Contact
  1. 5751-Angiografie

​Een angiografie is een röntgenonderzoek waarbij de bloedvaten (slagaders) zichtbaar worden gemaakt. Dit onderzoek wordt uitgevoerd om een afwijking in een bloedvat aan te tonen en om de ernst hiervan te bepalen. Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld een vernauwing (stenose) of verwijding (aneurysma) van de bloedvaten (slagaders). Hier leest u meer over het onderzoek.

Waarom contrastvloeistof?

Op gewone röntgenfoto’s zijn bloedvaten niet te zien. Daarom worden ze zichtbaar gemaakt door middel van een contrastvloeistof. Dit middel wordt tijdens het maken van de röntgenfoto’s ingespoten. Hiervoor is het nodig dat er een slangetje in uw bloedvat komt te liggen waardoorheen de contrastvloeistof kan worden gespoten. Het contrastmiddel verspreidt zich dan via de bloedsomloop in de bloedvaten en zo worden de bloedvaten zichtbaar.

Voorbereiding op het onderzoek

Omdat er bij dit onderzoek een slagader wordt aangeprikt, is het noodzakelijk dat u voor dit onderzoek wordt opgenomen. Afhankelijk van het verloop van het onderzoek mag u dezelfde of de volgende dag weer naar huis. Om ervoor te zorgen dat het onderzoek zo goed mogelijk verloopt, geldt een aantal instructies.

Niet ontharen

Vanaf zeven dagen voorafgaand aan het onderzoek kunt u uw liezen niet meer zelf ontharen met tondeuse, scheermesje of ontharingscrème, omdat u hiermee het risico op infecties na de ingreep vergroot.

Als de arts van mening is dat in uw situatie uw liezen toch onthaard moeten worden, dan gebeurt dit vlak voor de angiografie met een speciale tondeuse.

Eten en drinken

  • Heeft u de afspraak in de ochtend, dan kunt u een licht ontbijt gebruiken, dat wil zeggen: thee met een beschuit (zonder boter of beleg).
  • Bij een afspraak in de middag kunt u een licht ontbijt (zie hierboven) en een lichte lunch gebruiken, bijvoorbeeld soep en vla.

Vanaf drie uur vóór het onderzoek is het de bedoeling dat u niets meer eet en drinkt (nuchter blijven). Ook mag u niet meer roken. Noodzakelijke medicijnen kunt u innemen met een beetje water.

Medicijnen

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Meldt u dit dan aan uw behandelend arts. Hij zal met u bespreken of en wanneer u hiermee stopt. De volgende medicatie kunt u in ieder geval – in overleg met uw medisch specialist – niet meer gebruiken:

  • Sintrom: twee dagen voor het onderzoek;
  • Marcoumar: vijf dagen voor het onderzoek.

Bij het gebruik van Sintrom of Marcoumar krijgt u van uw behandelend arts een laboratoriumformulier mee. Hiermee kunt u op de dag van opname bij het laboratorium bloed laten prikken om uw stollingstijd/INR te bepalen.

Voor Sintrom en Marcoumar geldt dat u ze de dag na het onderzoek weer zult gaan gebruiken volgens uw eigen schema van de trombosedienst.

Uw behandelend arts zal ook beslissen of u eventueel voor, tijdens of na uw opname injecties met Fraxiparine zal krijgen, in plaats van de bloedverdunners.

Gebruikt u Ascal, Persantin en/of Plavix? Daarmee hoeft u voor het onderzoek niet te stoppen.

Diabetes mellitus

Gebruikt u het medicijn Metformine voor diabetes mellitus? Dan is het afhankelijk van uw nierfunctie of u dit medicijn mag blijven gebruiken voor en tijdens het onderzoek. Uw nierfunctie wordt bepaald aan de hand van een vragenlijst die uw behandelend arts met u doorneemt. Aan de hand van de uitslag van deze vragenlijst besluit uw behandelend arts of er aanvullend bloedonderzoek nodig is om uw nierfunctie te bepalen.

Andere medicijnen

  • Alle andere medicijnen kunt u gewoon blijven gebruiken. In sommige gevallen wordt het gebruik van bepaalde plastabletten afgeraden.
  • Om vergissingen te voorkomen vragen wij u om een lijstje mee te nemen van de medicijnen die u momenteel gebruikt.
  • Weet u dat u allergisch (overgevoelig) bent voor bepaalde geneesmiddelen, pleisters en/of contrastvloeistof? Meldt u dit dan aan de verpleegkundige van de afdeling en aan de röntgenlaborant tijdens het onderzoek.

