Contact
  1. 5921-Prostaatkanker (PID): H3 Bijlage Verwijderen lymfklierweefsel

Patiënten Informatie Dossier

​Om de juiste behandeling te kunnen bepalen, is het belangrijk om te weten of er uitzaaiingen zijn in de lymfklieren rondom de prostaat. Uitzaaiingen in de lymfklieren kunnen niet goed met een scan worden waargenomen. Daarom verwijdert de uroloog tijdens een operatie de lymfklieren rondom de prostaat. De patholoog onderzoekt deze klieren daarna in het laboratorium. Hier leest u hoe de operatie verloopt en hoe u zich kunt voorbereiden.

Kijkoperatie

Tegenwoordig wordt deze ingreep meestal via een zogenoemde kijkoperatie gedaan. Bij de kijkoperatie maakt de uroloog vier kleine sneetjes van ongeveer één centimeter in de onderbuik. Door deze sneetjes kan de uroloog een heel kleine camera en operatie-instrumenten naar binnen brengen en de operatie uitvoeren. Het voordeel van deze methode is dat u vaak minder pijnklachten heeft na de operatie en dat het herstel sneller is.

In sommige gevallen is een kijkoperatie niet mogelijk. Als dit van te voren bekend is, bespreekt de uroloog dit met u. In andere gevallen kunnen (technische) problemen tijdens de operatie de uroloog doen besluiten toch via een grotere snee te opereren. De weggenomen klieren gaan naar het laboratorium voor weefselonderzoek.

Voorbereiding

Preoperatief onderzoek

Voor de operatie heeft u een afspraak op de afdeling Preoperatief onderzoek. Om u goed voor te bereiden op de operatie vult u een vragenlijst in en heeft u een gesprek met de apothekersassistente (als u medicijnen gebruikt), de anesthesioloog en de preoperatief verpleegkundige. U spreekt hen alle drie apart. De anesthesioloog geeft u uitleg over de vorm van anesthesie die tijdens de operatie gebruikt wordt. Ook krijgt u uitleg over de pijnbestrijding. De totale afspraak duurt ongeveer een uur.

Als u medicijnen gebruikt, moet u deze in de originele verpakking meenemen naar uw afspraak op de afdeling Preoperatief onderzoek (of invullen op het preoperatief formulier dat u van de secretaresse hebt gekregen).

Operatie plannen

Ongeveer een week vóór uw operatie neemt de planningscoördinator van de polikliniek Urologie telefonisch contact met u op. Als u telefonisch niet bereikbaar bent, stelt zij u schriftelijk op de hoogte. Zij geeft u de operatiedag en het opnametijdstip door.

Wanneer u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, geeft zij namens de uroloog door wanneer u daarmee moet stoppen. Ook vraagt zij u om bij opname de medicijnen die u gebruikt, in originele verpakking mee te nemen naar het ziekenhuis. Heeft u vragen hierover, dan kunt u deze stellen aan de planningscoördinator via telefoon (038) 424 24 36.

Ter voorbereiding op uw opname leest u de folder ‘Opname in Isala'.

Niet eten en drinken

Vóór de operatie moet u nuchter zijn vanaf 24.00 uur ‘s nachts. Als u later op de dag geopereerd wordt, mag u ‘s morgens een licht ontbijt (thee en beschuit) gebruiken. Een verpleegkundige of de planningscoördinator van de afdeling zal u hierover informeren.

Opname

U wordt zo mogelijk op de dag van de operatie opgenomen op de verpleegafdeling. De planningscoördinator bespreekt dit met u.

  • Op de opnamedag hebt u een gesprek met een verpleegkundige over de gang van zaken op de afdeling. Aansluitend krijgt u een korte rondleiding.
  • De medicijnen die u gebruikt en meegenomen heeft naar het ziekenhuis, kunt u afgeven aan de verpleegkundige. Zij zal vragen wie als contactpersoon voor u wil optreden.
  • De verpleegkundige zal u tijdens uw opnameperiode zo veel mogelijk begeleiden. Hebt u nog vragen over uw operatie of behandeling, stelt u deze dan gerust.
  • Op de operatiedag krijgt u ‘s ochtends medicijnen (premedicatie) voorgeschreven door de anesthesioloog, zodat u zich beter kunt
    ontspannen.
  • De verpleegkundige geeft u een prik (Fraxiparine) om trombose (bloedstolling) te voorkomen. Deze injecties krijgt u totdat u weer naar huis gaat.
  • Wanneer u aan de beurt bent, brengt een verpleegkundige u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. U ontmoet hier de anesthesioloog. U hebt hem of een van zijn collega’s gesproken op de afdeling Preoperatief onderzoek.
  • In de voorbereidingsruimte helpen ze u op de operatietafel. Daarna wordt u naar de operatiekamer gereden.

