Contact
  1. 5625-Radiotherapie bij blaaskanker
Coronavirus (COVID-19) Hier vindt u belangrijke informatie over uw afspraak, onderzoek of behandeling.

Bijlage van het PID Blaaskanker

Radiotherapie (bestraling) wordt bij blaaskanker gegeven als:

  • er een tumor in de spier van de blaaswand groeit.
  • een operatie waarbij de blaas wordt verwijderd niet kan of niet wenselijk is.

Soms krijgt u naast radiotherapie ook chemotherapie. Hier leest u meer over bestraling bij blaaskanker.

Plasvoorschrift

Voor iedere bestraling vragen de laboranten u om naar het toilet te gaan. Door zoveel mogelijk uit te plassen, wordt uw blaas zo klein mogelijk. Hierdoor kan ook het bestralingsgebied klein gehouden worden. Zo wordt er minder gezond weefsel bestraald en is de kans op bijwerkingen kleiner.

Bijwerkingen

Zowel tijdens als na de periode van bestraling kunt u bijwerkingen krijgen. Meestal ontstaan deze bijwerkingen niet direct, maar pas na enige tijd. Ook verschillen de bijwerkingen van persoon tot persoon.
Algemene bijwerkingen van bestraling zijn vermoeidheid en huidirritatie. Daarnaast heeft u bij de bestraling van uw blaas kans op darmklachten, plasklachten, en bij de man, erectiestoornissen.

Vermoeidheid

Vermoeidheid komt vaak voor als bijwerking van bestraling. Het is dus geen direct gevolg van uw ziekte. Van deze vermoeidheid heeft u last tijdens de bestralingsbehandeling. Meestal verdwijnt de vermoeidheid weer langzaam als uw bestralingsbehandeling klaar is.

Adviezen bij vermoeidheid:

  • Probeer zoveel mogelijk uw dagelijkse activiteiten te blijven doen, maar doe uw activiteiten in een rustig tempo.
  • Beweeg als het kan regelmatig, vooral in de buitenlucht (wandelen, fietsen, tuinieren, (een beetje) sporten. Zo blijft u zo veel mogelijk in conditie.
  • Regel uw bezoek zo in dat het u niet te veel vermoeid.
  • Drink voldoende: een richtlijn is 1,5 à 2 liter per dag.
  • Een behulpzame app is de Untire app. Deze app helpt u om inzicht te krijgen en om te gaan met vermoeidheid. De app is gratis te downloaden in de Playstore en de Apple App Store.

Reactie van de huid

Soms treedt tijdens de behandeling een huidreactie op. De huid wordt dan rood en u kunt jeuk en een branderig gevoel krijgen. Risicoplekken voor een reactie zijn huidplooien, zoals bijvoorbeeld de liezen of de bilplooi. Gelukkig komt dit door de huidige technieken niet vaak meer voor.
Mocht u toch last krijgen van een huidreactie, vertel dit dan aan uw radiotherapeut of een van de laboranten. Op de afdeling Radiotherapie werken gespecialiseerde doktersassistenten. Zij kunnen u advies geven over het verzorgen van uw huid tijdens een huidreactie.

Adviezen voor verzorging van de huid:

