Contact
  1. 8170-Slaapapneusyndroom (OSAS/CSAS)

Deze folder beschijft het ziektebeeld en de behandeling van het slaapapneusyndroom (OSAS/CSAS). Uw huisarts of specialist heeft u naar Isala Slaapcentrum of naar de KNO-arts verwezen, omdat u klachten heeft die passen bij een verstoorde slaap.

Een verstoorde slaap, en dan?

Een verstoorde slaap gaat vaak gepaard met klachten van vermoeidheid en/of slaperigheid overdag. Mogelijk gaat uw slaap gepaard met snurken in combinatie met een stoppende ademhaling (adempauze). Als de adempauzes te lang duren, spreken we van het slaapapneusyndroom. Soms gaat het slaapapneusyndroom gepaard met andere klachten of ziektebeelden, waardoor het nodig kan zijn ook andere specialisten te betrekken in uw behandeling. De behandelaars in Isala Slaapcentrum en de KNO-arts werken samen met onder andere longartsen, neurologen, kaakchirurgen, medisch psychologen en slaapoefentherapeuten. 

Uw eerste afspraak

Uw huisarts of medisch specialist verwijst u met uw klachten naar Isala Slaapcentrum of naar de KNO- arts. De specialisten van het slaapcentrum en de KNO-artsen van Isala werken nauw samen om u de optimale behandeling te geven.
Op basis van de verwijzing van uw huisarts of medisch specialist kan er worden gekozen om eerst een slaaponderzoek bij u thuis uit te voeren voordat u een afspraak bij een arts of een physician assistant heeft. Het voordeel hiervan is dat u op uw eerste afspraak mogelijk al een diagnose krijgt en met u afspraken gemaakt worden over de behandeling.
Uw eerste afspraak in Isala Slaapcentrum heeft u met een physician assistant, een longarts of arts-assistent van de afdeling Longgeneeskunde. Als u door uw huisarts of medisch specialist naar de Keel-, neus- en oorheelkunde (KNO) bent verwezen, dan heeft u een afspraak bij de KNO-arts.

Algemene informatie over snurken en obstructief slaapapneusyndroom (OSAS)

Bij het slaapapneusyndroom gaat het slapen gepaard met perioden dat de ademhaling stopt. Daarbij vindt geen enkele inademing meer plaats en/of perioden van oppervlakkig ademhaling (hypopneu). Dit komt doordat een deel van uw luchtweg (bovenste deel) deels of volledig kortdurend afsluit. Wanneer een dergelijke ademstilstand meer dan 10 seconden duurt, noemen we dat een apneu; het zuurstofgehalte in uw bloed daalt in een dergelijke situatie. Adempauzes in de slaap komen bij veel mensen voor. Men spreekt dan ook pas van het slaapapneusyndroom wanneer een dergelijke ademstilstand minimaal 5x per uur optreedt.

Deze situatie wordt door het lichaam gecorrigeerd door een kortstondige wekreactie die meestal ongemerkt verloopt maar soms gepaard gaat met een benauwd of verstikkend gevoel van wakker worden. U loopt dus geen verstikkingsgevaar. De spieren in het zachte gehemelte en de tong worden dan meer aangespannen waardoor de ruimte in de keelholte toeneemt. Daardoor normaliseert de ademhaling.
Een deel van de mensen met slaapapneu snurken tijdens de slaap. Als u of uw huisgenoten hinder ondervinden van het snurken, kan dat mogelijk door een KNO-arts worden behandeld.

Centraal Slaap Apneu Syndroom (CSAS)

De ademhaling wordt door het ademhalingscentrum vanuit de hersenen aangestuurd. Dit ademhalingscentrum kan gedurende de slaap te veel of te weinig prikkels afgeven waardoor de ademhaling verstoord raakt. Dit noemen we centraal slaapapneusyndroom, afgekort CSAS. Dit komt echter minder voor dan het obstructief slaapapneusyndroom. Centraal slaapapneusyndroom kan alleen behandeld worden met CPAP-therapie.

Gevolgen van OSAS/CSAS

Slaapapneu gaat doorgaans gepaard met heftig snurken en bewegingsonrust. Door de kortdurende werkreacties van uw lichaam raakt de slaapkwaliteit ernstig verstoord (uw diepe slaap raakt verstoord). Hierdoor kunt u overdag klachten krijgen. De meest voorkomende klachten zijn:

  • niet uitgerust wakker worden;
  • hoofdpijn;
  • vermoeidheid overdag;
  • de behoefte om overdag te slapen.

