Contact
  1. 5751-Angiografie

U arts heeft een angiografie voor u aangevraagd. Met dit onderzoek kijken we of u een afwijking in uw bloedvaten (slagaders) heeft en hoe ernstig de afwijking is. Bijvoorbeeld een vernauwing (stenose) of verwijding (aneurysma). Eventueel kunnen we u, wanneer dat nodig is, tijdens het onderzoek ook gelijk behandelen. In deze folder leest u hoe het onderzoek gaat.

Wat is een angiografie?

Op gewone röntgenfoto’s zijn bloedvaten niet te zien. Daarom worden uw aders tijdens een angiografie zichtbaar gemaakt met contrastvloeistof. Dit middel wordt tijdens het maken van de röntgenfoto’s ingespoten. Hiervoor plaatsen we met een infuus een slangetje in uw bloedvat. Dit gebeurt via uw lies. Daarna spuiten we de vloeistof in uw bloedvaten.

Wanneer word ik behandeld?

Als er op de foto’s een vernauwing (stenose) te zien is, kunnen we u soms gelijk behandelen. De bloedvaten worden verwijd met een ballonnetje dat wordt opgeblazen. Dit is het dotteren van een bloedvat. Soms is het nodig om naast het dotteren ook een stent te plaatsen. Dit is een buisje van gevlochten metaal, te vergelijken met een soort ‘kippengaas’.

Het kan ook zijn dat de behandeling niet gelijk uitgevoerd kan worden en dat er eerst (op een later moment) overleg moet zijn met uw behandelend arts om te kijken wat voor u de beste behandeling is. U krijgt dan op uw vervolg afspraak te horen wat het behandelplan wordt.

Wanneer mag u geen angiografie laten uitvoeren?

Bent u zwanger?  Of bent u misschien zwanger? Neem dan contact op met uw behandelend arts. De gebruikte röntgenstraling bij een angiografie kan schadelijk zijn voor een ongeboren kind.

Hoe bereid ik mij voor op het onderzoek?

Omdat er bij dit onderzoek een slagader wordt aangeprikt, wordt u voor het onderzoek opgenomen. Afhankelijk van het verloop van het onderzoek mag u dezelfde of de volgende dag weer naar huis. Om ervoor te zorgen dat het onderzoek zo goed mogelijk verloopt, moet u zich voorbereiden. Hieronder leest u de instructies.

Niet ontharen

Zeven dagen voorafgaand aan het onderzoek mag u uw liezen niet meer zelf ontharen met tondeuse, scheermesje of ontharingscrème. Hiermee vergroot u het risico op infecties na de ingreep. Als de arts vindt dat uw liezen toch onthaard moeten worden, dan gebeurt dit vlak voor de angiografie met een speciale tondeuse.

Eten en drinken

Op de dag van het onderzoek mag u twee uur voor het onderzoek niet meer eten en drinken. Ook mag u niet meer roken. Uw medicijnen kunt u innemen met een beetje water. Dit betekent:

  • Heeft u de afspraak in de ochtend, dan kunt u een licht ontbijt nemen. Dat wil zeggen: thee met een beschuit (zonder boter of beleg), mits u twee uur van te voren nuchter bent.
  • Bij een afspraak in de middag kunt u een licht ontbijt (zie hierboven) en een lichte lunch nemen, bijvoorbeeld soep en vla, mits u twee uur van te voren nuchter bent.

Medicijnen

Bloedverdunners

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Vertel dit dan aan uw behandelend arts. Hij zal met u bespreken of en wanneer u hiermee stopt. De volgende medicatie kunt u in ieder geval – in overleg met uw medisch specialist – niet meer gebruiken:

  • Sintrom; twee dagen voor het onderzoek.
  • Marcoumar; vijf dagen voor het onderzoek.

Uw behandelend arts beslist of u eventueel voor, tijdens of na uw opname injecties met Fraxiparine zal krijgen, in plaats van de bloedverdunners.

Bij het gebruik van Sintrom of Marcoumar krijgt u van uw behandelend arts een laboratoriumformulier mee. Hiermee kunt u op de dag van opname bij het laboratorium bloed laten prikken om uw stollingstijd/INR te bepalen.

Voor Sintrom en Marcoumar geldt dat u ze de dag na het onderzoek weer zult gaan gebruiken volgens uw eigen schema van de trombosedienst.

Gebruikt u Ascal, Persantin en/of Plavix? Daarmee hoeft u voor het onderzoek niet te stoppen.

NSAID’s

Gebruikt u NSAID’s? De meest voorkomende NSAID’s zijn: diclofenac, ibuprofen en naproxen. Stop het innemen van NSAID’s 24 uur voor het onderzoek tot 24  uur na het onderzoek. Weet u niet of uw medicijn een NSAID is? Vraag het dan na bij uw apotheek Paracetamol is geen NSAID.

Medicijnen voor diabetes mellitus

Gebruikt u het medicijn Metformine voor diabetes mellitus? Dan is het afhankelijk van uw nierfunctie of u dit medicijn mag blijven gebruiken voor en tijdens het onderzoek. Uw nierfunctie wordt bepaald aan de hand van een vragenlijst die uw behandelend arts met u doorneemt. Aan de hand van de uitslag van deze vragenlijst besluit uw behandelend arts of er aanvullend bloedonderzoek nodig is om uw nierfunctie te bepalen.

