Contact
  1. 6109-Neurostimulatie bij chronische pijn

Neurostimulatie is een vorm van pijnbestrijding. Hierbij worden zwakke elektrische stroompjes aan het ruggenmerg of de zenuwwortel gegeven. In deze folder vindt u informatie over neurostimulatie bij chronische pijn. Deze folder helpt u als u nadenkt over of u neurostimulatie wilt. Ook helpt de folder om u voor te bereiden op een behandeling met neurostimulatie.

Goed om te weten: de behandeling kan bij u anders gaan, dan in deze folder staat. Elke patiënt, elke pijnklacht en dus ook elke behandeling is anders. Tijdens het intakegesprek bespreekt u samen met de verpleegkundig specialist uw behandeling. U kunt dan ook al uw vragen stellen.

Is deze behandeling geschikt voor mij?

Voor u start met de behandeling, kijken we samen heel zorgvuldig of neurostimulatie u kan helpen. Of het een goede behandeling is voor uw pijnprobleem én of de behandeling bij u past.

Ook tijdens de behandeling kan uw arts alsnog besluiten om te stoppen met neurostimulatie, omdat de behandeling niet geschikt is voor u. Natuurlijk kunt u ook op elk moment zelf aangeven dat u de behandeling niet verder wilt ondergaan.

Bij welk soort pijn helpt neurostimulatie?

Neurostimulatie werkt alleen bij neuropathische pijn. Neuropathische pijn is zenuwpijn die veroorzaakt wordt door een beschadiging of verandering van een (deel) van het zenuwstelsel. De beschadiging of verandering in het zenuwstelsel kan bijvoorbeeld gekomen zijn door:

  • chronische irritatie van de zenuw
  • littekenvorming na een (hernia)operatie
  • andere oorzaken.

Neurostimulatie heeft géén effect op schade die veroorzaakt is tijdens een eerdere operatie. Neurostimulatie helpt ook niet tegen pijn door slijtage.

Voor wie is neurostimulatie geschikt?

Om in aanmerking te komen voor neurostimulatie, moet u aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • De medicijnen en andere therapieën die u tot nu toe heeft gehad, werken onvoldoende. Of ze zorgen voor te veel bijwerkingen.
  • U bent niet verslaafd aan medicijnen, alcohol, drugs of roken.
  • U (en uw partner/familie) denkt dat neurostimulatie uw pijnklachten kan verminderen.
  • Uw arts denkt dat neurostimulatie een goede behandeling voor u is.

Neurostimulatie

Hoe werkt neurostimulatie?

Neurostimulatie is een behandeling tegen pijn. Hier worden zwakke elektrische stroompjes aan het ruggenmerg of zenuwwortel gegeven. Tijdens een kleine operatie wordt een geleidingsdraad in een ruimte tussen uw ruggenwervel geplaatst. Deze geleidingsdraad noemen we een lead. De lead zit vast aan een batterij die onder uw huid wordt geplaatst. Deze batterij heet een IPG. Dit staat voor Interne Puls Generator. De IPG geeft zeer zwakke elektrische stroompjes af aan de lead. Deze elektrische stroompjes onderdrukken de pijnprikkel vanuit het pijngebied naar de hersenen. Of u deze stroompjes voelt, hangt af van welk neurostimulatiesysteem u krijgt. Bij sommige systemen voelt u de elektrische stroompjes een klein beetje in het pijnlijke gebied. 

Welke soorten neurostimulatie zijn er?

In ons Pijncentrum gebruiken wij twee verschillende soorten neurostimulatie:

  • spinal cord stimulatie (SCS-stimulatie)
  • dorsal root ganglion stimulatie (DRG-stimulatie)

Spinal cord stimulatie (SCS-stimulatie) is de meest gebruikte vorm. Hierbij wordt de lead op het ruggenmerg geplaatst. Deze vorm wordt vaak gebruikt bij uitstralende pijn vanuit de rug naar één of beide benen of armen. Meestal wordt hierbij een soort stimulatie gekozen die u zelf niet voelt.

Bij dorsal root ganglion stimulatie (DRG-stimulatie) wordt de lead direct op een zenuwwortel geplaatst. Deze vorm van neurostimulatie wordt vaak gebruikt bij pijn in een specifiek deel van het lichaam: arm, been, hand, voet. Bij deze vorm van stimulatie voelt u de stroompjes héél licht op de plek waar u pijn heeft.

Wat is het resultaat van neurostimulatie?

