Contact
  1. 7083-Borstvoeding

 

Isala is een borstvoedingsvriendelijk ziekenhuis en in het bezit van het WHO/UNICEF-certificaat Zorg voor Borstvoeding. Dit certificaat biedt een waarborg voor de kwaliteit van zorg. Wij willen u steunen in het behalen van uw borstvoedingsdoelen. Hier leest u meer over borstvoeding.

Waarom borstvoeding?

Uit onderzoek blijkt dat borstvoeding positieve effecten heeft voor zowel moeder als kind. Zo spelen de beschermende eigenschappen van moedermelk een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hersenen, het zenuwstelsel en de opbouw van het afweersysteem. De WHO (World Health Organization) adviseert dan ook om uw baby de eerste zes maanden uitsluitend met moedermelk te voeden. Daarna heeft uw kindje, naast borstvoeding, ook vaste voedingsmiddelen nodig. Met het geven van borstvoeding kunt u doorgaan tot de leeftijd van twee jaar of langer. De unieke samenstelling van moedermelk is altijd afgestemd op de behoefte van uw kindje.

Moedermelk is de meest geschikte voeding voor zuigelingen. Moedermelk is een levend product, het is aangepast aan de leeftijd en behoefte van uw baby. Zuigelingen die met moedermelk gevoed worden, krijgen via de moedermelk antistoffen, eiwitten en immuuncellen binnen die de zuigeling beschermen.
Bij kinderen met een aanleg voor allergische aandoeningen heeft moedermelk een beschermende werking. De eventuele klachten kunnen worden voorkomen of ze verlopen minder ernstig.

Voordelen u als moeder

Het geven van borstvoeding heeft ook voor de moeder gezondheidseffecten. De baarmoeder trekt na de geboorte sneller samen als u borstvoeding geeft zodat u minder bloed verliest na de geboorte. Ook is de kans op eierstokkanker, borstkanker en op osteoporose verminderd.

Bovendien is moedermelk altijd beschikbaar, heeft het de juiste samenstelling en exact de juiste temperatuur. Moedermelk is de lekkerste babymelk. Borstvoeding geven is meer dan het voeden van uw baby; het is liefde en lichaamscontact ineen. Zelf voeden is leuk, gemakkelijk en voordelig; gratis de beste kwaliteit!

Borstvoedingsbeleid Isala

De WHO/UNICEF heeft tien vuistregels opgesteld als leidraad voor het slagen van de borstvoeding. Binnen Isala hanteren wij deze tien vuistregels als uitgangspunt van ons borstvoedingsbeleid. In bijzondere situaties en op de kinderafdeling en NICU wordt om goede redenen soms afgeweken van de tien vuistregels.
Deze regels geven u naast informatie over borstvoeding ook inzicht in wat u van ons kan en mag verwachten bij het geven van borstvoeding. Het gaat om de volgende vuistregels:

  1. Isala heeft een borstvoedingsbeleid, dat bekend is bij alle betrokkenen.
  2. Alle betrokken medewerkers zijn getraind in de vaardigheden die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid.
  3. Als zwangere vrouw wordt u voorgelicht over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven.
  4. Binnen een uur na de geboorte krijgen vrouwen hulp bij het geven van borstvoeding.
  5. Alle zwangere vrouwen krijgen uitleg over hoe ze hun kindje moeten aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als het kindje van de moeder gescheiden moet worden.
  6. Pasgeborenen krijgen geen andere voeding dan borstvoeding, tenzij op medische indicatie.
  7. Moeder en kind mogen dag en nacht bij elkaar op de kamer blijven (rooming-in).
  8. Borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd.
  9. Pasgeborenen die borstvoeding krijgen geven wij geen speen of fopspeen.
  10. Isala onderhoudt contact met anderen instellingen en disciplines over de begeleiding van borstvoeding en verwijst ouders naar borstvoedingsorganisaties.

