Contact
  1. 6130-Allergische rhinitis bij kinderen

De meeste mensen denken bij hooikoorts aan niezen, een loopneus en jeukende neus en ogen gedurende de voorjaar- en zomerperiode. Ook dat het iets met pollen – stuifmeel van bloeiende bomen en grassen – te maken heeft, is bekend. Vaak wordt gedacht dat hooikoorts een vervelende, maar tamelijk onschuldige ziekte is die na het seizoen weer overgaat. Ook denkt men dat de klachten eenvoudigweg behandeld kunnen worden met medicijnen die bij de drogist worden verkocht.

​Wat is er mis met de term hooikoorts? Er zijn twee redenen waarom de term hooikoorts verwarring geeft: 

  • In veel gevallen klopt het beeld dat mensen van hooikoorts hebben niet met de werkelijkheid. Hooikoortsklachten kunnen ook voorkomen buiten het typische pollenseizoen. Daarnaast zijn er veel meer mensen die regelmatig last hebben van neus- en oogklachten dan mensen met typische hooikoortsklachten. Daarbij kunnen klachten zo ernstig zijn dat ze het leven van degene die er last van heeft behoorlijk kunnen verstoren. 
  • Het woord hooikoorts is feitelijk onjuist. Hooikoorts heeft niets met ‘hooi’ te maken en mensen met hooikoorts hebben geen koorts. Artsen geven om deze redenen er de voorkeur aan om te spreken van allergische rhinitis.

Wat is allergische rhinitis?

Allergische rhinitis is een hardnekkige ontsteking van het slijmvlies van de neus. Doordat het neusslijmvlies chronisch ontstoken is, is het gezwollen en maakt het meer slijm (snot) aan. De ontsteking irriteert het slijmvlies. Daardoor hebben mensen met allergische rhinitis last van een hardnekkig verstopte neus, een aanhoudende loopneus, niezen en jeuk aan de neus.

Het slijmvlies van de neus staat in verbinding met het slijmvlies van de ogen (conjunctiva) en de neusbijholten (sinussen). Hierdoor hebben mensen met allergische rhinitis ook vaak last van geïrriteerde, jeukende rode ogen (allergische rhinoconjunctivitis) en soms ook van een ontsteking van het slijmvlies van de neusbijholten (allergische rhinosinusitis). Veel kinderen met allergische rhinitis zijn door het alsmaar verkouden zijn niet fit, hangerig en moe, en hoesten veel. Soms kan dat ook de schoolprestaties beïnvloeden.

Hoe vaak komt allergische rhinitis voor?

In Nederland heeft ongeveer 25 procent van de volwassenen en kinderen in meer of mindere mate last van allergische rhinitis. Allergische rhinitis komt nog veel vaker voor bij kinderen met astma: 75% van alle kinderen met astma heeft ook allergische neusklachten.

Wat is de oorzaak van allergische rhinitis?

De oorzaak van allergische rhinitis is niet precies bekend. Verschillende factoren spelen een rol: 

  • erfelijke aanleg;
  • blootstelling aan allergenen; 
  • omgevingsfactoren.

Erfelijke aanleg

Erfelijke aanleg speelt een belangrijke rol: allergische rhinitis komt vooral voor bij kinderen met aanleg voor allergie en allergische ziekten (deze kinderen hebben ook een grotere kans op eczeem, astma en voedselallergie). Allergische rhinitis kan echter ook voorkomen bij kinderen die de erfelijke aanleg voor allergie niet hebben. Allergische rhinitis kan alleen voorkomen, of samen bestaan met andere allergische ziektes, zoals astma of eczeem.

Blootstelling aan allergenen

De grote meerderheid van kinderen met allergische rhinitis (tachtig procent) heeft een allergie voor een of meer inhalatieallergenen. Dit zijn stoffen die je in kunt ademen, en die bij mensen zonder allergie geen verschijnselen geven. Bij kinderen met een allergie voor een of meer inhalatieallergenen kunnen allerlei klachten ontstaan als ze het allergeen waar ze allergisch voor zijn inademen. Dit kunnen klachten zijn van de neus (allergische rhinitis), van de ogen of de neusbijholten of van de luchtwegen in de borstkas (zie onderaan deze pagina voor meer informatie).

