdens het doormeten van uw ICD plaatst de technicus in de meeste gevallen een aantal elektroden op uw armen en benen om zodoende uw hartritme te observeren tijdens de controle.

Daarna verricht de technicus met behulp van diverse apparatuur verschillende metingen aan uw ICD. Zo nodig wordt de ICD anders ingesteld.

Daarnaast wordt in het geheugen van de ICD gekeken of zich in de afgelopen tijd nog ritmestoornissen hebben voorgedaan. Als dit het geval is, kijkt de technicus ook of de ICD op de juiste manier hierop heeft gereageerd. Misschien vraagt de technicus u om een aantal testjes te doen, zoals een stukje lopen of de handen tegen elkaar aan te drukken.

Heeft u alleen een afspraak bij de technicus, dan worden de gegevens van uw ICD in uw dossier opgeborgen. Het onderzoek is niet pijnlijk; wel kan uw hartslag anders aanvoelen tijdens het verrichten van de metingen. De controle duurt vijftien tot dertig minuten.

Thuismonitoring

Bent u aangesloten bij een thuismonitoring-netwerk, dan kan de ICD-technicus op afstand gegevens uit uw ICD bekijken. Bij thuismonitoring verzendt uw ICD de gegevens vanaf uw huis. Dat gebeurt via een thuismonitor, een kastje dat u thuis installeert.

De monitor verzendt gegevens van uw ICD via een telefoonlijn, kabel of satellietverbinding naar een (beveiligde) centrale computer. Vervolgens kan de ICD-technicus met een inlogcode via het internet de verzonden gegevens van uw ICD bekijken.

Afhankelijk van uw behandeling is de folder Controle van de ICD door thuismonitoring voor u interessant.

Afspraak bij de cardioloog

Als u aansluitend aan de controle door de technicus een afspraak bij de cardioloog of physician assistant heeft, dan krijgt u van de technicus de meetgegevens van uw ICD mee.

Vervolgcontrole

Van de technicus of de cardioloog krijgt u een afsprakenkaartje waarop staat wanneer u de volgende afspraak kunt maken bij de balie van de polikliniek Cardiologie.

ICD en overlijden

Een ICD vraagt rond het overlijden van de drager om een aantal specifieke maatregelen. Voor de volledigheid zetten wij deze hieronder op een rij:

  • De levensreddende functie van de ICD kan dan het sterven op natuurlijke wijze in de weg staan. Tijdens het stervensproces kunnen ongewenste en pijnlijke shocks door de ICD worden afgegeven. Ook na het overlijden kan de ICD nog shocks afgeven, met onwillekeurige bewegingen van het lichaam als gevolg. Dit kan voor de aanwezigen als ongewenst en belastend worden ervaren. Om deze reden is het goed de ICD in ieder geval voordat het stervensproces begint uit te schakelen.
    Lees voor meer informatie de folder ICD en het levenseinde, een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC).
  • Bij patiënten die thuis of in het ziekenhuis terminaal zijn, is het mogelijk om de ICD uit te zetten, waarbij de pacemakerfunctie aan blijft. Het is wel belangrijk dat dit door de behandelende cardioloog met patiënt en familie goed wordt besproken en dat dit ook wordt vastgelegd in het medisch dossier.
  • Na het overlijden is het wenselijk dat de ICD wordt verwijderd. De nabestaanden dienen aan de begrafenisondernemer door te geven dat de overledene een ICD draagt.
  • Ook als de overledene wordt gecremeerd, is het belangrijk dit voor de crematie aan de uitvaartbegeleider door te geven.
  • Wanneer een overleden ICD-drager deelneemt aan een wetenschappelijk onderzoek of studie, dan is het nodig dat de gegevens die nog op de ICD staan, worden uitgelezen. Het is in deze gevallen belangrijk het overlijden aan het ziekenhuis door te geven.

Wat moet u doen als ...?

U belt 112 of de afdeling Spoed van Isala als:

  • uw ICD één of meerdere shocks afgeeft en u voelt zich daarna onwel
  • u één of meerdere wegrakingen heeft gehad (bewusteloosheid)
    Geef altijd door dat u shocks heeft gehad van uw ICD.

Afdeling Spoed, (038) 424 41 92, bereikbaar 24 uur per dag.

U belt de polikliniek Cardiologie als:

  • uw ICD één shock heeft afgegeven en u daarna geen klachten heeft
  • u denkt dat de ICD een shock heeft afgegeven, maar u weet het niet zeker
  • uw ICD een piep- of trilsignaal afgeeft (afhankelijk van type ICD). Laat u doorverbinden met de ICD-technicus
  • u vragen heeft over de werking van uw ICD of thuismonitor. Belt u in dit geval tijdens kantoortijden met de polikliniek Cardiologie. Vraagt u naar de ICD-technicus.

Patiëntenverenigingen en meer informatie

Er zijn verschillende (patiënten)verenigingen. U kunt bij daar terecht voor meer informatie en lotgenotencontact.

