Contact
  1. 6024-Anticonceptie

​Er zijn veel verschillende vormen van anticonceptie (voorbehoedmiddelen). Om een weloverwogen keuze te kunnen maken voor een bepaalde vorm van anticonceptie, vindt u hier een overzicht van de meest voorkomende soorten van anticonceptie. We geven onder andere informatie over hoe de anticonceptie werkt, hoe u het gebruikt, wat u kunt verwachten en wat de voor- en nadelen zijn.

Sinds 2011 is anticonceptie voor vrouwen vanaf 21 jaar niet meer opgenomen in de basisverzekering. Het is afhankelijk van de zorgverzekeraar en de soort verzekering welk bedrag eventueel vergoed wordt. Om onaangename verrassingen achteraf te voorkomen wordt u daarom geadviseerd vooraf bij uw zorgverzekeraar te informeren in hoeverre deze de kosten van anticonceptie aan u zal vergoeden.

Wat is anticonceptie en hoe werkt het?

Anticonceptie betekent letterlijk: tegen conceptie, of tegen bevruchting. Anticonceptie is een manier om de bevruchting en/of innesteling van een bevruchte eicel tegen te gaan en dus de kans op een zwangerschap zo klein mogelijk te maken. Dit kan op meerdere manieren: 

  • Door toediening van stoffen die voorkomen dat eicellen bij de vrouw uitrijpen en de eisprong optreedt (dit gebeurt bijvoorbeeld bij de pil). 
  • Door ervoor te zorgen dat de zaadcellen en de eicellen elkaar niet kunnen bereiken (dit gebeurt bijvoorbeeld bij gebruik van een condoom). 
  • Door geen gemeenschap te hebben tijdens de vruchtbare periode (timen van de eisprong) of door geen zaadlozing in de schede te hebben (‘voor het zingen de kerk uit’ of coïtus interruptus). 
  • Door te voorkomen dat een bevruchte eicel zich in de baarmoeder nestelt (dit gebeurt bijvoorbeeld bij het spiraal).

Natuurlijke menstruatiecyclus

De natuurlijke cyclus bestaat uit drie fasen:

  1. Elke maand geeft de hypofyse (een klier in de hersenen) een signaal aan de eierstokken om een eicel te laten rijpen.
  2. Als deze eicel gerijpt is, komt deze vrij. Dit is de eisprong of ovulatie. Er zijn daarna twee mogelijkheden.
  3. Als er geen bevruchting plaatsvindt door een zaadcel, lost de eicel op en volgt de menstruatie. Bij een bevruchting nestelt de eicel zich in de baarmoeder en blijft de menstruatie uit. Dit is het begin van een zwangerschap.

Welke methode kiest u?

Hoewel geen enkele anticonceptiemethode absolute veiligheid biedt, zijn de meest gebruikelijke methoden zeer betrouwbaar. Bij het maken van een keuze voor een anticonceptiemethode spelen daarom andere zaken een rol, zoals: 

  • eventuele klachten die u van de menstruatie heeft; 
  • al dan niet aanwezige kinderwens, op korte of juist langere termijn.

Niet alle methoden zijn voor iedereen geschikt. Als u een anticonceptiemethode kiest, is moeilijk te voorspellen of deze methode voor u ook de beste is. In ongeveer tien procent van de gevallen is de gekozen methode uiteindelijk niet de meest ideale. Vraag u bij de keuze af hoe lang u een anticonceptiemethode zult gebruiken, wat de voor- en nadelen zijn en welke bijwerkingen de methode kan hebben. Bij trombose (bloedstolling) bij uzelf of in de familie moet u voorzichtig zijn met hormonale middelen; overleg dan met uw arts.

Indeling van anticonceptiemethoden

Uitgaande van de manier waarop anticonceptie werkt, kunnen we de methoden als volgt indelen:

  1. Hormonale methoden.
  2. Intra-uteriene methoden.
  3. Natuurlijke methoden. 
  4. Barrièremiddelen.
  5. ‘Klassieke’ methoden.
  6. Definitieve methoden.

1. Hormonale methoden

Bij de hormonale methoden worden de hormonen die zorgen voor een eisprong, onderdrukt. Als bij de vrouw geen eisprong optreedt, kan geen bevruchting plaatsvinden. Bij hormonale middelen kunnen we twee groepen onderscheiden:

a. Combinatiemiddelen met oestrogenen en progestagenen: pil, ring, pleister.
b. Middelen met alleen progestageen: minipil, prikpil, hormoonstaafje, spiraal.