Ook kunt u merken dat u minder geconcentreerd bent, vergeetachtigheid ontwikkelt of meer prikkelbaar bent dan anders. Daarnaast kan slaapapneu ook gevolgen hebben voor andere organen zoals een een onregelmatige hartslag, een hoge bloeddruk, een hartvergroting, diabetes en overgewicht. Welke symptomen er optreden kan sterk van persoon verschillen. Mensen met slaapapneu hebben vaak een hoge bloeddruk (hypertensie), een hoog cholesterolgehalte, hart- en vaatziekten, obesitas (zwaarlijvigheid) en diabetes.

Overdag kunnen klachten ontstaan van extreme slaperigheid in allerlei omstandigheden, zoals in rust tijdens het lezen, maar soms ook bij activiteiten zoals autorijden. Dit leidt tot gevaarlijke situaties in het verkeer voor uzelf en voor anderen.
De ernst van OSAS wordt gedefinieerd op basis van uw klachten en de apneu-/hypopneu-index (AHI), gemeten tijdens het slaaponderzoek. De AHI geeft aan hoe vaak iemand per uur een ademstop (apneu) of een te oppervlakkige ademhaling (hypopneu) heeft. De AHI wordt vastgesteld met behulp van een slaapregistratieonderzoek (poly(somno)grafie). Als er sprake is van klachten passend bij het slaapapneussyndroom, is de indeling van slaapapneu als volgt:

  • AHI 5-15: lichte OSAS;
  • AHI 15-30: matige OSAS;
  • AHI >30: ernstige OSAS.

Snurken

Snurken wil zeggen dat u tijdens de slaap een zagend, ruisend­ brommend keelgeluid maakt. Snurken is dikwijls meer een probleem voor de partner (huisgenoot of buren) dan voor de snurker zelf. Als snurken zo luid is dat partners gescheiden moeten gaan slapen, noemen we dit sociaal invaliderend. Wanneer u inademt, stroomt er lucht via uw neus of mond langs de ruimte achter het zachte gehemelte, de achterzijde van de tong en het strotteklepje naar de luchtpijp. Als op een of meerdere plaatsen in dit traject de luchtweg vernauwd is, brengt de geademde lucht de weefsels in trilling, waardoor het snurkende geluid ontstaat (net als bij een ballon die leegloopt). Bij mensen die snurken is soms de neusholte te nauw. Meestal betreft het echter een vernauwing op het niveau van het gehemelte en de keelamandelen, het gebied in de keelholte áchter de tong of beiden.

Snurken komt voor op alle leeftijden en neemt toe met de leeftijd, maar op oudere leeftijd snurken meer mensen en is het snurkgeluid harder. Dit komt omdat het slijmvlies van de keelholte bij het ouder worden dikker wordt ten gevolge van ophoping van vetweefsel; de doorsnee van de luchtweg wordt hierdoor kleiner. Bovendien worden slijmvliezen, net als de huid, op oudere leeftijd slapper, zodat zij makkelijker kunnen gaan trillen. Ongeveer één op de tien kinderen snurkt. Op volwassenen leeftijd snurkt ongeveer één op de vijf mannen en één op de tien vrouwen elke nacht. Meestal ontstaat snurken tussen het dertigste en veertigste levensjaar.
Snurken en OSAS worden bevorderd door omstandigheden die het deel van de luchtweg tussen de neusingang en de stembanden nauwer maken. Deze omstandigheden zijn:

  • Slapen op de rug; hierdoor zakken het zachte gehemelte, de huig en de tong naar achteren.
  • Een van nature lang en vrij slap zacht gehemelte en huig.
  • Verslapping van de spieren van het zachte gehemelte, de huig en de tong door oververmoeidheid en door ouder worden. Ook alcohol en bepaalde medicijnen (slaapmiddelen, kalmerende middelen) verminderen de spanning in deze spieren waardoor ze verslappen.
  • Voortdurende irritatie van de keel door roken of brandend maagzuur (bijvoorbeeld ten gevolge van een breuk in het middenrif) kan de wand van de keelholte verdikken en de doorgang nauwer maken.
  • Overgewicht. Hierbij worden ook de wanden van de keelholte dikker door de ophoping van vetweefsel.
  • Vergrote keel- en/of neusamandel. Dit is vooral de oorzaak van snurken bij kinderen.
  • Een te nauwe neusholte oftewel neusverstopping door zwelling van het neusslijmvlies (bij verkoudheid en allergie), door poliepen (dit zijn met vocht gevulde uitstulpingen van het neusslijmvlies) of door scheefstand van het neustussenschot, waardoor een te lage luchtdruk ontstaat in de keelholte bij het inademen.

