Contact
  1. 5740-Kinderen en jongeren in ziekenhuis

Rechten en plichten

​Net als volwassenen hebben kinderen en jongeren patiëntenrechten. Hier lichten we ze per leeftijdsgroep toe.

Wat is de WGBO?

Kinderen zijn minderjarig en staan onder gezag, meestal van hun ouders. Wat betekent dat? Heeft dat ook betekenis voor hun rechten als patiënt?
De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt de relatie tussen de patiënt en de zorgverlener. Patiëntenrechten van minderjarigen zijn ook vastgelegd in deze wet. De wet onderscheidt drie leeftijdsgroepen:

  • kinderen tot 12 jaar;
  • kinderen van 12 tot 16 jaar;
  • jongeren vanaf 16 jaar.

Voor iedere groep gelden aparte regels.

Tot 12 jaar

Kinderen tot 12 jaar vallen volledig onder de zeggenschap van de ouders. Ze mogen niet zelf beslissen. Dat doen hun ouders voor hen. Tot 12 jaar is het kind in de gezondheidszorg dus afhankelijk van de ouders en de zorgverleners. Toch begrijpen jonge kinderen vaak goed wat er met hen gebeurt. Daarom moeten de ouders en zorgverleners het kind zo veel mogelijk bij de behandeling betrekken.

Recht op informatie

Zowel het kind als de ouders hebben recht op informatie. Het kind krijgt een duidelijke uitleg, op een voor hem begrijpelijke manier. Dan weet hij wat er gaat gebeuren en kan hij beter meewerken aan een behandeling.

De ouders krijgen volledige informatie. De zorgverlener is verplicht aan de ouders uitleg te geven over de ziekte van het kind, over de verschillende mogelijkheden van onderzoek en behandeling, en over de voor- en nadelen die hieraan verbonden zijn. Op basis daarvan kunnen zij beslissen over de behandeling van hun kind.

Toestemming voor behandeling

De ouders moeten toestemming geven voor onderzoek en behandeling van hun kind. Zij zullen de mening van hun kind bij hun besluit betrekken. Ook de zorgverlener wil weten wat het kind zelf zegt. Voor bijzondere situaties gelden bijzondere regels.

  • Wanneer ouders hun kind een bepaalde behandeling willen laten ondergaan, kan de zorgverlener besluiten aan deze wens geen gevolg te geven als hij van mening is dat de behandeling niet in het belang van het kind is (om dezelfde reden kan hij ook weigeren de ouders het medisch dossier te laten inzien).
  • Soms weigeren ouders hun toestemming te geven voor een bepaalde behandeling. Zij willen bijvoorbeeld niet, op religieuze gronden, dat hun kind een bloedtransfusie krijgt.
  • Die weigering kan het leven van het kind in gevaar brengen. De zorgverlener mag dan de behandeling niet zonder meer uitvoeren. Wel kan hij de rechter vragen tijdelijk het gezag van de ouders over het kind te beperken om de behandeling toch mogelijk te maken.
  • Wanneer ouders en zorgverleners een behandeling nodig vinden, kan het kind tot 12 jaar deze niet weigeren. Wel kan een zorgverlener bij wijze van uitzondering gevolg geven aan de wens van het kind om een bepaalde behandeling niet te ondergaan. Hij moet er dan van overtuigd zijn dat het kind in staat is zelf te beslissen. Zo’n situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen met een kind dat langdurig ernstig ziek is en dat uit ervaring weet hoe belastend de behandeling is.
  • De zorgverlener mag altijd zonder de toestemming van de ouders handelen in acute situaties, wanneer hij direct moet ingrijpen om nadelige gevolgen voor het kind te voorkomen.

Aanwezigheid bij de behandeling

De ouders behartigen de belangen van hun kind. Zij hebben het recht om bij behandelingen, onderzoeken en de voorbereiding op de operatie van hun kind aanwezig te zijn. In veel gevallen zal dat het kind geruststellen. Zij zijn niet verplicht erbij te zijn. Ouders kunnen echter niet aanwezig zijn bij de operatie van hun kind.

Inzage in het medisch dossier

De ouders hebben recht op inzage in het medisch dossier van hun kind.