In Nederland zijn de belangrijkste inhalatieallergenen: 

  • huisstofmijt 
  • graspollen 
  • boompollen 
  • kat 
  • hond.

Allergie voor huisstofmijt

Over allergie voor huisstofmijt is een aparte patiëntenfolder beschikbaar (zie onderaan deze pagina). Als kinderen eenmaal allergisch zijn voor een bepaald inhalatieallergeen en ze worden eraan blootgesteld, dan kunnen cellen in het slijmvlies van de neus ontstekingsstofjes gaan afscheiden. Histamine is daar de belangrijkste van. Histamine veroorzaakt een irritatie van het neusslijmvlies, waardoor het neusslijmvlies veel waterig slijm gaat maken, de neus gaat kriebelen, en de patiënt moet niezen. Ook zwelt het slijmvlies van de neus op, waardoor de neus verstopt kan raken.

Hoewel blootstelling aan allergenen dus een belangrijke oorzaak is van klachten is het niet de oorzaak van de ziekte zelf. Het vermijden van blootstelling aan allergenen helpt dan ook niet om het ontstaan van allergische rhinitis te voorkómen.

Allergie voor gras- en boompollen

Sommige kinderen met een allergie voor een inhalatieallergeen hebben alleen klachten als ze worden blootgesteld aan het allergeen. Dat is vooral het geval bij kinderen met de bekende, klassieke vorm van hooikoorts, die uitsluitend last hebben zolang er pollen in de lucht zijn waarvoor zij allergisch zijn. Kinderen met een boompollenallergie hebben vooral klachten in het vroege voorjaar (februari tot mei). Kinderen met een graspollenallergie vooral in het late voorjaar en zomer (april tot september, zie pollenkalender).  

Pollenkalender

Afbeelding 1: pollenkalender

Overige oorzaken allergische rhinitis

Er zijn echter ook veel kinderen die neusklachten hebben terwijl ze niet worden blootgesteld aan het allergeen waar ze allergisch voor zijn. Dit kan komen doordat de allergische ontsteking van het neusslijmvlies chronisch geworden is. Dit betekent dat de ontsteking doorgaat, ook als er geen allergenen meer in de buurt zijn. Een andere mogelijke oorzaak is dat de ontsteking aan de gang gehouden wordt door omgevingsfactoren.

Omgevingsfactoren

Kinderen met allergische rhinitis hebben vaak last van hun neus bij allerlei omgevingsinvloeden, zoals: 

  • sigarettenrook 
  • virusinfecties (verkoudheid) 
  • prikkelende luchtjes en geuren.

Voeding heeft geen invloed op allergische rhinitis bij kinderen. Een voedselallergie is dus nooit een oorzaak voor allergische neusklachten bij kinderen. Weersomstandigheden kunnen wel invloed hebben, met name bij kinderen met een allergie voor boom- of graspollen. Bij warm, droog en winderig weer is de pollenconcentratie vaak het hoogst; bij koud nat weer het laagst.

Allergische rhinitis is een chronische ziekte

Allergische rhinitis is een chronische ziekte. Dat wil zeggen dat de ziekte langdurig blijft bestaan, en dat er geen medische behandeling bestaat waardoor de ziekte blijvend kan genezen. Dat is natuurlijk vervelend. Toch kan de ziekte wel goed behandeld worden. Met medicijnen kunnen de verschijnselen van de ziekte sterk verminderd worden of zelfs helemaal verdwijnen. Daardoor is het ook voor kinderen met allergische rhinitis mogelijk om een normaal leven te leiden en gewoon aan sport en spel mee te kunnen doen. Dat vinden wij ook het belangrijkst: dat we de verschijnselen van allergische rhinitis zo kunnen verminderen dat kinderen een normaal leven kunnen leiden, liefst met zo weinig mogelijk medicijnen.

