Contact
  1. 5205-Afnemen blaasslijmvlies blaas

Informatie over de operatie

Binnenkort wordt een blaasbiopt bij u afgenomen. De uroloog haalt dan een stukje blaasslijmvlies uit de blaaswand. Dit stukje weefsel gaat naar het laboratorium voor onderzoek. In deze folder leest u hoe u zich op deze operatie voorbereidt. Wat er tijdens de operatie gebeurt. En wat u kunt doen om goed te herstellen.

Voorbereiding

Voor de operatie om een blaasbiopt bij u af te nemen, heeft u een afspraak voor een preoperatief onderzoek. Meer informatie over dit onderzoek en de opname kunt u lezen in de folder “Opname in Isala”.

Ongeveer een week vóór uw operatie wordt u gebeld door de planningscoördinator van de polikliniek Urologie. U krijgt de opnamedag, het opnametijdstip en de operatiedag door. Als wij u telefonisch niet kunnen bereiken, krijgt u de informatie per post.

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, vertelt de planningscoördinator u namens de uroloog of u hiermee moet stoppen en wanneer u hier dan mee moet stoppen.

Heeft u vragen over uw opname, dan kunt u bellen naar de planningscoördinator, (038) 424 24 40.

Opname

Op de opnamedag meldt u zich op de afgesproken tijd bij de Centrale balie in de Centrale hal. Een gastheer of -vrouw brengt u vervolgens naar de verpleegafdeling. Een verpleegkundige vertelt u daar over de gang van zaken op de afdeling. De verpleegkundige begeleidt u zo veel mogelijk tijdens uw verblijf in het ziekenhuis.

Voorbereiding op de operatie

Voor de operatie krijgt u medicijnen (premedicatie) voorgeschreven door de anesthesioloog.

Als u aan de beurt bent, brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer. U ontmoet hier de anesthesioloog. U heeft hem of een van zijn collega’s gesproken tijdens het preoperatief onderzoek. In de folder “Algehele verdoving (narcose)” vindt u meer informatie over de verdoving.

Operatie

Nadat de anesthesioloog de verdoving heeft toegediend, begint de operatie. De uroloog brengt een instrument door de plasbuis in uw blaas, waarmee hij kan opereren. Aan het instrument zit een ‘happertje’, waarmee hij stukjes blaasslijmvlies kan wegnemen. Het plekje waar hij het blaasslijmvlies heeft weggehaald, brandt hij direct erna dicht.
Het verwijderde blaasslijmvlies gaat naar het laboratorium voor onderzoek. Tijdens de operatie krijgt u een katheter in de blaas. Deze blaaskatheter is nodig om bloedstolsels uit de blaas te spoelen.

De operatie duurt ongeveer een kwartier.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de verkoeverkamer (recovery of uitslaapkamer) gebracht. Hier verblijft u totdat u weer goed wakker bent en/of de verdoving is uitgewerkt.

Herstel

Als u weer op de verpleegafdeling bent, begint de periode van herstel. Op de operatiedag controleert de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, pols en temperatuur. Ook bespreekt de verpleegkundige met u de verpleegkundige zorg. Dezelfde dag of de dag erna hoort u hoe de operatie is verlopen.

Om bloedstolling (trombose) te voorkomen, krijgt u een injectie met Fraxiparine. Deze injectie krijgt u dagelijks totdat u weer naar huis gaat.

De uroloog (of zijn/haar assistent) komt dagelijks bij u langs om te kijken hoe het met u gaat en om eventuele vragen te beantwoorden.

Pijn

De verpleegkundige vraagt u een aantal keren per dag hoeveel pijn u heeft. Zo controleren wij hoe het met u gaat en kijken we samen met u of er extra pijnstilling nodig is. Meer informatie leest u in de folder “Pijnbestrijding en pijnregistratie”.

Ontslag

De blaaskatheter wordt verwijderd, als uw urine weer bijna of helemaal helder is. Nadat de katheter is verwijderd, kunt u:

  • ongewild wat urine verliezen.
  • nog wat bloed in uw urine hebben.
  • soms niet plassen, terwijl u wel aandrang heeft.
  • pijn hebben bij het plassen en steeds kleine beetjes plassen.

Dit zijn normale klachten na deze operatie. Ze gaan vanzelf weer over. Denkt u een afwijkende klacht te hebben, of is de klacht heftig, waarschuw dan een verpleegkundige.

Leefregels voor een goed herstel:

  • U kunt gerust een wandeling maken.
  • Na 2 weken mag u weer fietsen.
  • De eerste 2 weken mag u geen zware arbeid verrichten: niet zwaarder tillen dan vijf kilo en niet persen.
  • Uw urine kan tot ongeveer 6 weken na de operatie af en toe wat bloederig zijn. Dit komt omdat de korstjes op het wondgebied in de blaas loslaten.
  • Het is belangrijk dat u goed drinkt: 2 tot 3 liter per dag, tenzij u een vochtbeperking heeft.
  • Eet vezelrijk om uw ontlasting soepel te houden, zodat u niet hoeft te persen
  • Op welk moment u weer kunt werken, is afhankelijk van uw conditie en het soort werk dat u doet.
  • Sporten en zwemmen mag weer na 2 weken, nadat u op controle bent geweest.
  • Regel zo nodig voor de eerste 2 weken na de operatie hulp bij zwaardere huishoudelijke taken. Dit kunt u aanvragen via het WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) in uw gemeente.

Eten en drinken

U mag alles eten en drinken, zoals u thuis gewend bent.

Pijnbestrijding

  • Gebruik bij pijn Paracetamol: vier keer per dag 1000 mg.
  • Neem de pijnstillers op vaste tijden in. Om 8.00 uur, 12.00 uur, 17.00 uur en 22.00 uur.
  • Heeft u geen pijn meer, dan kunt u de Paracetamol afbouwen.
  • Als uw arts u andere pijnmedicatie heeft voorgeschreven, volgt u het doktersadvies.

Bloedverdunnende medicatie (als u deze gebruikt)

Als u bloedverdunnende medicatie gebruikt, vertelt uw arts en/of eventuele trombosedienst wanneer u hiermee weer mag starten.
Heeft u nieuwe medicatie voorgeschreven gekregen, dan kunt u dit ophalen bij de ziekenhuisapotheek of uw thuisapotheek. De verpleegkundige geeft u hier informatie over.

Controle

U krijgt een afspraak voor controle bij uw behandelend uroloog. Hij vertelt u de uitslag van het onderzoek van het weefsel dat tijdens de operatie is verwijderd. Ook bespreekt u samen de verdere behandeling. De uitslag van het weefselonderzoek is gemiddeld na 7 tot 10 dagen bekend.

Complicaties

Bel naar het ziekenhuis …:

 

  • Als u duidelijk bloedstolsels plast en het bloedverlies niet vermindert.
  • Als u niet meer kunt plassen of het gevoel heeft niet goed uit te plassen.
  • Als u continu aandrang heeft, weinig plast en brandende pijn heeft bij het plassen.
  • Als u koorts heeft (boven 38,5 graden).
  • Als de pijn steeds erger wordt en pijnstillers niet helpen.
  • Als u langer dan drie dagen geen ontlasting heeft en daar klachten van ondervindt (verstopping/obstipatie).
  • Als u het niet vertrouwt.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen

Urologie
(038) 424 27 40 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel

Urologie
(0522) 23 38 22 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

17 april 2019 / 5205

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.