Contact
  1. 5626-Radiotherapie bij (voorstadium) borstkanker
Coronavirus (COVID-19) Hier vindt u belangrijke informatie over uw afspraak, onderzoek of behandeling.

Bijlage van het PID Borstkanker en PID DCIS

Radiotherapie (bestraling) is vaak een onderdeel van de totale behandeling van borstkanker. Andere behandelingen zijn bijvoorbeeld een operatie, hormonale therapie en chemotherapie. Welke behandeling u nodig heeft, hangt onder andere af van de omvang van de tumor, het soort tumor en uw leeftijd.

Uw chirurg heeft u verwezen naar de afdeling Radiotherapie voor een bestralingsbehandeling. Wij zien u meestal zo’n 3 weken na uw operatie op de afdeling Radiotherapie. Op voorwaarde dat:

  • de uitslag van de operatie bekend is;
  • u niet eerst chemotherapie hoeft te ondergaan.

Radiotherapie

Na een borstsparende operatie

Na een borstsparende operatie wordt u in de meeste gevallen bestraald op het resterende borstweefsel. Dit verkleint de kans dat de tumor terugkeert. De bestralingsbehandeling bestaat uit een serie bestralingen op de gehele borst. Soms met een extra dosis in het operatiegebied, ook wel een ‘boost’ genoemd. In sommige gevallen kunnen ook de lymfekliergebieden in de oksel en/of boven het sleutelbeen en/of achter het borstbeen bestraald worden.

Na een borstamputatie

Na een borstamputatie wordt soms de borstwand bestraald. Ook de lymfekliergebieden in de oksel en/of boven het sleutelbeen en/of achter het borstbeen kunnen daarnaast bestraald worden. Het doel is om de kans op terugkeer van de tumor te verkleinen. Soms wordt er tijdens de bestraling een speciaal materiaal op het litteken gelegd. Dit materiaal heeft dezelfde dichtheid als de huid er zorgt ervoor dat ook in het litteken genoeg bestralingsdosis komt. Dit is niet altijd nodig.

IMRT-techniek

U wordt vanuit verschillende richtingen bestraald. Dit kan variëren van 3 tot 15 bestralingsbundels. IMRT (intensity modulated radiotherapy) is één van de technieken die daarbij gebruikt kan worden. Dit houdt in dat sommige van deze bestralingsbundels bestaan uit verschillende kleine bundels. De intensiteit van deze kleine bundels varieert. Hierdoor kunnen we de bestralingsdosis beter verdelen over het gebied. Bovendien kunnen we het omliggende gezonde weefsel zoveel mogelijk sparen. Dan is er minder kans op bijwerkingen.

Duur

De behandelingstijd ligt tussen de 10 en 20 minuten. Tijdens de bestraling ligt u alleen in de bestralingsruimte. De radiotherapeutisch laboranten kunnen u op de monitoren zien en via een intercom horen.

Breathhold

Breathhold is Engels voor ‘ingehouden adem’. Deze techniek kan worden toegepast bij de bestraling van de linkerborst. Door tijdens de bestraling de adem in te houden, wordt het gemakkelijker om de stralingsdosis in uw hart te verlagen.
Op de website van de afdeling Radiotherapie leest u meer over bestralingstechnieken.

Bijwerkingen

Zowel tijdens als na de bestralingsperiode kunt u last hebben van bijwerkingen. Deze zijn onder andere afhankelijk van de plek waar u bestraald wordt en de hoeveelheid bestralingsdosis. Meestal heeft u niet direct last van bijwerkingen, maar ontstaan ze in de loop van de bestralingsserie. Bijwerkingen verschillen ook per persoon. Uw behandelend arts bespreekt met u welke bijwerkingen u kunt verwachten.
Hieronder leest u meer over de mogelijke bijwerkingen van radiotherapie bij borstkanker.

Huidreactie

Soms treedt tijdens de behandeling een huidreactie op. De huid wordt dan rood en u kunt jeuk en een branderig gevoel krijgen.
Vooral in huidplooien, zoals onder de borst en in de oksel of het gebied rond de tepel treden eerder huidreacties op. Op de afdeling Radiotherapie werken gespecialiseerde doktersassistenten. Zij kunnen u advies geven over het verzorgen van de huid bij een huidreactie.

Na afloop van de bestralingsserie komt een droge schilferige vervelling van de huid vaak voor.
In zeldzame gevallen ontstaat een bruine verkleuring van de bestraalde huid. Deze verkleuring verdwijnt over het algemeen vanzelf in de loop van enkele maanden tot een jaar.

Verbandmiddelen

Soms is de huidreactie wat heftiger en kan er een oppervlakkige wond ontstaan. Dit ontstaat meestal in de huidplooien. Op kleine plekken kan de bovenste laag van de huid loslaten en kan er uit deze plek vocht komen. De doktersassistente geeft u dan speciale verbandmaterialen mee. Deze verbandmiddelen kunnen bij u thuis bezorgd worden, ook na afloop van de bestralingsserie. Deze verbandmiddelen:

  • laten de huid ademen;
  • zorgen voor een optimaal klimaat zodat de huid sneller herstelt;
  • geven verlichting doordat uw kleding minder tegen de huid schuurt.

