Contact
  1. 6109-Neurostimulatie bij chronische pijn

Neurostimulatie is een vorm van pijnbestrijding. Hierbij worden zwakke elektrische stroompjes aan het ruggenmerg of zenuwwortel gegeven. In deze folder leest u informatie over neurostimulatie bij chronische pijn. Zo bent u goed voorbereid op een (mogelijke) behandeling met neurostimulatie.

Goed om te weten
De behandeling kan bij u anders gaan, dan in deze folder staat. Elke patiënt, elke pijnklacht en dus ook elke behandeling is anders. Tijdens het kennismakingsgesprek bespreekt u samen met de verpleegkundig specialist/verpleegkundig consulent uw behandeling. U kunt dan ook al uw vragen stellen.

Is deze behandeling geschikt voor mij?

Voordat u start met de behandeling, kijken we samen of neurostimulatie u kan helpen. Is het een goede behandeling voor uw pijnprobleem en past de behandeling bij u? Zelfs tijdens de behandeling kan uw arts besluiten om te stoppen met neurostimulatie, omdat blijkt dat de behandeling alsnog niet goed voor u is. U kunt bovendien zelf op elk moment aangeven dat u de behandeling wilt stoppen.

Bij welk soort pijn helpt neurostimulatie?

Neurostimulatie werkt alleen bij neuropathische pijn. Dat is zenuwpijn door beschadiging of verandering van een (deel) van het zenuwstelsel. Bijvoorbeeld door:

  • chronische irritatie van de zenuw
  • littekenvorming na een (hernia) operatie
  • andere oorzaken.

Neurostimulatie heeft géén effect op schade door een eerdere operatie. Neurostimulatie helpt ook niet tegen pijn door slijtage.

Voor wie is neurostimulatie?

U bent geschikt voor een behandeling met neurostimulatie als:

  • medicijnen en andere therapieën (tot nu toe) onvoldoende werken of te veel bijwerkingen geven.
  • u niet verslaafd bent aan medicijnen, alcohol, drugs of roken.
  • u (en uw partner/familie) denkt dat neurostimulatie uw pijnklachten kan verminderen.
  • uw arts denkt dat neurostimulatie een goede behandeling voor u is.

Neurostimulatie

Hoe werkt neurostimulatie?

Neurostimulatie is een behandeling tegen pijn. Hierbij worden zwakke elektrische stroompjes op het ruggenmerg gegeven. Tijdens een kleine operatie worden 1 of 2 geleidingsdraden in een ruimte tussen uw ruggenwervel geplaatst. Deze geleidingsdraad noemen we een lead. De lead zit vast aan een batterij die onder uw huid wordt geplaatst. Deze batterij heet een IPG: Interne Puls Generator. De IPG geeft zeer zwakke elektrische stroompjes af aan de lead. Deze elektrische stroompjes onderdrukken de pijnprikkel vanuit het pijngebied naar de hersenen. Of u deze stroompjes voelt, hangt af welke soort stimulatie u krijgt.

In ons Pijncentrum maken wij gebruik van de zogenoemde

  • spinal cord stimulatie (SCS-stimulatie).

Hierbij wordt de lead op het ruggenmerg geplaatst. Deze vorm wordt vaak gebruikt bij uitstralende pijn vanuit de rug naar één of beide benen of armen. Meestal wordt hierbij een soort stimulatie gekozen die u zelf niet voelt.

Wat is het resultaat van neurostimulatie?

Chronische pijn is heel lastig te behandelen. Ook neurostimulatie is geen 'wonderbehandeling'. Het is belangrijk dat u haalbare verwachtingen heeft. Een pijnvermindering van 50% wordt als een succesvolle behandeling gezien. Vaak liggen de resultaten hoger.

Om het succes van de behandeling te vergroten, is het belangrijk dat:

  • u actief bij de behandeling betrokken bent. U bent degene die het systeem moet bedienen en zich moet houden aan de leefregels. De leefregels staan verderop in deze folder.
  • U weet dat er een kans is dat neurostimulatie bij u niet of onvoldoende werkt. Hoewel neurostimulatie een groot deel van uw pijn kan onderdrukken, kunt u altijd nog wat pijn blijven houden.
  • u weet dat neurostimulatie uw klacht niet geneest. Het kan wel uw pijn verminderen, net als het gebruik van pijnstillers.