  • Zij kunnen ook, tegen een vergoeding van kosten, een kopie krijgen van het dossier of een gedeelte daarvan.
  • Inzage zal meestal samen met de zorgverlener plaatsvinden; die kan dan meteen uitleg geven.
  • Als inzage niet in het belang is van het kind, mag de zorgverlener die weigeren. De ouders kunnen dan niet nakijken wat er met hun kind gebeurt.
  • De zorgverlener mag kinderen onder 12 jaar niet zelf inzage verlenen.
  • Wel kunnen de ouders het dossier aan hun kind laten lezen.

Samengevat:

  • De ouders moeten worden geïnformeerd.
  • Het kind moet ook worden geïnformeerd, waarbij de informatie op het bevattingsvermogen van het kind moet zijn afgestemd.
  • Het zijn de ouders die een behandelingsovereenkomst met de behandelaar aangaan en die toestemming moeten geven. Voor bijzondere situaties gelden bijzondere regels.
  • Het kind moet zo veel mogelijk worden betrokken bij de beslissingen die worden genomen.
  • De ouders hebben het recht het medisch dossier in te zien (tenzij inzage niet in het belang van het kind is), het kind niet. Als de ouders dat willen, kunnen zij het dossier, of een gedeelte daarvan, met hun kind doornemen.

Van 12 tot 16 jaar

Kinderen van 12 tot 16 jaar hebben volgens de wet bij medische behandelingen of onderzoeken een belangrijke eigen stem.

Als het gaat om een medische behandeling wordt hun mening serieus genomen. Het gaat immers om beslissingen over hun eigen lichaam. Daarom kunnen zij alleen worden behandeld als zij daarvoor zelf ook toestemming geven.

Recht op informatie

Zowel het kind zelf als de ouders hebben recht op volledige informatie.
De zorgverlener moet de informatie op zo’n manier geven dat het kind het kan begrijpen.

Toestemming voor behandeling

Zowel het kind als de ouders moeten toestemming geven voor een behandeling. Als een van hen die toestemming weigert, mag in beginsel de behandeling niet plaatsvinden. De zorgverlener zal altijd proberen om allen op één lijn te krijgen. Overigens mag de zorgverlener in acute situaties waarin niet-behandelen gevaarlijk is voor het kind, wel zonder toestemming van ouders en kind behandelen.

Wanneer kind en ouders met elkaar van mening verschillen, hangt het van het bevattingsvermogen van het kind af of zijn mening zwaarder wordt gewogen dan die van de ouders. Het is aan de zorgverlener om dit in te schatten. Voor deze bijzondere situaties gelden onderstaande bijzondere regels.

Het kind wil wel, de ouders niet

Als een kind een bepaalde behandeling wil maar de ouders zijn het er niet mee eens, dan kan die behandeling in principe niet doorgaan.
De toestemming van de ouders ontbreekt. Wellicht wil het kind de behandeling per se doorzetten. De zorgverlener kan dan besluiten om toch de wens van het kind te volgen. Hij zal zich afvragen in hoeverre hij de behandeling direct moet uitvoeren. Misschien kan hij die zonder schade uitstellen, totdat het kind zelfstandig mag beslissen en niet meer de toestemming van de ouders nodig heeft.

Als een behandeling plaatsvindt waarvoor de ouders geen toestemming hebben gegeven, dan moeten zij wel betalen. Ouders hebben altijd de verplichting de kosten van verzorging en opvoeding van hun kind te dragen.

Het kind wil wel en de ouders mogen het niet weten

Als het kind niet wil dat zijn ouders worden geïnformeerd, kunnen de ouders ook niet hun toestemming geven voor de behandeling. Dan moet de zorgverlener besluiten of hij zal behandelen. Hij zal hem eerst proberen te overtuigen om zijn ouders er toch bij te betrekken.

Wil het kind dat echt niet, dan moet de zorgverlener inschatten hoe goed het kind voor zichzelf kan beslissen. Vertrouwt hij het kind daarin, dan zal hij het behandelen zonder de ouders te informeren.

Als de ouders niet mogen worden geïnformeerd, kunnen zij ook geen rekening krijgen. Het kind moet de betaling dan zelf regelen. Bijvoorbeeld via zijn zorgverzekering. Niet altijd is dat mogelijk. Dan zal het kind de behandeling zelf moeten betalen, of met de arts een afbetaling moeten regelen.

