Contact
  1. 7627 Lokale infiltratie van een perifere zenuw
Icoontje van een i als teken van button voor meer informatie CAO actie op woensdag 20 november Alle afspraken op de poliklinieken én de spoedzorg gaan door.

Bij lokale infiltratie van een perifere zenuw wordt in het pijnlijke gebied of bij een perifere zenuw een verdovend medicijn ingespoten. Perifere zenuwen zijn alle zenuwen die niet in de hersenen of in het ruggenmerg zitten. In deze folder leest u hoe de behandeling verloopt. Zo kunt u zich goed voorbereiden.

Een perifere zenuw kan geïrriteerd of beschadigd raken en daardoor voor pijn zorgen. Denk aan een litteken waarbij een zenuwtakje is beschadigd door een operatie. Pijnprikkels kunnen ook ontstaan door zenuwbeknelling. Soms is sprake van een ‘triggerpoint’. Dit zijn vervelende, pijnlijke spierknoopjes, waarbij de pijn soms uitstraalt naar een andere plek in het lichaam.

Bij de behandeling kan sprake zijn van twee varianten:

  • proefbehandeling: hierbij wordt alleen een verdovend medicijn ingespoten. De werking hiervan is kortdurend. Deze proefbehandeling wordt gedaan om te kijken welke zenuw betrokken is bij uw pijnklacht.
    Let op: deze behandeling heeft geen zin als u op de dag van de behandeling geen pijn heeft.
  • therapeutische behandeling: als de proefbehandeling goed is verlopen, is een vervolgbehandeling met een langer durend effect mogelijk.

Er zijn vier mogelijke vervolgbehandelingen:

  1. Een behandeling waarbij (een combinatie van) medicijnen wordt ingespoten.
  2. Een behandeling waarbij de zenuwwortel wordt verwarmd: de PRF-behandeling (Pulsed Radio Frequency).
  3. Een behandeling waarbij de zenuw kort wordt bevroren (cryo-leasie)
  4. Een combinatie van medicijnen én een warmtebehandeling.

Voorbereiding

  • Als u (mogelijk) zwanger bent, geef dit dan vooraf aan uw behandeling door aan uw anesthesioloog/pijnbehandelaar.
  • Houdt er rekening mee dat de anticonceptiepil bij vrouwen tot de eerstvolgende menstruatie niet meer betrouwbaar is, als u corticosteroïden als medicijn krijgt ingespoten.
  • Neem iemand mee die u na de behandeling naar huis brengt. U mag na de behandeling niet zelf een auto besturen.
  • Als u antistollingstabletten en/of NSAID’s zoals Ibuprofen gebruikt, bespreekt uw anesthesioloog/pijnbehandelaar met u vanaf welk moment u hiermee tijdelijk moet stoppen.
  • Patiënten met suikerziekte hoeven niet van hun gebruikelijke routine af te wijken.
  • Op de dag van de behandeling mag u van tevoren normaal eten en drinken.
  • Wij raden u aan makkelijk zittende kleding aan te trekken op de dag van uw behandeling.
  • Bent u overgevoelig voor jodium, pleister of contrast- of verdovingsvloeistof? Geef dat dan aan bij uw anesthesioloog/pijnbehandelaar.

Behandeling

Verloop behandeling

  • U wordt opgehaald uit de wachtkamer en naar de behandelkamer gebracht.
  • De anesthesioloog/pijnbehandelaar bespreekt met u wat hij gaat doen. Dit kan een andere anesthesioloog/pijnbehandelaar zijn, dan u tijdens uw eerste afspraak heeft gezien.
  • U ligt op een behandeltafel.
  • De anesthesioloog/pijnbehandelaar plaatst een naaldje bij de zenuw of in het pijnlijke gebied. Dit is afhankelijk van de plaats van uw pijn. Dit gebeurt soms onder röntgendoorlichting of met een echo. Zo ziet de anesthesioloog/pijnbehandelaar precies waar hij prikt.
  • Het prikken kan pijnlijk zijn.
  • Daarna spuit de pijnbehandelaar/anesthesioloog via de naald (een combinatie van) medicijnen in.
  • Bij een PRF-behandeling, wordt eerst nog een proefstroompje gegeven. Zo testen we opnieuw of de naald op de juiste positie is geplaatst.

Duur behandeling

De behandeling duurt ongeveer twintig minuten tot een half uur.

Na de behandeling

Na de behandeling blijft u nog korte tijd ter observatie. U krijgt nog een kopje koffie of thee, in het bijzijn van uw begeleider. Als alles goed is, mag u weer naar huis.

Resultaat

Pas na zes tot acht weken is het zinvol om het resultaat van de behandeling te beoordelen. U krijgt hiervoor een controleafspraak in het Pijncentrum. Dit kan ook een telefonische afspraak zijn. Soms is een aanvullende behandeling nodig.

Bijwerkingen en complicaties

  • Direct na de behandeling kunt u last hebben van een zwaar gevoel rondom de plek van de behandeling. Dit komt door het verdovingsmiddel dat tijdens de behandeling is ingespoten. Dit is na enkele uren over.
  • Na de behandeling kunt u napijn hebben. Dit kan enkele dagen aanhouden. Dit is altijd tijdelijk. U mag eventueel een pijnstiller innemen, bijvoorbeeld Paracetamol.
  • Let ook op tekenen van infectie zoals roodheid, zwelling en koorts.
  • Ook kan een bloeduitstorting ontstaan doordat een bloedvaatje is geraakt. Dit trekt weer weg.
  • Diabetespatiënten merken soms dat hun bloedsuiker enkele dagen is verhoogd.
  • Als bijwerking van corticosteroïden (ontstekingsremmers) kunt u last krijgen van ‘opvliegers’ (rood hoofd, warm gevoel).
  • Bij vrouwen kan de menstruatie korte tijd verstoord zijn.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de locatie waar u onder behandeling bent.

Zwolle

Pijncentrum
(038) - 424 26 98 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur)

Isala Meppel

Pijncentrum
(0522) 23 39 96 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

17 oktober 2019 / 7627

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.