Gezinsgerichte zorg

In Isala Vrouw-kindcentrum kiezen wij voor gezinsgerichte zorg. Dit betekent dat wij ernaar streven zorg te verlenen waarbij moeder en kind 24 uur per dag bij elkaar kunnen verblijven. Dit biedt veel voordelen: een betere hechting tussen moeder en kind, het stimuleren en ondersteunen van borstvoeding en het verlagen van het risico op wiegendood. Doordat u en uw kindje veel bij elkaar zijn, leert u snel herkennen wanneer uw kindje om voeding vraagt en kunt u daar goed op inspelen. Ook uw partner betrekken we bij de zorg. Juist de steun die u als moeder van uw partner en uw naaste omgeving krijgt, is belangrijk voor het slagen van de borstvoeding.

Rooming-in

In het ziekenhuis ligt de baby bij u en wanneer u dat wilt, uw partner op de kamer. Hierdoor leert u elkaar kennen en hoort en herkent u sneller de hongersignalen van uw baby. Als moeders bij hun baby's zijn, zijn ze beter uitgerust en hebben ze minder stress. Als de baby wakker wordt voor een voeding, wordt de moeder ook vanzelf wakker. Dit is niet zo vermoeiend voor de moeder als uit een diepe slaap wakker gemaakt te worden, zoals vaak zal gebeuren als de baby ergens anders is als hij wakker wordt.

Optimale hechting

Na de geboorte drogen wij uw baby af, geven hem een mutsje op en leggen hem daarna direct bij u op de blote borst. Dit eerste uur van contact tussen moeder en kind wordt ook wel ‘sacred hour’ (heilig uurtje) genoemd. Het is een heel belangrijk moment voor optimale hechting en het starten met borstvoeding. Tijdens dit uur verrichten we dan ook liever geen medische handelingen. We laten jullie zoveel mogelijk alleen, zodat jullie samen in alle rust kunnen genieten van dit bijzondere moment.

Huid-op-huidcontact

Huid-op-huidcontact helpt de baby zich aan te passen aan zijn nieuwe omgeving. Zijn ademhaling en hartslag zijn normaler, het zuurstofgehalte in zijn bloed is hoger, zijn temperatuur is stabieler en het bloedsuikergehalte is hoger. Verder is er bewijs dat aantoont dat baby's die zoveel mogelijk huid-op-huidcontact hebben in de eerste dagen en weken van hun leven (niet alleen tijdens voedingen) een betere hersenontwikkeling hebben. Bij problemen met aanleggen of onrust van de baby kan huid-op-huidcontact helpen.

De zuigreflex van uw kindje is in het eerste uur erg sterk en door huid-op-huidcontact wordt deze reflex en het hap- en zoekreflex gestimuleerd. Daarbij stimuleert dit ook de melkproductie en het samentrekken van de baarmoeder. Sommige baby's drinken vanaf het eerste moment goed aan de borst; andere baby's hebben er tijd voor nodig. Baby’s hebben vaak de eerste 24 uur nodig om bij te komen van de geboorte. Het komt veel voor dat baby’s dan weinig belangstelling tonen voor de borstvoeding. Ondanks dat is het goed om uw kindje frequent de borst aan te bieden en huid-op-huidcontact te hebben.

Starten met borstvoeding

Colostrum

De eerste moedermelk na de bevalling wordt colostrum genoemd. Het bevat extra veel antistoffen en beschermende stoffen voor de darmwand; het is een soort natuurlijke ‘vaccinatie’ voor uw kindje. Kinderen die borstvoeding krijgen, reageren later actiever op een vaccinatie en maken meer antistoffen aan.

