Contact
  1. 7075-DCIS (PID): H2 DCIS onderzoeken
Coronavirus (COVID-19) Hier vindt u belangrijke informatie over uw afspraak, onderzoek of behandeling.

Patiënten Informatie Dossier

Er zijn afwijkende cellen in uw borst gevonden. Deze aandoening heet DCIS. In dit hoofdstuk leest u wat DCIS precies inhoudt. Ook leest u meer over de onderzoeken die nodig kunnen zijn.  
Het kan handig zijn om deze informatie ook te laten lezen aan mensen in uw omgeving. DCIS is niet zo bekend. Daarom verwarren veel mensen het met borstkanker. U kunt hierdoor adviezen van mensen uit uw omgeving krijgen, die alleen maar voor verwarring zorgen.

Wat is DCIS?

Om uit te leggen wat DCIS precies is, is het goed om te weten hoe de borst is opgebouwd. De borst bestaat hoofdzakelijk uit de volgende weefsels:

  • melkklieren;
  • melkgangen, die de melkklieren en de tepel met elkaar verbinden;
  • vet- en bindweefsel dat de melkklieren en de melkgangen omringt;
  • bloedvaten;
  • lymfvaten.
Afbeelding opbouw borst

Afbeelding 1: Hoe de borst is opgebouwd

DCIS staat voor: ductaal carcinoma in situ. Het is een aandoening van de melkgangen in de borst. De patholoog heeft in de melkgangen in uw borst afwijkende cellen gevonden. Deze afwijkende cellen kunnen zich ontwikkelen tot borstkanker. Hoelang het duurt voordat dit kan gebeuren, weten we niet. DCIS wordt ook wel een voorstadium van borstkanker genoemd. Een aantal kenmerken van DCIS zijn:

  • Vaak wordt DCIS ontdekt met een röntgenfoto van de borst (mammografie), bijvoorbeeld bij het bevolkingsonderzoek naar borstkanker.
  • De afwijking is bijna nooit te voelen. 
  • De patholoog stelt de diagnose na weefselonderzoek. Dit weefsel wordt uit de borst gehaald via een biopsie of een operatie.
  • DCIS komt meestal maar op één plaats in de borst voor.
  • DCIS is vaak wel groot: in de helft van de gevallen groter dan 3 centimeter.

Verschil tussen DCIS en borstkanker

  • Borstkanker groeit in de omringende weefsels in en kan uitzaaien. Uitzaaien wil zeggen dat cellen losraken en zich verspreiden door het lichaam via bloedvaten en/of lymfevaten. 
  • DCIS groeit niet in de omringende weefsels in en kan ook niet uitzaaien.
Afbeelding DCIS
Afbeelding 2: DCIS
 

Drie vormen

Er zijn drie vormen van DCIS:
  • De cellen zijn afwijkend, maar lijken nog goed op de oorspronkelijke cellen. Dit noemen we goed gedifferentieerd DCIS, graad 1.
  • Een vorm die tussen goed en slecht gedifferentieerd in zit, noemen we matig gedifferentieerd DCIS, graad 2.
  • De cellen zijn afwijkend en lijken nauwelijks meer op de oorspronkelijke cellen. Dit noemen we weinig of slecht gedifferentieerd DCIS, graad 3.

Welke onderzoeken kunnen er nodig zijn?

MRI

Als er bij u DCIS is vastgesteld, kan het nodig zijn om een MRI te maken.Een MRI wordt gemaakt om te zien hoe groot de afwijking in de borst is. Bij dit onderzoek worden altijd beide borsten afgebeeld. Als er nieuwe afwijkingen worden gevonden, kan het nodig zijn om opnieuw een echografie te maken.Ook het opnieuw nemen van een punctie kan nodig zijn.

Vaststellen van waar DCIS zit (lokalisatie)

DCIS is niet te voelen in de borst. Daarom wordt op de plek van de afwijking een jodiumbron geplaatst. Een jodiumbron is 4 millimeter klein. Het geeft een lage dosis straling af. Dit is niet gevaarlijk voor uzelf of uw omgeving.

Plaatsen van de jodiumbron

De jodiumbron wordt geplaatst op de afdeling Radiologie. Dit gebeurt als volgt:

  • Er wordt een echografie gemaakt om de plek van de DCIS in de borst (en/of oksel) vast te stellen.
  • De radioloog kijkt of het nodig is om de huid te verdoven. In dat geval voelt u het prikje van de verdoving.
  • Daarna maakt de radioloog een klein sneetje in de huid en brengt de naald met de jodiumbron in.
  • Om te controleren of de bron goed geplaatst is, wordt een mammografie gemaakt van de betreffende borst. 

In totaal duurt het plaatsen ongeveer 30 minuten. Lees meer over dit onderzoek in de folder ‘Lokalisatie door jodiumbron bij afwijking in de borst’.

Na het plaatsen van de bron

Na het plaatsen van de bron kunt u weer naar huis. Belast uw borst en arm de eerste dagen niet te zwaar. Na de ingreep kunt u een bloeduitstorting krijgen op de plaats van de punctie.
Als u pijn heeft, mag u paracetamol gebruiken, maximaal 4x daags 2 tabletten van 500 mg.
Er is een kleine kans dat u na de ingreep een infectie krijgt. Het is belangrijk dat u bij roodheid, zwelling of koorts contact opneemt met uw regieverpleegkundige.

Goed om te weten

Reizen naar het buitenland

Als u naar het buitenland reist, terwijl de jodiumbron in uw borst zit, heeft u een brief nodig waarin staat hoeveel straling de jodiumbron bevat. De douane kan hiernaar vragen. Dit gebeurt vooral bij controle op vliegvelden en in havens. Deze brief kunt u krijgen via de afdeling Nucleaire geneeskunde van Isala.

Opname in een ander ziekenhuis

Wordt u (onverwacht) opgenomen in een ander ziekenhuis, terwijl de jodiumbron nog in uw borst zit? Vertel dan dat in Isala een radioactieve bron bij u is geplaatst.

Heeft u nog vragen over reizen naar het buitenland of een opname in een ander ziekenhuis? Neem dan contact op met de afdeling Nucleaire geneeskunde, 038 424 52 38.

17 juni 2020 / 7075 / P