Contact
  1. 5895-Blokkade van een zenuwknoopje (ganglion stellatum) in de hals

​U ondergaat binnenkort een behandeling waarbij een zenuwknoopje in uw hals wordt verdoofd. In deze folder leest u meer over de behandeling. Zo kunt u zich goed voorbereiden.

Deze behandeling wordt gegeven bij:

  • zenuwpijnen in de onderkaak, nek, schouder, borst of arm
  • Complex Regionaal Pijn Syndroom (CRPS) van de arm

Tijdens de behandeling wordt een zenuwknoopje in uw hals verdoofd. Dit wordt gedaan met een naald. Het gaat om het zenuwknoopje van het onwillekeurige zenuwstelsel. Dit zenuwknoopje heet ganglion stellatum.

Bij deze behandeling kan er sprake zijn van twee varianten:

  • proefbehandeling: hierbij wordt alleen een verdovend medicijn ingespoten. De werking hiervan is kortdurend. Deze proefbehandeling wordt gedaan om te kijken welke zenuwwortel betrokken is bij uw pijnklacht.
    Let op: deze behandeling heeft geen zin als u op de dag van de behandeling geen pijn heeft.
  • therapeutische behandeling: als de proefbehandeling goed is verlopen, is een vervolgbehandeling met een langer durend effect mogelijk.

Er zijn drie mogelijke vervolgbehandelingen:

1. Een behandeling waarbij (een combinatie van) medicijnen wordt ingespoten.
2. Een behandeling waarbij de zenuwwortel wordt verwarmd: de RF-behandeling (Radio Frequency).
3. Een combinatie van medicijnen én een warmtebehandeling.

Voor de behandeling

Vertel het voor de behandeling aan de anesthesioloog/pijnbehandelaar als u:

  • (mogelijk) zwanger bent;
  • antistollingstabletten en/of NSAID’s zoals Ibuprofen gebruikt;
  • overgevoelig bent voor jodium, pleister, contrast- of verdovingsvloeistof.

Goed om te weten: de anticonceptiepil is na de behandeling bij vrouwen tot de eerstvolgende menstruatie niet meer betrouwbaar. Dit is alleen als u corticosteroïden (ontstekingsremmers) toegediend krijgt.

Op de dag van de behandeling

Zo bereidt u zich goed voor op de behandeling:

  • Voor de behandeling mag u gewoon eten en drinken.
  • Trek makkelijk zittende kleding aan.
  • Als u diabetes heeft, mag u gewoon uw dagelijkse routine volgen. U hoeft niets speciaal te doen.
  • Neem iemand mee die u na de behandeling naar huis brengt. U mag na de behandeling niet zelf een auto besturen.

De behandeling

  • U wordt opgehaald uit de wachtkamer en naar de behandelkamer gebracht.
  • De anesthesioloog/pijnbehandelaar bespreekt met u wat hij gaat doen. Dit kan een andere anesthesioloog/pijnbehandelaar zijn, dan u tijdens uw eerste afspraak heeft gezien. 
  • U ligt (op uw rug) op een behandeltafel.
  • De anesthesioloog/pijnbehandelaar plaatst een naaldje in uw hals. Dit gebeurt onder röntgendoorlichting of met een echo. Zo ziet de anesthesioloog/pijnbehandelaar precies waar hij prikt. Het prikken kan pijnlijk zijn:
    - bij een proefbehandeling wordt alleen een verdovende vloeistof ingespoten.
    - bij een warmtebehandeling (PRF) wordt een proefstroompje gegeven. Zo test de anesthesioloog/pijnbehandelaar of het naaldje op de goede plek zit. Daarna wordt een verdovende vloeistof ingespoten, zodat u minder last heeft van de warmtebehandeling. De behandeling duurt enkele minuten, soms worden ook nog corticosteroïden (ontstekingsremmers) ingespoten.

Duur van de behandeling

De behandeling duurt ongeveer twintig minuten tot een half uur.

Na de behandeling

Na de behandeling blijft u nog korte tijd op de afdeling om te kijken hoe het met u gaat. U krijgt nog een kopje koffie of thee, in het bijzijn van uw begeleider. Als alles goed is, mag u weer naar huis.

Resultaat

Na zes tot acht weken kan het resultaat van de behandeling beoordeeld worden. U krijgt hiervoor een controleafspraak in het Pijncentrum. Deze afspraak kan ook telefonisch zijn. Soms is een aanvullende behandeling nodig.

Bijwerkingen en mogelijke complicaties

Er bestaat altijd een kleine kans op het optreden van complicaties. Deze klachten gaan meestal vanzelf over. De meest voorkomende complicaties zijn:

  • Heesheid en slikklachten. Deze kunnen enkele uren, maar soms ook dagen of weken, aanhouden.
  • Een zware arm. Dit komt door het verdovingsmiddel dat tijdens de behandeling is ingespoten. Dit gevoel trekt binnen enkele uren weg.
  • Wazig zien met het oog aan de behandelde kant. Uw ooglid kan wat hangen en de pupil is kleiner. Dit wordt het Horner-syndroom genoemd. Deze klachten zijn onschuldig. Ze verdwijnen als de verdoving is uitgewerkt.
  • Napijn. Dit kan enkele dagen duren. U kunt hiervoor een pijnstiller innemen, bijvoorbeeld Paracetamol.
  • Diabetespatiënten merken soms dat hun bloedsuiker enkele dagen wat verhoogd is.
  • Als bijwerking van de corticosteroïden (ontstekingsremmers) kunt u last hebben van opvliegers. U krijgt het dan plotseling heel warm.
  • Door de corticosteroïden kan uw menstruatie korte tijd verstoord zijn.

Sommige klachten gaan niet vanzelf over.

Bel naar het ziekenhuis als u:

  • denkt dat u een infectie heeft. De behandelde plek wordt dan rood en gezwollen en u heeft koorts.
  • na de behandeling kortademig bent en dit binnen 24 uur erger wordt. U kunt dan een klaplong hebben doordat het longvlies is geraakt.

Bel bij deze klachten naar het Pijncentrum.

Bel tussen 17.00 en 8.00 uur en in het weekend naar:

Medrie Huisartsenpost Zwolle, (0900) 333 6 333
Huisartsenpost Meppel, (0900) 112 01 12.

Contact

Heeft u nog vragen, neem dan contact op met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Pijncentrum
(038) 424 26 98 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel

Pijncentrum
(0522) 23 39 96 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

9 oktober 2019 / 5895

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.