Wat merkt mijn kind van allergische rhinitis?

De volgende tekst kunt u met uw kind doornemen: 

  • Je neus kan jeuken, waardoor je veel moet niezen. De neus kan ook verstopt zijn of je kan een ‘loopneus’ hebben. Er komt waterig snot uit je neus, dit kan later soms dik of gekleurd zijn. Je kunt het gevoel hebben dat je steeds verkouden bent. 
  • Je ogen kunnen jeuken, tranen of branderig aanvoelen. De oogleden zijn opgezet, het oogwit ziet rood. Soms is zonlicht heel vervelend, waardoor je steeds een zonnebril wilt dragen. 
  • Je keel kan droog zijn en rauw aanvoelen. Sommige kinderen met een allergische neus moeten daardoor veel hoesten. Het kan een vol gevoel in je hoofd geven. Sommige kinderen voelen zich ook koortsig, ziek of moe.

Onderzoek bij allergische rhinitis

Als de kinderarts denkt dat uw kind een allergische rhinitis kan hebben, zal er vaak allergieonderzoek worden verricht. Met allergieonderzoek wordt gekeken of uw kind allergisch is voor bepaalde stoffen die je kunt inademen (inhalatieallergenen). Omdat voedselallergie geen rol speelt bij allergische rhinitis zal geen onderzoek naar voedselallergie worden verricht.

Er zijn twee manieren om allergie voor inhalatieallergenen bij kinderen aan te tonen: met bloedonderzoek en met een huidpriktest (zie onderaan deze pagina). Soms kan het bij allergische rhinitis wenselijk zijn om te onderzoeken of de neusklachten voor een deel wellicht ook veroorzaakt worden door andere problemen in en om de neus, zoals een vergrote of ontstoken neusamandel, een scheef neustussenschot of een ontsteking van de neusbijholten. In die gevallen zal vaak de KNO-arts gevraagd worden uw kind te onderzoeken.

Behandeling van allergische rhinitis

De behandeling van allergische rhinitis bestaat uit de volgende onderdelen: 

  • uitleg over de ziekte; 
  • behandeling zonder medicijnen; 
  • behandeling met medicijnen; 
  • immunotherapie.

Uitleg over de ziekte doen we vooral hier.

Behandeling zonder medicijnen

Behandeling zonder medicijnen is erop gericht om schadelijke omgevingsfactoren en blootstelling aan de belangrijkste allergenen zoveel mogelijk te beperken. De belangrijkste schadelijke omgevingsfactor is sigarettenrook. U kunt de blootstelling aan sigarettenrook bij kinderen het beste vermijden door er voor te zorgen dat er in huis helemaal niet gerookt wordt. Als u zelf rookt, of als u bezoek krijgt dat rookt, zorg er dan voor dat het roken buiten gebeurt (ook als het kind al slaapt).

Als uw kind vooral allergisch is voor pollen, dan kunnen de volgende tips behulpzaam zijn tijdens het pollenseizoen: 

