Contact
  1. 5913-Dikkedarmoperatie
Punt Coronavirus (COVID-19) Hier vindt u belangrijke informatie over uw afspraak, onderzoek of behandeling.

​Aan de dikke darm zijn veel soorten operaties mogelijk. De chirurg heeft met u besproken welke operatie u binnenkort zult ondergaan. Voor een voorspoedig en snel herstel is goede zorg voor en na de operatie belangrijk. Hier leest u daar meer over. Ook geven wij aan welke voorbereidingen u zelf kunt treffen.

Voorbereiding op de operatie

Preoperatief onderzoek

Voor de operatie heeft u een afspraak op de afdeling Preoperatief onderzoek. Om u goed voor te bereiden op de operatie vult u een vragenlijst in en heeft u een gesprek met de apothekersassistente (als u medicijnen gebruikt), de anesthesioloog en de preoperatief verpleegkundige. U spreekt hen alle drie apart. De anesthesioloog geeft u uitleg over de vorm van anesthesie die tijdens de operatie gebruikt wordt. Ook krijgt u uitleg over de pijnbestrijding. De totale afspraak duurt ongeveer een uur.

Stoppen met roken

Voor veel mensen is een ziekenhuisopname een aangrijpingspunt om te stoppen met roken. Dat komt omdat zij zich meer bewust zijn van hun gezondheid. Door te stoppen met roken boekt u direct gezondheidswinst, ook als u al jarenlang rookt. U kunt het beste al acht weken voor de ingreep te stoppen. Krijgt u binnenkort een operatie? Grijp dan nu het moment aan om te stoppen. U kunt voor de operatie van Isala begeleiding krijgen bij het stoppen met roken. Geef dit dan aan bij uw arts of bij de verpleegkundige tijdens de preoperatieve screening.

PreOp

U krijgt van ons zes flesjes met een koolhydraatrijke drank; PreOp. Dit is een heldere drank met koolhydraten (=suikers). De koolhydraten zorgen ervoor dat uw bloedsuikerspiegel in balans blijft waardoor u zich beter voelt na de operatie.

  • U drinkt vier flesjes op de avond voor de operatie.
  • De overige twee flesjes drinkt u tenminste twee uur voor de operatie.

Opname

U wordt op de dag van de operatie of de dag ervoor in ons ziekenhuis opgenomen. Van de verpleegkundige krijgt u informatie over de gang van zaken op de opnamedag, de operatiedag en het verblijf op verpleegafdeling. Ook bespreekt zij met u of de opvang na ontslag is geregeld. Zo nodig wordt er nog bloed afgenomen.

Indien van toepassing krijgt u informatie over de mogelijkheid van een stoma en wordt de plaats van de stoma bepaald. Afhankelijk van de operatie die u krijgt, worden uw darmen nog gelaxeerd.

Om trombose te voorkomen krijgt u tijdens de opname elke avond een injectie met een middel om bloedstolling (trombose) te voorkomen. Dit middel heet Fraxiparine®. Dit moet u tot vier weken na de operatie toegediend krijgen. Tijdens de opname wordt u onder begeleiding geleerd om uzelf deze injectie te geven.

Dagboek

Uw eigen actieve bijdrage is zeer belangrijk voor een goed herstel. Om u hierbij te helpen krijgt u op de polikliniek een zogenoemd dagboekje uitgereikt. Hierin staat precies vermeld wat u op de dagen na de operatie kunt verwachten en wat er van u verwacht wordt. Zo kunt u dit dagboekje gebruiken als handleiding op weg naar een beter en sneller herstel.
U wordt verzocht dit dagboekje mee te nemen bij de opname.

Operatie

De verpleegkundigen van uw afdeling brengen u naar de operatieafdeling. Daar ziet u de chirurg, de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker. U wordt aangesloten op de bewakingsapparatuur. U krijgt plakkers op de borst om uw hartslag te meten en een klemmetje op de vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. Vervolgens krijgt u in de arm een infuusnaald. Via deze naald wordt de narcose toegediend.