Andere medicijnen

  • Alle andere medicijnen kunt u gewoon blijven gebruiken. In sommige gevallen wordt het gebruik van bepaalde plastabletten afgeraden.
  • Om vergissingen te voorkomen vragen wij u om een lijstje mee te nemen van de medicijnen die u momenteel gebruikt.
  • Weet u dat u allergisch (overgevoelig) bent voor bepaalde geneesmiddelen, pleisters en/of contrastvloeistof? Meldt u dit dan bij uw behandelend arts en op de dag van het onderzoek aan de verpleegkundige van de afdeling en aan de röntgenlaborant tijdens het onderzoek.

Vlak voor het onderzoek

Zorgt u ervoor dat u vóór het onderzoek nog even het toilet bezoekt? Op die manier kunt u een overvolle blaas tijdens het onderzoek voorkomen. Als u erg nerveus bent voor het onderzoek, kunt u op de verpleegafdeling een halfuur ervoor valium krijgen.

Melden in het ziekenhuis

Op de afgesproken opnametijd, meld u zich bij de centrale balie in het ziekenhuis. U wordt dan naar de juiste afdeling gebracht.  U wordt opgehaald uit de wachtkamer wanneer u aan de beurt bent.

Enkele angiografieonderzoeken worden poliklinisch gedaan. Dit wordt u verteld als de afspraak met u gemaakt wordt. In dit geval kan u zich melden bij de aanmeldzuilen in de centrale hal en daarna op 3.1 en zo wordt u doorgeleid naar wachtkamer 41 waar de röntgenlaborant u zal komen ophalen.

Hoe verloopt het onderzoek?

Een radioloog (arts op de röntgenafdeling) voert het onderzoek bij u uit. Een radiologisch laborant helpt de radioloog hierbij, bijvoorbeeld door de materialen steriel aan te geven en de apparatuur te bedienen. Het onderzoek ziet er als volgt uit:

  • U wordt toegedekt met een steriel laken.
  • Onder plaatselijke verdoving prikt de radioloog één van uw liesslagaders aan. In sommige gevallen kiest de radioloog om een slagader in uw arm te gebruiken. Dit wordt met u besproken.
  • Daarna wordt in de liesslagader een buisje geplaatst waardoor een slangetje (katheter) in kan worden gebracht naar de slagader die inbeeld wordt gebracht.
  • Hier voelt u weinig van omdat de slagader aan de binnenkant ongevoelig is.
  • Als de katheter op zijn plek ligt, spuit de radioloog de contrastvloeistof in. Hiervan kunt u een warm gevoel door uw lichaam krijgen. Dit gevoel verdwijnt na enkele minuten. Dit is niet schadelijk voor uw lichaam.
  • Wanneer de contrastvloeistof wordt ingespoten, worden ook de foto’s gemaakt.  Er worden meerdere series met foto gemaakt. Het is belangrijk dat u tijdens het maken van de foto’s stil blijft liggen.
  • Na het maken van de foto’s besluit de arts of het nodig is om u te dotteren of een stent te plaatsen.
  • Het onderzoek duurt minimaal één uur.

De radioloog en de  laborant vertellen tijdens het onderzoek steeds wat er gaat gebeuren. Heeft  u vragen? Stel ze dan gerust, wanneer u wilt.

Wat gebeurt er na het onderzoek?

Na het onderzoek verwijdert de radioloog de katheter uit het bloedvat. Daarna maakt hij het gaatje in de slagader dicht. Dit kan op twee manieren:

Afdrukken

De radioloog of laborant drukt de lies met de hand of met een klem af. Dit afdrukken duurt ongeveer vijftien minuten. Het gaatje gaat dan vanzelf dicht. Daarna krijgt u een drukverband en blijft u (op de verpleegafdeling) vier tot zes uur plat liggen (’platte bedrust’). U mag niet draaien of overeind komen. Na de bedrust mag u voorzichtig weer in beweging komen (‘mobiliseren’), dat wil zeggen: op de gang lopen en het toilet bezoeken. De verpleegkundige op de afdeling verwijdert het drukverband als u weer op de been bent.

Plugje

De radioloog plaatst een soort plugje: een hechting die het prikgaatje van binnenuit dichtdrukt. U krijgt (meestal) geen drukverband en houdt (op de verpleegafdeling) drie uur halfzittende bedrust. Hierna mag u voorzichtig weer in beweging komen (‘mobiliseren’), dat wil zeggen: op de gang lopen en het toilet bezoeken.
Na het onderzoek is het belangrijk dat u extra drinkt, dat wil zeggen: in ieder geval twee liter. Op die manier raakt u de contrastvloeistof weer snel kwijt uit uw lichaam. Als u een vochtbeperkt dieet heeft, is extra drinken niet noodzakelijk.

Weer naar huis?

Afhankelijk van het verloop van het onderzoek mag u dezelfde of de volgende dag weer naar huis. Dit bespreken we met u op de verpleegafdeling.

  • Op de dag van ontslag mag u zelf geen auto rijden. Ook is het belangrijk dat u de eerste dag/nacht niet alleen thuis bent.
  • De eerste vier dagen na het onderzoek mag u niet persen, niet zwaar tillen en voorzichtig zijn met traplopen, fietsen, ect. Ook mag u niet in zwemmen of in bad, douchen mag wel.

Van wie krijg ik de uitslag van het onderzoek?

Uw behandelend arts vertelt u de uitslag van het onderzoek.

Contact

Zwolle

Radiologie
(038) 424 28 82 (bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur)

Meppel

Radiologie
(0522) 233 350  (bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

19 december 2018 / 5751

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.