Zorgtraject binnen Isala Slaapcentrum

Voorbereiding

Voorafgaand aan het bezoek aan het Isala Slaapcentrum ontvangt u een vragenlijst. De vragen gaan over verschillende aspecten van het slapen en uw klachten overdag en in de nacht. U vult de vragenlijst in en neemt deze mee naar uw eerste afspraak bij het slaaponderzoek in ons centrum. De medewerkers nemen de vragenlijst in en verwerken de antwoorden alvast digitaal. De vragenlijst is bedoeld om meer inzicht te krijgen in uw klachten.

Slaaponderzoek middels poly(somno)grafie

Gedurende één nacht worden verschillende aspecten van de slaap gemeten. Dit is afhankelijk van het gekozen slaaponderzoek door uw behandelaar. Altijd betreft dit een observatie van uw ademhaling, slaaphouding, zuurstof in het bloed en snurken. Eventueel wordt dit aangevuld met registratie van het elektro-encefalogram (EEG), beenbewegingen en tandenknarsen. Het doel is het opsporen van stoornissen tijdens uw slaap. Meer informatie kunt u lezen in de folder Poly(somno)grafie

Polikliniek bezoek

Uw tweede afspraak is een poliklinisch bezoek bij de physician assistant, longarts of arts-assistent in het Isala Slaapcentrum. Tijdens dit poliklinisch bezoek kunt u het volgende verwachten:

  • Algemene voorlichting over slaapstoornissen en mogelijke behandeling.
  • Uitslag van het slaaponderzoek.
  • Op basis van de uitslag van het slaaponderzoek en het gesprek, bespreekt de behandelaar met u de diagnose en het behandelplan.
  • Zo nodig en in overleg met u wordt u verwezen naar een (ander) medisch specialist (bijvoorbeeld KNO- arts, kaakchirurg of neuroloog).

Indien nodig, wordt u besproken in het multidisciplinair overleg (een overleg met een team specialisten betrokken bij Isala Slaapcentrum).

Als er iets niet duidelijk is, vraagt u de betreffende behandelaar dan om opheldering. Ook wanneer er iets gebeurt dat niet voldoet aan uw verwachtingen en dat naar uw idee anders of beter kan, vertelt u dit dan aan uw longarts of physician assistant. Uw suggesties en opmerkingen bieden ons de mogelijkheid om de zorg nog beter af te stemmen op de wensen en behoeften van onze patiënten.

Zorgtraject KNO heelkunde

Onderzoek

Omdat snurken en OSAS ontstaan op dezelfde plek in het bovenste deel van de luchtweg, is het onderzoek voor snurken en OSAS voor het grootste deel gelijk. Om te beginnen zal er een compleet KNO-onderzoek plaatsvinden, waarbij specifiek gekeken wordt naar de anatomie van de bovenste luchtweg; het gebied tussen neus en stembanden. Om te bepalen of er ook sprake is van OSAS zal er een slaapregistratie plaatsvinden, de zogenoemde poly(somno)grafie (zie ook de folders hierover op de website). Daarnaast zal door de KNO-arts het niveau van de luchtwegvernauwing/obstructie bepaald worden door middel van een slaapendoscopie. Tijdens dit onderzoek kijkt de KNO-arts onder een korte narcose met een flexibel slangetje (de endoscoop) waar de oorzaak van het snurken en de luchtwegobstructie zich bevindt.
Het onderzoek (en de behandeling van) OSAS is multidisciplinair. 

Behandeling

De behandeling van slaapapneu is gericht op het wegnemen of sterk verminderen van de klachten van slaperigheid of vermoeidheid overdag door behandeling van de apneus tijdens het slapen. Er zijn verschillende soorten behandelingen mogelijk. Welke behandeling voor u het meest geschikt is, hangt af van de ernst en de oorzaak van de slaapapneu en uw eigen ideeën hierover.
De behandeling van zowel snurken als OSAS kent drie mogelijkheden:

1. Conservatieve behandeling;
2. CPAP-therapie;
3. Chirurgische behandelingen. Soms is er een combinatie nodig. Deze drie opties worden hieronder toegelicht.