Chronische pijn is heel lastig te behandelen. Ook neurostimulatie is geen wonderbehandeling. Het is belangrijk dat u reële verwachtingen heeft. Een pijnvermindering van 50% wordt als een succesvolle behandeling gezien. Vaak liggen de resultaten hoger.

Om het succes van de behandeling te vergroten, is het belangrijk dat:

  • U actief bij de behandeling betrokken bent.
    U bent degene die het systeem moet bedienen en zich moet houden aan de leefregels. Deze leefregels vindt u verderop in de folder.
  • U weet dat er een kans is dat neurostimulatie bij u niet of niet voldoende werkt. Hoewel neurostimulatie een groot deel van uw pijn kan onderdrukken, kan er altijd nog restpijn blijven bestaan.
  • U weet dat neurostimulatie uw klacht niet geneest, maar kan bijdragen aan het verminderen van uw pijn. Net als het gebruik van pijnstillers.

Voor de behandeling

Verpleegkundig specialist

Uw verpleegkundig specialist begeleidt u vóór, tijdens en na de implantatie. Als het nodig is, overlegt de verpleegkundig specialist met de pijnspecialist over uw behandeling. Om u goed te kunnen begeleiden, is het belangrijk dat u regelmatig op het reguliere spreekuur van de verpleegkundig specialist komt. Verderop in deze folder leest u meer over de controleafspraken.

Intakegesprek

Er zal een intakegesprek met de verpleegkundig specialist gepland worden. Tijdens dit gesprek bespreekt u samen:

  • wat neurostimulatie is
  • hoe de behandeling verloopt
  • uw pijnklachten
  • leefregels bij neurostimulatie
  • uw vragen 

Als u na dit intakegesprek wilt nadenken over of u deze behandeling wilt ondergaan, kan dat natuurlijk. U maakt altijd zélf de keuze om deze behandeling te ondergaan. We spreken dan af dat wij u na enige tijd bellen om uw keuze te bespreken.

Als u tijdens het intakegesprek besluit een neurostimulatiebehandeling te willen, zetten we meteen de voorbereidingen in gang.
Soms zijn er na het intakegesprek nog onduidelijkheden die met de pijnarts(en) besproken moeten worden. Dan worden de voorbereidingen nog niet opgestart.

Pre-operatief onderzoek

Na uw intakegesprek en een eventueel overleg met de pijnarts(en), heeft u een afspraak voor een preoperatief onderzoek. Dit kan zowel in Isala Zwolle als in Isala Meppel. Bij het inplannen van deze afspraak proberen wij rekening te houden met uw woonplaats. Hoe uw afspraak bij het preoperatieve spreekuur verloopt, leest u in de folder 'Pre-operatief onderzoek'.

Implantatie van de neurostimulator

De implantatie van de neurostimulator gebeurt in twee fasen:   

  • De eerste fase is de proeffase van ongeveer twee weken.
    Hierbij wordt de lead geïmplanteerd. De batterij wordt nog niet in uw lichaam geïmplanteerd. Deze draagt u buiten uw lichaam bij u. Het doel van de proeffase is kijken of neurostimulatie uw pijn vermindert.
  • In de tweede fase wordt de onderhuidse batterij (de IPG) geïmplanteerd. Dit doen wij alleen als u in de proeffase voldoende vermindering van uw pijn merkt.

Voorbereiding op de proefimplantatie

Zo bereidt u zich voor op de proefimplantatie.

Vijf dagen voor de operatie:

  • Gebruik de Betadine shampoo: éénmaal per dag wast u uw hele lichaam met de shampoo.
  • Start met de Bactroban neuscrème. Smeer drie keer per dag beide neusgaten in. Gebruik zowel Betadine als Bactroban om de kans op een besmetting met huidbacteriën te voorkomen.

Op de dag van de operatie:

  • U moet nuchter zijn voor de operatie. Dit betekent dat u voor de operatie niet mag eten en drinken. Volg de instructies die u heeft gekregen tijdens het pre-operatief onderzoek.
  • Neem uw normale pijnmedicatie in. Maar gebruik geen NSAID’s. Dit zijn pijnstillers als Diclofenac, Ibuprofen, Naproxen enzovoort. Deze medicijnen werken licht bloedverdunnend en mag u voor de operatie niet gebruiken.
  • Neem al uw eigen medicijnen mee naar het ziekenhuis: in ieder geval voldoende tot de volgende dag.