Hormonale middelen om de aanmaak van zaad bij de man tegen te gaan (zoals de ‘mannenpil’) zijn nog in onderzoek en worden hier niet besproken.

a. Combinatiemiddelen met oestrogenen en progestagenen

Deze middelen bootsen een normale menstruatiecyclus na. De oestrogenen zorgen voor een regelmaat in het vloeien. Van progestageen bestaan verschillende soorten. Iedere maand, in de stopweek, treedt een bloeding op die op een menstruatie lijkt, maar onttrekkingsbloeding wordt genoemd.

Anticonceptiepil

De anticonceptiepil (kortweg: de pil) moet u elke dag, het liefst op een vast tijdstip, innemen gedurende 21 of 22 dagen; daarna volgt een stopperiode van maximaal zeven dagen. In deze stopperiode is er meestal een bloeding van enkele dagen. Begin met een nieuwe strip op een vaste dag van de week. Doorslikken van de pil zonder stopweek is mogelijk, maar de manier waarop is afhankelijk van de samenstelling van de pil die u gebruikt. Overleg bij twijfel met uw arts.

Soorten pil

Hieronder staan de verschillende soorten combinatiepillen op een rijtje. De meeste pillen zijn eenfasepillen: elke pil heeft dezelfde samenstelling. Twee- en driefasenpillen hebben twee respectievelijk drie verschillende samenstellingen na elkaar; ook hier is er een stopweek. Voor het slikken van de pil moet u dus bij de twee- en driefasenpillen, goed op de volgorde letten. Er zijn zoveel verschillende merken, met per merk verschillende werkzame hormonen, dat er altijd wel een pil is die beter verdragen wordt dan een andere.

Eenfasepil

In elk tablet (of pleister) zit dezelfde hoeveelheid aan oestrogeen en progestageenhormonen. De modernere pillen worden ‘sub 50’ of ‘sub 30’ pillen genoemd, omdat ze minder dan 50 of 30 mcg (1 mcg = 1 duizendste milligram) oestrogenen bevatten.

Meerfasenpil

Bij de meerfasenpil worden de natuurlijke schommelingen van de eigen hormonen tijdens de cyclus nagebootst. De strip/schijf bevat verschillende kleuren pillen met andere hoeveelheden oestrogeen- en progestageenhormonen per kleur. De bloeding die tijdens de vier dagen met de witte pillen ontstaat, is geen echte menstruatie, maar een onttrekkingsbloeding doordat u stopt met de hormonen. De bloeding is minder heftig, korter en minder pijnlijk dan een gewone menstruatie.
Daarnaast is er ook een zogenoemde ‘natuurlijke pil’. Deze geeft hetzelfde oestrogeen af als het vrouwelijke lichaam maakt. Het innameschema volgt de natuurlijke schommelingen.

Een van de nieuwste ontwikkelingen is een pil met doseringsschema van 24 actieve tabletten en vier niet-actieve tabletten. Hierdoor worden hormoonschommelingen verminderd. U vergeet minder snel een tablet doordat elke dag een pil moet worden ingenomen. Bijkomstigheid is dat de onttrekkingsbloeding is verkort.

Gebruiksaanwijzing

Als u de pil gaat gebruiken, is het van belang de gebruiksaanwijzing (bijsluiter) goed te lezen. Hierin staan onder andere de (bij)werkingen. Ook vindt u instructies op welke dag u moet starten met de pil. Het volgende is daarbij belangrijk: 

  • Neem de pil elke dag bij voorkeur op hetzelfde tijdstip in. 
  • In de stopweek vindt meestal na twee à drie dagen de bloeding plaats. 
  • Als u de menstruatie een keer wilt overslaan, slaat u de stopweek over en begint u, als de oude strip leeg is, direct weer met een nieuwe strip. Houd er rekening mee dat er wel tussentijds bloedverlies kan optreden.

Mogelijke bijwerkingen, risico’s

De mogelijke bijwerkingen van de pil zijn: gewichtstoename, acne, tussentijdse bloedingen en hoofdpijn. De pil is minder betrouwbaar bij diarree/braken en antibioticagebruik.

Pilstrip

Afbeelding 1: de pilstrip

Anticonceptiering

De anticonceptiering (bijv. Nuvaring) geeft in de schede een constante hoeveelheid hormonen af. De ring kan drie weken blijven zitten; daarna is er een stopweek. U kunt de ring gemakkelijk zelf inbrengen en verwijderen. Het is mogelijk mét én zonder ring gemeenschap te hebben, maar de ring mag niet langer dan drie uur uit de schede blijven.