Zwanger

Bent u zwanger of denkt u dat te zijn? Geef dit dan altijd door aan de röntgenlaborant voordat er met het onderzoek wordt begonnen.

Vlak voor het onderzoek

Zorgt u ervoor dat u vóór het onderzoek nog even het toilet bezoekt? Op die manier kunt u een overvolle blaas tijdens het onderzoek voorkomen.
Als u erg nerveus bent voor het onderzoek, kunt u op de verpleegafdeling een halfuur ervoor valium krijgen.

Onderzoek

Meldt u zich op de afgesproken tijd bij de centrale balie in de centrale hal van het ziekenhuis. Een gastheer of – vrouw brengt u vervolgens naar de röntgenafdeling (afdeling Radiologie).

Een radioloog (arts op de röntgenafdeling) voert het onderzoek uit. Een radiologisch laborant assisteert de radioloog hierbij, bijvoorbeeld door de materialen steriel aan te geven en de apparatuur te bedienen.

Het onderzoek ziet er als volgt uit:

  • U wordt toegedekt met een steriel laken.
  • Onder plaatselijke verdoving prikt de radioloog een van de beide liesslagaders aan (in een uitzonderlijk geval kiest de radioloog ervoor om een slagader in de arm te gebruiken).
  • Vervolgens wordt via de lies een slangetje (katheter) ingebracht in de slagader en van hieruit via de grote lichaamsslagader (aorta) opgeschoven naar het af te beelden gebied.
  • Hier zult u weinig van merken omdat de slagader aan de binnenkant ongevoelig is.
  • Als de katheter op zijn plek ligt, spuit de radioloog de contrastvloeistof in waardoor de bloedvaten zichtbaar worden op het beeldscherm. Tegelijkertijd worden de foto’s gemaakt.

Handig om te weten:

  • De contrastvloeistof veroorzaakt een warm gevoel dat ook vrij snel weer verdwijnt.
  • Er worden meerdere fotoseries van u gemaakt.
  • Het onderzoek duurt minimaal een uur.

Na het onderzoek

Na het onderzoek verwijdert de radioloog de katheter uit het bloedvat. Daarna maakt hij het gaatje in de slagader dicht. Dit kan op twee manieren:

  1. De radioloog of laborant drukt de lies met de hand of met een klem af. Dit afdrukken duurt ongeveer tien minuten. Het gaatje gaat dan vanzelf dicht. Daarna krijgt u een drukverband en blijft u (op de verpleegafdeling) vier tot zes uur plat liggen (’platte bedrust’). U mag niet draaien of overeind komen. Na de bedrust mag u voorzichtig weer in beweging komen (‘mobiliseren’), dat wil zeggen: op de gang lopen en het toilet bezoeken. De verpleegkundige op de afdeling verwijdert het drukverband als u weer op de been bent.
  2. De radioloog plaatst een soort plugje: een hechting die het prikgaatje van binnenuit dichtdrukt. U krijgt (meestal) geen drukverband en houdt (op de verpleegafdeling) drie uur halfzittende bedrust. Hierna mag u voorzichtig weer in beweging komen (‘mobiliseren’), dat wil zeggen: op de gang lopen en het toilet bezoeken.

Na het onderzoek is het belangrijk dat u extra drinkt, dat wil zeggen: in ieder geval twee liter. Op die manier raakt u de contrastvloeistof weer snel kwijt uit uw lichaam. Als u een vochtbeperkt dieet heeft, is extra drinken niet noodzakelijk.

Weer naar huis

Als u op de dag van het onderzoek weer naar huis kunt, raden we u af om zelf auto te rijden. Ook is het belangrijk dat u de eerste dag/nacht niet alleen thuis bent.

Uitslag van het onderzoek

De definitieve uitslag krijgt u van de arts die het onderzoek heeft aangevraagd. De controleafspraak op de polikliniek krijgt u van de verpleegkundig specialist op de dag dat u weer naar huis gaat.

Contact

De radioloog en/of laborant vertellen tijdens het onderzoek steeds wat er gaat gebeuren. U kunt aan hen ook vragen stellen, vooraf en na afloop.
Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Radiologie
(038) 424 28 82 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Vaatchirurgie 
(038) 424 55 18 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

23 november 2018 / 5751

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.