Contact
  1. 5905-Rugwervels vastzetten (spondylodese)
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Bij een spondylodese wordt een deel van de wervelkolom in uw rug vastgezet. Meestal vindt de operatie in het onderste deel van de wervelkolom plaats. In deze folder leest u meer over de operatie en krijgt u adviezen voor de periode daarna. Lees de folder thuis rustig door om u voor te bereiden op de operatie. Deze folder is geschikt voor orthopedische en neurochirurgische patiënten.

Spondylodese

Spondylodese betekent het aan elkaar vastzetten van de ruggenwervels: spondylo betekent wervel. 

Wanneer is een spondylodese nodig?

Een spondylodese is nodig als de wervels in uw rug te veel bewegen ten opzichte van elkaar. Uw wervelkolom is daardoor instabiliteit. Deze instabiliteit kan komen door:

  • een breuk van een of meerdere wervels;
  • ernstige slijtage van de wervels door veroudering;
  • een (eerdere) operatie aan de wervelkolom;
  • een tumor of ontstekingsproces van de tussenwervelschijf of een wervel.

Ook wordt een spondylodese verricht bij een scoliose. Een scoliose is een verkromming van de wervelkolom. Bij een scolioseoperatie worden de wervels zowel vastgezet als de rug rechtgezet. Deze ingreep is alleen voor orthopedische patiënten van toepassing.

Wat is het doel van een spondylodese?

Het doel van een spondylodese is:

  • het vastzetten (stabiliseren) van een deel van de wervelkolom;
  • het verminderen van de pijnklachten;
  • het voorkomen van (verdere) zenuwbeschadiging en mogelijke uitval van lichaamsfuncties, waardoor bijvoorbeeld een klapvoet kan ontstaan.

Klachten

De hierboven genoemde aandoeningen van de wervelkolom kunnen zoals gezegd instabiliteit van de rug veroorzaken.

Door deze instabiliteit ontstaat meer beweeglijkheid van de wervels, waardoor die sneller kunnen slijten. Hierdoor kan een vernauwing van het wervelkanaal optreden, die op zijn beurt beknelling en beschadiging van de zenuw kan veroorzaken. Dit kan gepaard gaan met:

  • pijn;
  • verlies van het functioneren (functie) van de zenuw, waardoor in de benen tintelingen, krachtsverlies, pijn en een doof gevoel ontstaan.

De klachten van scoliose kunnen zijn: een verminderde longfunctie (vermoeidheid), hoofdpijn en uitstralende pijn naar de benen, afhankelijk van de houding. Scoliose kan bij de geboorte al aanwezig zijn, maar openbaart zich vaak op puberleeftijd.

Operatietechnieken

Een spondylodese kan op verschillende manieren gedaan worden. Uw arts bespreekt met u welke van de onderstaande operaties bij u wordt toegepast:

  • PLIF: benadering via de achterkant van de wervelkolom;
  • (Dorsale) spondylodese: een benadering via de achterkant van de wervelkolom;
  • Scolioseoperatie: een combinatie van het vastzetten van wervels én het rechtzetten van de rug.
  • 360°-spondylodese: een benadering via zowel de voorkant als de achterkant van de wervelkolom;
  • Ventrale spondylodese: een benadering via de voorkant van de wervelkolom.

Voor zowel de 360°-operatietechniek als de ventrale spondylodese gelden de volgende twee punten:

  • U krijgt op de dag vóór de operatie twee keer een klysma toegediend. Het kan zijn dat u dit thuis doet; in dat geval krijgt u hiervoor instructies.
    Het doel van een klysma is ervoor te zorgen dat er zich tijdens de operatie zo min mogelijk ontlasting bevindt in de dikke darm. Dit is niet alleen nodig omdat het een uitgebreide ingreep is, maar ook omdat de operatie soms via de buik en/of in de buurt van de darm plaatsvindt.
  • Na de operatie werken de darmen tijdelijk minder goed. Uw arts kijkt de dag na de operatie of uw darmen weer op gang komen. U mag dan in principe weer beginnen met vaste voeding.

Duur van de operatie 

Hoe lang de operatie duurt, hangt af van het soort ingreep en hoe uitgebreid de ingreep is. De verpleegkundige op de verpleegafdeling vertelt u hoe lang de ingreep zal duren en hoe lang u ongeveer op de uitslaapkamer zal verblijven.

Complicaties

Ondanks dat de operatie met grote zorgvuldigheid wordt uitgevoerd, bestaat de kans op complicaties. Met uw behandelend arts heeft u de mogelijke complicaties al besproken. Hieronder staan de belangrijkste complicaties:

Infectie

Bij iedere operatie wordt de huid geopend en bestaat er dus een risico op een infectie. Een infectie ontstaat meestal in de eerste weken na de operatie. U merkt dat aan: aanhoudende koorts (hoger dan 38 graden), een wond die langer dan een week lekt, wondvocht dat niet helder van kleur is, maar gelig is en ruikt.