Het kind wil niet, de ouders wel

Als een kind een behandeling niet wil, kan niemand die afdwingen. Het maakt niet uit of de ouders de behandeling wel wensen. De zorgverlener mag niet behandelen. Hij moet er wel van overtuigd zijn dat het kind de gevolgen van zijn beslissing kan overzien. Wanneer de behandeling noodzakelijk is, zal de zorgverlener met het kind overleggen. Hij zal naar een mogelijkheid moeten zoeken die het kind wel accepteert.

Aanwezigheid bij de behandeling

De ouders mogen bij behandeling en onderzoek aanwezig zijn. Misschien vindt het kind dat niet prettig of voelt een zorgverlener aan dat het kind dat niet prettig zal vinden. Het kind kan vragen of de ouders weggaan of de zorgverlener kan het kind apart nemen. Ouders kunnen echter niet aanwezig zijn bij de operatie van hun kind.

Inzage in het medisch dossier

Zowel de ouders als het kind kunnen inzage krijgen in het medisch dossier. Het kind kan bezwaar maken tegen inzage door de ouders. Wanneer de zorgverlener het kind in staat acht daarover te beslissen, zal hij de ouders geen inzage verlenen.

Het kind kan ook alleen om inzage in zijn dossier vragen. Ook dat zal de zorgverlener toestaan, als hij het kind verstandig genoeg vindt. Daarbij zal de leeftijd meespelen: hij zal het eerder aan een jongere van bijna zestien jaar toestaan dan aan een twaalfjarige.

Is een behandeling of onderzoek zonder de toestemming van de ouders uitgevoerd, dan hebben de ouders alleen recht op informatie en inzage in het dossier als het kind hierin toestemt. Het kind kan willen dat zijn ouders niet worden geïnformeerd en dat hun niet om toestemming wordt gevraagd. De zorgverlener kan dan aan die wens gevolg geven als hij vindt dat het kind, letterlijk, oud en wijs genoeg is om hier zelf over te beslissen.

Geheimhouding

Omdat zowel de ouders als het kind hun toestemming moeten geven voor een behandeling, zijn zij beiden op de hoogte van de situatie van het kind.
Een kind kan de zorgverlener verzoeken zijn ouders niet in te lichten. Wanneer de zorgverlener het kind in staat acht daarover een beslissing te nemen, zal hij dit verzoek respecteren.

Samengevat:

  • Zowel het kind als de ouders hebben er recht op te worden geïnformeerd.
  • Behalve de ouders moet ook het kind zelf toestemming geven voor een onderzoek of behandeling. Voor bijzondere situaties gelden bijzondere regels.
  • Het kind heeft recht op inzage in zijn medisch dossier. Het verlenen van inzage aan de ouders is niet toegestaan zonder de toestemming van het kind, zij het dat de zorgverlener rekening moet houden met de betrokkenheid van de ouders.

Vanaf 16 jaar

Vanaf 16 jaar mogen jongeren zelf beslissingen nemen over hun medische behandeling.
Zij hebben dezelfde patiëntenrechten als volwassenen. In zaken die te maken hebben met hun gezondheid, worden zij dus niet meer als minderjarig beschouwd, ook al zijn ze nog geen 18 jaar.

Recht op informatie

Een jongere heeft recht op volledige informatie. De ouders krijgen die informatie niet meer, tenzij de jongere daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft.

Toestemming voor de behandeling

Een jongere geeft zelf toestemming voor een behandeling. Toestemming van de ouders is niet meer nodig. Dus ook als de ouders het er niet mee eens zijn, kan de jongere behandeld worden.

Een jongere mag een bepaalde behandeling weigeren. Zelfs als die medisch gezien noodzakelijk is en de ouders en zorgverlener die wel verstandig vinden. De zorgverlener moet de mening van de jongere respecteren. In acute situaties mag de zorgverlener behandelen zonder dat de jongere zijn toestemming heeft gegeven.

Aanwezigheid bij de behandeling

De ouders mogen niet meer standaard bij behandeling en onderzoek van hun kind zijn. Zij kunnen dat niet afdwingen. Als een jongere het op prijs stelt, mogen ze er uiteraard wel bij zijn.

Inzage in het medisch dossier

Een jongere kan zelf inzage in zijn medisch dossier vragen. Hij heeft daarvoor geen toestemming van zijn ouders nodig. Hij kan ook een kopie van het dossier of een gedeelte daarvan krijgen.