  • Laat uw kind een zonnebril dragen als hij naar buiten gaat, het liefst een die goed om de ogen sluit. Dit beschermt de ogen tegen stuifmeel. 
  • Is er jeuk aan de ogen, wrijf dan niet. Pollen die aan de handen zitten brengt dat juist over. Wrijven kan ontstekingen en irritaties tot gevolg hebben. De irritatie kan verminderen door een vochtig washandje op de ogen te leggen of te spoelen met lauw water. Ook het druppelen van de ogen brengt vaak verlichting. 
  • Houd de ramen van de auto zoveel mogelijk dicht. Pas ook op met het ventilatiesysteem. Hierdoor kan het stuifmeel naar binnen komen. Gebruik op warme dagen dus liever de airco (indien beschikbaar) in de auto. 
  • Wandelen en fietsen kan het beste in de vroege ochtend en in de avond. Na een flinke regenbui kan uw kind wel naar buitengaan. De meeste pollen zijn dan uit de lucht gespoeld. 
  • Droog de kleding niet buiten aan de waslijn. De pollen kunnen zich namelijk ook in kleding nestelen. 
  • Breng wat crème of vaseline rond de ogen, neus en mond aan als uw kind naar buiten gaat. Dit beschermt de huid tegen direct binnendringen van de pollen. 
  • Als u uw huis wilt luchten, doe dit dan ’s morgens vroeg, ’s avonds of na een regenbui. Dan is er minder stuifmeel in de lucht. Houd de ramen van de slaapkamer gesloten. Als uw kind toch het liefst met open raam slaapt, open dan de ramen waar geen wind op staat en zet er zeer fijnmazige horren in. 
  • Douchen na een dag werken of school, spoelt alles van het lichaam. Trek andere kleding aan. Was het haar wat vaker en borstel het haar vóór het slapen gaan. De pollen komen dan niet op het hoofdkussen terecht. 
  • Houd er rekening mee dat er op het platteland drie tot vijf keer zoveel stuifmeel in de lucht zit dan in de stad. Ook rond drukke autowegen zweeft er meer stuifmeel in de lucht. Aan zee hebben de meeste mensen weinig klachten! Als uw kind allergisch is voor huisstofmijt, dan kunnen er maatregelen genomen worden om de blootstelling aan huisstofmijt te beperken (zie onderaan deze pagina).

Als uw kind allergisch is voor honden of katten, en u heeft een hond of kat, dan kan de arts u adviseren om het huisdier weg te doen. We beseffen dat dit een ingrijpend besluit is. Hoewel het moeilijk kan zijn om afscheid te nemen van uw huisdier kan het voor de gezondheid van uw kind soms wel het beste zijn. De arts zal dit altijd uitvoerig met u bespreken. Uiteindelijk maakt u zelf hier een keuze in, nadat u de voor- en nadelen van het besluit heeft afgewogen.

Behandeling met medicijnen

Allergische rhinitis is met medicijnen meestal goed te behandelen. De kinderarts adviseert u graag over de verschillende mogelijke manieren van behandeling. Hieronder zetten we de verschillende medicijnen voor u op een rij.

Ontstekingsremmers voor de neus

Dit zijn medicijnen die bedoeld zijn om te voorkomen dat kinderen last van hun allergische rhinitis krijgen. De werking van deze medicijnen is dat ze de chronische ontsteking van het neusslijmvlies dempen. Daarom worden deze medicijnen ook wel ontstekingsremmers genoemd.

Ontstekingsremmers werken alléén als ze elke dag genomen worden. Het zijn dus echte onderhoudsmedicijnen. Ook als er géén klachten zijn, dienen deze medicijnen dagelijks ingenomen te worden. Na het starten van de behandeling wordt het effect van deze medicijnen pas na enkele dagen tot weken merkbaar. De meest gebruikte ontstekingsremmers zijn de intranasale corticosteroïden (INCS). Deze werken goed bij de meeste kinderen met allergische rhinitis.

Nasale corticosteroïden (INCS)

De INCS zijn krachtige ontstekingsremmers die, door hun uitstekende werking en geringe bijwerkingen, inmiddels een centrale rol in de behandeling van allergische rhinitis bij kinderen vervullen. Er zijn in Nederland (anno 2011) verschillende INCS geregistreerd voor gebruik bij kinderen die allemaal ongeveer even goed werken: 

  • budesonide (Rhinocort®) 
  • fluticason (Flixonase® en Avamys®) 
  • mometason (Nasonex®) 
  • beclomethason.

Op de afdeling Kindergeneeskunde werken we met al deze middelen. Nadat we hebben bekeken welke neusspray het beste is voor een kind, stemmen we de medicijnen daarop af. INCS werken alleen als ze elke dag gebruikt worden. De startdosis wordt bijna altijd 1x daags gegeven (’s morgens of ’s avonds) en is meestal 1 puffje in elk neusgat. Van Nasonex®, Flixonase® en Avamys® zijn neussprays gemaakt. Flixonase® is er daarnaast ook in neusdruppels (“nasules”). Rhinocort is beschikbaar als neusspray, maar ook als een poederinhalator (Turbuhaler®) waarbij het medicijn wordt opgesnoven uit de inhalator.