Nabloeding

Als er dieper wordt geopereerd, dan worden er diverse bloedvaatjes doorgesneden. Dit kan een nabloeding veroorzaken. De kans op een nabloeding is het grootst in de eerste dagen na de operatie. Dit komt meestal zonder blijvende problemen goed. Soms is er een tweede ingreep nodig, soms met antibiotica. Maar het zorgt wel voor een vertraagd herstel.

Zenuwuitval 

Zenuwuitval kan het gevolg zijn van een reeds beschadigde zenuw. Het kan ook ontstaan doordat er druk op de zenuw komt door wondvocht of een bloeduitstorting. Het kan een tijdje duren voor de zenuw herstelt: enkele weken tot enkele maanden. En een zenuw herstelt zich ook niet altijd helemaal. Als een zenuw uitvalt, merkt u dit aan: krachtverlies, gevoelsstoornissen en tintelende pijn. Een bekend voorbeeld van zenuwuitval is de zogenaamde ‘klapvoet’. De kans dat dit in een onherstelbare mate optreedt is klein, namelijk minder dan 3 procent.

Dat alle onderste zenuwen uitvallen, treedt maar zeer zelden op: bij minder dan 3 promille van de patiënten. Deze uitval is alleen wel veel hinderlijker doordat het problemen met urineren, ontlasting en seksuele functies als gevolg heeft.

Liquorlekkage

Tijdens de operatie bestaat er een kleine kans dat het hersenvlies beschadigd raakt. Als het hersenvlies beschadigd raakt, kan hersenvocht (liquor) weglekken. Meestal herstelt dit zich spontaan binnen enkele dagen. Liquorlekkage merkt u aan snel opkomende hoofdpijnklachten zodra u gaat zitten of staan. De klachten verdwijnen weer als u gaat liggen. In een enkel geval is een operatie nodig om dit probleem te herstellen.

Darmperforatie

Een darmperforatie is een gaatje in de darm. Dit is een weinig voorkomende complicatie. Deze complicatie is alleen van toepassing bij de ventrale en 360° operatietechniek.

Materiaalbreuk

Een enkele keer kan een schroef breken. Meestal gaat dit samen met toenemende pijnklachten. In dit geval kunt u contact opnemen met uw huisarts. Als het vermoeden bestaat dat materiaalbreuk de oorzaak van de pijn is, verwijst uw huisarts u door naar uw orthopeed of neurochirurg.

Niet-vastgroeien van de wervels

Als de wervels niet vastgroeien, merkt u dit niet altijd omdat de operatie uw wervelkolom ook al steviger maakt. Een röntgenfoto geeft hierover duidelijkheid.

Ziekenhuisopname

Melden

U wordt één dag voor de operatie of op de operatiedag zelf opgenomen. Van de opnameplanning Orthopedie of Neurochirurgie krijgt u het tijdstip van uw opname en de tijd van de operatie door. Meldt u zich op de afgesproken tijd bij de Centrale balie in de Centrale hal van het ziekenhuis. Een gastheer of –vrouw brengt u vervolgens naar de verpleegafdeling.

Belangrijk: de dag van de operatie

Om de operatie veilig te laten verlopen, is het belangrijk dat u de folder ‘Algehele anesthesie’ goed leest. U mag bijvoorbeeld niet eten en drinken voor de operatie. Als u toch eet of drinkt, kan de operatie niet doorgaan. Ook is het soms nodig om met uw medicijnen te stoppen.

Pijn

U krijgt na de ingreep standaard pijnstillers. Vaak is het nodig hier een aantal weken mee door te gaan. Als de pijnbestrijding niet genoeg helpt, vertel het dan aan de verpleegkundige. De ene patiënt ervaart meer pijn dan de andere. Op het moment dat de pijn minder wordt, kunt u het gebruik van pijnstillers afbouwen. U moet dan wel uw oefeningen gewoon kunnen blijven doen. De verpleegkundige geeft u hierover uitleg tijdens het ontslaggesprek als u naar huis mag.

Fysiotherapie

De dag na de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs. U krijgt dan instructies die u helpen bij uw activiteiten in het dagelijks leven (in en uit bed komen, gaan staan, gaan zitten, lopen, traplopen). Op het moment dat u weer zelfstandig naar het toilet kunt en kunt traplopen (indien dit thuis nodig is) bepaalt de fysiotherapeut samen met de verpleegkundige wanneer u naar huis mag.  

Na de operatie is het belangrijk dat u rustig aan doet en goed leert luisteren naar uw lichaam. Wissel het lopen, liggen en zitten af op geleide van klachten.