Opname dagcentrum

Zowel de proefimplantatie als de definitieve implantatie vinden plaats in Isala Meppel. Op de dag van de behandeling meldt u zich bij de receptie van het ziekenhuis. Hier wordt u verwezen naar het Opname Centrum Operatieafdeling (O.C.O.). Hier wordt u voorbereidt op de geplande operatie en naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer gebracht.

Eerste fase: proefimplantatie

Bewaking tijdens de operatie

  • Tijdens de operatie wordt u door een anesthesiemedewerker nauwlettend in de gaten gehouden. U wordt hiervoor aangesloten op apparatuur die uw hartslag, bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed meten.
  • U krijgt een infuus in uw arm waar een infuuspompje met een pijnstiller én een slaapmiddel op worden aangesloten. Van deze medicijnen wordt u slaperig.
  • Naast de medicijnen die u via het infuus krijgt, wordt ook het operatiegebied plaatselijk verdoofd.
  • Ook krijgt u via het infuus antibiotica toegediend.
  • Tijdens (een deel van) de ingreep bent u aanspreekbaar. Dit is nodig omdat u ons, tijdens de operatie, moet vertellen in welk gedeelte van uw lichaam u de prikkelingen van de neurostimulatie voelt.

Operatie

  • Tijdens de implantatie ligt u minimaal één uur op uw buik. Met kussens onder uw buik zodat uw rug in de goede positie komt.
  • Eerst wordt de plaats bepaald waar de lead moet komen. Dit gebeurt met röntgendoorlichting zodat de pijnspecialist precies ziet waar de lead moet komen.
  • Op basis van de röntgenbeelden markeert de pijnspecialist uw huid met een stift op de plaatsen waar de snede en de lead komen.
  • Na het schoonmaken van de huid met een desinfecterend middel wordt het operatiegebied afgedekt met steriele doeken.
  • Nadat de huid is verdoofd, wordt een kleine snede op de rug gemaakt.
  • Daarna wordt een holle naald ingebracht, waardoor de lead wordt opgevoerd naar de juiste plek.
  • Op dat moment wordt de slaapmedicatie die u krijgt, gestopt.
  • Als u weer goed aanspreekbaar bent, geven we via de lead kleine teststroompjes toe. Het is belangrijk dat u zo goed mogelijk vertelt wat u voelt en waar u de tintelingen of stroompjes voelt. U kunt dit tijdens de ingreep níet aanwijzen, omdat het beter is als u stil blijft liggen. .
  • We proberen verschillende stimulatiemogelijkheden uit. Totdat we de meest optimale situatie hebben bereikt.
  • Zodra de stimulatie is ingesteld, brengen we u weer in slaap met de medicijnen.
  • Daarna wordt de lead vastgezet en het wondje op uw rug gesloten. De wond wordt gesloten met oplosbare hechtingen en afgeplakt met een pleister.
  • Aan de lead wordt een verlengdraad vastgemaakt. Deze verlengdraad wordt onderhuids doorgevoerd (getunneld) naar uw zij. Daar komt de draad via uw huid naar buiten. Deze verlengdraad wordt goed vastgeplakt op uw huid en na de operatie aangesloten op een uitwendig kastje. U draagt dit uitwendige kastje gedurende de proefperiode bij u.

Op de afdeling

  • Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer om rustig bij te komen.
  • Hierna wordt u naar uw kamer op de afdeling Short stay gebracht.
  • Als het nodig is, krijgt u pijnstilling voor eventuele wondpijn.
  • Het is belangrijk dat u na de implantatie van de lead, 22 uur in bed blijft. De eerste zes uur moet u in een licht glooiende rugligging liggen. Na deze zes uur mag u wel, voorzichtig, op uw zij draaien. Hiermee proberen we het verschuiven van de lead zoveel mogelijk te voorkomen.
  • Ook krijgt u nog driemaal antibiotica via het infuus toegediend.
  • Op de dag van de operatie komen wij ’s middags bij u langs om te kijken hoe het gaat.
  • Eventueel wordt de apparatuur doorgemeten en de stimulatie ingesteld.

Uw opname

  • Op de ochtend na uw operatie komen wij opnieuw bij u langs.
  • Dan kijken we naar de wondjes en wordt het verband eventueel verschoond.
  • Als het nodig is, wordt de apparatuur doorgemeten en/of ingesteld.
  • U krijgt uitleg over de bijbehorende afstandsbediening en u krijgt een pijndagboekje. Schrijf in dit dagboekje twee keer per dag uw lichaamstemperatuur op en een pijncijfer.
    Het pijncijfer telt alleen voor de pijn waarvoor u de neurostimulatie heeft gekregen. Het gaat níet om de pijn van de wondjes van de operatie.
  • Als u weer naar huis mag, krijgt u een afspraak mee voor controle op de polikliniek.