Adviezen voor verzorging van de huid:

  • Douchen mag, maar gebruik wel een neutrale zeep. Was de borst voorzichtig, laat de zeep/shampoo hier liever langs lopen. Dep na het douchen de borst voorzichtig droog.
  • Gebruik geen zalven of crèmes op de bestraalde huid. Wilt u toch iets smeren? Overleg dit dan eerst met de behandelend arts, laboranten of doktersassistente.
  • Ga niet zwemmen of in bad. De huid wordt dan week en kan de bestraling minder goed verdragen.
  • Ga bij jeuk van de bestraalde huid niet krabben. Meld het optreden van jeuk aan de radiotherapeutisch laborant of uw radiotherapeut.
  • Vermijd stugge en schurende kledingstukken.
  • Plak geen pleisters op de bestraalde huid.
  • Gebruik geen alcoholhoudende deodorant onder de oksel. Deodorant van het merk Neutral of Deoleen is toegestaan. Een roller is meestal beter voor de huid dan een spray. Bij een eventuele huidreactie moet u meteen stoppen met het gebruik van de deodorant.
  • Fel zonlicht vergroot de kans op een huidreactie. U mag in de zon verblijven, maar dek de bestraalde huid dan goed af met kleding. Een maand nadat de huidreactie is verdwenen, mag de bestraalde huid weer voorzichtig aan zonlicht worden blootgesteld. Gebruik dan wel een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor, minimaal factor 30.
  • Ga niet onder de hoogtezon, rode lamp, solarium of zonnebank tijdens de radiotherapie zonder eerst advies te vragen aan uw radiotherapeut.
  • Een aantal weken na de bestraling, wanneer de roodheid van de huid verdwenen is, kan de huid wat droog en schraal aanvoelen. Het gebruik van olie en/of crème helpt om de huid te verzachten. Na afloop van de bestralingsserie mag u uw eigen bodylotion of crème weer gebruiken. Tenzij dit anders besproken is met de doktersassistente.

Vermoeidheid

Vermoeidheid komt vaak voor als bijwerking van bestraling. Het is dus geen direct gevolg van uw ziekte. Van deze vermoeidheid heeft u last tijdens de bestralingsbehandeling. Meestal verdwijnt de vermoeidheid weer langzaam als uw bestralingsbehandeling klaar is.

Adviezen bij vermoeidheid:

  • Rust wat meer (ga wat vroeger naar bed en sta ’s morgens wat later op). Ook een dutje overdag kan helpen (maar kan ook de nachtrust verminderen).
  • Probeer zoveel mogelijk uw dagelijkse activiteiten te blijven doen, maar doe uw activiteiten in een rustig tempo.
  • Regel uw bezoek zo in dat het u niet teveel vermoeid.
  • Drink voldoende: een richtlijn is 1,5 à 2 liter per dag.
  • Een behulpzame app is de Untire app. Deze app helpt u om inzicht te krijgen en om te gaan met vermoeidheid. De app is gratis te downloaden in de Playstore en de Apple app store.

Haar

Als uw oksel in het te bestralen gebied ligt, zal uw okselhaar na enkele weken uitvallen. Dit is vaak blijvend.

Bijwerkingen in relatie tot de borst(wand)

Uw borst kan tijdens de bestraling voller en stugger worden. Dit komt door vochtophoping. Na de bestralingsbehandeling vermindert dit geleidelijk, maar soms verdwijnt het niet helemaal. Knellende kleding zit dan niet lekker. Ook kan er in het operatiegebied hard aanvoelend littekenweefsel ontstaan. Vraag gerust uw behandelend artsen om advies als u klachten heeft.

De borst(wand) kan soms pijnlijk zijn: branden en steken. Deze pijn wordt na de bestralingen minder, maar de borst(wand) blijft vaak gevoeliger dan voorheen. De klachten zijn een gevolg van zowel de operatie als de bestralingen. Ook kunnen uw ribben gevoelig zijn. Dit is een reactie van het botvlies op de bestralingen.

Vaak voelt de bestraalde borst/borstwand op de lange termijn wat stugger aan dan de niet bestraalde kant. Dit komt door littekenvorming in het onderhuids weefsel en de spieren van het bestraalde gebied. Ook kan de borst hierdoor op de lange termijn wat krimpen. De mate waarin dit gebeurt, verschilt per persoon. Dit hangt ook af van de operatie.

Lymfoedeem van de arm

Lymfoedeem (vochtophoping) in de arm is vooral een gevolg van het weghalen van de oksellymfklieren. Na een okselkliertoilet heeft u 30% kans op lymfeoedeem in de arm. Ook na bestraling van de oksel kan lymfeoedeem ontstaan. De kans hierop is wel kleiner: 15%.

Zwelling van de arm door lymfevocht treedt soms pas jaren na de behandeling. Vaak is dit blijvend. Naast de arm kan het lymfevocht zich ook ophopen in de borst of borstwand. Er zijn verschillende behandelmethoden tegen lymfoedeem. Uw behandelend arts kan u zo nodig verwijzen.

​Voorlichtingsfilm

Ter voorbereiding op uw behandeling kunt u de voorlichtingsfilm over breathhold bekijken of bezoek onze website voor meer voorlichtingsfilms (www.isala.nl/filmsradiotherapie).

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Radiotherapie
(038) 424 54 49 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

3 mei 2020 / 5626 / P