Houdingen

Elke moeder moet leren hoe je je baby het beste aan de borst laat drinken. De verpleegkundige of kraamverzorgende helpt u graag bij het aanleggen. Zij geven u adviezen en informatie. Een goede voedingshouding en het op de juiste manier aanleggen kan pijnlijke tepels en andere borstvoedingproblemen voorkomen. Een goed begin is meer dan het halve werk! U kunt uw kindje in verschillende houdingen aanleggen:

Afbeelding liggend zittend borstvoeding geven
Afbeelding 1: half zittend/liggend borstvoeding geven
Halfrechtop zittend/liggen: op deze manier worden de zoek- en drinkreflexen bij uw kindje optimaal gestimuleerd. U zit goed gesteund in de nek, met uw rug en armen naar achteren, zodat uw kindje met het buikje tegen u aanligt en u goed kan voelen.
Afbeelding rugbyhouding borstvoeding geven
Afbeelding 2: rugbyhouding borstvoeding geven
De bakerhouding/rugbyhouding: het lichaam van uw kindje wordt ondersteund door uw arm en uw arm wordt gesteund door een kussen, of u leunt meer naar achteren zodat u uw kindje draagt en niet hoeft te tillen, beentjes wijzen naar uw rug, uw hand steunt het hoofdje van uw kindje. Deze houding is vooral geschikt voor kleine baby’s. Ook is deze zeer geschikt om het aanleggen aan te leren.
Afbeelding liggend op zij borstvoeding geven
Afbeelding 3: liggend op zij borstvoeding geven
Liggend op de zij voeden: dit kan prettig zijn voor bijvoorbeeld nachtvoedingen, uw kindje ligt buik tegen buik, dicht tegen u aan (voor de zoek- en drinkreflexen) met het neusje tegenover de tepel.
Afbeelding Madonna-houding borstvoeding geven
Afbeelding 4: Madonna-houding borstvoeding geven

De Madonna-houding: Uw kindje ligt op uw onderarm, het hoofd hoeft niet met het nekje in de holte van uw elleboog te liggen, het is belangrijk dat het neusje bij de tepel start met het aanhappen. Als uw kindje heeft aangehapt en drinkt, kunt u uw andere arm ook gebruiken om te ondersteunen. U kunt eventueel een kussen gebruiken als steun.

Voeden op verzoek

Om succesvol borstvoeding te geven, is het belangrijk dat u uw kindje (onbeperkt) op verzoek de borst geeft. Dit kan de eerste dagen acht tot twaalf keer zijn. Deze voedingen duren meestal niet zo lang (10 tot 20 minuten per keer), omdat de melkproductie nog op gang moet komen. Signalen dat een kindje genoeg heeft gedronken zijn: loslaten van de borst, sabbelen, onregelmatig zuigen en slikken, niet meer effectief zuigen: alleen maar korte haaltjes en de pauzes worden langer. Omdat uw kindje de eerste dagen een kleine hoeveelheid drinkt, heeft hij snel weer honger. Laat eerst één borst ‘leeg’ drinken en biedt vervolgens de andere borst aan.

Leefstijl – Tips en adviezen

Rust nemen

Het is belangrijk voldoende rust te nemen als u borstvoeding geeft. Het draagt bij aan het optimaal opgang komen en in stand houden van de hoeveelheid moedermelk. Verdeel het kraambezoek goed en maak ook tijd vrij voor uzelf, de baby en uw partner.

Eten en drinken

U hoeft niets speciaals te eten of te drinken om borstvoeding te kunnen geven. Wel heeft u extra energie (calorieën), vitamines, mineralen en vocht nodig. Deze kunt u bij een gezond eetpatroon uit de normale dagelijkse voeding halen. Kijk voor goede richtlijnen op www.voedingscentrum.nl.

Om voldoende vocht binnen te krijgen, raden wij u daarnaast aan tussen de 1,5 en 2 liter te drinken. De extra energie die nodig is aan het begin van de borstvoedingsperiode wordt geschat op 200 tot 500 kcal per dag. Dit komt neer op een kleine extra maaltijd. Eten voor twee is dus meestal niet nodig. De benodigde energie komt niet alleen rechtstreeks uit de voeding, maar ook uit opgeslagen energiereserves die tijdens de zwangerschap zijn aangelegd. Kijk ook op www.lalecheleague.nl voor meer informatie over eten en drinken bij borstvoeding.

Medicatie

Vrouwen vragen regelmatig aan hun (huis)arts of zij een bepaald geneesmiddel wel veilig kunnen gebruiken bij een kinderwens en tijdens zwangerschap. Het Medicatie adviespunt voor zwangeren (MAZ) van Isala Vrouw-kindcentrum is hét adviescentrum waar u met al uw vragen hierover terecht kunt. Voor meer informatie leest u de patiëntenfolder 'Medicatie adviespunt voor zwangeren'.