Medische illustratie anticonceptiering in de schede

Afbeelding 2: de ring in de schede
 

Anticonceptiepleister

Als u het (bijna) dagelijks slikken van een tablet belastend vindt, kan de pleisterpil een alternatief zijn. Deze huidpleister geeft een constante hoeveelheid hormoon af aan het lichaam. De pleister moet eenmaal per week worden vervangen; na drie weken is er een stopweek. De pleister kan overal op de huid geplakt worden, behalve op de borsten. De anticonceptieve werking is mogelijk lager bij vrouwen die 90 kg of meer wegen. Andere nadelen zijn de beperkte ervaring met de pil, de lokale bijwerkingen, de kans op loslaten van de pleister en de hoge prijs.

Cyclische toediening (met een cyclusduur van 28 dagen): gedurende de eerste 3 weken van de cyclus: 1 pleister per 7 dagen (dag 1, 8 en 15), gevolgd door een pleistervrije periode van 7 dagen.

 

Voor- en nadelen van combinatiemiddelen

De combinatiemiddelen behoren tot de meest betrouwbare vormen van anticonceptie. Als u met een combinatiemiddel begint, kunt u korte tijd – enkele weken tot maanden – in meer of mindere mate misselijk zijn, gespannen borsten hebben of misschien minder zin hebben in seks. Het is ook mogelijk dat er tussentijds lichte bloedingen optreden (‘spotting’). Meestal verdwijnen deze klachten vanzelf, maar als ze langer aanhouden, kunt u proberen of ze verdwijnen met een andere pil.

De kans op (veneuze) trombose – dat wil zeggen: een bloedprop in een ader – is heel licht verhoogd bij gebruik van de pil. Anticonceptiepillen die desogestrel, gestodeen of cyproceteronacetaat als progesteron bevatten, geven mogelijk een hogere kans op trombose (bloedstolling). Als trombose bij u of uw naaste familie voorkomt, kan bij u onderzoek nodig zijn naar erfelijke stoornissen in de bloedstolling (bijvoorbeeld Factor V). Bespreek dit met uw arts.

Als u rookt en zeker als u ouder bent dan 35 jaar en daarbij de pil gebruikt, heeft u een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Tabel voor- en nadelen van combinatiepreparaten 
Voordelen Nadelen
Betrouwbaar

Verhoogde kans op:

hart- en vaatziekten, vooral in combinatie met roken

Vaak minder bloedverlies veneuze trombose, vooral in de eerste maanden na het starten
Vaak minder pijn tijdens de bloeding​ Mogelijke lichte stoornissen in de suikerwisseling​
Eventueel minder premenstruele klachten​ zeer geringe verhoging van de bloeddruk​
Minder risico op goed- en kwaadaardige gezwellen aan baarmoeder en eierstokken.​ goedaardige aandoening van de lever​
zeer geringe verhoogde kans op borstkanker​

b. Middelen met alleen progestagenen

Bij het gebruik van middelen die alleen progesteron afgeven, is vaak geen menstruatiecyclus meer herkenbaar. Ongeveer een derde van de vrouwen heeft helemaal geen bloedverlies meer, een derde heeft nog een herkenbare cyclus maar minder bloedverlies, en een derde heeft bloedverlies dat niet te voorspellen is, wat soms hinderlijk wordt gevonden. Het totale bloedverlies is bij het gebruik van deze middelen echter minder dan wanneer er geen hormonen zouden worden gebruikt. Ook als de bloedingen wegblijven, is het middel betrouwbaar. Middelen met alleen progestageen worden nogal eens gebruikt in het kraambed en bij borstvoeding.

Minipil

De minipil moet u zonder stopweek dagelijks slikken, liefst op hetzelfde tijdstip. De minipil gebruikt u continu en is net zo betrouwbaar als de combinatiemiddelen.

Prikpil

De prikpil is een injectie in de spier, die eens per drie maanden wordt gegeven. De prikpil heeft als nadeel dat het na het stoppen soms lang kan duren voordat de gewone cyclus weer terugkomt: maximaal een jaar. Als voordeel kan gelden dat u slechts vier keer per jaar aan anticonceptie hoeft te denken. Als u klachten heeft door de prikpil, kan het toegediende hormoon niet worden weggehaald en moet u wachten tot de hormonen vanzelf uit uw lichaam zijn verdwenen.

Hormoonstaafje

Het hormoonstaafje (bijv. Implanon) is vier centimeter lang en geeft elke dag een constante hoeveelheid progesteron (etonorgestrel) af. Hierdoor komt er geen eicel vrij en wordt het slijm in de baarmoederhals taai en bijna ondoordringbaar voor zaadcellen. Het staafje wordt na lokale verdoving door de (huis)arts in de bovenarm net onder de huid ingebracht. Het staafje is te voelen. Na plaatsing van het hormoonstaafje wordt een drukverband aangelegd, dat u na 24 uur kunt verwijderen. Het hormoonstaafje biedt drie jaar bescherming. Na het verwijderen van het staafje bent u meteen weer vruchtbaar.

