Contact
  1. 5438-Overdragenheid

Zwanger zijn voorbij de 41 weken, wat dan?

Serotiniteit is de medische term voor overdragenheid. Hier leest u wat serotiniteit is en welke medische zorg u kunt verwachten.

Wat is serotiniteit?

Als een kind na een zwangerschapsduur van meer dan 42 weken wordt geboren, wordt het serotien genoemd. We spreken van naderende of dreigende serotiniteit vanaf week 41 van de zwangerschap en van echte serotiniteit vanaf week 42. Bij een goede conditie van zowel moeder als kind zijn er geen medische redenen om de bevalling snel in te leiden. De keuzemogelijkheden, afwachten, strippen of inleiden zijn persoonlijk en lichten we in deze folder verder toe.

Uitgerekende datum

Uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog bepaalt in het begin van uw zwangerschap de uitgerekende datum. De medische term hiervoor is de à terme-datum, vaak afgekort als AT-datum. Deze datum wordt meestal berekend door veertig weken op te tellen bij de eerste dag van uw laatste, normale menstruatie. Maar meestal wordt met een vroege echo de termijn en daarmee de uitgerekende datum vastgesteld.

Slechts een klein deel (3-5%) van de vrouwen bevalt precies op de uitgerekende datum. Meestal vindt de bevalling plaats in de periode van drie weken voorafgaand tot twee weken na afloop van deze datum. Verloskundigen en artsen noemen deze periode van vijf weken ook wel de uitgerekende periode of termijn voor een normale zwangerschap.

Gevolgen serotiniteit

De functie van de moederkoek (placenta) kan aan het eind van uw zwangerschap afnemen. De moederkoek voldoet dan minder goed aan de behoefte van uw baby. Ook de hoeveelheid vruchtwater kan minder worden. Ontlasting van de baby in het vruchtwater (meconium) komt vaker voor bij een bevalling na de uitgerekende datum. We weten niet precies of en wanneer dit proces begint. Belangrijk is dat uw baby zijn normale bewegingspatroon houdt. Bij twijfel kan een extra controle met een hartfilmpje (CTG) uitgevoerd worden. Hierbij wordt over een langere tijd, ongeveer 30 minuten, de hartslag van uw baby geregistreerd. Daarnaast wordt met een echo gekeken naar de hoeveelheid vruchtwater.

Verwijzing naar het ziekenhuis

Bij (naderende) serotiniteit verwijst uw verloskundige of huisarts u naar een verloskundig zorgverlener in het ziekenhuis. Dit kan een gynaecoloog, arts in opleiding of klinisch verloskundige zijn. De arts in opleiding en klinisch verloskundige werken altijd onder supervisie van een gynaecoloog. Meestal wordt u doorverwezen bij een zwangerschapsduur tussen 41 en 42 weken. De verloskundige bespreekt met u de doorverwijzing en het beleid daaruit volgend. Een en ander is ook afhankelijk van uw eigen wensen. Vanaf 42 weken adviseren wij zwangeren altijd in het ziekenhuis te bevallen.

Afwachten of inleiden

Als alle controles goed zijn en uw zwangerschap verder goed verloopt, is het verantwoord om af te wachten tot de bevalling spontaan begint. Belangrijk is dat u zich goed voelt en dat uw baby voldoende blijft bewegen. Met afwachten geeft u uw lichaam maximaal de tijd om het rijpingsproces te laten voltrekken. Hierna is uw lichaam eraan toe om te bevallen, waardoor er niet of minder hoeft te worden geforceerd.

Timing inleiden

In Nederland verschillen zorgverleners van mening over de optimale timing van inleiden van de bevalling als een zwangerschap over tijd is. Daarom is de INDEX-studie opgezet. In deze studie werden de effecten onderzocht van inleiden van de bevalling tegenover een afwachtend beleid tot 42 weken op kind en moeder. Om ingeleid te worden, moeten vrouwen naar het ziekenhuis. Bij afwachtend beleid kan men thuis blijven of poliklinisch bevallen, nadat de bevalling spontaan is begonnen.
Zowel inleiden bij 41 weken als een afwachtend beleid tot 42 weken, geven een grote kans op een goede uitkomst bij het kind na de geboorte. Met een klein verschil ten gunste van inleiden (98,3% goede uitkomsten bij inleiden bij 41 weken versus 96,9% bij afwachten tot 42 weken. Er was geen verschil in het percentage vrouwen dat een keizersnede onderging.

De conclusie luidde dat beide beleidsopties verantwoorde keuzes zijn.

Als wordt gekozen om af te wachten tot 42 weken, wordt soms in die laatste week een extra controle uitgevoerd. Verder wordt u inwendig onderzocht om te kijken of de baarmoedermond al rijp is. Na deze onderzoeken wordt besproken wanneer u ingeleid kan worden.