Afhankelijk van hoe goed de allergische rhinitis opknapt onder deze behandeling, kan de dosis van de INCS eventueel worden aangepast. Meestal betekent dit het verlagen (‘afbouwen’) van de dosis omdat de INCS bij de meeste kinderen goed helpen. Veel kinderen worden tijdens behandeling met INCS geheel of bijna geheel klachtenvrij. Het is belangrijk om dan wél met de behandeling door te gaan; staken van de behandeling leidt meestal tot een terugkeer van de klachten.

Bij sommige kinderen is de startdosis van de INCS onvoldoende om de klachten goed onder controle te krijgen. De arts zal dan met u zorgvuldig nagaan of de medicijnen wel goed gebruikt worden. Ook zal hij bekijken of er geen andere problemen spelen dan allergische rhinitis, of dat er misschien nog steeds blootstelling aan schadelijke prikkels is. Als dat allemaal goed lijkt te zijn, kan de arts besluiten de dosis INCS op te hogen of om een ander medicijn toe te voegen (zie verderop). ICS zijn veilige middelen met weinig bijwerkingen.

Bijwerkingen
Wereldwijd worden miljoenen kinderen jarenlang met INCS behandeld. INCS zijn afgeleid van het menselijk bijnierschorshormoon. Als menselijk bijnierschorshormoon in tabletvorm langdurig wordt gebruikt (prednison), kan het allerlei nare bijwerkingen veroorzaken die we zo veel mogelijk willen voorkomen. Gelukkig komen deze bijwerkingen bij de INCS niet voor, mits de medicijnen volgens voorschrift worden gebruikt. Dit komt door twee redenen: INCS worden in een heel lage dosis gebruikt, en bovendien komt het medicijn direct waar het werken moet (in de neus) zonder dat het eerst door de rest van het lichaam moet.

Lokale bijwerkingen
Wel kunnen er lokale bijwerkingen optreden. De belangrijkste bijwerking is een bloedneus. Bij kinderen die INCS gebruiken neemt de kans op bloedneuzen vooral toe als de medicijnen terecht komen tegen het neustussenschot. U kunt de kans op bloedneuzen verminderen door er voor te zorgen dat de neusspray recht naar boven wijst in de neus van uw kind. Mocht dit onvoldoende helpen, overleg dan met uw arts.

Algemene (systemische) bijwerkingen
Dit zijn bijwerkingen die ontstaan doordat sporen van de INCS in het bloed terechtkomen. Omdat het hier gaat om minimale hoeveelheden steroïden, is de kans op algemene bijwerkingen buitengewoon klein. Bij normaal gebruik van INCS worden geen bijwerkingen gezien zoals die gevonden kunnen worden bij langdurig gebruik van prednison, zoals een hoge bloeddruk, bijnierproblemen, botontkalking, staar (cataract) of een slechte lengtegroei.

Omdat zulke algemene bijwerkingen van INCS vrijwel nooit voorkomen is gericht onderzoek naar deze bijwerkingen dus niet nodig. U hoeft zelf dus ook niet speciaal op dingen te letten tijdens een behandeling met INCS. INCS moeten door een arts worden voorgeschreven en zijn niet vrij verkrijgbaar bij de drogist.

Weerstand tegen neusspray
Sommige kinderen vinden toediening van de neusspray vervelend omdat het kriebelt in de neus. Dit kan zo naar zijn dat ze weigeren om de neusspray nog te gebruiken. De behandeling kan dan geen effect hebben. Bespreek dit met uw arts; deze kan dan overstappen op een andere toedieningsvorm (de poederinhalator of de neusdruppels) of overstappen op een ander type medicijn (bijvoorbeeld de antihistaminica, zie hieronder).