Hormoonspiraal

Het hormoonspiraal (bijv. Mirena) wordt in de baarmoeder ingebracht en kan vijf jaar blijven zitten. Het progesteron dat afgegeven wordt, werkt met name op het baarmoederslijmvlies en slechts een klein gedeelte komt in het lichaam. Soms treedt daarom wel een eisprong op, maar de kans op een zwangerschap is zeer klein: het slijmvlies van de baarmoeder wordt niet aangemaakt. Het spiraaltje wordt door een arts ingebracht bij voorkeur tijdens de menstruatie, maar in ieder geval binnen zeven dagen nadat de bloeding is begonnen.

Gedurende deze periode staat de baarmoedermond open en gaat het inbrengen makkelijker. Een spiraaltje is een paar centimeter groot en buigzaam. Aan het uiteinde van een spiraaltje zit een draadje; hiermee kan het weer worden verwijderd. Het hormoonspiraal kan, zeker in de eerste maanden, onregelmatig bloedverlies veroorzaken en soms buikpijn. Na een jaar gebruik van het hormoonspiraal is tachtig procent van de vrouwen tevreden. Ongeveer 25 procent heeft geen menstruaties meer, ongeveer vijftig procent heeft nog wel bloedverlies, maar veel minder.

Voor- en nadelen van progestageen-alleen middelen

Ook hier geldt: minder bloedverlies bij een betrouwbaar anticonceptiemiddel. Met uitzondering van de minipil (die u dagelijks moet innemen) hoeft u bij deze middelen niet dagelijks aan de anticonceptie te denken. De prikpil geeft twaalf weken bescherming tegen een zwangerschap, het staafje doet dat drie jaar en het hormoonspiraal vijf jaar. Deze middelen geven, als u rookt, geen extra risico op hart- en vaatziekten, zoals wel het geval is bij de combinatiemiddelen.

Komt in uw naaste familie trombose voor of heeft uzelf trombose, dan moet u dat met uw arts bespreken. Het meest genoemde nadeel bij de middelen die alleen progesteron bevatten, is de onvoorspelbaarheid van het bloedverlies: in de eerste drie tot zes maanden kan er, zeker in het begin, vrijwel dagelijks bloedverlies zijn. Daarna is er nog af en toe een bloeding op niet te voorspellen tijdstippen; op den duur kan het bloedverlies helemaal wegblijven.

2. Intra-uteriene methoden

Hier gaat het om methoden die in de baarmoeder (intra = in, uterus = baarmoeder) worden toegepast. Er bestaan meerdere soorten spiralen, die kunnen worden onderscheiden in twee groepen: 

  • koperspiraal 
  • hormoonspiraal

Beide spiralen kunnen ten minste vijf jaar blijven zitten en kunnen meestal gemakkelijk verwijderd worden.

Medische illustratie van een koperspiraal

Afbeelding 3: koperspiraal

Medische illustratie van een hormoonspiraal

Afbeelding 4: hormoonspiraal

Koperspiraal

De belangrijkste werking van het koperspiraal is het niet-actief maken van de zaadcellen. Dit wordt veroorzaakt door het koper (een lichaamsvreemde stof) die zorgt voor een ontstekingsreactie van de cellen in de omgeving. Het baarmoederslijmvlies raakt geïrriteerd en wordt zodoende ongeschikt gemaakt voor innesteling van een bevruchte eicel.

De vorm van een koperspiraaltje is vaak een T of een ankertje. Sommige vrouwen kunnen een koperspiraaltje niet goed verdragen vanwege buikkrampen of meer hevige en pijnlijkere menstruaties. De eerste drie maanden na plaatsing kan de menstruatie pijnlijker en heviger zijn en is de betrouwbaarheid, door eventuele afstoting, minder. Na plaatsing wordt u aangeraden om aanvullende anticonceptie te gebruiken tot de controle op de polikliniek.