Verzorging van de borsten

De volgende adviezen helpen bij het verzorgen van uw borsten:

  • Draag een goed ondersteunende bh.
  • Na het voeden een druppel moedermelk op de tepel doen en goed laten drogen.
  • Laat de tepels na een voeding opdrogen aan de lucht en gebruik eventueel (katoenen) zoogkompressen om lekkage van moedermelk op te vangen.

Tepelpijn en tepelkloven

De eerste dagen hebben sommige moeders last van pijnlijke tepels. Pijn en/of beschadiging van de huid ontstaat wanneer op de verkeerde plaats druk wordt uitgeoefend, dus meestal door niet optimaal aanleggen. Het kan ook komen door een gevoelige huid of huidirritatie door crèmes, zoogkompressen of wasmiddelen. Een verkeerde drinktechniek van de baby kan ook een oorzaak zijn.

Let op
Voelt u pijn bij het geven van borstvoeding, blijf dan niet dapper doorvoeden, maar probeer opnieuw aan te leggen.

Wij geven de volgende adviezen:

  • Leg de baby op de juiste manier aan.
  • Begin met voeden aan de kant waar het aanleggen het beste gaat.
  • Probeer eens een andere houding.
  • Sla geen voedingsmomenten over. De baby is dan minder hongerig en zal wat rustiger aan de borst drinken.
  • Smeer de laatste druppels moedermelk aan het einde van een voeding uit op de tepel en tepelhof. Als u dit goed laat drogen dan heeft dit een antibacteriële en genezende werking.
  • Bij bloedende kloofjes is doorvoeden geen probleem. De baby heeft hier geen last van.
  • Aanleggen evalueren is nodig als de kloofjes blijven.
  • Eventueel een dun laagje wolvet (pure lanoline) op de tepel smeren na iedere voeding.
  • Het gebruik van een tepelhoed kan voor korte tijd geadviseerd worden.
  • Schakel bij blijvende pijnklachten een lactatiekundige in.

Tepelhoedje

Het gebruik van een tepelhoedje kan in sommige gevallen (tijdelijk) uitkomst bieden. Een tepelhoedje is een speciaal siliconen opzetstuk, met een verbrede basis, dat over de tepel wordt geplaatst. Het gebruik van een tepelhoedje is niet zonder risico, daarom adviseren wij u alleen een tepelhoedje te gebruiken na advies van een kraamverzorgende, verpleegkundige of lactatiekundige. Zij kan u adviseren over de maat, het aanleggen en het gebruik van het tepelhoedje.

Spruw

Spruw is een schimmelinfectie. Na gebruik van antibiotica, bij verminderde weerstand of bij tepelkloven is er een verhoogde kans op een schimmelinfectie. Veel moeders zijn draagster van deze schimmel, maar hebben hier geen last van. Voor meer informatie over het ontstaan, de verschijnselen en de behandeling van spruw verwijzen we u naar de patiëntenfolder ‘Spruw en candidasis bij borstvoeding’.

Baby

Plasluiers en ontlastingspatroon

Plasluiers

In de eerste dagen na de geboorte plast een baby die alleen borstvoeding krijgt één of twee luiers per dag. Als de melkproductie op dag drie of vier op gang komt, heeft de baby ongeveer 6 tot 8 natte luiers per 24 uur. Urine hoort helder en licht van kleur te zijn.

Ontlastingspatroon

De eerste ontlasting, meconium, is plakkerig en donkergroen tot zwart van kleur. Als de melkproductie op de derde of vierde dag op gang komt, verandert de ontlasting geleidelijk van kleur en samenstelling. Als colostrum is overgegaan in rijpe moedermelk wordt de ontlasting gewone borstvoedingspoep: smeuïg, soms waterig met vlokjes of klontjes en friszuur ruikend. Veel baby's produceren dagelijks meerdere keren ontlasting. Indien de ontlasting groen blijft, is het reden om een zorgverlener met u mee te laten kijken naar het voedingspatroon van uw kindje.