1. Conservatieve behandeling

Hierbij gaat het om leefstijladviezen. Voor alle patiënten met slaapapneu zijn algemene behandeladviezen van toepassing. Het gaat hier om maatregelen die u zelf kunt treffen en die uw klachten aanmerkelijk kunnen verminderen. Hierbij gaat het om:

  • Afvallen als u te zwaar bent. Streef naar een goed lichaamsgewicht door gezond te eten en voldoende te bewegen. Een vuistregel is dat uw lengte (boven de meter) in centimeters gelijk is aan uw ideale gewicht (in kilo's).
  • Vermijd alcoholgebruik vanaf twee uur voor het slapen.
  • Stoppen met roken. Wilt u graag stoppen met roken, bespreek de mogelijkheden voor begeleiding dan met uw behandelaar.
  • Zorg voor een regelmatig leefpatroon, waarbij eventuele slaapmiddelen en kalmerende middelen niet meer nodig zijn.
  • Gebruik geen zware maaltijd vlak voor het slapen.
  • Vermijd stille reflux (oprispingen van maagzuur tijdens de slaap) door met een extra hoofdkussen te slapen of door het hoofdeinde van het bed iets omhoog te zetten.

Positietherapie
Omdat slaapapneu en snurken vaak houdingsafhankelijk zijn, en de meeste mensen meer snurken en/of meer ademstops in rugligging hebben, kan zijligging het snurken, de ademstops en daarmee gepaard gaande vermoeidheid en slaperigheid afnemen of verdwijnen. Om dit te realiseren kunt u een tennisbal tussen de schouderbladen in het slaapshirt vast maken. Dan draait u moeilijker op uw rug. Doordat de rugligging niet comfortabel is neemt de tijd dat op de rug wordt gelegen af. Alternatieven voor de tennisbal zijn de commercieel verkrijgbare snurkgordels: de nightbalance of de snorebreaker. Deze draagt u om uw borstkas, en geven in rugligging een trilling af waardoor u weer op de zij draait. Deze behandeling is niet altijd geschikt, uw behandelaar zal dit met u bespreken. 

De MRA
De snurkbeugel wordt ook wel Mandibulair (= onderkaak) Repositie (= verplaatsing) Apparaat (MRA) genoemd. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, kan een snurkbeugel ook effectief zijn bij licht tot matig slaapapneu. Er zijn 2 typen snurkbeugels: de kaakbeugels en de tong-neerhouders. Een snurkbeugel draagt u alleen ‘s nachts. Met een snurkbeugel wordt de onderkaak of alleen de tong naar voren verplaatst, waardoor de ademweg achter de tong ruimer wordt. Een snurkbeugel kan zowel door een mond-, kaak- en aangezichtschirurg als een tandarts/tandtechnicus worden aangemeten. Het is belangrijk dat hierbij zowel uw gebit als uw kaakgewricht in acht worden genomen.

De neusspreider
Dat is een spreidertje dat u voor in uw neus schuift, om beter door de neus te kunnen ademen. Vooral de ingang naar uw neusholte (de neusklep) wordt hierdoor verruimd. Hiervan zijn diverse modellen in omloop, elke drogist of apotheek heeft wel een eigen huismerk. 

Een neusspray
Vooral bij een wisselende neuspassage als gevolg van wisselende slijmvlieszwelling in de neus, kan een neusspray verlichting bieden. Sprays die zonder recept bij de drogist kunnen worden gekocht mogen slechts tijdelijk worden gebruikt. Op recept heeft de apotheek diverse sprays die wel langer als onderhoud gebruikt mogen worden.

2. CPAP-therapie

Bij matig en ernstige OSAS of bij CSAS wordt u behandeld met een apparaat dat uw ademhaling ondersteunt en stabiliseert; CPAP (Continue positieve luchtwegdruk) (Engels: Continuous Positive Airway Pressure) tijdens de slaap. Dit apparaat pompt voortdurend lucht in de neus en keelholte bij de in- en uitademing. Hierdoor ontstaat een overdruk zodat de wanden van de keelholte niet samen kunnen vallen. Er treden dan veel minder ademstilstanden op en ook het snurken is meestal verdwenen. Bij het starten met CPAP-therapie zal dit in het begin geen comfortabele situatie zijn. Gewenning aan de therapie is dan ook noodzakelijk voor het slagen van de behandeling. Dat lukt bij de meeste mensen, maar helaas niet bij iedereen. Wanneer iemand CPAP niet verdraagt, kan gekeken worden of de patiënt voor één van de andere behandelopties in aanmerking komt. CPAP wordt ook regelmatig toegepast bij licht OSAS of om te beoordelen of uw klachten verbeteren door de slaapapneu te behandelen.
Voor meer informatie over CPAP-therapie verwijzen wij u naar onze website.

