Contact
  1. 5285-Insulinetolerantietest

Met een insulinetolerantietest wordt door middel van bloedonderzoek gemeten of het lichaam voldoende groeihormoon en bijnierschorshormoon aanmaakt. Uw arts heeft dit onderzoek voor u aangevraagd. Hier leest u meer over de test en de voorbereiding daarop.

Uitleg

De test wordt uitgevoerd door een van de laboratoriumartsen of een physician assistant (PA). Tijdens de test wordt op gezette tijden bloed afgenomen nadat eerst insuline is toegediend. Het bloed wordt vervolgens op het laboratorium onderzocht. Uit de resultaten hiervan kan uw arts afleiden of u voldoende groeihormoon of bijnierschorshormoon aanmaakt. 

Let op
Gebruikt u geneesmiddelen? Neem deze mee of schrijf de naam en dosering op en hoelang u deze gebruikt.

Voorbereiding thuis

Op de dag van de test moet u nuchter zijn. Dit wil zeggen dat u minimaal 8 uur voor aanvang van de test niet meer mag eten en drinken (behalve water). Er zijn bepaalde medicijnen (bijv. hydrocortison) die u op de avond voor en de ochtend van de test niet mag innemen, raadpleeg hiervoor uw arts.

Na afloop van de test krijgt u iets te eten en drinken aangeboden.
Houdt u er rekening mee dat de test ongeveer 2,5 uur in beslag zal nemen. Als u met eigen vervoer komt, is het raadzaam om u te laten begeleiden.

Melden in het ziekenhuis

In de afspraakbevestiging vragen wij om vóór het ziekenhuisbezoek uw persoonlijke gegevens te controleren, zoals adres, telefoonnummer, verzekeringsgegevens, naam huisarts en BSN (Burgerservicenummer). Eventuele correcties of aanvullingen kunt u doorbellen naar de afdeling Patiëntenregistratie via telefoonnummer (038) 424 54 79.

Voor uw afspraak in het ziekenhuis verwelkomen wij u graag in het behandelcentrum (gebouw W). Daarvoor kunt u het beste parkeren op P1 of P3.

Verloop van de test

  • De laboratoriumarts of physician assistant heeft een kort gesprek met u en legt de test uit.
  • Hij/zij plaatst een infuusnaaldje zodat u maar één keer geprikt hoeft te worden. Via het naaldje wordt eerst bloed afgenomen en later insuline toegediend.
  • Hierna wordt via het infuusnaaldje bloed afgenomen na 20, 30, 40, 60, 90 en 120 minuten. Bij iedere bloedafname wordt direct uw bloedsuikergehalte gecontroleerd.

Tijdens de test is eten, drinken (behalve water), roken en inspanning (rondlopen, etc.) niet toegestaan omdat dit de uitslagen van de test kan beïnvloeden. Na afloop van de test krijgt u iets te eten en drinken aangeboden. Daarna kunt u gewoon naar huis en is geen verdere nazorg noodzakelijk. 

Mogelijke bijwerkingen

Door het inspuiten van de insuline zal uw bloedsuikergehalte dalen. Hierdoor krijgt u een honger­ gevoel, gaat u transpireren en kunt u wat slaperig worden. Dit zijn normale bijwerkingen. De arts houdt tijdens de test uw bloedsuikergehalte nauwkeurig in de gaten en dient - als u last krijgt van deze verschijnselen - extra suiker toe (via het infuusnaaldje of eventueel door iets te laten eten).

Bij kinderen en bij sommige volwassenen is een verlaging van het suikergehalte niet gewenst, bijvoorbeeld patiënten met epilepsie of met een hartaandoening; daarom mogen zij deze test niet ondergaan. 

Uitslag

De uitslag krijgt u van de arts die de test heeft aangevraagd. 

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen naar het infopunt Klinisch chemisch laboratorium (038) 424 28 71 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur).

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u de tijd en de plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.​

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak. 

23 november 2018 / 5285

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.