Na ongeveer 6 weken verandert het ontlastingspatroon bij veel borstgevoede baby’s naar stevigere ontlasting. De frequentie kan afnemen tot slechts één keer per week. Er zijn zelfs baby's die twee tot drie weken geen ontlasting hebben, zonder daar last van te hebben.

Gewicht

De meeste baby’s vallen na de geboorte af. Een verlies tot 7% van het geboortegewicht is reden tot evaluatie van het voeden aan de borst. Starten met kolven kan dan helpen de moedermelkproductie positief te beïnvloeden. De meeste baby’s zijn na 2 - 3 weken weer op hun geboortegewicht. In de eerste twee maanden groeit een baby gemiddeld tussen de 100 en 200 gram per week.

Voldoende voeding?

Of uw kindje voldoende voeding heeft gehad, herkent u aan de volgende signalen:

  • Is uw kindje tevreden en alert na het wakker worden?
  • Is uw kindje tevreden na een voeding en slaapt hij weer rustig in?
  • Heeft uw kindje voldoende (zie omschrijving) natte luiers per dag?
  • Toename (na een aantal dagen) in gewicht is ook een aanwijzing om te zien of uw kindje genoeg krijgt, geleidelijk komt uw kindje op zijn eigen ‘groeilijn’ terecht.

Regeldagen

Vraagt uw baby steeds vaker om voeding? Is uw baby ineens niet meer tevreden is na een voeding? Dan kan dat op regeldagen wijzen. Uw baby maakt ontwikkelingssprongen en groeispurten door. Tijdens die periodes heeft het meer moedermelk nodig omdat de baby dan actiever is en langer wakker blijft. Vaak komt dit voor rond de tien dagen, zes weken en drie maanden, maar ook op andere momenten.

Het beste is om dan (weer) twee borsten aan te bieden en vaker te voeden (als uw baby dit aangeeft). Dit kan om de twee uur zijn en uw baby kan ‘s nachts (weer) wakker worden. Als u vaker aanlegt, dan gaat u automatisch meer moedermelk maken. Meestal is uw baby weer meer tevreden binnen enkele dagen.

Vitamine K en D

Moedermelk bevat alle voedingsstoffen die je kind nodig heeft, maar van vitamine K en D heeft hij extra nodig. Je begint met het geven van deze vitamines als je baby een week oud is. Je kunt speciale druppels met vitamine D en vitamine K kopen bij de apotheek of drogist. Zoveel heeft je kind nodig:

Vitamine K

  • voor een goede bloedstolling
  • 150 microgram *
  • de eerste 12 weken

Vitamine D

  • voor sterke botten    
  • 10 microgram *
  • Tot je kind 4 jaar is **

* Kijk op het flesje vitamine D hoeveel druppels dit zijn.

 ** Heeft je kind een donkere of getinte huid? Dan is extra vitamine D een leven lang nodig. Ga in dat geval na de vierde verjaardag van je kind dus gewoon door met het geven van vitamine D.

(bron: www.voedingscentrum.nl)

Voedingssignalen en een slaperige baby

Voedingssignalen

Door het herkennen van de voedingssignalen van uw kindje kunt u inspringen op de behoefte van uw kindje en tijdig aanleggen. Ook tijdens het slapen laat een kindje voedingssignalen zien waar u op kunt inspringen. Voedingssignalen zijn:

  • Uw baby is in lichte slaap.
  • Uw baby beweegt met de oogjes (gaat wakker worden).
  • Uw baby sabbelt op de handjes/likt aan de handjes.
  • Uw baby maakt zoekbewegingen.
  • Uw baby maakt smakgeluidjes/bewegingen met het mondje.
  • Uw baby likt met het tongetje.

Huilen is een laat voedingssignaal. Uw baby moet dan eerst weer gekalmeerd raken voordat hij aan de borst kan drinken. Wacht daarom niet te lang met aanleggen, omdat uw baby moe kan worden en weer in slaap kan vallen waardoor een voeding wordt gemist.