Hormoonspiraal In dit spiraaltje (bijv. Mirena) worden de voordelen van een spiraaltje en de pil gecombineerd. In het hormoonspiraal zit progesteron (levonorgestrel), dat een anticonceptieve werking heeft op het baarmoederslijmvlies. Het zorgt ervoor dat dit slijmvlies niet toeneemt, waardoor over het algemeen de bloedingen steeds lichter worden en soms geheel verdwijnen. Ook wordt het slijm in de baarmoederhals taaier en dikker, waardoor de zaadcellen moeilijk de baarmoeder kunnen binnendringen. De hormonen werken rechtstreeks in de baarmoeder. Zij zijn veel lager gedoseerd in vergelijking met de pil (zestig tot honderd keer minder hormonen in het bloed) en geven daarom minder bijwerkingen. De betrouwbaarheid is hoog en zelfs te vergelijken met een sterilisatie. Het hormoonspiraaltje wordt gebruikt voor anticonceptie voor langere tijd, maar is niet definitief. Ook wordt het gebruikt bij de behandeling van hevig menstrueel bloedverlies (menorragie).

Voor- en nadelen van de spiralen

Spiralen zijn net zo betrouwbaar als hormonale anticonceptiemethoden. Het grote voordeel kan zijn dat u minimaal vijf jaar niet meer aan anticonceptie hoeft te denken. Een belangrijk nadeel van een koperspiraal is de kans op een iets langere menstruatie waarbij wat meer bloedverlies kan optreden.

Ook kan de menstruatie pijnlijker zijn. Bij het hormoonspiraal kunt u onregelmatig bloedverlies (die voornamelijk tijdens de eerste maanden van het gebruik optreedt) als een nadeel ervaren. Bij en na het inbrengen van een spiraal is er een kleine kans op een ontsteking van de baarmoeder en/of de eileiders. Dit kan gevolgen hebben voor uw vruchtbaarheid. Soms wordt daarom vóór het inbrengen een kweek van de baarmoedermond afgenomen en schrijft de arts zo nodig antibiotica voor, voor u en eventueel voor uw partner.

3. Natuurlijke methoden

Bij de natuurlijke methoden gaat het erom geslachtsgemeenschap tijdens de vruchtbare periode te vermijden.

Periodieke onthouding

Periodieke onthouding is een methode van anticonceptie die zich baseert op de menstruatiecyclus van de vrouw. Bij periodieke onthouding vindt er alleen geslachtsgemeenschap plaats tijdens de onvruchtbare periode van de vrouwelijke cyclus. Periodieke onthouding heeft als nadeel dat het bepalen van de vruchtbare periode niet eenvoudig is. Er zijn vijf soorten periodieke onthouding.

Kalendermethode

De kalendermethode betekent geen geslachtsgemeenschap gedurende de vruchtbare dagen van de vrouw. Deze dagen liggen ongeveer in het midden van de cyclus, rond de eisprong. Bij het begin van uw menstruatie start u met tellen om het begin van de eisprong in te schatten. Bevruchting is mogelijk in een periode van drie dagen vóór tot vier dagen na de te verwachten eisprong. Een zeer regelmatige en voorspelbare cyclus is voor deze methode noodzakelijk.

Temperatuurmethode (minder veilig)

Bij de temperatuurmethode stelt u uw vruchtbare dagen vast. Na de eisprong stijgt uw lichaamstemperatuur binnen één tot twee dagen. Deze verhoging duurt voort tot de volgende menstruatie. Wanneer uw lichaamstemperatuur (‘s morgens gemeten) halverwege de cyclus vier achtereenvolgende dagen 0,3 à 0,5 ºC hoger is dan de zes dagen daarvoor, mag u ervan uitgaan dat u in een veilige periode zit. Let erop dat bij deze methode een andere oorzaak van het stijgen van de temperatuur (bijvoorbeeld een ontsteking) moet worden uitgesloten.

Natural Family Planning

Van de natuurlijke methoden is de methode die bekend staat als NFP (Natural Family Planning), de meest betrouwbare. NFP bestaat uit een combinatie van temperatuurmeting en de Billingsmethode. Bij de Billingsmethode wordt gebruik gemaakt van de veranderingen in de slijmafscheiding van de baarmoedermond. De dagen vóór de eisprong is de slijmafscheiding verhoogd, dun en helder. Tijdens de andere dagen van de cyclus is dit kleverig en troebel.

Ovulatiemethode

Het is ook mogelijk om door middel van een urinetest (te verkrijgen bij apotheek en drogist) de waarde van het LH (luteïniserend hormoon is het eispronghormoon; ovulatie = eisprong) te bepalen om zo uw vruchtbare dagen te weten. Deze test is matig betrouwbaar: van de vrouwen die hem goed toepassen, wordt elk jaar toch nog zes procent zwanger.

Lactatie-amenorroemethode (LAM): borstvoeding als anticonceptie

Lactatie betekent ‘borstvoeding’ en amenorroe betekent ‘geen menstruatie’. Tijdens de borstvoeding treedt er de eerste maanden meestal geen menstruatie op. Bij volledige borstvoeding is er in de eerste maanden na een geboorte een natuurlijke bescherming tegen zwangerschap.