STIN / Stichting ICD-dragers Nederland
Smitsven 18
1504 AM Zaandam
(075) 785 03 92
www.stin.nl

Patiëntenvereniging Harteraad / Nederlandse Hartstichting
Prinses Catharina Amaliastraat 10
2496 XD Den Haag 
088 - 1111 600
www.harteraad.nl
www.hartstichting.nl

Hartwijzer
Nederlandse Vereniging voor Cardiologie over hartziekten en wat u moet doen om hartziekten te behandelen en te voorkomen.
www.hartwijzer.nl

Voor meer informatie over rijbevoegdheid kunt u contact opnemen met:
Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) Regio Oost
Hazenkamp 10
Postbus 4046
6803 EA Arnhem
0900 0210, algemeen nummer
www.cbr.nl

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Isala Hartcentrum
(038) 424 23 74 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Na 17.00 uur en in het weekend belt u met de Centrale balie van Isala, via telefoonnummer (038) 424 50 00. U wordt doorverbonden met de dienstdoende arts-assistent van de afdeling Cardiologie, of de ICD-technicus.

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Bijlage 1: Autorijden

Voor het schrijven van deze informatie heeft Isala gebruikgemaakt van de brochure ‘Rijgeschiktheid van personen met een geïmplanteerde cardioverter defibrillator’ van De Gezondheidsraad.

Autorijden als ICD-drager is mogelijk na een wettelijke wachttijd nà de implantatie van de ICD. De wachttijd is twee weken of twee maanden, dat hangt af van de reden dat u de ICD heeft gekregen:

  • Primaire preventie: u krijgt de ICD uit voorzorg.
  • Secundaire preventie: u krijgt de ICD omdat u al een ritmestoornis hebt gehad waarbij uw klachten heeft gehad of als u gereanimeerd bent.

U komt dan alleen in aanmerking voor de rijbewijscategorieën A, A1, A2, B, B+, B+E, T (privége­bruik). Dit is het rijbewijs met code 100.
Een rijbewijs voor beroepsmatig rijden is beperkt mogelijk. U heeft dan een rijbewijs met code 101 nodig. De CBR-arts verklaart u wel of niet rijgeschikt. Pas als u in het bezit bent van uw nieuwe rijbewijs, met code, bent u weer rijbevoegd.

Belangrijk

'Wettelijke wachttijd na implantatie’ betekent jammer genoeg niet dat u meteen daarna ook direct weer mag autorijden. In de praktijk duurt die periode namelijk enkele weken langer omdat uw behandelend cardioloog pas na wachttijd de geschiktheidsverklaring kan verstrekken waarmee u een nieuw geldig rijbewijs voor ICD-dragers kunt aanvragen. Kijkt u voor uitgebreide informatie over dit onderwerp op de website van STIN.

Autorijden met een ICD in het kort (laatste update januari 2018)

  • Alleen mogelijk met een geschiktheidsverklaring van de cardioloog.
  • Alleen mogelijk met 'gecodeerd' rijbewijs A, A1, A2, B, B+, B+E, T.
  • Code 100: alleen privégebruik.
  • Code 101: beperkt beroepsmatig gebruik met uitzondering van personenvervoer en het onder toezicht besturen van derden.
  • Alle andere rijbewijzen (bijvoorbeeld vrachtwagen- of buschauffeur) uitgesloten.

* Wettelijke wachttijden:

  • Na implantatie ICD voor primaire preventie: 2 weken. Pas daarna kan een nieuw rijbewijs aangevraagd worden.
  • Na implantatie voor secundaire preventie: 2 maanden. Pas daarna kan een nieuw rijbewijs aangevraagd worden.
  • Na terechte shock: 2 maanden, mits toestemming behandelend cardioloog.
  • Na onterechte shock: Ongeschikt totdat kans op herhaling is geminimaliseerd door aanpassing van de instellingen van de ICD of aanpassing van de medicatie. Dit ter beoordeling van de behandelend cardioloog.

* Regeling eisen geschiktheid 2000, artikel 6.7.4: Staatscourant 99 [23 mei 2000], pagina 10 e.v.; gewijzigd: Staatscourant 106 [8 juni 2004], pagina 13 e.v. en 1 januari 2018 

Stappenplan aanvragen rijbewijs

Aanvragen rijbewijs code 100

  • 'Eigenverklaring' of 'gezondheidsverklaring' kopen op het gemeentehuis.
  • Bij de eerste controle van de ICD na implantatie, ontvangt u het keuringsrapport code 100.101 van de cardioloog of PA namens de cardioloog.
  • Beide formulieren opsturen naar het regiokantoor van het CBR.
  • Na enige tijd krijgt u een verklaring van geschiktheid voor maximaal vijf jaar. Hiermee kunt u op het gemeentehuis een rijbewijs kopen met code 100. Dit rijbe­wijs is alleen geschikt voor privégebruik.