Slaperige baby

De meeste baby’s zijn de eerste dagen een beetje slaperig. Zorg in ieder geval dat de baby een minimum van acht voedingen per 24 uur krijgt. Na een paar dagen zal de baby vaker wakker zijn en enthousiaster gaan drinken. Als u merkt dat uw kindje zich niet tijdig meldt, is het (vooral de eerste weken na de geboorte) verstandig uw kind toch om de 2 á 3 uur wakker te maken.

Een goed moment om een kind te wekken en aan te leggen is tijdens de actieve slaapperiode, deze is te herkennen aan:

  • snelle oogbewegingen;
  • bewegen van armpjes en beentjes;
  • het maken van geluidjes.

Een baby met geelzucht is vaak een beetje suf. Daarom is het belangrijk om het kindje regelmatig wakker te maken voor een voeding. Hoe meer het drinkt, hoe sneller de geelzucht verdwijnt. Het colostrum werkt laxerend, zodat de baby de bilirubine (galkleurstof) via de ontlasting gemakkelijk kwijt raakt.

Een slaperige baby kunt u wekken door:

  • zorg voor een lichte ruimte, daglicht;
  • kleed uw kind uit, pas huid- op huidcontact toe (zie afbeelding 1 eerder in deze folder over houdingen bij borstvoeding);
  • verwissel de luier;
  • pas babymassage toe;
  • ‘loop’ met uw vingers over de rug langs de ruggengraat van uw kind;
  • Beïnvloed het evenwicht van uw kind door het kind op schoot te laten zitten en beweeg het hoofdje en romp voor en achteruit.
  • Wissel regelmatig van borst, als uw kind de interesse in het zuigen verliest en/of pas borstcompressie toe.
  • druppel iets moedermelk op de lipjes;
  • darmkrampjes.

Darmkrampjes komen vaak vooral de eerste 12 weken voor. Ze ontstaan door de onrijpheid van de maag en darmpjes en de gewenning aan toename van hoeveelheid voeding. Darmkrampjes komen voor bij kinderen die borstvoeding krijgen en ook bij kinderen die flesvoeding krijgen. Er zijn verschillende oorzaken die darmkrampjes bij uw kind teweeg kunnen brengen. Vraag aan uw zorgverlener wat verlichtend kan werken voor uw kindje.

Bijvoeden

Als uw baby borstvoeding krijgt, heeft het in principe geen bijvoeding nodig. Bijvoeding is alles wat een baby drinkt naast borstvoeding. Dit kan gekolfde moedermelk zijn of kunstvoeding. Soms is bijvoeding nodig, bijvoorbeeld omdat uw kindje te veel is afgevallen. Een verloskundige, kinderarts, huisarts of lactatiekundige beoordeelt of er reden is voor bijvoeding en overlegt met u over de juiste aanpak.

Bijvoedmethoden

Als uw kindje in de eerste dagen na de geboorte bijvoeding nodig heeft, pakken we dit in Isala op de volgende manieren aan:

  • Colostrum (eventueel met de hand afgekolfd) kan op een lepeltje of met een 1 – 2 cc spuitje in druppeltjes gegeven worden aan de baby.
  • Een borstvoedingshulpset voor bijvoeden aan de borst met een sonde langs de tepel. De verpleegkundige of kraamverzorgende kan u meer uitleg geven over deze manier van bijvoeden. Deze methode heeft de voorkeur boven bijvoeden met een fles.
  • Therapeutisch flesvoeden. De fles wordt aangeboden op een manier die lijkt op het drinken aan de borst. In Isala gebruiken we hiervoor speciale flesspenen. U kunt ook uw eigen borstvoedingsfles meebrengen, zolang de flow (stroom van de melk) laag is. Uw verpleegkundige en/of kraamverzorgende kan u helpen met deze methode.