Controles tijdens proefperiode

Tijdens de proefperiode komt u drie keer naar de polikliniek. Neem bij elk bezoek aan de polikliniek uw afstandsbediening én uw pijndagboekje mee. Tijdens deze afspraken bespreken wij met u wat u merkt van de neurostimulatie op uw pijnklachten. Ook meten we de apparatuur door en stellen die zo nodig opnieuw in. Ook controleren wij uw wondjes en verzorgen deze zo nodig.
De verpleegkundig specialist bespreekt ook de definitieve locatie van de IPG met u.

Resultaat

Natuurlijk streven we naar zoveel mogelijk vermindering van uw pijn. Tijdens de proefperiode worden de resultaten hiervan zichtbaar. Helaas kan dan ook blijken dat neurostimulatie bij u niet of niet voldoende werkt. In dat geval zal de lead bij u verwijderd worden. Dit gebeurt op de operatiekamer in Isala Meppel. Daarna kunnen we tijdens een afspraak op de polikliniek samen bespreken of er nog andere behandelmogelijkheden zijn.

Tweede fase: definitieve implantatie

Als u tijdens de proefperiode merkt dat uw pijn is afgenomen, komt u in aanmerking voor de definitieve implantatie van de IPG (batterij). De IPG wordt tijdens een operatie onderhuids ingebracht.

Voorbereiding definitieve implantatie

De voorbereidingen zijn hetzelfde als bij de proefimplantatie. Maar u hoeft niet meer naar het preoperatieve spreekuur.

Operatie

  • De IPG wordt meestal in één van uw billen geïmplanteerd. De verpleegkundig specialist bespreekt vooraf met u in welke bil.
  • Er wordt onderhuids ruimte voor de batterij gemaakt.
  • De lead die al eerder is geplaatst, wordt nu onderhuids direct op de IPG aangesloten.
  • U gaat tijdens de implantatie niet onder algehele narcose, maar krijgt slaap- en pijnstillende medicijnen via het infuus.
  • Ook krijgt u plaatselijke verdoving.
  • De wonden (één snee in de rug en één snee op de plaats van de IPG) worden gehecht met oplosbare hechtingen en eventueel hechtpleisters.
  • Na plaatsing van de neurostimulator gaat u naar de uitslaapkamer om rustig bij te komen.
  • Zodra u goed wakker bent, wordt u naar uw kamer op de afdeling Short stay gebracht.
  • U kunt pijnstilling krijgen voor eventuele wondpijn.

Uw opname

  • De verpleegkundig specialist komt dezelfde middag bij u langs om alles te controleren.
  • Na deze operatie moet u twee uur bedrust houden.
  • Ook krijgt u drie keer antibiotica via het infuus toegediend.
  • De ochtend na uw operatie komen wij opnieuw bij u langs. Dan kijken we naar de wondjes en verschonen wij eventueel het verband.
  • Eventueel wordt de apparatuur doorgemeten en/of ingesteld.
  • Als u naar huis mag, krijgt u een afspraak mee voor controle op de polikliniek.

Na de implantatie

Napijn en pijnstilling

Zoals na elke operatie, kunt u na de implantatie napijn hebben. Tijdens de eerste controle ná de definitieve implantatie van de IPG bespreken we hoe u deze pijn van de operatie kunt bestrijden. Ga niet zonder overleg pijnstillers slikken. Ook het afbouwen van pijnmedicatie moet in overleg met uw pijnspecialist/verpleegkundig specialist gebeuren. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat u geen bijwerkingen krijgt zoals ontwenningsverschijnselen.

Verschuiven lead

Als u van houding verandert of plotselinge bewegingen maakt, kan de lead zich iets verplaatsen. Dit kunt u merken doordat u dan de tintelingen op een andere plek voelt. Ook kan de sterkte van de tintelingen veranderen als u naar achteren leunt of als u gaat liggen of zitten.

Ongeveer drie maanden na de definitieve plaatsing zit de lead (min of meer) vast op zijn plek. Dan weten we ook hoeveel pijnstilling er definitief zal zijn. Ook na deze drie maanden kan de lead alsnog verschuiven. Maar deze kans is minder dan in de eerste drie maanden na plaatsing.

