Contact
  1. 5625-Radiotherapie bij blaaskanker
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Bijlage van het PID Blaaskanker

Radiotherapie (bestraling) wordt bij blaaskanker gegeven als:

  • er een tumor in de spier van de blaaswand groeit.
  • een operatie waarbij de blaas wordt verwijderd niet kan of niet wenselijk is.

Soms krijgt u naast radiotherapie ook chemotherapie. Deze folder gaat alleen over bestraling bij blaaskanker.

Belangrijk om te weten

De ligging van de organen in de onderbuik is afhankelijk van hoe vol de blaas en de endeldarm zijn. Daarom worden de volgende aanwijzingen gegeven: plasvoorschrift voor de juiste vulling van de blaas en het vermijden van lucht (gasvorming) in de darmen.

Plasvoorschrift

Voor iedere bestraling vragen de laboranten u om naar het toilet te gaan. Door zoveel mogelijk uit te plassen, wordt uw blaas zo klein mogelijk. Zo houden wij ook het bestralingsgebied klein. Zo wordt er minder gezond weefsel bestraald en is de kans op bijwerkingen kleiner.

Voorkomen lucht in de darmen

Lucht (ook wel gasvorming) in de darmen kan de ligging van de darmen veranderen. Door uw voeding en leefwijze aan te passen, kunt u meer of minder last krijgen van lucht in uw darmen. Hoe erg dit is, is bij iedere persoon anders en hangt ook af van wat en hoeveel u hiervan eet. Probeer deze producten zo weinig mogelijk te eten, want hiervan kunt u last krijgen van winderigheid:

  • Ui, koolsoorten (vaak kan broccoli en bloemkool wel), peulvruchten, prei, spruiten, paprika;
  • Producten met veel suiker of sorbitol (zoetstof);
  • Bier en koolzuurhoudende dranken.

Vermijd het inslikken van lucht. Liever niet: 

  • kauwen op kauwgom;
  • te snel eten;
  • praten tijdens het kauwen;
  • drinken door een rietje;
  • roken.

Algemene tips om regelmatig naar de wc te kunnen gaan:

  • Beweeg minimaal 30 minuten per dag;
  • Eet op regelmatige tijdstippen;
  • Drink voldoende, tenminste 1,5 liter per dag;
  • Voelt u dat u moet poepen? Wacht dan niet en ga meteen naar het toilet. 

Bijwerkingen

Zowel tijdens als na de periode van bestraling kunt u bijwerkingen krijgen. Meestal ontstaan deze bijwerkingen niet direct, maar pas na enige tijd. Ook verschillen de bijwerkingen van persoon tot persoon.
Algemene bijwerkingen van bestraling zijn vermoeidheid en huidirritatie. Zie hiervoor onze algemene folder. Daarnaast heeft u bij de bestraling van uw blaas kans op darm- en plasklachten.

Vaak moeten plassen

De klachten die kunnen ontstaan lijken op die van een blaasontsteking:

  • vaak kleine beetjes plassen;
  • heel nodig moeten plassen (maar vaak laat de eerste straal op zich wachten en verloopt het plassen moeilijk of komt er niets);
  • een schrijnend gevoel tijdens het plassen;
  • pijn in de onderbuik;
  • troebele urine;
  • kleine beetjes bloed in de urine.

Na beëindiging van de bestraling verdwijnen de klachten binnen enkele weken.

Adviezen bij vaak plassen:

  • Drink veel: 1,5 tot 2 liter per dag. Als u veel drinkt, verdunt de urine. U heeft dan minder kans op blaasontsteking;
  • Beperk alcoholische dranken;
  • Gebruik niet te veel kruiden;
  • Controleer altijd de kleur van uw urine. Als u heel donkergekleurde of roze urine heeft, kunt u een blaasontsteking hebben.

Regelmatig dunne ontlasting

Bij de bestraling van de blaas, kan de endeldarm (het laatste stuk van de darm) reageren. Het voelt dan of u nodig naar de wc moet, maar er komt maar weinig ontlasting. Ook kunt u last krijgen van dunne ontlasting, al of niet met slijm erbij en/of een beetje bloed. Dit is een normale reactie. Nadat u gestopt bent met de bestraling, verminderen en verdwijnen de klachten meestal langzaam vanzelf.

Adviezen als u vaak moet poepen:

  • Eet meerdere kleine maaltijden per dag.
  • Drink voldoende: 1,5 tot 2 liter vocht per dag.
  • Beperk voedingsmiddelen en dranken die uw darmen stimuleren, zoals vetrijke maaltijden, alcohol, koolzuurhoudende dranken en scherpe kruiden.
  • Beperk voedingsmiddelen die gasvorming veroorzaken. Dit zijn: prei, peulvruchten, kool, ui, knoflook en kauwgom. Bloemkool en Chinese kool mogen wel.
  • Gebruik vezelrijke voeding. Vezels binden het vocht in de ontlasting. Fijne voedingsvezels prikkelen de darm minder dan grove voedingsvezels. Voorbeelden van voedingsmiddelen met fijne voedingsvezels zijn: All Bran®, Nutrigan®, bloem, havermout, griesmeel, maïzena, Bambix®, Brinta®, bruinbrood en fijn volkorenbrood, volkorenbeschuit, ontbijtkoek, aardappelen, fijngesneden gekookte groente en zeer fijngesneden rauwkost, geschild/ontpit fruit en vruchtensap.
  • Kies liever voor zure melkproducten (bijvoorbeeld karnemelk) dan voor zoete melkproducten.
  • Ga bij het plassen op het toilet zitten. Zo voorkomt u dat het ongewenste verlies van slijm en/of ontlasting uw kleding vies maakt.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Radiotherapie
(038) 424 54 49 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Laatst gewijzigd 22 december 2020 / 5625 / P