Bijvoeden = Kolven

Als uw kindje bijvoeding nodig heeft, krijgt u het advies om ook te gaan starten met kolven. Het beste is als de bijvoeding kan bestaan uit moedermelk. Op de afdeling waar u en/of uw kindje ligt opgenomen zijn kolven beschikbaar en kan een kraamverzorgende of verpleegkundige u begeleiden bij het juiste gebruik. Bij eventuele problemen bij de borstvoeding en het kolven kunt u ook advies vragen van een lactatiekundige in Isala. Meer informatie over kolven en het bewaren van de moedermelk vindt u in de patiëntenfolder ‘Afkolven en bewaren van moedermelk’.

Huren van een kolfapparaat

Na uw ontslag uit het ziekenhuis zijn er verschillende mogelijkheden om een kolf te huren. De verpleegkundige of kraamverzorgende geeft u hierover informatie als u met ontslag gaat. Uiteraard kunt u ook een eigen kolf kopen of huren in uw eigen regio. Bezoek de website van Medela voor het vinden van een winkel in uw regio.
De lactatieverpleegkundigen in Isala kunnen u voorlichten over verschillende kolven.

Borstvoeding in bijzondere situaties

Extra steun en hulp

Soms zijn er situaties waarbij u als moeder extra steun en hulp nodig heeft bij het geven van borstvoeding. Daarom is ons advies: Wacht niet te lang met het vragen om advies of ondersteuning!

Als voor de bevalling al duidelijk is dat er problemen verwacht worden bij de borstvoeding kunt u al in de zwangerschap een adviesgesprek met een lactatiekundige hebben. In Isala kan dat via het lactatiekundigspreekuur, mits u onder controle bent in Isala voor uw zwangerschap. Vraag ook gerust om hulp en advies van uw kraamverzorgende en/ of (wijk)verpleegkundige.

De verpleegkundigen en kraamverzorgenden in Isala zijn geschoold voor de begeleiding bij borstvoeding. Mochten er problemen zijn, dan kunnen zij een lactatiekundige inschakelen voor meer adviezen voor u en uw kindje. Ook kunt u op elk moment zelf vragen om extra informatie of een consult van de lactatiekundige.

Borstvoeding na een keizersnede

Eigenlijk is borstvoeding na een keizersnede niet anders dan anders. U kunt meer pijn hebben en u bent wat minder mobiel in bed. Zorg voor goede pijnstilling zodat de moedermelk goed kan “toeschieten”. Natuurlijk is het ook bij een keizersnede belangrijk om frequent (minimaal 8x per 24 uur) aan te leggen.

Borstvoeding bij een tweeling of meerling

Het geven van borstvoeding aan een tweeling of meerling is heel goed mogelijk. Het systeem van vraag en aanbod zorgt in principe voor voldoende melkproductie. In de eerste dagen is het van belang dat u zo vaak mogelijk kan voeden op verzoek of (aanvullend) dubbelzijdig kolven met een apparaat of kolven met de hand voor meer resultaat. Voor meer informatie hierover adviseren wij u de patiëntenfolder 'Afkolven en bewaren van moedermelk' te lezen.

Borstvoeding en een te vroeggeboren baby

Lees de volgende patiëntenfolders: 'Borstvoeding bij een premature of zieke baby' en 'Afkolven en bewaren van moedermelk'.

Borstvoeding bij een baby met een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet

Wanneer uw kindje geboren wordt met een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet is borstvoeding geven in bepaalde situaties wel mogelijk. Voor specifieke informatie hierover verwijzen wij u naar de lactatiekundige in Isala of bij u in de buurt. Daarnaast kunt u contact opnemen met het Schisisteam in Isala en/of de Schisisvereniging.

Borstvoeding na een borstoperatie

Borstvoeding na een borstoperatie is vaak mogelijk. Er zijn wel een aantal factoren waarmee rekening gehouden moet worden. Indien mogelijk kunt u de arts die de operatie heeft gedaan vragen naar de techniek van opereren. Hoe meer bekend is over de ingreep, des te beter kunnen wij u adviseren over het wel of niet slagen van de borstvoeding. We adviseren u om al voor de bevalling hierover advies in te winnen bij een lactatiekundige.

