Contact
  1. 5627-Radiotherapie endeldarmkanker

Bijlage van het PID Endeldarmkanker

Meestal wordt een tumor van de endeldarm operatief verwijderd. Daarnaast kunt u voor de operatie of juist na de operatie bestraald worden. Ook kan er alleen bestraling plaatsvinden zonder operatie. Uw radiotherapeut kijkt welke behandeling het beste voor u is.

Plasvoorschrift

Tijdens uw bestraling is het belangrijk dat uw blaas op een bepaalde manier gevuld is. Dit doet u door:

  • 1 uur voor uw afgesproken bestralingstijd te plassen.
  • Meteen daarna drinkt u twee tot drie glazen water (in totaal zo’n 400 ml en dit binnen 10 à 15 minuten).

Zo is uw blaas precies tijdens de bestraling gevuld. Na de bestraling mag u dan weer uitplassen. De voordelen van een gevulde blaas tijdens de behandeling zijn:

  1. Minder kans op bijwerkingen – bij een gevulde blaas wordt een kleiner deel van de blaas mee-bestraald, met als resultaat minder irritaties van de blaaswand.
  2. Een nauwkeuriger bestraling – een min of meer gelijke blaasvulling draagt bij aan de nauwkeurigheid van de bestralingen.

Bijwerkingen

Zowel tijdens als na de periode van bestraling kunt u bijwerkingen krijgen. Meestal ontstaan deze bijwerkingen niet direct, maar pas na enige tijd. Ook verschillen de bijwerkingen van persoon tot persoon.
Algemene bijwerkingen van bestraling zijn vermoeidheid en huidirritatie. Daarnaast heeft u bij de bestraling van uw endeldarm kans op darmklachten en plasklachten.

Vermoeidheid

Vermoeidheid komt vaak voor als bijwerking van bestraling. Het is dus geen direct gevolg van uw ziekte. Van deze vermoeidheid heeft u last tijdens de bestralingsbehandeling. Meestal verdwijnt de vermoeidheid weer langzaam als uw bestralingsbehandeling klaar is.

Tips:

  • Probeer zoveel mogelijk uw dagelijkse dingen te blijven doen, maar doe uw activiteiten in een rustig tempo.
  • Beweeg als het kan regelmatig, vooral in de buitenlucht (wandelen, fietsen, tuinieren, (een beetje) sporten. Zo blijft u zo veel mogelijk in conditie.
  • Regel uw bezoek zo in dat het u niet teveel vermoeid.
  • Drink voldoende: een richtlijn is 1,5 à 2 liter per dag.
  • Een behulpzame app is de Untire app. Deze app helpt u om inzicht te krijgen en om te gaan met vermoeidheid. De app is gratis te downloaden in de Playstore en de Apple app store.

Huidreactie

Soms treedt tijdens de behandeling een huidreactie op. De huid wordt dan rood en u kunt jeuk en een branderig gevoel krijgen. Risicoplekken voor een reactie zijn huidplooien, zoals bijvoorbeeld de liezen of de bilplooi. Gelukkig komt dit door de huidige technieken niet vaak meer voor.
Mocht u toch last krijgen van een huidreactie, vertel dit dan aan uw radiotherapeut of één van de laboranten. Op de afdeling Radiotherapie werken gespecialiseerde doktersassistenten. Zij kunnen u advies geven over het verzorgen van uw huid tijdens een huidreactie.

Wat kunt u zelf doen:

Adviezen voor verzorging van de huid tijdens radiotherapiebehandeling:

  • Douchen mag, maar gebruik wel een neutrale zeep. Was de huid in het bestraalde gebied voorzichtig. Laat de zeep/shampoo hier liever langs lopen. Dep de huid na het douchen voorzichtig droog.
  • Gebruik geen zalven of crèmes op de bestraalde huid. Wilt u toch iets smeren? Overleg dit dan eerst met de behandelend arts, laboranten of doktersassistente.
  • Ga niet zwemmen of in bad. De huid wordt dan week en kan slechter tegen de bestraling.
  • Ga bij jeuk van de bestraalde huid niet krabben. Meld het optreden van jeuk aan de radiotherapeutisch laborant of uw radiotherapeut.
  • Draag geen stugge en schurende kledingstukken.
  • Plak geen pleisters op de bestraalde huid.
  • Fel zonlicht vergroot de kans op een huidreactie. U mag in de zon verblijven, maar dek de bestraalde huid dan goed af met kleding. Een maand nadat de huidreactie is verdwenen, mag de bestraalde huid weer voorzichtig aan zonlicht worden blootgesteld. Gebruik dan wel een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor, minimaal factor 30.
  • Gebruik geen hoogtezon, rode lamp, solarium of zonnebank tijdens de radiotherapie zonder eerst advies te vragen aan uw radiotherapeut.
  • Een aantal weken na de bestraling, wanneer de roodheid van de huid verdwenen is, kan uw huid wat droog en schraal aanvoelen. Gebruik dan wat olie en/of crème om uw huid te verzachten. Na afloop van de bestralingsserie kunt u uw eigen bodylotion of crème weer gebruiken. Tenzij de doktersassistente u andere adviezen heeft gegeven.

Frequente, dunne ontlasting

Bij de bestraling van de endeldarm, kunnen uw darmen reageren omdat deze daar in de buurt liggen. U krijgt dan vaker aandrang tot ontlasting, maar heeft dan maar een klein beetje ontlasting.
Na enige tijd kan de ontlasting ook dun worden, met slijmbijmenging en/of een beetje bloed.
Als u klaar bent met de bestralingsbehandelingen, verminderen en verdwijnen deze klachten meestal vanzelf.
Heeft u een stoma, dan kan het zijn dat er slijmverlies optreedt tijdens de bestralingsperiode. Hier hoeft u zich geen zorgen over te maken.

Tips:

  • Eet meerdere kleine maaltijden per dag.
  • Drink voldoende: 1,5 tot 2 liter vocht per dag.
  • Beperk voedingsmiddelen en dranken die uw darmen stimuleren, zoals vetrijke maaltijden, alcohol, koolzuurhoudende dranken en scherpe kruiden.
  • Beperk voedingsmiddelen die gasvorming veroorzaken. Dit zijn: prei, peulvruchten, kool, ui, knoflook en kauwgom. Bloemkool en Chinese kool mogen wel.
  • Gebruik vezelrijke voeding. Vezels binden het vocht in de ontlasting. Fijne voedingsvezels prikkelen de darm minder dan grove voedingsvezels. Voedingsmiddelen die fijne voedingsvezels bevatten zijn: All Bran®, Nutrigan®, bloem, havermout, griesmeel, maïzena, Bambix®, Brinta®, bruinbrood en fijn volkorenbrood, volkorenbeschuit, ontbijtkoek, aardappelen, fijngesneden gekookte groente en zeer fijngesneden rauwkost, geschild en ontpit fruit en vruchtensap.
  • Zure melkproducten (bijvoorbeeld karnemelk) hebben de voorkeur boven zoete melkproducten.
  • Ga ook bij het plassen op het toilet zitten. Hiermee voorkomt u dat het ongewenste verlies van slijm en/of ontlasting uw kleding vies maakt.

Vaak moeten plassen

Een gedeelte van uw blaas ligt in het te bestralen gebied. Daardoor kunnen klachten ontstaan. Door u aan het plasvoorschrift te houden, zorgt u ervoor dat uw blaas steeds gedeeltelijk gevuld is tijdens de bestraling. Dit helpt om uw blaas zoveel mogelijk buiten het bestralingsgebied te houden.

De klachten die kunnen ontstaan lijken op die van een blaasontsteking:

  • vaak kleine beetjes plassen;
  • een dringende behoefte om te plassen (vaak laat de eerste straal op zich wachten en verloopt het plassen moeilijk of komt er niets);
  • een schrijnend gevoel tijdens het plassen;
  • pijn in de onderbuik;
  • troebele urine.

Tips:

  • Drink veel: 1,5 tot 2 liter per dag. Als u veel drinkt, verdunt dit uw urine waardoor de kans op blaasontsteking afneemt.
  • Beperk alcoholische dranken.
  • Gebruik niet te veel kruiden.
  • Controleer altijd de kleur van uw urine: heel donkergekleurde of roze urine kan op een blaasontsteking wijzen.

Voorlichtingsfilm

Ter voorbereiding op uw behandeling kunt u de voorlichtingsfilms op onze website bekijken (www.isala.nl/filmsradiotherapie).

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Radiotherapie
(038) 424 54 49 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

30 december 2019 / 5627 / P

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.