Contact
  1. 5332-Gehoorverbeterde operatie: vervanging stijgbeugel

Voorbereiding, operatie en nazorg

Wanneer de gehoorbeentjes in het oor niet meer goed functioneren, kunnen we minder goed horen. Bij een gehoorverbeterende operatie probeert de keel-, neus- en oor-arts (KNO-arts) de stijgbeugel bij te herstellen die bij u is vastgegroeid (otosclerose). Hier kunt u lezen hoe deze operatie in zijn werk gaat.

Hoe werkt een oor?

Het oor is nodig voor het horen van geluid. Geluid is een luchttrilling. Deze trilling komt via de gehoorgang bij een dun vlies aan, dat eveneens in trilling raakt. Dit zogenaamde trommelvlies geeft deze trilling over aan een keten van gehoorbeentjes. Dit zijn drie zeer kleine, met gewrichtjes aan elkaar vastzittende botjes: hamer, aambeeld en stijgbeugel.

Deze gehoorbeentjes bevinden zich in een ruimte achter het trommelvlies, het middenoor genaamd. De geluidstrilling wordt uiteindelijk door de stijgbeugel doorgegeven aan het eigenlijke gehoorzintuig, het binnenoor of slakkenhuis. De signalen die als gevolg van het geluid in het slakkenhuis ontstaan, worden via de gehoorzenuw naar de hersenen getransporteerd. Wanneer deze signalen ten slotte aan de buitenkant van de hersenen, de hersenschors, zijn aangekomen, dan nemen we het geluid gewaar of anders gezegd: dan horen we het geluid.

 

Illustratie het oorAfbeelding 1: het oor
  1. gehoorgang
  2. trommelvlies
  3. hamer
  4. aambeeld
  5. stijgbeugel
  6. middenoor
  7. evenwichtsorgaan
  8. buis van Eustachius
  9. slakkenhuis
  10. gehoorzenuw

Doel van de operatie

De KNO-arts vermoedt dat bij u de stijgbeugel niet goed meer kan trillen. De stijgbeugel is het gehoorbeentje dat op het slakkenhuis staat. Als dit niet meer functioneert, kan het plaatsmaken voor een nieuw gehoorbeentje van kunststof (een prothese).

Deze nieuwe prothese is een soort zuigertje dat aan het aambeeld (middelste gehoorbeentje) wordt vastgemaakt. Hiervoor boort de KNO-arts een klein gaatje in de wand van het slakkenhuis waardoorheen het andere einde van de prothese steekt. Hierdoor kan de geluidstrilling weer aan het binnenoor worden doorgegeven.

Kans op een beter gehoor

De kans dat uw gehoor door deze operatie zal verbeteren, is groot. Over het algemeen geldt dat van de honderd oren die op deze manier kunnen worden geopereerd, er 97 een duidelijk verbeterd gehoor zullen krijgen, dat bij twee oren het gehoor niet beter wordt maar ook niet slechter, en dat één op de honderd oren na de operatie een slechter of zelfs uitgevallen gehoor heeft.

Deze cijfers gelden dus alleen voor die oren waarbij inderdaad de stijgbeugel kon worden vervangen. Pas tijdens de operatie kan de KNO-arts zien of dit mogelijk is; er bestaat dus een kans dat een gehoorverbeterende ingreep achteraf niet mogelijk bleek.

Gehoorapparaat

In plaats van een stijgbeugelvervanging is ook een gehoorapparaatje mogelijk. Aan het plaatsen hiervan zijn uiteraard geen risico's verbonden. Als een gehoorapparaatje in uw geval een mogelijkheid is om uw klachten te verhelpen, dan heeft de KNO-arts dit tijdens uw polikliniekbezoek met u besproken.

Vóór de operatie

Preoperatief onderzoek

Voor de operatie heeft u een afspraak op de afdeling Preoperatief onderzoek. Om u goed voor te bereiden op de operatie vult u een vragenlijst in en heeft u een gesprek met de apothekersassistente (als u medicijnen gebruikt), de anesthesioloog en de verpleegkundige. U spreekt hen alle drie apart. De anesthesioloog geeft u uitleg over de vorm van anesthesie die tijdens de operatie gebruikt wordt. Ook krijgt u uitleg over de pijnbestrijding. De totale afspraak duurt ongeveer een uur.

Opname

Op de verpleegafdeling heeft u een opnamegesprek met een (leerling)verpleegkundige. Tijdens het opnamegesprek komen een aantal zaken aan de orde, bijvoorbeeld gezondheidsproblemen, medicijngebruik, uw thuissituatie en wie voor u als contactpersoon optreedt. Na het opnamegesprek krijgt u een korte rondleiding over de verpleegafdeling.