Operatie

De operatie gebeurt altijd onder algehele anesthesie (narcose). Hiervoor krijgt u een infuus in uw arm. De narcose zal zo afgestemd zijn dat u niets merkt van de operatie. Tijdens de operatie krijgt u een katheter (slangetje) via de plasbuis in de blaas, waardoor de urine wordt afgevoerd. Soms krijgt u ook een slang in de wond (wonddrain) die het wondvocht afvoert. Via het infuus in uw arm krijgt u vocht en eventueel medicijnen toegediend. Gemiddeld duurt de operatie tweeënhalf uur.

Na de operatie

Na de operatie gaat u voor korte tijd naar de uitslaapkamer (recovery) waar u langzaam wakker wordt. Ongeveer een halfuur na het beëindigen van de operatie bent u weer bij bewustzijn. U zult weinig tot geen pijn ervaren. De anesthesie werkt niet lang na. De tijd die u daardoor op de uitslaapkamer verblijft, is daardoor beperkt tot enkele uren.

Als alle controles in orde zijn, geeft de anesthesist toestemming dat u terug naar de verpleegafdeling mag. De verpleegkundige van de afdeling haalt u op. Op de afdeling worden uw ademhaling, bloeddruk en hartslag ook gecontroleerd. Als u niet misselijk bent, mag u na de operatie weer water drinken.

Herstel

Dagelijks komt de uroloog of zijn assistent bij u langs om te kijken hoe het met u gaat en om eventuele vragen te beantwoorden. Als u een wonddrain heeft, wordt deze verwijderd als er weinig tot geen wondvocht meer uit de wond komt. Meestal is dit de eerste dag na de operatie. Het verband op de wondjes worden dan verwijderd. Als de wondjes droog zijn, hoeft er geen nieuw verband op.

Als u weer voldoende eet en drinkt, wordt het infuus de eerste dag na de operatie verwijderd. Ook de blaaskatheter wordt meestal de eerste dag na de operatie verwijderd.

Nadat deze katheter is verwijderd, kan een aantal dingen anders zijn dan u gewend bent:

  • U kunt ongewild wat urine verliezen.
  • Er kan nog wat bloed in uw urine voorkomen.
  • Soms kunt u niet plassen, terwijl u wel aandrang heeft.
  • Het plassen kan met kleine beetjes gaan en kan pijnlijk zijn.

Pijn

De arts heeft met de verpleegkundige besproken welke medicijnen u krijgt tegen de pijn. Blijft u ondanks deze medicijnen pijn houden, geeft u dat dan door aan een verpleegkundige. Zij zal u in overleg met de arts extra of andere medicijnen geven.

Weefselonderzoek

Meestal krijgt de uroloog de uitslag van het weefselonderzoek zeven werkdagen na de operatie. Hij zal deze met u bespreken tijdens het controlebezoek op de polikliniek Urologie. Dan zal ook de verdere behandeling met u besproken worden.

Weer naar huis

Afhankelijk van uw herstel kunt u twee tot drie dagen na de operatie weer naar huis. Dit hangt onder meer af van het feit of u een kijkoperatie of een ‘gewone’ operatie hebt gehad. De arts bespreekt dit met u.

De verpleegkundige zal uw contactpersoon van uw ontslag op de hoogte stellen, wanneer u dat zelf niet kunt. Ook bespreekt de verpleegkundige met u hoe laat u naar huis kunt. Daarnaast krijgt u de volgende papieren mee:

  • een afspraak voor controle op de polikliniek van de uroloog, gecombineerd met een afspraak bij de regieverpleegkundige oncologie;
  • een brief voor uw huisarts.

Nazorg

  • Om de wondjes goed te laten herstellen is het advies om de eerste zes weken na de operatie niet zwaar te tillen of te sporten.
  • De hechtingen zijn oplosbaar en gaan er dus vanzelf uit. U mag na de operatie weer gewoon douchen.

Lymfoedeem

Doordat er lymfeklieren verwijderd zijn, kan er na de operatie sprake zijn van vochtophopingen in de onderbuik, bovenbenen en/of het scrotum. U ziet dan dat er sprake is van een zwelling. Ook kan het gebied strak of zwaar aanvoelen. Dit noemen we lymfoedeem en het ontstaat doordat het lymfesysteem uit balans is. Dit gaat meestal vanzelf over. Indien het aanhoudt kan er lymfoedeemtherapie toegepast worden. U kunt zelf het volgende doen om het lymfoedeem te verminderen:

  • beweeg optimaal, maar overbelast niet: met name de kuitspieren en de voorvoet;
  • afwisselend gewicht van hak naar voorvoet verplaatsen (hakken-tenen);
  • wiebelen met de tenen, vooral met de grote teen;
  • voorkom lang stilzitten of stilstaan, want dan is de spierpomp niet actief;
  • probeer te voorkomen dat u in een “knik” zit.

Bij twijfel en of vragen, neemt u dan gerust contact op met de regieverpleegkundige.

4 november 2019 / 5921 / P

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.