Daarvoor volgt de jongere dezelfde procedure als voor het vragen van inzage. De ouders hebben geen recht dit dossier in te zien, tenzij hun kind met inzage door zijn ouders instemt.

Vrije keuze zorgverlener

Een jongere kan zelf bepalen naar welke zorgverlener hij gaat. Hij is wel aan een aantal praktische beperkingen gebonden.

  • De zorgverzekering moet de kosten vergoeden
  • Er moet plaats zijn in de praktijk van de zorgverlener.

Financiën

Een jongere maakt zelf afspraken met een zorgverlener over een medische behandeling. Dat maakt hem ook verantwoordelijk voor de financiële gevolgen van die afspraken. Vaak is dat geen probleem omdat de zorgverzekering de kosten dekt. Maar soms is een eigen bijdrage verschuldigd of zijn niet alle behandelingen verzekerd. Dan spreekt de verzekeraar in eerste instantie de jongere zelf aan. Kan die niet betalen, dan zijn de ouders verplicht de rekening te voldoen. Hun verplichting om de kosten van verzorging en opvoeding te betalen blijft namelijk bestaan totdat hun kind 18 jaar is.

Samengevat:

  • De jongere heeft er recht op volledig te worden geïnformeerd; de ouders worden alleen geïnformeerd als hun kind daarmee akkoord gaat.
  • De jongere kan zelfstandig beslissen of hij voor een medisch onderzoek of behandeling toestemming geeft; hij heeft geen toestemming van de ouders nodig. Voor acute situaties geldt een uitzondering: als er gevaar bestaat voor het leven van de patiënt mag een zorgverlener zonder toestemming altijd handelend optreden.
  • De jongere heeft het recht om zijn medisch dossier in te zien; daarvoor is geen toestemming van zijn ouders nodig. De ouders mogen het medisch dossier inzien als de jongere daarmee akkoord gaat.

Privacy

De zorgverlener heeft op grond van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst onder meer de plicht om die gegevens over uw kind vast te leggen die nodig zijn voor een goede hulpverlening. Ten aanzien van deze gegevens bestaat een geheimhoudingsplicht.

Uitzonderingen

Elke Isala-medewerker, huisarts en thuisapotheek die bij de behandeling van uw kind betrokken is, is tot geheimhouding verplicht over alle gegevens waarvan hij beroepshalve kennis neemt. Hierop zijn echter uitzonderingen.

  • Aan artsen die betrokken zijn bij het behandelen en begeleiden van uw kind, wordt informatie verstrekt die zij nodig hebben om hun werk goed te doen.
  • Aan artsen werkzaam in de jeugdgezondheidszorg (dat wil zeggen: artsen van het consultatiebureau en de GGD) wordt belangrijke medische informatie verstrekt.

Dit is in het belang van uw kind.

Bezwaar

Als u bezwaar hebt tegen het doorsturen van medische informatie aan artsen in de jeugdgezondheidszorg, verzoeken wij u dit zo spoedig mogelijk mondeling en schriftelijk door te geven aan de behandelend arts van uw kind.

Voor een optimale zorgverlening en ter voorkoming van dubbel onderzoek is het soms zinvol dat de zorgverlener kennis neemt van gegevens die al eerder in Isala over uw kind zijn vastgelegd. Als zo’n situatie zich voordoet, dan worden gegevens tussen zorgverleners uitgewisseld. Heeft u hier echter bezwaren tegen, dan kunt u dit bespreken met degene die uw kind behandelt. U kunt zich hiervoor ook schriftelijk wenden tot de privacyfunctionaris.
Sommige gevoelige gegevens worden alleen uitgewisseld als u daarvoor uitdrukkelijk toestemming geeft. Voorbeelden van dergelijke gegevens zijn psychiatrische en psychologische gegevens.

Kwaliteitsregistratie

Het ziekenhuis is wettelijk verplicht de kwaliteit van zorg systematisch te bewaken en te verbeteren. Dit kan alleen als het ziekenhuis daarnaar onderzoek doet. Bij dat onderzoek gebruikt het ziekenhuis geanonimiseerde gegevens van patiënten. Zoals de meeste ziekenhuizen geeft Isala ook gegevens door aan instanties die deze landelijk bewerken. Enkele voorbeelden zijn:

  • de landelijke medische registratie (LMR);
  • de kankerregistratie;
  • het letsel informatiesysteem (LIS);
  • de verloskundige registratie.