Voorafgaand aan de behandeling

Verpleegkundig specialist/verpleegkundig consulent

Uw verpleegkundig specialist/verpleegkundig consulent begeleidt u vóór, tijdens en na de implantatie. Als het nodig is, overlegt de verpleegkundig specialist/verpleegkundig consulent met de pijnspecialist over uw behandeling. Om u goed te kunnen begeleiden, is het belangrijk dat u regelmatig op het spreekuur van de verpleegkundig specialist/verpleegkundig consulent komt. Verderop in deze folder leest u hier meer over.

Ter voorbereiding heeft u een aantal gesprekken in het Pijncentrum. Wij raden u aan om dan iemand mee te nemen.

Kennismakingsgesprek

Dit is een gesprek met een van de verpleegkundigen van het Pijncentrum. Tijdens dit gesprek informeren wij u over de behandeling. Wij bespreken onder andere:

  • uw pijnklachten
  • wat neurostimulatie is
  • hoe de behandeling gaat
  • leefregels
  • voor- en nadelen
  • mogelijke complicaties
  • uw vragen

Screeningsgesprek

Dit is een gesprek met een van de psychologen van de afdeling Medische psychologie. De medisch psycholoog bespreekt met u wat van invloed kan zijn op uw pijnklachten en de mogelijke behandeling met neurostimulatie. Ook de de door u ingevulde vragenlijsten worden besproken.

Na het kennismakings- en screeningsgesprek krijgt u uiteraard de tijd om na te denken over deze behandeling en óf u deze behandeling inderdaad wil. Ook bespreken wij met de verpleegkundige en pijnartsen of de behandeling met neurostimulatie op dit moment de beste keuze voor u is. Vervolgens bellen wij u om uw keuze en ons advies te bespreken.

Vervolggesprek

Krijgt u een behandeling met neurostimulatie? Dan heeft u een vervolggesprek met een verpleegkundige van het Pijncentrum. De verpleegkundige bespreekt dan de praktische zaken:

  • voorbereiding op uw operatie
  • de operatie
  • en de proefperiode.

Natuurlijk kunt u ook tijdens dit gesprek vragen stellen.

Preoperatief onderzoek

U krijgt ook een preoperatief onderzoek om u voor te bereiden op uw operatie. Dit is meestal telefonisch. Soms is het nodig dat u hiervoor naar het spreekuur moet komen. Dit kan zowel in Isala Zwolle als in Isala Meppel. Bij het inplannen van het onderzoek proberen wij rekening te houden met uw woonplaats. 

Implantatie van de neurostimulator

De implantatie van de neurostimulator gebeurt in 2 fasen:   

  • De eerste fase is de proeffase (proefimplantatie) van ongeveer 2 weken.
    Hierbij wordt de lead geïmplanteerd. De neurostimulator wordt nog niet in uw lichaam geïmplanteerd. Deze draagt u buiten uw lichaam. Het doel van de proeffase is kijken of neurostimulatie uw pijn vermindert.
  • In de tweede fase implanteren wij de onderhuidse batterij (IPG).
    Dit doen wij alleen als u in de proeffase voldoende vermindering van uw pijn merkt.

Hoe bereidt u zich voor op de proefimplantatie?

5 dagen voor uw operatie

  • Betadine shampoo: was 1 keer per dag uw hele lichaam hiermee.
  • Bactroban neuscrème: smeer 3 keer per dag beide neusgaten in. Gebruik zowel Betadine als Bactroban om de kans op besmetting met huidbacteriën te voorkomen.

Op de dag van uw operatie

  • U moet nuchter zijn voor uw operatie. Dat betekent dat u voorafgaand aan uw operatie niet mag eten en drinken. Volg de instructies die u heeft gekregen bij het preoperatief onderzoek.
  • Slik uw normale pijnmedicijnen: gebruik geen NSAID’s. Dit zijn pijnstillers zoals Diclofenac, Ibuprofen, Naproxen enzovoort. Deze medicijnen werken namelijk bloedverdunnend.
  • Neem uw eigen medicijnen mee naar het ziekenhuis: zodat u sowieso tot en met de volgende dag genoeg medicijnen heeft.