Batterij (IPG)

De batterij in de neurostimulator gaat tussen de vier en zeven jaar mee. Hoelang de batterij meegaat, wordt bepaald door het stroomverbruik. Het stroomverbruik is afhankelijk van de instellingen. Als de batterij leeg is, kan deze tijdens een kleine operatieve ingreep worden vervangen.

Complicaties en bijwerkingen

Ondanks de zeer zorgvuldige plaatsing, is er een risico dat er complicaties of bijwerkingen kunnen optreden:

  • Bloeding: er is een kleine kans dat er in de ruimte waar de lead wordt ingebracht, een bloeding ontstaat. Soms lost het lichaam de bloeding zelf op, maar er bestaat een zeer kleine kans dat de bloeding operatief moet worden gestopt.
  • Infectie: soms treedt een ontsteking op bij de lead of batterij. Neem contact op met het Pijncentrum bij roodheid, meer pijn, warme huid, koorts (boven 39 graden), koude rillingen of als er pus uit de wond komt.
  • Hoofdpijn: er is een kleine kans dat de ruggenmergvliezen worden aangeprikt. Als dit gebeurt, kan soms een beetje hersenvocht weglekken. U kunt dan bonkende hoofdpijn krijgen. Deze hoofdpijn wordt erger als u gaat zitten of staan. Ook kunt u zich duizelig voelen of misselijk zijn. Wanneer u deze klachten heeft, meld dit dan bij het Pijncentrum. Lig zoveel mogelijk plat, neem pijnstillers en drink 3 liter per dag, waaronder koffie of cola. Meestal verdwijnen de klachten dan vanzelf.
  • Wondlekkage: het is normaal dat na de ingreep wat wondvocht uit de wond lekt. Neem contact op met het Pijncentrum als het wondvocht helder donkerroodgekleurd is.  
  • Wondpijn: de plek waar de IPG is ingebracht kan de eerste paar weken tot maanden na de operatie nog flink pijnlijk zijn. U kunt dan extra pijnmedicatie innemen, bijvoorbeeld Paracetamol en/of een NSAID.
  • Zenuwschade: is een zeldzame complicatie. Maar u moet zich er wel bewust van zijn dat er een kleine kans bestaat dat uw zenuwpijnen verergeren. 
  • Verschuiven van de lead of batterij (IPG):  er bestaat een zeer kleine kans dat de lead of batterij iets verschuift. Als dit klachten veroorzaakt, kan er een nieuwe operatie nodig zijn.  
  • Allergie: er is een zeer kleine kans (minder dan 3%) dat u allergisch reageert op één van de onderdelen van het neurostimulatiesysteem. Heeft u in het verleden op inwendige apparatuur gereageerd, geef dit dan aan tijdens uw intakegesprek.

Bel bij ernstige complicaties of als u het niet vertrouwd naar:

Pijncentrum
(038) 424 26 98 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Buiten deze tijden:
(038) - 424 50 00 (vraag naar de dienstdoende anesthesioloog)

Adviezen en leefregels

Volg de adviezen en leefregels zo goed mogelijk op. Doe dit in ieder geval de eerste drie maanden na de ingreep. We bespreken persoonlijk met u wanneer u weer met activiteiten zoals sport mag beginnen.

Adviezen na de ingreep

  • Tijdens de proefperiode mag u niet douchen of in bad. Laat de pleisters zitten. Als er wondvocht uit lekt, mag u niet zelf de pleisters verwijderen. U mag er wel extra pleisters overheen plakken.
  • Na de definitieve implantatie mag u na 48 uur weer (kort) douchen. De pleisters zijn dan ook niet meer nodig, maar vaak vindt men het wel prettig als deze er nog op zitten.  
  • Als u roodheid, zwelling, pijn, lekkage (veel wondvocht, bloed), koude rillingen en/of koorts heeft, neem dan onmiddellijk contact op met de polikliniek Pijngeneeskunde.
  • Voordat u met ontslag naar huis gaat, bespreken wij met u welke pijnmedicatie u zo nodig kunt gebruiken tegen de wondpijn.