Borstvoeding en een baan

Op de website van het Voedingscentrum leest u waar u recht op heeft ten aanzien van het geven van borstvoeding wanneer u weer aan het werk gaat. Bespreek dit op tijd met uw werkgever, mogelijk al voor uw verlof. We adviseren u om uw kindje rond de vier weken voor het eerst de fles te geven en dagelijks een beetje gekolfde moedermelk aan te bieden via de fles. Zo blijft uw baby de fles accepteren als u gaat werken.

Afbouwen borstvoeding

Als uw baby nog volop borstvoeding krijgt, kunt u niet van het ene op het andere moment stoppen. Wij raden aan om de melkproductie geleidelijk af te bouwen, om problemen zoals een verstopt melkkanaal of een borstontsteking te voorkomen.

Veel moeders vinden het prettig om een afbouwschema als leidraad te hebben. Onderstaand schema is daar een voorbeeld van. In dit schema zijn acht voedingen genomen. Het schema kan ook als houvast worden gebruikt bij meer of minder voedingen.

(Bron: www.lalecheleague.nl)

Tempo

In het schema start het afbouwen bij dag 1: dat is de eerste dag dat er een voeding wordt weggelaten. Een volgende voeding kan worden afgebouwd, wanneer u geen stuwing meer heeft van het afbouwen van de vorige voeding. Voor veel moeders is een voeding per week een goed tempo. Ervaring leert dat het afbouwen van de eerste voedingen meer tijd kost dan wanneer je al een aantal voedingen hebt afgebouwd.

Spreiding

Twee opeenvolgende voedingen vervangen heeft als nadeel dat uw borsten erg vol kunnen worden. Dat vergroot het risico op een borstontsteking. Daarom is het in het algemeen aan te raden om de voedingen die worden afgebouwd te spreiden over de dag.

Bij het afbouwen is het belangrijk dat u en uw baby u zo prettig mogelijk voelen. Er is niet één manier waarop het mogelijk is; u kunt uw eigen gevoel volgen. U kunt bijvoorbeeld een voeding die altijd prettig verloopt, pas als laatste afbouwen. Voor de een zal dat de eerste voeding ’s ochtends zijn, voor een ander de laatste avondvoeding.

Tabel van folder Borstvoeding 
Voeding Week 1 Week 2 Week 3 Week 4 Week 5 Week 6 Week 7 Week 8
1e Borst Borst Borst Borst Borst Borst Fles Fles
2e Borst Fles Fles Fles Fles Fles Fles Fles
3e Borst Borst Borst Fles Fles Fles Fles Fles
4e Borst Borst Borst Borst Borst Fles Fles Fles
5e Fles Fles Fles Fles Fles Fles Fles Fles
6e Borst Borst Borst Borst Fles Fles Fles Fles
7e Borst Borst Fles Fles Fles Fles Fles Fles
8e (nacht) Borst Borst Borst Borst Borst Borst Borst Fles

Meer weten?

Wilt u nog meer informatie over borstvoeding? Online is veel informatie te vinden. Bijvoorbeeld via:

Borstvoedingsorganisatie La Leche League
Postbus 212
4300 AE Zierikzee
(0111) 41 31 89
www.lalecheleague.nl

Vereniging Borstvoeding Natuurlijk
Postbus 119
3960 BC Wijk bij Duurstede
(0343) 57 66 26
www.borstvoedingnatuurlijk.nl

U kunt ook contact opnemen met een lactatiekundige bij u in de buurt:

Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen
Postbus 1444
1300 BK Almere
(0900) 522 82 84 of (0900)-lactatie
www.nvlborstvoeding.nl

Op internet kunt u informatie over borstvoeding en de bovengenoemde organisaties vinden op www.borstvoeding.nl.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, stel ze gerust aan de verpleegkundige of kraamverzorgende die voor u zorgt.

U kunt ook contact opnemen met de lactatiekundigen van Isala:

Zwolle

Lactatiekundigen
(038) 424 74 10 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 15.00 uur)
lactatiekundige@isala.nl

31 december 2018 / 7083

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.