Opname in Behandelcentrum

Zowel de proefimplantatie als de definitieve implantatie gebeuren in het Behandelcentrum van Isala in Zwolle. Op de dag van uw behandeling meldt u zich op het afgesproken tijdstip in gebouw W. Op deze afdeling wordt u voorbereid op uw operatie en naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer gebracht.

Bekijk ook de film over het Behandelcentrum:

Film welkom bij het Behandelcentrum

Eerste fase: proefimplantatie

  • Tijdens de operatie houdt de anesthesiemedewerker u goed in de gaten. U wordt aangesloten op apparatuur die uw hartslag, bloeddruk en zuurstofgehalte in het bloed meten.
  • U krijgt een infuus in uw arm waar een infuuspompje met een pijnstiller én een slaapmiddel op worden aangesloten. Van deze medicijnen wordt u slaperig.
  • Naast de medicijnen die u via het infuus krijgt, wordt ook het operatiegebied plaatselijk verdoofd.
  • Ook krijgt u via het infuus antibiotica.
  • Tijdens (een deel van) de behandeling bent u aanspreekbaar. Zodat u ons tijdens uw operatie kunt vertellen waar u de prikkelingen van de neurostimulatie voelt.

Operatie

  • Tijdens de implantatie ligt u minimaal 1 uur op uw buik. U heeft kussens onder uw buik, zodat uw rug in de goede houding ligt.
  • Eerst wordt de plaats bepaald waar de lead moet komen. Dit gebeurt met röntgendoorlichting, zodat de pijnspecialist precies ziet waar de lead moet komen.
  • Met behulp van röntgenbeelden geeft de pijnspecialist met een stift op uw huid aan waar de snee en lead moeten komen.
  • Na het schoonmaken van uw huid met een speciaal middel wordt het operatiegebied afgedekt met steriele doeken.
  • Nadat uw huid is verdoofd, wordt een kleine snee op uw rug gemaakt.
  • Daarna wordt een holle naald ingebracht, waardoor de lead wordt opgevoerd naar de juiste plek.
  • Op dat moment wordt de slaapmedicatie gestopt.
  • Als u weer goed aanspreekbaar bent, geven we via de lead kleine teststroompjes toe. Het is belangrijk dat u zo goed mogelijk vertelt wat u voelt en waar u de tintelingen of stroompjes voelt. U kunt dit niet aanwijzen, omdat u stil moet blijven liggen.
  • We proberen verschillende stimulatiemogelijkheden uit. Totdat we de meest optimale situatie hebben bereikt.
  • Zodra de stimulatie is ingesteld, brengen we u weer in slaap.
  • Daarna wordt de lead vastgezet en het sneetje op uw rug gesloten met oplosbare hechtingen en een pleister.
  • Aan de lead wordt een verlengdraad vastgemaakt. Deze draad wordt onder uw huid doorgevoerd naar uw zij. Daar komt de draad via uw huid naar buiten. De verlengdraad wordt vastgeplakt op uw huid en na de operatie aangesloten op een kastje. U draagt dit kastje buiten uw lichaam tijdens de hele proefperiode.

Op de afdeling

  • Na uw operatie gaat u naar de uitslaapkamer.
  • Hierna wordt u naar uw kamer op de verpleegafdeling van het Behandelcentrum gebracht.
  • Als het nodig is, krijgt u pijnstillers.
  • Het is belangrijk dat u na de implantatie van de lead, 4 uur in bed blijft.
  • Na uw operatie komt de verpleegkundig specialist/consulent bij u langs om te kijken hoe het gaat. De neurostimulator wordt verder ingesteld en u krijgt instructies.
  • U mag dezelfde dag nog naar huis. Let op: u mag niet zelf autorijden.
  • Thuis slikt u nog 3 keer antibiotica. Wij sturen het recept hiervoor naar uw apotheek.