Leefregels na de ingreep

  • Til geen zware voorwerpen (niet zwaarder dan 2 kilo).
  • Reik niet met uw armen boven uw hoofd. U mag wel uw haren wassen, maar niet verder omhoog reiken, zoals iets uit een hoge kast pakken. Richtlijn: uw bovenarmen mogen niet boven uw schouders uitkomen.
  • Voorkom bukken met een kromme rug of dat u zich in een bocht wringt. Zak door de knieën in plaats van te bukken.
  • Voorkom de volgende bewegingen: buigen, rekken, klimmen, reiken, strekken en eenzijdige bewegingen zoals met een kruk lopen, strijken, stofzuigen of de hond uitlaten.
  • Oefen in het bewegen van uw lichaam zonder uw lichaam mee te draaien: beweeg uw schouders en heupen gelijktijdig en rol als het ware uit bed.
  • Loop niet teveel trappen en voorkom dat u lang aaneensluitend zit. Het is beter periodes van fysieke activiteit (waaronder zitten en staan) en rust af te wisselen.
  • De eerste acht weken (geteld vanaf de eerste operatie) mag u niet zelf een auto besturen. Ook mag u niet met de brommer, fiets en/of scootmobiel rijden.
  • U mag gewoon seksuele gemeenschap hebben. Als u tijdens het vrijen pijnlijke schokjes krijgt, dan kunt u het systeem zachter zetten of uit doen.
  • Tijdens de proefperiode is hygiëne extra belangrijk. Dit om een infectie van de wond en/of het neurostimulatiesysteem te voorkomen. Wij raden u af om uw hond en/of kat bij u in bed te laten slapen.
  • Besef dat uw lichaam na de implantatie weer rustig moet wennen aan meer activiteiten. U kunt spierpijn krijgen. De stimulator helpt niet tegen spierpijn.
  • Ga langzaam aan weer meer doen en zorg voor voldoende rust.
  • Gebruik de neurostimulator niet als u zwanger bent. Er is onvoldoende bekend over de effecten van neurostimulatie tijdens zwangerschap. Misschien heeft het schadelijke gevolgen voor het (ongeboren) kind. Als u een kinderwens heeft, bespreek dit dan met de verpleegkundig specialist.

Medische adviezen

Heeft u in de toekomst medische zorg nodig? Vertel de arts of zorgverlener dan altijd dat u een neurostimulator heeft. Neem bij twijfel contact op met het Pijncentrum om het te bespreken.

  • ruggenprik
    Neem altijd contact op met het Pijncentrum als een arts een ruggenprik voorstelt. Met een neurostimulator kunt u niet zomaar een ruggenprik ondergaan.
  • unipolaire diathermie
    Er mag door geen enkele medisch specialist meer gebruik worden gemaakt van unipolaire diathermie (techniek waarbij weefsel wordt gecoaguleerd, weggebrand).
  • operaties
    Als u wordt geopereerd, moet u uw neurostimulatiesysteem uitzetten óf in de ‘chirurgische modus’ zetten.
  • MRI-scan
    Als een arts een MRI-scan nodig vindt, is het heel belangrijk dat u meldt dat u drager bent van een neurostimulator. Een MRI-scan mag u niet zomaar ondergaan. De magnetische straling kan de batterij van het neurostimulatiesysteem onherstelbaar beschadigen. Ook kunt u brandwonden bij uw ruggenmerg en onder de batterij oplopen.
    Bij enkele moderne vormen van neurostimulatie kan het systeem zo ingesteld worden dat het maken van een MRI, onder bepaalde voorwaarden, wel mogelijk is.
  • fysiotherapie
    Overleg eerst met uw pijnspecialist/verpleegkundig specialist voordat u een fysiotherapeut of medisch specialist bezoekt voor een behandeling aan uw rug. Bij dit type behandelingen kan de lead verschuiven.
  • chiropractie
    Bij chiropractiebehandelingen kan de lead verschuiven. Daarom mag u niet behandeld worden door een chiropractor.

Controle-afspraken

Na uw ontslag uit het ziekenhuis komt u regelmatig op controle in het Pijncentrum. Tijdens deze afspraken controleren we ook of uw neurostimulatie-systeem nog goed werkt. Als het nodig is, passen we de stimulatie-instellingen aan. Op deze momenten vinden de controles plaats:

  • 10 dagen na de operatie (wondcontrole en zo nodig instelling programma)
  • 1 maand na de operatie
  • 3 maanden na de operatie
  • 6 maanden na de operatie
  • 1 jaar na de operatie.

Uiteraard kunt u altijd een extra afspraak maken als er problemen en/of vragen zijn. Neem hiervoor contact op met het Pijncentrum.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Pijncentrum
(038) 424 26 98 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur)

Buiten kantooruren:
(038) - 424 50 00 (alleen voor acute situaties; vraag naar de dienstdoende anesthesioloog)

Meppel

Pijncentrum
(0522) 23 39 96 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

8 oktober 2019 / 6109

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.