De operatie vindt op een laparoscopische of open manier plaats. Operaties duren ongeveer twee uur.
Na het verwijderen van een stuk darm hecht de arts de twee uiteinden van de dikke darm weer aan elkaar. Die verbinding noemen wij een naad of anastomose.

Als er een verbinding gemaakt wordt kan deze een lekkage vertonen (naadlekkage). Afhankelijk van de ernst van de lekkage kan deze worden opgelost waarbij de verbinding(anastomose) behouden kan blijven. Echter, soms kan het nodig zijn om de verbinding op te offeren en wordt er een stoma aangelegd.

Bij het verwijderen van de hele dikke darm kan een verbinding worden gemaakt van de dunne darm met de endeldarm of kan de verbinding achterwege gelaten worden door het aanleggen van een dunne darmstoma. Deze ingreep kan leiden tot verandering in uw ontlastingspatroon en leven.

Complicaties

Na iedere operatie kunnen complicaties optreden. Zo is er ook bij een operatie aan de dikke darm een kans op complicaties aanwezig zoals trombose, longontsteking, nabloeding en wondinfecties.

Wondinfecties zijn ontstekingen van de huid op de plaats van de hechtingen. De symptomen zijn roodheid van de huid of het lekken van wondvocht.

Bij een operatie aan de dikke darm kan zich ook een specifieke complicatie voordoen, namelijk een zogenoemde naadlekkage. Naadlekkage is een lek op de plaats waar het zieke stuk van de darm is verwijderd. Door dit lek kan de inhoud van de darm in de buik lopen en dat kan tot ontstekingen leiden. De symptomen die kunnen optreden zijn:

  • (hevige) buikpijn;
  • een bolle/gespannen buik;
  • misselijkheid;
  • braken.

Als er sprake is van een naadlekkage, zult u opnieuw geopereerd worden en wordt er in principe een stoma aangelegd.

Na de operatie

Binnen een halfuur na het einde van de operatie bent u weer bij bewustzijn. U verblijft slechts enkele uren op de uitslaapkamer (verkoever). Als u weer voldoende bij kennis bent en de controles van bijvoorbeeld bloeddruk, ademhaling en de pijn in orde zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

U en uw naasten willen waarschijnlijk graag weten hoe de operatie is verlopen. De chirurg die de operatie uitvoert, belt na afloop van de ingreep uw contactpersoon. U wordt zelf op de hoogte gebracht van het verloop van de operatie door de afdelingsarts. Meestal gebeurt dat de dag na de operatie.

Herstel

De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de factoren die van invloed zijn op het herstel na een operatie. Zo blijkt het herstel na de operatie versneld te kunnen worden door:

  • Een zo klein mogelijke insnijding door de chirurg: hoe minder schade aan weefsel wordt aangericht, des te sneller is het herstel.
  • Een optimale pijnbestrijding, waarbij niet alleen de pijn effectief wordt bestreden, maar waarbij ook de nadelige effecten van de pijnbestrijding (op maag- en darmwerking) worden geminimaliseerd.
  • Een zo kort mogelijke periode van bedrust, zodat verlies van spierkracht wordt beperkt.
  • Een zo kort mogelijke periode van voedselonthouding, zodat gewichtsverlies (en daarmee verlies van spiermassa en spierkracht) wordt tegengegaan.

Eten en drinken

Na de operatie mag u direct weer alles eten en drinken. Dit stimuleert de darmen om weer op gang te komen. U verliest rondom de operatie veel vocht, daarom is het belangrijk om veel water te drinken. De anesthesioloog schrijft medicijnen voor om misselijkheid en braken tegen te gaan. Toch kan misselijkheid niet altijd voorkomen worden. Vooral de grootte van de operatie en de reactie van uw lichaam daarop bepalen of u misselijk wordt. Als u niet misselijk bent, probeer dan minstens zes glazen te drinken na de operatie.