Controles tijdens proefperiode

Tijdens de proefperiode komt u 3 keer naar de polikliniek. Neem bij elk bezoek aan de polikliniek uw afstandsbediening én uw pijndagboekje mee. Wij bespreken dan met u wat u merkt van de neurostimulatie op uw pijnklachten. Ook meten we de apparatuur door en stellen wij die zo nodig opnieuw in. Ook controleren en verzorgen wij uw wondjes als het nodig is. De verpleegkundig specialist/consulent bespreekt ook de definitieve plek van de IPG met u.

Resultaat

Natuurlijk doen wij ons uiterste best om uw pijn zoveel mogelijk te verminderen. Tijdens de proefperiode worden de resultaten van pijnvermindering zichtbaar. Helaas kan dan ook blijken dat neurostimulatie bij u niet of onvoldoende werkt. Als dat zo is, verwijderen we de lead. Dat doen wij in Isala Meppel (in de operatiekamer). Daarna kunnen we tijdens een afspraak op de polikliniek samen bespreken of er nog andere behandelmogelijkheden zijn.

Tweede fase: definitieve implantatie

Als tijdens de proefperiode uw pijn minder is geworden, implanteren wij de IPG definitief. De IPG wordt tijdens een operatie onder uw huid ingebracht.

Voorbereiding definitieve implantatie

De voorbereidingen zijn hetzelfde als bij de proefimplantatie. Maar u hoeft niet meer naar het preoperatieve spreekuur.

Operatie

  • De IPG wordt meestal in uw bil geïmplanteerd. De verpleegkundig specialist/verpleegkundig consulent bespreekt vooraf met u in welke bil.
  • Er wordt onder uw huid ruimte voor de batterij gemaakt.
  • De lead die al eerder is geplaatst, wordt nu onder uw huid direct op de IPG aangesloten.
  • U gaat tijdens de implantatie niet onder algehele narcose, maar krijgt slaap- en pijnstillende medicijnen via het infuus. Ook krijgt u plaatselijke verdoving.
  • Het wondje op de plaats van de IPG wordt gehecht met oplosbare hechtingen en eventueel hechtpleisters.
  • Na plaatsing van de neurostimulator gaat u naar de uitslaapkamer.
  • Zodra u wakker bent, wordt u naar uw kamer op de dagverpleging van het Behandelcentrum gebracht.
  • Als het nodig is, kunt u pijnstillers krijgen.
  • Daarna mag u naar huis.
  • Thuis slikt u nog 3 keer antibiotica. Wij sturen het recept naar uw apotheek.

Na de implantatie

Napijn en pijnstilling

Zoals na elke operatie, kunt u na de implantatie napijn hebben. Tijdens de eerste controle na de definitieve implantatie van de IPG, bespreken wij hoe u deze pijn kunt stillen. Slik niet zonder overleg pijnstillers. Overleg ook het afbouwen van pijnmedicijnen met uw pijnspecialist of verpleegkundig specialist/consulent. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat u geen bijwerkingen krijgt, zoals ontwenningsverschijnselen.

Verschuiven lead

Als u van houding verandert of plotselinge bewegingen maakt, kan de lead zich verplaatsen. Dit merkt u door tintelingen op een andere plek. Ook kan de sterkte van de tintelingen veranderen als u naar achteren leunt, gaat liggen of zitten.

Ongeveer 2 á 3 maanden na de definitieve plaatsing, zit de lead vast op zijn plek. Dan weten we ook definitief hoeveel pijnstilling u heeft. Na deze periode kan de lead alsnog verschuiven. 

IPG

De IPG in de neurostimulator gaat tussen de 4 en 7 jaar mee. Hoelang de batterij meegaat, wordt bepaald door het stroomverbruik. Het stroomverbruik is afhankelijk van de instellingen. Als de batterij leeg is, kan deze tijdens een kleine operatie worden vervangen.