Volledige borstvoeding betekent dat de borstvoeding niet mag worden afgekolfd en dat de baby geen andere voeding tussendoor mag krijgen. Zodra u bloedverlies krijgt, bestaat er weer een kans op een zwangerschap en moet u anticonceptie gebruiken. De betrouwbaarheid van de LAM-methode neemt na enkele maanden altijd af en na zes maanden is een andere vorm van anticonceptie nodig.

Voor- en nadelen van de natuurlijke methoden

Borstvoeding heeft een natuurlijke anticonceptieve werking. Deze vorm van anticonceptie verstoort het natuurlijke proces na een bevalling niet. De methode is redelijk betrouwbaar, maar alleen als er geen bloedverlies optreedt in de eerste zes maanden na de bevalling en alleen bij volledige borstvoeding. De natuurlijke methoden volgen de biologische processen in het lichaam zonder ingrijpen van buitenaf, maar een nadeel is dat zij niet erg betrouwbaar zijn. Bovendien is de periodieke onthouding een intensieve methode die dagelijks tijd en aandacht vraagt.

4. Barrièremiddelen

Barrièremiddelen verhinderen het binnendringen van de zaadcellen in de baarmoeder. Om de betrouwbaarheid te verhogen is het nodig deze middelen te combineren met zaaddodende crème of pasta. Er zijn drie soorten barrièremiddelen:

  • condoom (mannen- en vrouwencondoom)
  • pessarium (vrouwenring) 
  • siliconenkapje

Condoom

Het meest bekend is het condoom voor de man. Mannencondooms zijn overal verkrijgbaar, van drogist tot cafés. Begin niet met vrijen voordat het condoom is omgedaan en gebruik bij voorkeur een zaaddodende pasta. Het vrouwencondoom is minder bekend. Het inbrengen is net zo gemakkelijk als een tampon. Het is behandeld met een glijmiddel. Vrouwencondooms zijn verkrijgbaar bij apotheek of drogist. Overigens geven condooms als enige anticonceptiemiddel bescherming tegen geslachtziekten (SOA’s).

Vaginale ring (diafragma of pessarium) en portio kapje(femcap)

Zowel het pessarium occlusivum als het portio kapje zijn anticonceptiemiddelen die ervoor moeten zorgen dat de zaadcellen niet in de baarmoeder kunnen komen. Pessarium occlusivum is een afgesloten rubberen ring die voor de baarmoedermond wordt ingebracht vóór de gemeenschap. Een pessarium is op maat en wordt door de arts aangemeten. Het portio kapje is een siliconen kapje dat precies past over de baarmoedermond.

U moet het pessarium of kapje altijd samen met een zaaddodend middel gebruiken. Na de gemeenschap wordt aanbevolen om het pessarium of kapje zes tot acht uur in te laten, omdat het zo lang duurt voordat alle zaadcellen zijn gedood. Bij een tweede gemeenschap moet u opnieuw het zaaddodend middel toepassen. Na gebruik spoelt u het pessarium af en kunt u het hergebruiken. Bij een forse gewichtsverandering moet u een nieuw pessarium laten aanmeten.

Voor- en nadelen van de barrièremiddelen

Bij barrièremiddelen worden de natuurlijke processen in het lichaam niet beïnvloed. Bovendien beschermen condooms tegen seksueel overdraagbare aandoeningen. Een nadeel is de geringe betrouwbaarheid. Sommige mensen vinden het gebruik van barrièremiddelen storend voor de seksuele beleving.

Medische illustratie pessarium

Afbeelding 5: het pessarium 

 

5. ‘Klassieke’ methoden

De klassieke methoden zijn de oudste anticonceptiemethoden:

  • abstinentie (geheelonthouding) 
  • coïtus interruptus (‘voor het zingen de kerk uit’).

In theorie is er bij geheelonthouding geen kans op zwangerschap, maar in de praktijk bestaat er jaarlijks tien procent kans op zwangerschap. Ook coïtus interruptus, waarbij de penis vóór de zaadlozing uit de schede wordt teruggetrokken, is niet erg betrouwbaar. Het vocht dat vóór de zaadlozing wordt afgescheiden, kan namelijk ook al zaadcellen bevatten.

Voor- en nadelen van de klassieke methoden

Bij de klassieke methoden worden de natuurlijke processen in het lichaam niet beïnvloed, maar de betrouwbaarheid is gering.

6. Definitieve methoden

Hieronder verstaan we: 

  • sterilisatie van de man 
  • sterilisatie van de vrouw.

