Contact
  1. 6116-In- en uitwendige neuscorrectie

Voorbereiding, operatie en nazorg

U wordt binnenkort voor functionele of cosmetische redenen aan uw neus geopereerd. Deze ingreep is vaak een combinatie van correctie van de benige of kraakbenige neusbotjes, het neustussenschot en de neusschelpen in de neus.
Soms wordt u tijdens dezelfde ingreep ook aan uw bijholten geopereerd. Daarvoor krijgt u een aparte patiëntenfolder mee.

Welke functie heeft de neus?

De neus is zeker niet alleen om mee te ruiken, al is dit natuurlijk wel een belangrijke functie van de neus. De neus is vooral een deel van de ademhalingsorganen. In de neus wordt de ingeademde lucht verwarmd, bevochtigd en gereinigd. Zo wordt meer dan 95% van de deeltjes die onze lucht verontreinigen, door de neus weg gefilterd en onschadelijk gemaakt. De neus zorgt dus voor een zo goed mogelijke ademhaling. Daarnaast heeft de neus een belangrijke functie bij de stemvorming en ook de afvoer van het traanvocht.

Verstoorde neusfunctie

De neusfunctie kan op veel manieren worden beïnvloed. Bijvoorbeeld door een verkoudheid zoals die bij iedereen wel een voorkomt, of door een allergie (overgevoeligheid). Stoornissen in de functie van de neus verergeren vaak door een afwijkende vorm van het inwendige van de neus. Het meest voorkomend is een scheefstand van het neustussenschot (het septum), dat de neushelften van elkaar scheidt.

Soms is de neusfunctie niet alleen gestoord door een afwijkend tussenschot, maar ook door een abnormale vorm van de buitenkant van de neus. Dit laatste heeft dan ook invloed op het uiterlijk. Vaak is het in zo’n geval mogelijk om in één operatie niet alleen de functie te herstellen, maar ook het uiterlijk te verbeteren.

Vóór de operatie

Preoperatief onderzoek

Voor de operatie heeft u een afspraak op de afdeling Preoperatief onderzoek. Om u goed voor te bereiden op de operatie vult u een vragenlijst in en heeft u een gesprek met de apothekersassistente (als u medicijnen gebruikt), de anesthesioloog en de verpleegkundige. U spreekt hen alle drie apart. De anesthesioloog geeft u uitleg over de vorm van anesthesie die tijdens de operatie gebruikt wordt. Ook krijgt u uitleg over de pijnbestrijding. De totale afspraak duurt ongeveer een uur.

Opname

Op de verpleegafdeling heeft u een opnamegesprek met een verpleegkundige over gezondheidsproblemen, medicijngebruik, uw thuissituatie en wie voor u als contactpersoon optreedt. Na het opnamegesprek krijgt u een korte rondleiding over de verpleegafdeling. U blijft tot aan de operatie op de verpleegafdeling.

Voordat u naar de operatiekamer gaat, trekt u speciale operatiekleding van het ziekenhuis aan. Sieraden doet u af en eventuele gebitsprothese doet u uit. Nagellak en overige make-up verwijdert u. De verpleegkundige brengt u met een bed naar de operatieafdeling.

Operatie

De operatie gebeurt vanuit de binnenkant van uw neus. Er zullen dus geen sneden gemaakt worden op plaatsen die aan de buitenkant zichtbaar zijn, waardoor er ook geen zichtbare littekens achterblijven. Mocht dit wel nodig zijn, dan bespreken wij dat met u. Vaak gaat het dan om zeer kleine littekens, die later niet of nauwelijks zichtbaar zijn.

Tampons

Tijdens de operatie plaatst de arts grote tampons in de neus. Deze worden er na één of twee dagen uitgehaald. Soms worden er kleine gaasstroken in het neusdak geplaatst die er na één week uitgehaald worden.

Neustussenschot

Soms wordt tijdens de operatie ook uw neustussenschot rechtgezet (septumcorrectie). Ook dit gebeurt via de neusgaten. Na de operatie heeft u dus geen zichtbare littekens. Bij de operatie worden het kraakbeen en het bot van het neustussenschot losgemaakt via een klein sneetje binnen in de neus. Hierna wordt het tussenschot rechtgezet. Stukjes bot of kraakbeen die uitsteken worden ook meteen weggehaald.
Het herstelde neustussenschot wordt na de operatie op de plek gehouden met tampons in de neusgaten. Zo kunnen slijmvlies, kraakbeen en bot weer aan elkaar groeien. Soms worden op en naast uw neus een aantal pleisters geplakt die uw neus ondersteunen.

Kapje

Wanneer aan het bot van het uitwendige van de neus is geopereerd, dan wordt de neus vastgezet met pleisters met daaroverheen een kapje van gips, kunststof of metaal. Het kapje moet tenminste een week op zijn plaats blijven om te zorgen dat de weefsels en de botstukken weer in de goede positie aan elkaar groeien.

Na de operatie

Direct tot één week na de operatie

Naar huis

Meestal gebeurt de operatie in dagbehandeling. Dat betekent dat u dezelfde dag naar huis mag. Toch kan het zijn dat wij u adviseren om één nacht in het ziekenhuis te blijven. Dit hangt af van hoe u zich voelt, hoe de narcose is verlopen en of het niet nabloedt. Wij verzoeken u hier rekening mee te houden.

Zwelling

Omdat het bot van de benige neusbrug vaak gebroken wordt, treedt er vaak een zwelling van beide oogleden op gedurende de eerste uren/ dagen na de operatie. Ook ontstaan er vaak blauwe plekken (haematomen) naast de neus en rondom de ogen. De zwelling in het gezicht kan meerdere dagen blijven.