Aanvragen rijbewijs code 101

  • 'Eigenverklaring' of 'gezondheidsverklaring' kopen op het gemeentehuis.
  • Bij de eerste controle van de ICD na implantatie, ontvangt u het keuringsrapport van de cardioloog of PA namens de cardioloog.
  • Werkgeversverklaring laten invullen door de werkgever.
  • Formulieren opsturen t.a.v. het hoofd medische zaken van het CBR, met vermelding van naam en adres van uw cardioloog.
  • Na enkele weken ontvangt u dan een verklaring van geschiktheid waarmee u op het gemeentehuis een rijbewijs kunt kopen met code 101. Dit rijbewijs is geschikt voor beperkt beroepsmatig gebruik.
Let op
Bent u ouder dan 75 jaar, dan heeft u een 'Eigenverklaring' of 'gezondheidsverklaring' met geneeskundig verslag nodig, in te vullen door een huisarts na een kleine keuring.

Wanneer is autorijden nooit toegestaan?

De rijgeschiktheid geldt niet voor het groot rijbewijs (C-D-CE-DE). Rijden op vrachtwagens blijft verboden voor lCD-dragers. Het besturen van een auto voor het beroepsmatig vervoeren van personen (zoals taxi- en buschauffeur) blijft verboden.
Voor mensen met ernstig hartfalen (NYHA-klasse 3 of 4) geldt een algeheel rijverbod, voor ieder rijbewijs.

Aansprakelijkheid bij ongeval

Bovenstaande regels zijn wettelijk vastgesteld. Het niet-houden aan deze regels kan bij een ongeval met de auto grote financiële en juridische gevolgen hebben voor de ICD-drager. U wordt dan ook met klem geadviseerd zich aan deze wettelijke regels te houden.

6 december 2018 / 5039
ICD-implantatie

​U krijgt in overleg met uw cardioloog een ICD. Hoe kunt u zich voorbereiden en wat kunt u verwachten tijdens uw verblijf in het ziekenhuis?

Met deze fotoreportage krijgt u een beeld van de voorbereidingen, de ingreep, onze afdeling en de dagelijkse handelingen.

Gesprek
Opname

Uw opnamedatum is onder andere afhankelijk van de planning en de vooronderzoeken. Een week voor de geplande opname krijgt u van ons telefonisch bericht. Ook krijgt u instructies over wat u moet doen met uw medicijnen.

Opname
Aanmelden

Op de dag van de implantatie van uw ICD meldt u zich aan bij de Centrale balie in de Centrale hal. De medewerker van de Centrale balie vraagt u plaats te nemen op een van de bankjes in de Centrale hal.

Aanmelden
Gastvrouw of - heer
Een gastvrouw of -heer haalt u op en begeleidt u verder tijdens de vooronderzoeken.
Bloedafname

 

U gaat naar de Bloedafname om bloed te laten prikken.

 

Drukband
Shortstay

De gastvrouw of -heer meldt u aan bij de secretaresse van de afdeling Shortstay.

Shortstay
Opnamegesprek

 

De verpleegkundige gaat met u in gesprek over de opname. Zij vraagt u onder andere een recent medicatieoverzicht van uw apotheek te overhandigen.

 

Gesprek met verpleegkundige
Controles

De verpleegkundige meet uw bloeddruk, hartslag en temperatuur.

Drukband
Physician assistant

De physician assistant bespreekt met u of u de informatie heeft begrepen die u vóór de opname heeft gekregen. Ook bereidt hij u verder voor op de ingreep.

Gesprek
Wachtruimte

 

U wacht, eventueel samen met een familielid, op de afdeling tot u wordt opgehaald om u klaar te maken voor de ingreep. U krijgt dan onder andere een jasje van het ziekenhuis aan.

 

Wachtruimte
Infuus

De verpleegkundige brengt een infuus in uw arm. Via het infuus krijgt u straks antibioticum toegediend. Ook na de ingreep krijgt u nogmaals antibioticum.

Infuus
Hartkatheterisatiekamer

De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de hartkatheterisatiekamer, waar de ingreep plaatsvindt.

Door de gang
Zandzakje

U krijgt gedurende enkele uren een zandzakje op de wond om de kans op een nabloeding te verminderen. Ook inspecteert de verpleegkundige regelmatig uw wond.

Controle
Familie

De verpleegkundige belt met uw familie.

Bellen
Eten en drinken

U krijgt wat te eten en te drinken.

Eten en drinken
Bezoek physician assistant

U krijgt bezoek van de physician assistant, die u informeert hoe de ingreep is verlopen.

Gesprek
ICD meten

 

Op de dag na de ingreep meet de technicus uw ICD door.

 

Luisteren naar hart
Pasje

U krijgt een pasje met technische gegevens van uw ICD.

Card
Contact

 

Als de ingreep zonder complicaties is verlopen, is het gebruikelijk dat u de dag na de ingreep naar huis mag. Na een gesprek met de verpleegkundige ontvangt u een kaartje met informatie en telefoonnummers in welke gevallen u contact op kunt nemen.

 

Folder contact
Gesprek
Opname
Aanmelden
Drukband
Shortstay
Gesprek met verpleegkundige
Drukband
Gesprek
Wachtruimte
Infuus
Door de gang
Controle
Bellen
Eten en drinken
Gesprek
Luisteren naar hart
Card
Folder contact

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.