Deze gegevens zijn ontdaan van persoonlijke informatie zoals naam en adres. Als één van deze instanties vervolgonderzoek wil doen, wordt u door Isala benaderd. Wij verstrekken persoonlijke gegevens niet aan deze instanties zonder toestemming van u. De regels over het gebruik van deze gegevens staan in een reglement.

De wettelijke bewaartermijn voor patiëntendossiers is vijftien jaar.
Hierop zijn de volgende uitzonderingen gemaakt:

  • neonatologie: bewaren tot en met 33e levensjaar;
  • ingrijpende operaties bij kinderen: bewaren tot en met 33e levensjaar.

Als de behandeling van uw kind is beëindigd en u wilt na verloop van tijd nog inzage in het medisch dossier, dan kunt u een verzoek hiertoe indienen bij de privacyfunctionaris. Dit verzoek, voorzien van een kopie van een geldig legitimatiebewijs, kunt u schriftelijk of per mail richten aan:

Isala klinieken
T.a.v. privacyfunctionaris
Postbus 10400
8000 GK Zwolle
privacy.functionaris@isalaklinieken.nl
Telefonisch kunt u de privacyfunctionaris bereiken via (038) 424 72 55.

Wetenschappelijk onderzoek

In Isala vindt wetenschappelijk onderzoek plaats. Wetenschappelijk onderzoek is nodig om meer kennis op te doen en betere behandelmethoden te ontwikkelen. Het is mogelijk dat u en/of uw kind gevraagd worden mee te werken aan een bepaald onderzoek, bijvoorbeeld om de werking van een nieuw geneesmiddel te toetsen.

De zorgverlener/onderzoeker heeft de plicht u en/of uw kind uitvoerig te informeren over het onderzoek en welke medewerking van u wordt gevraagd. Daarna beslissen u en/of uw kind zelf of uw kind al dan niet aan een onderzoek meedoet. Welke beslissing ook wordt genomen, het heeft geen nadelige gevolgen voor de behandeling.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar uw kind onder behandeling is:

Zwolle of Kampen

Kindergeneeskunde
(038) 424 50 50 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel of Steenwijk

Orthopedie
(0522) 23 32 41 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak..

 

Klachten

Het kan voorkomen dat u en/of uw kind over sommige onderdelen van behandeling of verblijf niet tevreden bent. Dan horen wij dat graag van u. Uw ervaringen kunnen voor ziekenhuismedewerkers een belangrijk signaal zijn om bepaalde zaken te verbeteren.
Hebt u opmerkingen, klachten of problemen, bespreek die dan zo mogelijk met de personen die u daarvoor verantwoordelijk acht (verpleegkundige, afdelingshoofd of medisch specialist). Meestal zijn zij bereid in overleg met u de problemen op te lossen.

Als u een gesprek met hen niet wenselijk vindt of ontevreden bent over de voorgestelde oplossing, dan kunt u zich wenden tot de klachtenfunctionaris. De klachtenfunctionaris luistert naar uw klacht, helpt zonodig bij het op schrift stellen van uw klacht en bemiddelt tussen u en degene over wie u klaagt. Ook stelt zij u op de hoogte van de klachtenprocedure en de procedure bij aansprakelijkheidsstelling.

Als uw klacht niet naar tevredenheid is opgelost of als u geen contact wilt opnemen met de klachtenfunctionaris, dan kunt u uw klacht schriftelijk indienen bij de klachtencommissie van de Isala klinieken. Voor meer informatie over de klachtenbehandeling verwijzen wij u naar ‘Een klacht, en dan?’, onderaan deze pagina.

Het telefoonnummer van de klachtenfunctionaris is (038) 424 75 10.

Verantwoording en meer informatie

Voor het schrijven van deze informatie heeft Isala gebruikgemaakt van de brochure ‘Kinderen; hun ouders en patiëntenrechten’ (Stichting Patiënten Informatie, 1996), de brochure ‘Patiëntenrechten en kinderen’ van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis en de website van de Landelijke Vereniging Kind en Ziekenhuis.

23 november 2018 / 5740

Gerelateerde folders

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.