Complicaties en bijwerkingen

Ondanks de zeer zorgvuldige plaatsing, is er een risico dat u last krijgt van:

  • Bloeding: er is een kleine kans dat er in de ruimte waar de lead wordt ingebracht, een bloeding ontstaat. Soms lost het lichaam de bloeding zelf op, maar er bestaat een zeer kleine kans dat de bloeding operatief moet worden gestopt.
  • Infectie: soms treedt een ontsteking op bij de lead of batterij. Neem contact op met het Pijncentrum bij roodheid, meer pijn, warme huid, koorts (boven 39 graden), koude rillingen of als er pus uit de wond komt.
  • Hoofdpijn: er is een kleine kans dat de ruggenmergvliezen worden aangeprikt. Als dit gebeurt, kan soms een beetje hersenvocht weglekken. U kunt dan hoofdpijn krijgen. Deze hoofdpijn wordt erger als u gaat zitten of staan. Ook kunt u zich duizelig voelen of misselijk zijn. Heeft u deze klachten? Neem dan contact op met het Pijncentrum. Lig zoveel mogelijk plat, neem pijnstillers en drink 3 liter per dag, waaronder koffie of cola. Meestal verdwijnen de klachten dan vanzelf.
  • Wondlekkage: het is normaal dat na de behandeling wat vocht uit de wond lekt. Neem contact op met het Pijncentrum als het vocht helder en donkerrood is.  
  • Wondpijn: de plek waar de IPG is ingebracht, kan de eerste paar weken tot maanden na de operatie nog flink pijnlijk zijn. U kunt dan extra pijnstillers slikken, bijvoorbeeld Paracetamol en/of een NSAID.
  • Zenuwschade: is een zeldzame complicatie. Wees ervan bewust dat er een kleine kans is dat zenuwpijnen verergeren. 
  • Verschuiven van de lead of batterij (IPG): er bestaat een zeer kleine kans dat de lead of batterij iets verschuift. Als dit klachten geeft, kan een nieuwe operatie nodig zijn.  
  • Allergie: er is een zeer kleine kans (minder dan 3%) dat u allergisch reageert op een van de onderdelen van het neurostimulatiesysteem. Heeft u eerder op inwendige apparatuur gereageerd? Geef het dan aan tijdens uw kennismakingsgesprek.
Bel bij ernstige complicaties of als u het niet vertrouwd naar:
Pijncentrum
088 624 26 98 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)
Buiten deze tijden:
088 624 50 00 (vraag naar de dienstdoende anesthesioloog)

Adviezen en leefregels

Volg onze adviezen en leefregels zo goed mogelijk op. Doe dit sowieso de eerste 3 maanden na uw behandeling. Wij bespreken met u wanneer u bijvoorbeeld weer mag sporten.

Adviezen

  • Tijdens de proefperiode mag u niet douchen of in bad. 
  • Laat de pleisters zitten. Als er wondvocht uit lekt, mag u niet zelf de pleisters verwijderen. U mag er wel extra pleisters overheen plakken.
  • Na de definitieve implantatie mag u na 48 uur weer (kort) douchen. De pleisters zijn dan ook niet meer nodig, maar de meesten vinden het wel prettig als deze er nog op zitten.  
  • Als u roodheid, zwelling, pijn, lekkage (veel wondvocht, bloed), koude rillingen en/of koorts heeft, neem dan onmiddellijk contact op met de polikliniek Pijngeneeskunde.
  • Voordat u naar huis gaat, bespreken wij met u welke pijnstillers u kunt gebruiken.