  • Douchen mag, maar gebruik een neutrale zeep. Was de huid in het bestraalde gebied voorzichtig. Laat de zeep/shampoo hier liever langs lopen. Dep de huid na het douchen voorzichtig droog.
  • Gebruik geen zalven of crèmes op de bestraalde huid. Wilt u toch iets smeren? Overleg dit dan eerst met de behandelend arts, laboranten of doktersassistente.
  • Ga niet zwemmen of in bad. De huid wordt dan week en kan de bestraling minder goed verdragen.
  • Ga bij jeuk van de bestraalde huid niet krabben. Meld het optreden van jeuk aan de radiotherapeutisch laborant of uw radiotherapeut.
  • Draag geen stugge en schurende kledingstukken.
  • Plak geen pleisters op de bestraalde huid.
  • Fel zonlicht vergroot de kans op een huidreactie. U mag in de zon verblijven, maar dek de bestraalde huid dan goed af met kleding. Een maand nadat de huidreactie is verdwenen, mag de bestraalde huid weer voorzichtig aan zonlicht worden blootgesteld. Gebruik dan wel een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor, minimaal factor 30.
  • Gebruik geen hoogtezon, rode lamp, solarium of zonnebank tijdens de radiotherapie zonder eerst advies te vragen aan uw radiotherapeut.
  • Een aantal weken na de bestraling, wanneer de roodheid van de huid verdwenen is, kan uw huid wat droog en schraal aanvoelen. Gebruik dan wat olie en/of crème om uw huid te verzachten. Na afloop van de bestralingsserie kunt u uw eigen bodylotion of crème weer gebruiken. Tenzij de doktersassistente u andere adviezen heeft gegeven.

Vaak moeten plassen

De klachten die kunnen ontstaan lijken op die van een blaasontsteking:

  • vaak kleine beetjes plassen;
  • heel nodig moeten plassen (maar vaak laat de eerste straal op zich wachten en verloopt het plassen moeilijk of komt er niets);
  • een schrijnend gevoel tijdens het plassen;
  • pijn in de onderbuik;
  • kleine beetjes bloed in de urine.

Na beëindiging van de bestraling verdwijnen de klachten binnen enkele weken.

Adviezen bij vaak plassen:

  • Drink veel: 1,5 tot 2 liter per dag. Als u veel drinkt, verdunt de urine. U heeft dan minder kans op blaasontsteking;
  • Beperk alcoholische dranken;
  • Gebruik niet te veel kruiden;
  • Controleer altijd de kleur van uw urine. Als u heel donkergekleurde of roze urine heeft, kunt u een blaasontsteking hebben.

Frequente, dunne ontlasting

Bij de bestraling van de blaas, kan de endeldarm (het laatste stuk van de darm) reageren. Het voelt dan of u nodig naar de wc moet, maar er komt maar weinig ontlasting. Ook kunt u last krijgen van dunne ontlasting, al of niet met slijmbijmenging en/of een beetje bloed. Na beëindiging van de bestraling, verminderen en verdwijnen de klachten meestal langzaam vanzelf.

Adviezen bij frequente ontlasting:

  • Eet meerdere kleine maaltijden per dag.
  • Drink voldoende: 1,5 tot 2 liter vocht per dag.
  • Beperk voedingsmiddelen en dranken die uw darmen stimuleren, zoals vetrijke maaltijden, alcohol, koolzuurhoudende dranken en scherpe kruiden.
  • Beperk voedingsmiddelen die gasvorming veroorzaken. Dit zijn: prei, peulvruchten, kool, ui, knoflook en kauwgom. Bloemkool en Chinese kool mogen wel.
  • Gebruik vezelrijke voeding. Vezels binden het vocht in de ontlasting. Fijne voedingsvezels prikkelen de darm minder dan grove voedingsvezels. Voedingsmiddelen die fijne voedingsvezels bevatten zijn: All Bran®, Nutrigan®, bloem, havermout, griesmeel, maïzena, Bambix®, Brinta®, bruinbrood en fijn volkorenbrood, volkorenbeschuit, ontbijtkoek, aardappelen, fijngesneden gekookte groente en zeer fijngesneden rauwkost, geschild en ontpit fruit en vruchtensap.
  • Kies liever voor zure melkproducten (bijvoorbeeld karnemelk) dan voor zoete melkproducten.
  • Ga bij het plassen op het toilet zitten. Zo voorkomt u dat het ongewenste verlies van slijm en/of ontlasting uw kleding vies maakt.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Radiotherapie
(038) 424 54 49 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

30 april 2020 / 5625 / P