Antihistaminica

Antihistaminica zijn geneesmiddelen die tegen (anti) de stof histamine werken. Histamine is het belangrijkste schadelijke stofje dat vrijkomt wanneer iemand met een allergie wordt blootgesteld aan een inhalatieallergeen. De schadelijke effecten van histamine kunnen worden bestreden met een antihistaminicum. Antihistaminica kunnen worden toegediend als neusspray (bijvoorbeeld Livocab® en Allergodil®) of als tablet of drank (bijvoorbeeld cetirizine, loratadine, Aerius® of Xyzal®). De neusspray werkt kort en is na een tot twee uur uitgewerkt. Deze medicijnen zijn dan ook vooral geschikt om te gebruiken bij kinderen die maar af en toe last hebben van hun allergische rhinitis. In de praktijk komt dat maar weinig voor bij kinderen die zijn verwezen naar het ziekenhuis; daarom worden deze antihistaminica neussprays door ons weinig voorgeschreven.

De antihistaminica in tablet- of drankvorm zijn geschikt voor de behandeling van allergische rhinitis bij kinderen. Sommige van deze ‘allergietabletjes’ zijn vrij verkrijgbaar bij de drogist. Andere kunnen alleen door de arts worden voorgeschreven. Vroeger waren er vooral antihistaminica op de markt waar kinderen erg slaperig van werden; de moderne antihistaminica (zoals cetirizine, loratadine, Aerius® en Xyzal®) kennen dit bezwaar niet. Wij schrijven daarom vooral deze moderne antihistaminica voor. Deze middelen werken in tablet- of drankvorm twaalf tot vierentwintig uur en worden dus meestal 1x daags voorgeschreven. De medicijnen kunnen zo nodig worden gebruikt (als er klachten zijn) of preventief (om te voorkomen dat klachten optreden, door ze dagelijks te gebruiken).

Antihistaminica in tablet- of drankvorm verminderen de klachten van allergische rhinitis, maar werken minder krachtig dan de INCS. Daarom geven de kinderartsen van de afdeling Kindergeneeskunde de voorkeur aan INCS wanneer ze medicijnen voorschrijven voor kinderen met allergische rhinitis. De antihistaminica worden dan gebruikt als extra medicijn als er toch nog klachten van allergische rhinitis ontstaan, of als tweede medicijn naast de INCS.

Montelukast (Singulair®)

Montelukast is een geneesmiddel dat een ander type ontstekingsstoffen remt, namelijk de leukotriënen. Het zijn dus ontstekingsremmers die op een andere manier werken dan INCS. Zij kunnen dus, naast een onderhoudsbehandeling met INCS en antihistaminica (maar niet in plaats er van) soms aanvullende waarde hebben. Van montelukast (Singulair®) zijn twee verschillende toedieningsvormen beschikbaar: een granulaat (korreltjes) van vier milligram, en een kauwtablet van vier milligram, (voor kinderen van vier tot zes jaar) vijf milligram (voor kinderen van zes tot veertien jaar) en tien milligram (voor kinderen ouder dan veertien jaar en volwassenen). Montelukast wordt 1x daags gegeven.

Cromoglicaat en nedocromil

Cromoglicaat en nedocromil zijn middelen die vroeger nog wel gebruikt werden om klachten van allergische rhinitis te voorkomen. Ze zijn vrij verkrijgbaar bij de drogist (Lomusol®, Prevalin®, Tilavist®). Inmiddels weten we dat deze middelen een heel klein effect hebben op de klachten, en veel minder goed werken dan de INCS of de antihistaminica. Daarom worden cromoglicaat en nedocromil door ons niet toegepast.

Oogdruppels

Als kinderen naast allergische neus- ook oogklachten hebben, komt het soms voor dat deze oogklachten hinderlijk blijven zelfs als het kind al INCS en antihistaminica gebruikt. In die gevallen kunnen oogdruppels met een antihistaminicum aanvullende waarde hebben (zoals Livocab®, Emadine®, Allergodil® en Opatanol®). Antihistaminica oogdruppels worden alleen gebruikt als er klachten zijn, dus nooit preventief.