Sterilisatie bij de man

Bij deze ingreep wordt uit beide zaadleiders een stukje weggehaald en afgebonden (vasectomie). Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. Erectie en orgasme worden niet beïnvloed door deze ingreep. De geproduceerde vloeistof (sperma) bevat geen zaadcellen meer. Het sperma wordt zes tot twaalf weken na de ingreep gecontroleerd. Tot deze controle is aanvullende anticonceptie noodzakelijk.

Sterilisatie bij de vrouw

Sterilisatie bij de vrouw betekent dat de eileiders worden afgesloten, waardoor eicel en zaadcellen elkaar niet meer kunnen ontmoeten en er geen bevruchting kan plaatsvinden. De eicel komt in de buikholte terecht en wordt opgenomen door het lichaam (geresorbeerd). De normale menstruatiecyclus blijft bestaan en er is geen invloed op de libido.

Er zijn verschillende methodes:

  • laparoscopische sterilisatie
  • hysteroscopische sterilisatie.

Lees meer in de folder 'Sterilisatie bij de vrouw'. 

Laparoscopische sterilisatie

Via kijkgaatjes in de buik plaatst de gynaecoloog ringetjes of clipjes op de eileiders. Dit gebeurt altijd onder narcose en een dagopname is noodzakelijk. U bent direct na de ingreep niet meer vruchtbaar. Risico’s van de ingreep kunnen zijn: het aanprikken van darmen, het ontstaan van bloedingen, en algemene operatie- en narcoserisico’s.

Hysteroscopische sterilisatie

Via een kijker zoekt de gynaecoloog via de schede de baarmoedermond en daarna de baarmoederholte op en plaatst hij een veertje in de eileiders. Het kan zijn dat na de ingreep menstruatiepijn optreedt. Deze methode gebeurt poliklinisch. Na sterilisatie kunt u uw activiteiten direct weer oppakken. Na de ingreep duurt het drie maanden totdat de eileiders zijn dichtgegroeid. In deze periode is aanvullende anticonceptie noodzakelijk. Ter controle wordt een echo of een röntgenfoto gemaakt om een geslaagde sterilisatie te bevestigen.

Voor- en nadelen van de definitieve methoden

De definitieve methoden zijn zeer betrouwbaar (maar nooit honderd procent) en u hoeft nooit meer aan anticonceptie te denken. De normale menstruatiecyclus wordt niet beïnvloed, maar als u eerder de pil gebruikt heeft en uw ‘eigen’ bloedingspatroon weer terugkrijgt, kan dat tegenvallen. Ook zijn er vrouwen die spijt krijgen, vooral als zij nog jong(er) zijn, geen kinderen hebben of een jongste kind jonger dan een jaar, of als hun relatie niet stabiel was toen zij voor deze methode kozen.

Hoe betrouwbaar is anticonceptie?

Geen enkele anticonceptiemethode is voor honderd procent veilig, maar er zijn wel steeds meer methoden die dit benaderen. Het meest betrouwbaar zijn de methoden waarbij u zelf niets hoeft te doen: de sterilisatie, het hormoonstaafje, het hormoonspiraal, het koperspiraal en de prikpil.

Hormonale middelen die u zelf moet ‘bijhouden’ blijken minder betrouwbaar te zijn: u kunt ze vergeten of verkeerd gebruiken. Hiertoe behoren de anticonceptiepil, de anticonceptiering, de anticonceptiepleister, het condoom, het pessarium of diafragma, het siliconenkapje, de zaaddodende middelen en de methode waarbij u uitrekent wanneer er een eisprong is.

Betrouwbaarheid

De betrouwbaarheid van een voorbehoedsmiddel wordt aangegeven met een cijfer. Dit cijfer geeft aan hoeveel vrouwen op de honderd vrouwen zwanger worden in de jaren na start van een methode van anticonceptie. Meestal worden er twee cijfers gegeven:

  • het theoretische cijfer geeft de kans op een zwangerschap weer bij optimaal en nauwkeurig gebruik 
  • het praktische cijfer geeft de kans op zwangerschap in de dagelijkse praktijk.

Hoe lager het cijfer, hoe betrouwbaarder de methode. Een overzicht van de kans op zwangerschap vindt u in de tabel hieronder. Bij de meeste anticonceptiemethoden geldt dat de kans op een zwangerschap in de eerste paar jaar van gebruik groter is dan in de jaren daarna.