Operatie 

U blijft tot aan de operatie op de verpleegafdeling. Voordat u naar de operatiekamer gaat, trekt u speciale operatiekleding van het ziekenhuis aan. Sieraden doet u af en een eventuele gebitsprothese doet u uit. Nagellak en overige make-up verwijdert u. De verpleegkundige brengt u met een bed naar de operatiekamer. U ontmoet hier de anesthesioloog die voor de verdoving zorgt.

Na de operatie gaat u voor korte tijd (één à twee uur) naar de uitslaapkamer. Als u voldoende bij kennis bent en als de controles van bloeddruk en ademhaling in orde zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Na de operatie

Over het algemeen heeft u geen of nauwelijks pijnklachten na de operatie. U hoort minder na de operatie, omdat er een zalftampon in de gehoorgang zit. Deze wordt na een week verwijderd. Als er een snee achter het oor is gemaakt, dan worden dan ook de hechtingen verwijderd. Ook de eerste weken na de operatie kan het gehoor nog duidelijk verminderd zijn, hoewel patiënten vaak al snel een verbetering merken. Pas na enkele maanden is het zinvol om het gehoor opnieuw te testen.

Direct tot één week na de operatie

Naar huis

Meestal gebeurt de operatie in dagbehandeling. Dat betekent dat u dezelfde dag naar huis mag. Omdat een operatie aan de gehoorbeentjes kan leiden tot duizeligheid direct na de operatie, kan het zijn dat u het advies krijgt om een nacht in het ziekenhuis te blijven.

Pleister of verband

Afhankelijk van of er via uw gehoorgang of achter het oor is geopereerd, heeft u alleen een pleister op het oor of een verband om uw hoofd. Het hoofdverband mag u één dag na de operatie verwijderen, de pleister verzoeken wij u te laten zitten. Deze moet voorkomen dat de tampon uit de gehoorgang valt. Eventueel kan de pleister wel vervangen worden voor een schone. De pleister, tampon in uw gehoorgang en de hechtingen worden één week na de operatie op de polikliniek verwijderd.

Nazorg thuis

Om de slagingskans van de operatie te vergroten, is het belangrijk dat de eerste weken na de operatie de nazorg op de juiste manier verloopt:

  • Neem rust
    Meestal adviseren we twee weken rustig aan te doen met betrekking tot werk en huishoudelijke taken, zowel vanwege de operatie als de gegeven narcose. Wij raden zware lichamelijke inspanning en intensieve sportbeoefening af voor de komende vier weken.
  • Voorkom druk op uw oor
    Probeer druk op uw oor te voorkomen. Dit betekent dat u niet moet persen en geen zware dingen mag tillen.
  • Geen neus snuiten en met open mond niezen (verkoudheid!)
    U mag uw neus niet snuiten. U mag uw neus wel ‘ophalen’. Als u niest, niest u dan met de mond open, om druk op uw oor te voorkomen.
  • Houd uw oor droog
    U kunt uw haren wassen door een beker tegen het oor te houden waardoor uw oor rondom afgesloten wordt. Een paar extra handen om u dan verder te helpen is wel handig. Uw KNO-arts vertelt u wanneer het oor weer water kan verdragen.

Na één week

Naar de polikliniek

Een week na de operatie worden de pleister, hechtingen en de oortampon verwijderd op de polikliniek KNO. Daarna beoordeelt de KNO-arts het operatiegebied en besluit hij of zij of eventueel oordruppels nodig zijn om de genezing te bevorderen en een infectie te voorkomen. Op het recept staat hoe vaak en hoe lang u de druppels moet gebruiken, maar over het algemeen is het 2 of 3x per dag 3 druppels gedurende 1 week.

Nat worden

  • De wond bij het oor is nu dicht en mag nat worden.
  • Tot de tweede controle op de polikliniek adviseren wij de eerste maand zeep/shampoo in het oor te voorkomen.
  • U mag niet onder water zwemmen en beter niet vliegen. Na deze operatie zal u nooit mogen diepzeeduiken of parachutespringen.

Resultaat

Bij de eerste controle zit het geopereerde oor nog vol met bloed en wondvocht. Daarom kan er nog geen uitspraak worden gedaan over het resultaat en de gehoorwinst. Als alles er goed uit ziet, wordt er een vervolgafspraak op de polikliniek gemaakt voor 4-8 weken na de operatie voor beoordeling van het eindresultaat en eventueel een aanvullende gehoortest.

Pijnbestrijding

De pijn na een ooroperatie valt over het algemeen mee en vaak is paracetamol voldoende als pijnstiller. Hiervan mag u er 4x 1000 mg (= 2 tabletten á 500 mg per keer) per dag innemen. Als dit niet voldoende is, kunt u daarbij nog 3x 400 mg ibuprofen innemen. Beide zijn zonder recept verkrijgbaar bij een apotheek of drogist.

Wanneer u de pijnstillers regelmatig inneemt, dan bouwt u een spiegel in uw bloed op en dat werkt beter tegen de pijn. Wij adviseren om iedere 6 uur 2 tabletten paracetamol in te nemen en eventueel daarbij nog iedere 8 uur ibuprofen. Als u ondanks paracetamol en ibuprofen nog pijn heeft, neem dan contact op met de polikliniek KNO voor aanvullende pijnstilling of adviezen.

Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis?

Als u last krijgt van de volgende klachten is het belangrijk dat u contact met ons opneemt:

Nabloeding

Ondanks het verband kan het zijn dat de wond blijft bloeden. Meestal is dit met een drukverband op te lossen, maar soms is het dichtbranden van de bloeding nodig.

Tamponverlies

Het liefst laten we de tampon in de gehoorgang een week zitten. Soms valt de tampon er echter eerder uit. Laat de tampon er dan uit en duw hem niet zelf terug in uw oor. Valt de tampon er enkele dagen voor uw bezoek aan onze polikliniek uit, dan hoeft u geen contact met ons op te nemen. Gebeurt het al na een of twee dagen na de operatie, neem dan wel contact met ons op.

Infectie

Als u vermoedt dat u een infectie heeft. Dit merkt u meestal doordat er pus uit het oor komt. Meestal krijgt u dan antibioticum-oordruppels gedurende 1 week voorgeschreven. Soms krijgt u ook bloederige afscheiding uit het oor. Neem ook contact met ons op als uw oor een paar dagen rustig is geweest en er dan ineens bloedige afscheiding uit het oor komt. Meestal is het geen helderrood bloed, maar wat troebel, bloederig vocht.

Duizeligheid

Direct na de een gehoorverbeterende operatie kan u wat last hebben van duizeligheid. Dit kan door de narcose komen, maar meer waarschijnlijk door prikkeling van het evenwichtsorgaan of manipulatie van de gehoorbeentjes die direct met het evenwichtsorgaan in verbinding staan. Duizeligheid kan een reden zijn om u de nacht na de operatie in het ziekenhuis te laten blijven. Deze duizeligheid zal geleidelijk afnemen in de dagen na de operatie. Wanneer de duizeligheid echter toeneemt of acuut verandert, kan dat duiden op lekkage van de binnenoorvloeistof (perilymfe). Neemt u dan meteen contact op met het ziekenhuis.

Doofheid

Helaas kan een in opzet gehoorverbeterende ooroperatie ook leiden tot een afname van het gehoor of zelfs doofheid aan het geopereerde oor. Een oorzaak kan lekkage van binnenoorvloeistof (perilymfe) zijn na manipulatie van de gehoorbeentjes of een infectie van het binnenoor (slakkenhuis en evenwichtsorgaan). Direct na de operatie plaatst de KNO-arts vaak een stemvork op uw hoofd of krabt aan het oorverband. Daarmee wordt uw gehoor direct na de operatie beoordeeld.

Zelf zult u niet goed kunnen horen met het hoofdverband, de oortampon en het wondvocht in het oor. Mocht u echter een duidelijke achteruitgang van het gehoor bemerken gedurende de eerste dagen na de operatie, neem dan contact op met het ziekenhuis. Zeker als dit gepaard gaat met duizeligheid.

Aangezichtszenuw

Omdat de aangezichtszenuw midden in het operatiegebied ligt, beoordeelt de KNO-arts direct na de operatie of uw gezicht normaal en symmetrisch beweegt. Bij veranderingen in de beweeglijkheid van uw oog of mondhoek, willen we u vragen contact met ons op te nemen. Als dit enkele dagen na de operatie optreedt, berust deze verminderde beweeglijkheid meestal op prikkeling of zwelling van de zenuw en niet op beschadiging.

Smaakverandering

Vlak onder het trommelvlies ligt een zenuw die verantwoordelijk is voor een deel van de smaak van de tongrand. Soms moeten we deze zenuw verplaatsen of raakt deze beschadigd tijdens de operatie. Hierdoor kunt u last krijgen van een veranderde, vaak blikkerige, smaak van de tonghelft. Hiervoor hoeft u geen contact met ons op te nemen; dit verdwijnt meestal vanzelf.

Gevoelverandering van de oorschelp

Bij het doorsnijden van de huid neem je ook altijd kleine oppervlakkige huidzenuwen mee. Dit kan gedurende enkele weken tot maanden een veranderd gevoel van de oorschelp tot gevolg hebben. Dit is geen complicatie, maar hoort bij de operatie. Ook kan de stand van de oorschelp tijdelijk anders zijn. Dit trekt vanzelf bij.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen en Heerde

Keel-, neus- en oorheelkunde
(038) 424 23 84 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)
(038) 424 50 00 (buiten kantooruren)

Meppel en Steenwijk

Keel-, neus- en oorheelkunde
(0522) 23 32 48 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)
(0522) 23 33 33 (buiten kantooruren)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Keel-, Neus- en Oorheelkunde (www.kno.nl/patienten-informatie) vindt u nog meer informatie over deze operatie.

23 november 2018 / 5332

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.