Immunotherapie

Immunotherapie is een behandeling waarbij geprobeerd wordt het lichaam van het kind langzaam te laten wennen aan het allergeen waar het kind allergisch voor is. Het wordt daarom ook wel een ontwenningskuur genoemd of desensibilisatie. Als immunotherapie succesvol is, wordt de oorzaak van de klachten echt aangepakt en kunnen de klachten sterk verbeteren.

Helaas werkt immunotherapie niet bij iedereen met een allergie. Immunotherapie werkt het beste bij kinderen met allergische rhinitis en een allergie voor één inhalatieallergeen (boompollen, graspollen, huisstofmijt of kat). De meeste kinderen met allergische rhinitis zijn echter allergisch voor meerdere inhalatieallergenen. Bij deze kinderen kan immunotherapie alleen helpen als er één allergeen echt uitspringt en duidelijk de meeste klachten veroorzaakt.

Toepassing van immunotherapie

Immunotherapie werkt het beste als het door middel van injecties wordt toegediend. De injecties worden in een spier gegeven (intramusculair), net als de meeste inentingen bij kinderen. De injecties bij immunotherapie worden in twee fasen gegeven: de instelfase en de onderhoudsfase. De instelfase duurt ongeveer twaalf weken; het kind krijgt dan elke week een injectie. Tijdens de onderhoudsfase krijgt het kind elke maand een injectie; deze fase duurt drie tot vijf jaar. Na elke injectie moet het kind twintig tot dertig minuten lang bij de arts blijven, omdat na elke injectie er een kleine kans is dat er een heftige allergische reactie ontstaat. De immunopriktherapie is dus een erg intensieve behandeling voor kinderen.

Bij ongeveer de helft van de kinderen die met immunopriktherapie worden behandeld nemen de klachten sterk af en is de behandeling dus succesvol. Bij een kwart nemen de klachten wel af maar blijft daarnaast intensieve behandeling met medicijnen nodig. Bij de laatste 25 procent van de behandelde kinderen heeft immunotherapie geen effect op de klachten.

Het vervelende is dat het van tevoren niet te voorspellen is bij welk kind immunotherapie wel en bij het niet zal werken. Het probleem bij immunotherapie is dus dat het een ingewikkelde, intensieve en tijdrovende behandeling is die niet bij alle kinderen het gewenste effect heeft. Daarom passen de kinderartsen op de afdeling Kindergeneeskunde deze behandeling alleen toe bij kinderen met allergische rhinitis als het met de eerder genoemde medicijnen niet lukt om de klachten voldoende rustig te krijgen. Voor de behandeling met immunopriktherapie werken we samen met de polikliniek KNO van het ziekenhuis.

Immunotherapie in druppel- en tabletvorm

Er bestaat ook immunotherapie in druppelvorm. Helaas blijkt uit onderzoek dat deze vorm van immunotherapie niet werkt. Daarom passen wij deze vorm van immunotherapie op de afdeling Kindergeneeskunde niet toe. De fabrikanten van deze middelen maken erg veel reclame voor deze vorm van behandeling, onder andere door het inzetten van zogenaamde ‘allergieconsulenten’ in de huisartsenpraktijk. Wij vinden dat misleidend, en laten deze ‘allergieconsulenten’ dan ook niet toe in het ziekenhuis.

Sinds een paar jaar is er wel een vorm van immunotherapie in tabletvorm beschikbaar, die effectief is bij de behandeling van graspollenallergie bij kinderen ouder dan vijf jaar met allergische rhinitis. Deze behandeling is alleen onderzocht bij kinderen die alleen maar allergisch zijn voor graspollen, en niet voor andere inhalatieallergenen. Zoals eerder besproken komt dit bij kinderen echter maar weinig voor: de meeste kinderen met een graspollenallergie zijn ook allergisch voor andere inhalatieallergenen.

De kinderarts en de KNO-arts zijn graag bereid om met u verder te praten of immunotherapie bij uw kind een geschikte manier van behandeling zou kunnen zijn.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de afdeling waar u onder behandeling bent.

Zwolle, Kampen en Heerde
Kindergeneeskunde
(038) 424 50 50 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel en Steenwijk
(0522) 23 38 04 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

23 november 2018 / 6130

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.