 

Tabel kans op zwangerschap bij de verschillende methoden van anticonceptie 
Kans op zwangerschap bij optimaal gebruik
Kans op zwangerschap in de dagelijkse praktijk
​Geen anticonceptie ​80-85 80-85​

1. Hormonale methoden

combinatiepil (diverse merken)
anticonceptiering Nuvaring®
anticonceptiepleister
prikpil
progesteron-alleen pil
hormoonstaafje Implanon®

 

0,5
0,5-1,3
0,6-1
0,3
0,5
0,05

 

2-6
0,7-1,8
0,7-1,3
0,3
2-6
0,05

2. Intra-uteriene methoden

koperspiraal
hormoonspiraal Mirena®

 

0,6
0,1

 

0,8
0,1

3. Natuurlijke methoden​

periodieke onthouding
temperatuurmethode
NFP
ovulatiemethode
lactatie-amenorroe (borstvoeding)

 

3
1
2
4,7
2​

 

25
3-7
2
11,9
0-7,5​

4. Barrièremiddelen​

mannencondoom
vrouwencondoom
pessarium (vrouwenring)
siliconenkapje
zaaddodende pasta

 

3
5
6
4-26
4​

 

14
21
20
30
26​

5. Klassieke methoden​

abstinentie (onthouding)
coïtus interruptus (voor het zingen de kerk uit)

 

0
4​

 

10-25
6-38​

6. Definitieve methoden​

sterilisatie man
sterilisatie vrouw
laparoscopische sterilisatie
hysteroscopische sterilisatie Essure®

 

0,1

0,5
0,4-2,6​

 

0,15

0,5​

 

Wat als de anticonceptie vergeten of niet goed gebruikt is?

Als de anticonceptie vergeten of niet goed gebruikt is, is het mogelijk de kans op een eventuele zwangerschap te verkleinen met de morning-afterpil (noodpil).

Morning-afterpil of spiraal

Deze pil bevat levonorgestrel. De pil moet zo snel mogelijk worden ingenomen na onbeschermd seksueel contact, maar kan drie dagen tot maximaal vijf dagen na onbeschermde gemeenschap nog effect hebben. U kunt ook door een arts een spiraal (meestal een koperhoudend spiraal) laten plaatsen, tot vijf dagen na de onbeschermde gemeenschap.

Wanneer nodig?

Morning-afteranticonceptie is nodig in de volgende gevallen:

  • U bent de pil vergeten. Zeker in de eerste week van de pilstrip, als er een normale stopweek heeft plaatsgevonden en als er geslachtsgemeenschap is geweest in de zeven dagen vóór het vergeten van de pil, ook al was dit in de stopweek. Als er geen stopweek is geweest, dus als u de pil gewoon heeft doorgeslikt, is morning-afteranticonceptie niet nodig. Overleg bij twijfel met uw arts.
  • U heeft tijdens de vruchtbare dagen geen anticonceptie gebruikt.
  • Het condoom is afgegleden of gescheurd.

U moet de morning-afterpil zo snel mogelijk innemen. Als u kiest voor een koperen spiraal, wordt soms een antibioticum voorgeschreven om een infectie van de eileiders te voorkomen. Het spiraal kunt u daarna eventueel vijf jaar als anticonceptiemiddel gebruiken.

Te laat?

Vijf dagen na onbeschermde gemeenschap is noodanticonceptie niet meer mogelijk. Bent u onbedoeld zwanger geworden, dan zult u moeten nadenken over de vraag of u de zwangerschap wilt houden of niet. Overleg wanneer u een zwangerschap wilt laten afbreken zo snel mogelijk met uw arts of een abortuskliniek (www.stisan.nl) in uw buurt.

Tot slot

Elke methode van anticonceptie heeft voor- en nadelen. Daarom zal niet altijd de eerste keus ook direct de beste blijken te zijn. Bij elke methode komt ongeveer tien procent van de gebruikers erop terug. Geen enkele anticonceptie geeft honderd procent betrouwbaarheid. Bedenk daarbij dat u niet beschermd bent tegen seksueel overdraagbare aandoeningen als u geen condoom gebruikt. Voor bijna elke methode van anticonceptie moet u zelf bijbetalen. Bespreek met uw arts de mogelijkheden die uw voorkeur hebben en overleg met uw zorgverzekeraar over eventuele vergoedingen.

Lees vóór het starten met een bepaalde anticonceptiemethode altijd de bijsluiters en/of raadpleeg uw (huis) arts, verloskundige of apotheek.

Het copyright van en de verantwoordelijkheid voor deze informatie berusten bij de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle
polikliniek Gynaecologie
(038) 424 56 04 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 - 17.00 uur)

Meppel
polikliniek Gynaecologie
(0522) 23 38 11 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Voor meer informatie kunt u ook kijken op www.degynaecoloog.nl

26 november 2018 / 6024

Gerelateerde folders

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.