Weer naar huis

Hoe lang u in het ziekenhuis moet blijven, varieert van ongeveer 3 tot 10 dagen. Dit is afhankelijk van de soort en de uitgebreidheid van de operatie. De overgang van ziekenhuis naar huis kan tegenvallen. De situatie thuis is anders dan in het ziekenhuis. In de eerste weken legt u de basis voor het uiteindelijke herstel. Neem hiervoor de tijd en de ruimte die u nodig heeft. Laat uw omgeving duidelijk merken wat u wel en wat u niet aankunt.

Voordat u naar huis kunt, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • U moet zelfstandig kunnen lopen.
  • U moet zelfstandig in- en uit bed kunnen komen.
  • De wond moet goed genezen.
  • Uw thuissituatie moet geregeld zijn. Ook al kunt u al best wat zelf, u kunt nog niet helemaal voor u zelf zorgen. Zeker als u alleen woont, is het verstandig om vóór de operatie aan familie, buren of kennissen te vragen of zij u na de operatie kunnen helpen. Het gaat dan vooral om de eerste weken na de operatie.

Eventuele ondersteuning door de thuiszorg (bijvoorbeeld bij het verbinden van de wond of bij lichamelijke verzorging) kunnen wij voor u regelen vanuit het ziekenhuis.

Leefregels/adviezen voor thuis na de operatie:

  • Ga niet zelf autorijden of fietsen. U mag wel als bijrijder in de auto zitten en op de hometrainer fietsen.
  • U hoeft geen korset te dragen na de operatie.
  • Zit niet langer dan 30 minuten achtereen (u mag wel vaker per dag zitten).
  • Til maximaal 1 tot 2 kilo (met het gewicht tegen het lichaam aan).
  • Doe alleen lichte huishoudelijke klussen. Nog niet stofzuigen, dweilen, schoonmaken, e.d.
  • Loop enkele malen per dag buiten.
  • Rust naar behoefte in een rustige omgeving en doe dit enkele malen per dag. Luister naar uw lichaam en bepaal zelf uw grenzen.
  • Breid uw activiteiten geleidelijk uit; doe steeds iets meer.
  • Na 4-6 weken kunt u in overleg met uw behandelend fysiotherapeut starten met uw normale activiteiten, zoals werk en/of huishouden.
  • Pas als u zichzelf weer helemaal vertrouwt, bent u in staat uw aandacht te verleggen naar de dingen om u heen, bijvoorbeeld verkeerssituaties.

De leefregels gelden voor 6 weken.

Uit bed komen

In bed gaan

Gaat op dezelfde manier als uit bed komen, maar dan in omgekeerde volgorde.

Fysiotherapie thuis

Wij raden u aan om fysiotherapie te regelen voor thuis. Als u thuis komt na de operatie is het belangrijk dat u zelf de fysiotherapeut bij u in de buurt belt om een afspraak te maken om bij u aan huis te komen.
De fysiotherapeut begeleidt u bij het opbouwen van activiteiten en het leren kennen van uw grenzen. Het is nog niet de bedoeling dat u kracht- of lenigheidoefeningen gaat doen. Daarvoor moet de wond eerst enigszins genezen zijn.
Tijdens het ontslaggesprek in het ziekenhuis krijgt u een verwijzing mee voor fysiotherapie.

Duur revalidatie

Na deze operatie waarbij uw rug is ‘vastgezet’, moet u uw rug gedurende drie maanden rechthouden. Voor de totale duur van de revalidatie moet u rekenen op 6 tot 12 maanden. De duur kan per ingreep verschillen. Het vergroeien van de wervels zal ongeveer 3 tot 6 maanden in beslag nemen.

Ook na een scolioseoperatie zullen de wervels met elkaar vergroeien. Dit proces kan een half jaar tot een jaar duren. Een volledige correctie van de stand van de rug is vaak niet mogelijk omdat de ribben al te veel zijn vergroeid.

Tot slot nogmaals het belangrijkste advies
Leer luisteren naar uw eigen lichaam en leer omgaan met uw persoonlijke grenzen.

Resultaat

Na verloop van tijd wordt uw wervelkolom steeds steviger. Er gaat zich nieuw bot vormen tussen de wervels. Hierdoor kunt u uw rug vaak beter gebruiken en heeft u minder pijn.
Helaas verdwijnen soms de klachten na de operatie niet helemaal. Dit kan komen doordat de stand van de wervelkolom is veranderd en/of door een reeds beschadigde zenuw.

Herstel na de operatie kan soms wel een jaar duren. Tot die tijd mag u dan ook verwachten dat de dan nog aanwezige klachten verminderen. Klachten die na die tijd nog aanwezig zijn, zullen meestal niet meer verdwijnen.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Polikliniek Neurochirurgie 
(038) 424 53 57 (bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Zwolle

Verpleegafdeling Neurochirurgie
(038) 424 12 50 (ook buiten werkdagen bereikbaar)

Zwolle, Kampen of Heerde

Orthopedie
(038) 424 56 56 (bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Laatst gewijzigd 15 september 2021 / 5905