Naar de polikliniek

Een doktersassistente verwijdert de tampons op de polikliniek. Vaak bloedt het kortdurend na, hou daar rekening mee. De KNO-arts controleert het operatiegebied op een eventuele nabloeding en op de stand en zwelling van het neustussenschot. Soms hoopt zich bloed op tussen de slijmbladen van het neustussenschot en omdat dat tot een infectie kan leiden, moet dit weggehaald worden. Mocht dit bij u het geval zijn, dan legt uw arts dit uit op de polikliniek.

Neusspoelen

Na het verwijderen van de tampons gaat u thuis uw neus voorzichtig spoelen met zoutwateroplossing. Dit maakt de neus vrij van korstjes en bloed en bevordert daarmee de genezing. Omdat de pleisters en neuskap op de neus blijven en er ook vaak kleine gaasstrookjes hoog in het neusdak blijven, kan het spoelen de eerste week lastig zijn. U krijgt spoelinstructies mee van de assistente.

Antibiotica en zalf

Meestal krijgt u gedurende de eerste week een antibioticumkuur mee. Daarnaast adviseren wij zalf te smeren op het wondgebied onder de neus en aan de rand van beide neusgaten totdat alle korstjes weg zijn en de hechtingen zijn opgelost. U mag de zalf op de wondjes de eerste 2 weken 3x per dag gebruiken. Beide krijgt u op recept mee.

Rust

Meestal adviseren wij één week rustig aan te doen met betrekking tot werk en huishoudelijke taken, zowel vanwege de operatie als de gegeven narcose. Ook adviseren wij contactsporten gedurende zes weken niet te beoefenen.

Pijnbestrijding

De pijn na een in- en uitwendige neus correctie, kan behoorlijk zijn. Wij adviseren te starten met paracetamol; hiervan mag u er 4x 1000 mg (= 2 tabletten á 500 mg per keer) per dag innemen. Als dit niet voldoende is, kunt u daarbij nog 3x 400 mg ibuprofen innemen. Beide zijn zonder recept verkrijgbaar bij een apotheek of drogist.

Wanneer u de pijnstillers regelmatig inneemt, dan bouwt u een spiegel in uw bloed op en dat werkt beter tegen de pijn. Wij adviseren om iedere 6 uur 2 tabletten paracetamol in te nemen en eventueel daarbij nog iedere 8 uur ibuprofen. Als u ondanks paracetamol en ibuprofen nog pijn heeft, neem dan contact op met de polikliniek KNO voor aanvullende pijnstilling of adviezen. gebruikt u voor een langere tijd ibuprofen of diclofenac? Dan adviseren wij hierbij maagbeschermers (omeprazol) bij te gebruiken.

Na één week

Naar de polikliniek

Na één week komt u terug op de polikliniek voor het verwijderen van de pleisters, de neuskap en de gaasstroken hoog uit de neus. Daarna wordt u geadviseerd om door te gaan met 3 á 4x per dag de neus te spoelen met zoutwateroplossing. Dit maakt de neus vrij van korstjes en bloed en bevordert daarmee de genezing.

Resultaat

Na de operatie voelt de neus stuk en gezwollen en is vaak het gevoel uit de huid van de neus grotendeels verdwenen. Over het algemeen komt dit weer terug, maar dit kan erg lang duren (6 weken tot 6 maanden). Slechts zelden blijft er een klein deel van de huid van de neuspunt gevoelloos.
De operatie heeft ook het doel de stand van uw neus te veranderen. Het resultaat kan echter tegenvallen, zowel op korte als langere termijn. De KNO-arts controleert de stand van uw neus, maar mocht u zelf problemen ervaren, geef dit dan aan.

Als alles er goed uit ziet, wordt er een vervolgafspraak op de polikliniek gemaakt voor 3 maanden na de operatie voor beoordeling van het eindresultaat.

Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis?

Als u last krijgt van de volgende klachten is het belangrijk dat u contact met ons opneemt:

Nabloeding

Na een in- en uitwendige neuscorrectie verliest u altijd wat bloed uit uw neus. De wond is nog open en het slijmvlies moet nog genezen. Vaak zijn de tampons voldoende om dit bloed op te vangen.
Bij het aanraken van de tampons of door druk op de neus te zetten (bijvoorbeeld tijdens het niezen) kan er wat bloed ontsnappen uit de tampon. Dit is niet erg.

Bij een nabloeding verliest u veel meer bloed. Er loopt dan echt een spoor bloed langs de tampon uit de neus. Neem contact op met het ziekenhuis als er bloed langs de tampons blijft komen. Vaak is het plaatsen van nieuwe tampons voldoende om het bloeden te stoppen. Heel soms moet een patiënt voor de tweede keer onder narcose gebracht worden.

Tamponverlies

Het komt bijna nooit voor, maar u zou de tampons uit de neus kunnen verliezen, bijvoorbeeld door te niezen. Neem dan contact op met de polikliniek Keel-, neus- en oorheelkunde.

Infectie

Als u vermoedt dat u een infectie heeft. Dit merkt u meestal doordat er pus uit uw neus komt. Dit kan bijvoorbeeld optreden onderaan de neus bij de neusgaten. Ook kunt u last krijgen van koorts of kloppende pijn.

Meer informatie

Op de website van de Nederlandse Vereniging voor Keel-, Neus- en Oorheelkunde (www.kno.nl/patienten-informatie) leest u meer over deze operatie.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen of Heerde

Keel-, neus- en oorheelkunde
(038) 424 23 84 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)
(038) 424 50 00 (buiten kantooruren)

Meppel of Steenwijk

Keel-, neus- en oorheelkunde
(0522) 23 32 48 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)
(0522) 23 33 33 (buiten kantooruren)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

20 augustus 2019 / 6116

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.