Contact
  1. 7082-Sondevoeding (PID): H4 Wat doen bij problemen sondevoeding?

Patiënten Informatie Dossier

​Wat te doen bij problemen?

Verstopping (obstipatie)

Wanneer u sondevoeding gebruikt, kan uw ontlasting er anders uitzien. U kunt ook minder vaak ontlasting krijgen, bijvoorbeeld één tot twee maal per week. Door onvoldoende vochtopname en door sommige medicijnen wordt de kans op verstopping (obstipatie) vergroot.

Oplossing

Als u merkt dat uw ontlasting dikker wordt of als u last krijgt van obstipatie, neem dan contact op met de diëtist. Vaak kan het probleem worden opgelost door optimaal vezel- en vochtgebruik.

Diarree en misselijkheid

Het kan ook voorkomen dat u last krijgt van diarree en misselijkheid. Dit kan onder andere een gevolg zijn van de ziekte, medicijnen, onhygiënisch handelen, een te snelle toediening van de sondevoeding, te koude sondevoeding of te grote porties.

Oplossing

Als diarree langer dan drie dagen aanhoudt, neem dan contact op met uw huisarts of medisch specialist.

Uitdroging

Let erop dat u voldoende vocht binnen krijgt. Dit is vooral belangrijk bij koorts, diarree, braken en als u in een warme omgeving verblijft. De hoeveelheid en kleur van uw urine zijn een goed controlemiddel. Als u te weinig plast en de urine is donker gekleurd, gebruikt u te weinig vocht.

Oplossing

Overleg met de diëtist wat u het beste kunt doen. Meestal wordt er gestreefd naar minimaal twee liter vochtopname per dag. Dit is inclusief het water waarmee u de sonde doorspoelt of dat u gebruikt bij het toedienen van de medicijnen.

Verstopte sonde

Een sonde kan verstoppen door:

  • het niet regelmatig doorspuiten van de sonde met lauwwarm kraanwater;
  • het niet goed doorspuiten van de sonde voor en na het toedienen van medicijnen;
  • niet fijn genoeg gemaakte medicijnen;
  • te lange blootstelling aan de zon. De sonde kan hierdoor verharden waardoor sneller verstoppingen ontstaan.

Oplossing

Een verstopping kunt u voorkomen door voor en na elke portie sondevoeding de sonde door te spoelen met minimaal twintig tot dertig milliliter lauw kraanwater. Als u continue sondevoeding gebruikt, moet u de sonde minimaal vier tot zes maal per dag doorspoelen met minimaal twintig tot dertig milliliter lauw kraanwater. Bij het gebruik van medicijnen door de sonde, moet u de sonde voor en na toediening van de medicijnen met minimaal twintig tot dertig milliliter lauw kraanwater doorspoelen.

Als de sonde verstopt is of moeilijk doorgankelijk, kunt u het volgende proberen:

  • Is de verstopping zichtbaar, dan kan het helpen om de sonde op die plek zachtjes te kneden. De verstopping kan dan los komen. Dit kunt u optrekken met de spuit en daarna doorspoelen met lauwwarm kraanwater.
  • Als dit niet lukt, plaats dan een vijf milliliter spuit direct op de sonde en probeer of u de sonde kunt doorspoelen met vijf milliliter lauwwarm kraanwater. Herhaal dit een paar maal.
  • Als dit allemaal niet lukt, trek dan tien milliliter natriumbicarbonaat 4.2 procent op in een spuit en spuit dit in de sonde. Laat dit vijftien minuten inwerken en probeer vervolgens de sonde door te spuiten met water. Lukt het niet meteen om de sonde open te krijgen, herhaal dit dan een aantal keren.

Als u na deze pogingen de sonde niet doorgankelijk krijgt, neem dan contact op met de thuiszorgverpleegkundige of de voedingsverpleegkundigen. Waarschijnlijk moet een nieuwe sonde ingebracht worden. Gebeurt de verstopping 's nachts, dan hoeft u niet direct te bellen maar kunt u wachten tot de ochtend. Als de thuiszorgverpleegkundige het probleem niet kan oplossen en de sonde niet kan/mag vervangen, neem dan contact op met de voedingsverpleegkundigen.

Let op
Gebruik geen koolzuurhoudend bronwater of andere koolzuurhoudende dranken om mee door te spoelen. Het koolzuur zal de eiwitten van de sondevoeding uitvlokken in plaats van oplossen. Hierdoor verergert de verstopping.

Psychosociale problemen

Problemen kunnen ook meer op het sociale vlak liggen. Het slangetje naar de neus is zichtbaar en iets eten en drinken is niet altijd meer mogelijk of niet toegestaan. Dit betekent niet dat u uw normale bezigheden niet meer kunt oppakken. U zult merken dat het omgaan met de sonde en sondevoeding u steeds makkelijker afgaat. Schroom niet om deze zaken te bespreken met de voedingsverpleegkundigen of endoscopieassistente.

Bij wie kan ik terecht met vragen/problemen?

Tabel contactpersoon bij probleem met sondevoeding 
Probleem Contact opnemen met
De sonde is verstopt De thuiszorgverpleegkundige, als die is ingeschakeld.
Diarree, verstopping (obstipatie), misselijkheid, braken, (dreigende) uitdroging. Huisarts of medisch specialist
​Problemen met de voedingspomp en/of het toedingssysteem. ​De thuiszorgverpleegkundige, als die is ingeschakeld. Anders het facilitair bedrijf
​Ongewenst gewichtsverlies of gewichtstoename ​Diëtist
​Psychosociale problemen Huisarts
​Wanneer oraal gestart of uitgebreid mag worden met eten en/of drinken ​Diëtist


De voedingsverpleegkundigen en/of de diëtist zijn bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.  Zie ook de belangrijke telefoonnummers in hoofdstuk 1.

Heeft u problemen die niet kunnen wachten, neem dan contact op met uw huisarts. Zo nodig neemt de huisarts contact op met het ziekenhuis.

23 november 2018 / 7082 / P

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.