Leefregels

  • Til geen zware voorwerpen (niet zwaarder dan 2 kilo).
  • Reik niet met uw armen boven uw hoofd. U mag wel uw haren wassen, maar reik niet verder omhoog. Denk aan iets uit een hoge kast pakken. Uw bovenarmen mogen niet boven uw schouders uitkomen.
  • Niet bukken met een kromme rug of je in een bocht wringen. Zak door de knieën in plaats van te bukken.
  • Niet buigen, rekken, klimmen, reiken, strekken en eenzijdige bewegingen zoals met een kruk lopen, strijken, stofzuigen of de hond uitlaten.
  • Oefen in het bewegen van uw lichaam zonder uw lichaam mee te draaien: beweeg uw schouders en heupen gelijktijdig en 'rol' uit bed.
  • Niet te veel traplopen en niet te lang achter elkaar zitten. Wissel periodes van activiteit met rust af. 
  • De eerste 8 weken (geteld vanaf uw eerste operatie) mag u niet zelf autorijden. Ook mag u niet met de brommer, fiets en/of een scootmobiel rijden.
  • U mag seksuele gemeenschap hebben. Als u tijdens het vrijen pijnlijke schokjes krijgt, dan kunt u het systeem zachter zetten of uit doen.
  • Tijdens de proefperiode is hygiëne extra belangrijk. Dit om een infecties te voorkomen. Wij raden u af om uw hond en/of kat bij u in bed te laten slapen.
  • Besef dat uw lichaam na de implantatie weer rustig moet wennen aan meer activiteiten. U kunt spierpijn krijgen. De stimulator helpt niet tegen spierpijn.
  • Ga langzaam aan weer meer doen en zorg voor voldoende rust.
  • Gebruik de neurostimulator niet als u zwanger bent. Er is onvoldoende bekend over de gevolgen van neurostimulatie tijdens zwangerschap. Misschien heeft het schadelijke gevolgen voor het (ongeboren) kind. Als u een kinderwens heeft, bespreek dit dan met de verpleegkundig specialist/verpleegkundig consulent.

Medische adviezen

Heeft u in de toekomst medische zorg nodig? Vertel de arts of zorgverlener dan altijd dat u een neurostimulator heeft. Neem bij twijfel contact op met het Pijncentrum.

  • ruggenprik
    Neem altijd contact op met het Pijncentrum als een arts een ruggenprik voorstelt. Met een neurostimulator kunt u niet zomaar een ruggenprik ondergaan.
  • unipolaire diathermie
    Er mag door geen enkele arts meer gebruik worden gemaakt van unipolaire diathermie (techniek waarbij weefsel wordt gecoaguleerd, weggebrand).
  • operaties
    Als u wordt geopereerd, moet u uw neurostimulatiesysteem in de ‘chirurgische modus’ zetten.
  • MRI-scan
    Als een arts een MRI-scan nodig vindt, is het heel belangrijk dat u meldt dat u een neurostimulator heeft. Een MRI-scan mag u niet zomaar ondergaan. De magnetische straling kan de batterij van het neurostimulatiesysteem onherstelbaar beschadigen. Ook kunt u brandwonden bij uw ruggenmerg en onder de batterij oplopen. Bij enkele moderne vormen van neurostimulatie kan het systeem zo ingesteld worden, dat het maken van een MRI, onder bepaalde voorwaarden, wel mogelijk is.
  • fysiotherapie
    Overleg eerst met uw pijnspecialist/verpleegkundig specialist/verpleegkundig consulent, voordat u een fysiotherapeut of medisch specialist bezoekt voor een behandeling aan uw rug. Bij dit type behandelingen kan de lead verschuiven.
  • chiropractie
    Bij chiropractie kan de lead verschuiven. Daarom mag u niet behandeld worden door een chiropractor.

Controle-afspraken

Na uw ontslag uit het ziekenhuis komt u regelmatig op controle in het Pijncentrum. Tijdens deze afspraken controleren wij ook of uw neurostimulatie-systeem nog goed werkt. Als het nodig is, passen we de instellingen aan.

Op deze momenten komt u terug voor controle:

  • 10 dagen na uw operatie (controle van uw wond en zo nodig instellingen aanpassen)
  • 3 maanden na uw operatie
  • 6 maanden na uw operatie
  • 1 jaar na uw operatie.

Uiteraard kunt u altijd een extra afspraak maken als er problemen en/of vragen zijn. Neem hiervoor contact op met het Pijncentrum.

Contact

Heeft u vragen, dan kunt u contact opnemen met:

Pijncentrum

088 624 26 98 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur)
isalapijncentrum@isala.nl

Buiten kantooruren
088 624 50 00 (alleen in geval van spoed; vraag naar de anesthesioloog)

Laatst gewijzigd 14 mei 2024 / 6109

Gerelateerde folders