Pijnbestrijding

Na de operatie start u met vier keer per dag paracetamol. Wanneer u de pijnstillers regelmatig inneemt, dan bouwt u een spiegel in uw bloed op en dat werkt beter tegen de pijn. Om een goede indruk te krijgen van de pijnbestrijding, vragen wij u bij te houden hoeveel pijn u ervaart (zie hiervoor het dagboekje, die u van ons krijgt). Als u behoefte heeft aan meer pijnstilling, kunt u dit altijd aangeven bij de verpleegkundige.

Infuus en katheter

Het infuus en de katheter worden zo snel mogelijk na de operatie verwijderd. Meestal gebeurt dit al op de dag van de operatie.

Beweging

Na de operatie is het belangrijk dat u zo snel mogelijk weer in beweging komt. Bewegen is niet alleen belangrijk om bloedstolling (trombose) te voorkomen, maar ook om het verlies van spierkracht tegen te gaan. Daarnaast komen de darmen door beweging eerder op gang. Wanneer u in de stoel zit, kunt u beter ademhalen en dat verkleint bijvoorbeeld de kans op luchtweginfecties. Daarom is het wenselijk dat u nog op de dag van de operatie enkele uren uit bed komt.

In de dagen na de operatie is het belangrijk dat u meerdere uren buiten bed doorbrengt en een wandeling maakt over de afdeling. Uiteraard is pijnbestrijding van groot belang om goed te kunnen bewegen. Vertel de verpleegkundige daarom wanneer pijn u belemmert om uit bed te komen.

Weer naar huis

U mag (in overleg met de zaalarts) weer naar huis als:

  • u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan;
  • u weer normaal eten kunt verdragen;
  • u nog maar weinig pijn hebt.

Extra zorg

Thuis heeft u in principe geen extra zorg nodig. Wel is het prettig als u de eerste twee weken wat hulp kunt krijgen van uw partner, familie of naasten. Zware huishoudelijke klussen zullen wellicht nog moeilijk zijn en daarbij mag u de eerste zes weken na de operatie maximaal 5 kg tillen.

Operatiewond

  • De eerste week na het ontslag uit het ziekenhuis kunnen de wondjes of de grote buikwond nog gevoelig zijn of wat zwellen. Tijdens uw eerste controleafspraak op de polikliniek zal het herstel van de wond worden gecontroleerd.
  • De pijnklachten zullen nog niet weg zijn als u thuis bent. U zult waarschijnlijk merken dat u wat meer pijnklachten krijgt, als u zich wat meer gaat inspannen. U mag hiervoor drie tot vier keer daags één of twee tabletten paracetamol gebruiken.
  • U mag gewoon douchen met de wond.
  • De wond is meestal gehecht met oplosbare hechtingen. Bij geen wondvocht mag de wond onbedekt blijven.
  • Voor het verwijderen van niet oplosbare hechtingen krijgt u een aparte afspraak bij uw huisarts.

Wanneer bellen?

Mocht u zich de eerste dagen thuis niet lekker voelen, dan kunt u de temperatuur opnemen. Bij een stijging van de temperatuur boven 38 °C neemt u contact op met de polikliniek Chirurgie (tijdens kantooruren). Buiten kantoortijden en in het weekend kunt u contact opnemen met de afdeling Spoedeisende hulp. Zij zijn er om u te helpen. Neem ook contact op wanneer uw toestand na enkele dagen achteruitgaat, bijvoorbeeld door buikpijn, braken of hevige rugpijn. De contactgegevens vindt u hieronder.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met:

Zwolle

Verpleegafdeling Chirurgie
(038) 424 12 45

Abdominale chirurgie
(038) 424 62 95 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Spoedeisende hulp
(038) 424 50 00 (na 17.00 uur en in het weekend)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

13 mei 2020 / 5913