Strippen

Een mogelijkheid om de baarmoedermond te prikkelen, is strippen. Dit kan pas als er enige ontsluiting en verweking is. Strippen houdt in dat er tijdens het inwendig onderzoek de vliezen worden losgewoeld van de binnenkant van de baarmoeder. De vliezen zitten daar als het ware tegenaan geplakt. Door het strippen komen hormonen vrij die het rijpen van de baarmoedermond bevorderen. En kan dus een 'aanjager' zijn voor het op gang komen van de bevalling. De vliezen blijven hierbij intact en worden niet gebroken, hoewel dat onbedoeld altijd kan gebeuren. Het strippen geeft geen extra complicaties. Het kan wel een vervelend menstruatieachtig gevoel en/of krampen geven.

Na het inwendig onderzoek of strippen kan een beetje bloedverlies of slijmverlies optreden. Dat is normaal. Het uiteindelijke doel is dat de krampen overgaan in ontsluitingsweeën. De krampen worden pijnlijker en regelmatiger.

  • Bij ongeveer een derde van de zwangere vrouwen die gestript zijn, komt vroeg of laat de bevalling op gang. Meestal is het effect binnen zes uur merkbaar.
  • Bij nog eens een derde deel zijn er veel voorweeën of harde buiken, zonder dat de bevalling doorzet.
  • Bij het overige deel gebeurt helemaal niets.

Als de bevalling na het strippen niet op gang is gekomen, kan na enkele dagen een nieuwe poging worden gedaan.

In Isala Vrouw-kindcentrum kunt u er voor kiezen om de bevalling te laten inleiden vanaf 41 weken. Dit bieden wij aan aan alle zwangeren met een medische indicatie. Zwangeren zonder medische indicatie, hebben de keuze. Afwachten is veilig, maar inleiden is mogelijk.

Primen

Bij een inleiding wordt de bevalling kunstmatig op gang gebracht. Om te bevalling in te kunnen leiden, is het noodzakelijk dat de baarmoedermond enige verweking en ontsluiting heeft gemaakt. Als dat niet zo is, wordt deze gerijpt. Dit gebeurt op de verlosafdeling en u wordt dan opgenomen. Het rijpen (primen) kan medicinaal of mechanisch gebeuren. Meer hierover leest u in de folder 'Het inleiden van de bevalling'. 

Verweking, verstrijking en ontsluiting (liefst 2 tot 3 centimeter) is nodig om de bevalling te kunnen inleiden en de vliezen te kunnen breken. Het kunstmatig breken van de vliezen is altijd de eerste stap. Daarna worden via een infuus hormonen toegediend die de weeën op gang brengen. Soms is een infuus niet nodig en komen de weeën spontaan op gang nadat de vliezen gebroken zijn.

De bevalling

Vanaf een zwangerschapsduur van 42 weken bevalt u in het ziekenhuis. Tijdens de bevalling registreren wij de harttonen van uw baby met een hartfilmpje (CTG). Zo houden wij de conditie van uw baby in de gaten. Het registreren van de harttonen tijdens de bevalling is een voorzorgsmaatregel om op tijd een achteruitgang in de conditie van uw kind te ontdekken.

De kans is groot dat de klinisch verloskundige u bij een ziekenhuisbevalling begeleidt. Maar het kan ook een arts in opleiding tot gynaecoloog zijn. De klinisch verloskundige en arts in opleiding werken altijd onder supervisie van een gynaecoloog. Zij worden ondersteund door een gespecialiseerd verpleegkundige van de verlosafdeling. Daarnaast kunnen er ook studenten of co-assistenten aanwezig zijn.

Meer informatie over opname op de Verlos- en kraamafdeling en de bevalling leest u in de folder ‘Bevallen in Isala’.

Na de bevalling

Als uw bevalling zonder problemen verloopt, brengt u het kraambed thuis door. Ontslag uit het ziekenhuis vindt soms enige uren na de bevalling plaats, soms de volgende ochtend. Als uw conditie en van uw kindje het toelaten, is het ook mogelijk om ’s avonds of ’s nachts met ontslag te gaan. Dit laatste kan alleen als opvang door de kraamzorg is gegarandeerd.

Meer informatie

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer informatie? Vraag dan uw verloskundig zorgverlener gerust om uitleg. Wij raden u aan uw vragen op papier te zetten.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met:

Zwolle

Gynaecologie/Verloskunde
(038) 424 35 55 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Bent u ongerust of heeft u vragen (buiten kantoortijden) die niet kunnen wachten? Bel dan het spoednummer: (038) 424 81 61.

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak. 

17 oktober 2019 / 5438

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.