Contact
  1. 7035-Inwendige radiotherapie vagina
Punt Coronavirus (COVID-19) Hier vindt u belangrijke informatie over uw afspraak, onderzoek of behandeling.

Met uw behandelend arts (radiotherapeut-oncoloog) heeft u gesproken over een inwendige bestraling. Deze bestraling wordt ook wel brachytherapie genoemd. Bij u is deze vorm van bestraling nodig in de top van de vagina. Hier leest u hoe de bestraling verloopt, zodat u zich goed kunt voorbereiden.

Bij een inwendige bestraling wordt er tijdelijk een radioactieve bron in uw vagina geplaatst. Vanuit deze bron wordt het gebied waar de tumor zit (of heeft gezeten) bestraald. Zo wordt de plek die bestraald wordt, zo klein mogelijk gehouden. De kans op beschadiging van gezond weefsel is daardoor ook zo klein mogelijk.
Uw volledige behandeling kan bestaan uit één of meerdere inwendige bestraling(en). Dit kan ook een combinatie zijn van uitwendige- en inwendige bestralingen.

Voorbereiding

Voordat we kunnen beginnen met bestralen zijn eerst nog wat voorbereidingen nodig. Als uw behandeling uit meerdere bestralingen bestaat, duurt de eerste keer ook wat langer door deze voorbereiding.
Om u inwendig te kunnen bestraling hebben we namelijk een applicator nodig. Een applicator is een cilindervormig hulpmiddel waar de bestralingsbron veilig door kan bewegen. Deze applicator wordt vaginaal ingebracht.

Voor de eerste bestraling onderzoekt de arts uw vagina inwendig. Tijdens dit onderzoek bepaalt de arts welke maat applicator het meest passend is. Daarna brengt hij de gekozen applicator in. Met een speciaal verband wordt de applicator vastgezet, zodat deze niet kan verschuiven. Uiteraard wordt dit rustig en voorzichtig gedaan.

Daarna wordt er een CT-scan gemaakt. Deze scan is nodig om te controleren of de applicator goed zit en voor het maken van een bestralingsplan.
Het maken van het bestralingsplan duurt ongeveer tien minuten. Met het plan wordt uitgerekend hoe lang u bestraald moet worden.

Bestraling

Zodra het bestralingsplan klaar is, start de bestraling. De applicator wordt aangesloten op het bestralingsapparaat. Dit apparaat lijkt op een soort verrijdbare kluis en staat naast de behandeltafel. In dit apparaat zit een radioactieve bron die via de applicator op de juiste plaats terechtkomt.
De radioactieve straling verdwijnt direct zodra de bron zich weer in het apparaat bevindt. Na de behandeling bent u zelf niet radioactief. Ook uw urine en ontlasting zijn niet besmet. Er zijn dan ook geen speciale maatregelen nodig na de bestraling.

De bestraling duurt tien tot twintig minuten. Van de bestraling voelt u niets. Tijdens de bestraling ligt u alleen in de bestralingsruimte. Via een camera/intercom kunnen wij u wel zien en horen en kunt u met ons praten.

Na de bestraling verwijderen wij de applicator. Het kan zijn dat u wat vocht of bloed verliest na de behandeling. U kunt hiervoor een inlegkruisje krijgen. Na de behandeling kunt u gewoon naar huis.

Bij de volgende behandeling(en) hoeft er geen CT-scan meer gemaakt te worden. Ook is de maat van de applicator bekend. De bestraling gaat verder op dezelfde manier als de eerste keer.

Duur

De eerste keer neemt de totale behandeling ongeveer een uur in beslag. De volgende keren duren ongeveer een half uur.

Bijwerkingen

Korte termijn

Na de behandeling heeft u meestal geen pijnklachten. U kunt wel wat last hebben van een klein beetje bloed- of vochtverlies via de vagina. Dit is normaal. U hoeft zich hierover niet ongerust te maken.

Ook kunt u last hebben van een branderig gevoel bij het plassen. Daarnaast kunt u last hebben van lichte diarreeklachten. Deze klachten verdwijnen in de meeste gevallen binnen enkele dagen.

Lange termijn

Op langere termijn kunnen de slijmvliezen bovenin uw vagina verkleven. Medisch gezien is verkleving niet ernstig. Maar verkleving maakt controles bij de gynaecoloog en radioloog wel lastiger. En ook bij het vrijen kan het vervelend zijn. Uw schede wordt door verkleving namelijk korter.

U kunt de kans op verkleving verkleinen door:

  • Na de laatste bestraling elke dag gedurende twee weken een tampon met vaseline hoog in de schede in te brengen. Na enkele uren mag de tampon weer verwijderd worden. U mag de tampon ook voor de nacht inbrengen als u dat prettiger vindt. Voor het openhouden van de vagina kan ook een speciaal staafje gebruikt worden, een pelotte. Uw radiotherapeut kan u hier meer over vertellen.
  • Ook het hebben van geslachtsgemeenschap in een vroeg stadium kan helpen verklevingen te voorkomen. Wel kan vrijen de eerste weken na de radiotherapie niet prettig aanvoelen. Dit komt doordat de slijmvliezen in de schede extra gevoelig en geïrriteerd kunnen zijn. Dit verdwijnt meestal vanzelf na enige tijd.

De slijmvliezen in de top van de schede kunnen na de bestraling wat kwetsbaarder blijven. U hoeft daar niets van te merken. Maar soms kunt u daardoor tijdens het vrijen wat bloedverlies hebben. Daar hoeft u niet van te schrikken. Het hoeft ook niet behandeld te worden.
Als de klachten echter nieuw of hevig zijn, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw behandelend arts. Doe dit ook als u het niet vertrouwt.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Radiotherapie
(038) 424 54 49 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

6 juli 2020 / 7035 / P

Gerelateerde folders