3. Chirurgische behandelopties

Wanneer tijdens de slaapendoscopie duidelijk is geworden op welk niveau het snurken en/of de OSAS ontstaat, kan in samenspraak met u besloten worden over te gaan tot een operatieve behandeling. Er zijn grofweg drie soorten operaties mogelijk, afhankelijk van het niveau van de luchtwegobstructie. Dit zijn:

  • Neusoperatie.
  • Keeloperatie.
  • Halsoperatie.
  • Soms is een combinatie van enkele ingrepen noodzakelijk.

Een operatie aan de neus
Hierbij gaat het om verkleining van de onderste neusschelpen onder lokale verdoving. Het slijmvlies van de onderste neusschelpen wordt met een naald als het ware verwarmd (coblatie), waarna er in de loop van enkele dagen enige verlittekening optreedt. Hierdoor ´krimpt´ als het ware de neusschelp, waardoor er meer ruimte in de neus komt om te ademen. Deze ingreep is goed te ondergaan en geeft over het algemeen weinig hinder. Ook hoeven er doorgaans geen neustampons geplaatst te worden na de ingreep, waardoor het direct mogelijk is om gewoon door de neus te blijven ademen.

Chirurgische verkleining van de onderste neusschelpen onder algehele narcose
Hierbij wordt een deel van de onderste neusschelp weggeknipt, om zodoende meer ruimte in de neus te maken om te ademen. Deze ingreep wordt vaak gecombineerd met een operatie aan het neustussenschot. Het belangrijkste risico van deze ingreep is een nabloeding. Om die reden worden er neustampons achtergelaten na de operatie, die enkele dagen moeten blijven zitten. U kunt de eerste dagen na deze operatie dus niet door de neus ademen.

Rechtzetten van het neustussenschot onder algehele narcose
Hierbij wordt via een klein sneetje aan de binnenkant van de neus het neustussenschot rechtgezet, waardoor ademen door de neus weer makkelijker wordt. Ook bij deze ingreep bestaat er het risico op een nabloeding. Daardoor is het ook nodig neustampons achter te laten, gedurende enkele dagen. Ook bestaat er een klein risico op ontsteking, waarvoor het soms nodig is om antibiotica te gebruiken.

Een operatie aan de keel (UPPP/ ZPP)
Bij deze ingreep wordt meer ruimte in de keelholte gecreëerd door het inkorten van het zachte gehemelte en de huig. Wanneer iemand zijn/haar keelamandelen nog heeft, worden deze ook verwijderd en spreken we van een Uvulo Palato Pharyngo Plastiek (UPPP). Wanneer iemand geen keelamandelen meer heeft, wordt er een variatie op deze ingreep gedaan, bekend onder de naam ZPP. Beide ingrepen zijn pijnlijk (vooral bij het slikken) en om die reden zult u na de operatie pijnstillers moeten slikken. Na een week wordt de pijn minder en gaat het slikken makkelijker. Ook bij deze ingreep bestaat er een hele kleine kans op een nabloeding, waarvoor soms een heroperatie noodzakelijk is. Een derde variatie op deze ingreep is een coblatie van het gehemelte. Hierbij wordt met een naald het weefsel van het zachte gehemelte verhit, waarna verlittekening optreedt.
Coblatie van de tongamandel: door de tongamandel met een naald te verhitten treedt er in de loop van enkele weken door de verlittekening een verkleining van het volume van de tongamandel op. Daardoor ontstaat meer ruimte in de luchtweg achter de tong. Het risico van deze ingreep is een infectie, waarvoor uw preventief een antibioticumkuur zult krijgen.

Een operatie aan de hals
Hyoïdsuspensie (ook wel Hyoïd-Thyroïd-Pexie; HTP): Door een kleine snee in de hals wordt het tongbeen (hyoïd) naar voren en omlaag vastgehecht aan het schildkraakbeen (thyroïd; uw adamsappel). Hierdoor kan de tong minder makkelijk naar achteren zakken en zal de luchtweg achter de tong ruimer worden. Deze ingreep geeft erg weinig napijn. Na de operatie heeft u wel een ‘wonddrain’ in de hals om het wondvocht op te vangen, zodat er geen zwelling in uw hals kan ontstaan. Toch blijft er een zeer kleine kans bestaan op een nabloeding, waarvoor soms een heroperatie noodzakelijk is.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle
Slaapcentrum
(038) 424 42 17 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)
slaapcentrum@isala.nl

23 november 2018 / 8170 / L

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.