Contact
  1. 8241-Fysiotherapie na een gebroken heup (heupfactuur)

In deze folder vindt u informatie van de fysiotherapeut over een gebroken heup en welke oefeningen u helpen bij het herstellen.
De fysiotherapeut neemt de oefeningen met u door en geeft u tips om sneller te herstellen.

Een gebroken heup heet ook wel een heupfractuur. Het is goed te beseffen dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan in deze folder staat.

Wat is een heupfractuur?

De heup bevindt zich op de plaats waar het bovenbeen en bekken bij elkaar komen. Een heupfractuur is een breuk in het bovenbeen (dijbeen) vlak bij het heupgewricht. Bij een heupfractuur is de plaats van de breuk in het bovenbeen van belang welke operatietechniek wordt gebruikt.

 Afbeelding 1: heupfractuur

Operatie

Afhankelijk van de soort breuk kiest de orthopeed of chirurg voor een bepaalde operatietechniek.

De mogelijkheden voor de 4 operatietechnieken worden hieronder getoond aan de hand van afbeeldingen. 

 

Technieken

  • dynamische heupschroef (DHS)

Dynamische heup schroef

  • kop­halsprothese

Kophalsprothese

  • gamma­nail

Gammanail

  • gecanuleerde schroeven

Gecanuleerde heup schroeven

Fysiotherapie

De fysiotherapeut komt de eerste dagen na de operatie dagelijks bij u langs om samen met u te oefenen.

Afhankelijk van uw situatie wordt gestart met rustige oefeningen op bed. Daarna wordt er geprobeerd om de periode van bedrust zo kort mogelijk te houden en om u zo snel mogelijk in beweging te laten komen. Dit is belangrijk omdat bedrust allerlei complicaties met zich meebrengt. Daarom wordt er naar gestreefd om u de eerste dag na de operatie al uit bed te laten komen. Als eerste gaat u vanuit bed in de stoel naast het bed zitten. Als dit goed gaat, loopt u een stukje met behulp van een loophulpmiddel (looprek, rollator of krukken). De mate van belasting wordt bepaald door de behandelend arts en na het bekijken van de röntgenfoto.

De volgende dagen wordt – afhankelijk van uw situatie – de fysiotherapie uitgebreid naar meerdere oefeningen, een langere loopafstand en zo nodig ook naar traplopen. De hulp wordt hierbij steeds verder afgebouwd om te zorgen dat u weer zo zelfstandig mogelijk wordt. Tijdens de behandeling staat veiligheid voorop.

Voor een goede revalidatie is het belangrijk dat u zelf een actieve bijdrage levert. In principe mag u na een operatie voor een heupfractuur weer volledig uw been belasten. Dat zal in het begin nog pijnlijk zijn en daarom kunt u steun nemen op een loophulpmiddel. Het kan voorkomen dat uw behandelend arts om diverse redenen besluit dat u uw heup maar gedeeltelijk of geheel niet mag belasten. Dit hoort u dan van de arts. De fysiotherapeut zal u vervolgens leren lopen met een loophulpmiddel en aan u uitleggen hoe u uw been mag gebruiken bij het lopen.

De fysiotherapie is gericht op:

  • verbetering van de bloedcirculatie
  • verbetering van de spierfunctie van uw been
  • beweeglijkheid van het heupgewricht
  • looptraining met een passend hulpmiddel
  • dagelijkse bezigheden zoals traplopen.

Oefeningen in bed

  • Trek de voet naar u toe en ontspan uw voet weer terug ('flipperen') (afbeelding 1 en 2).
  • Herhaal dit bijvoorbeeld 10 keer achter elkaar.

 Afbeelding 1

 Afbeelding 2

  • Duw de hak in het matras (afbeelding 3) en ontspan uw been daarna weer.
  • Herhaal dit bijvoorbeeld 10 keer achter elkaar.

 Afbeelding 3

  • Duw de knieholte in het matras (afbeelding 4) en ontspan uw been daarna weer.
  • Herhaal dit bijvoorbeeld 10 keer achter elkaar.

 Afbeelding 4

  • Knijp de billen 10 keer samen om vervolgens weer te ontspannen (geen afbeelding).
  • Schuif uw voet over het matras richting de bil om vervolgens uw knie weer te strekken (afbeeldingen 5 en 6).

 Afbeelding 5

 Afbeelding 6

  • Beweeg  'hakken – tenen' als op foto 7 en 8.
  • Herhaal dit bijvoorbeeld 10 keer achter elkaar.

 Afbeelding 7

 Afbeelding 8

  • U gaat zitten op een stoel. Strek de knie voor u uit als op foto 9.
  • Herhaal dit bijvoorbeeld 10 keer achter elkaar.
  • Buig de knie door de voet naar achteren te bewegen.
  • Herhaal dit bijvoorbeeld 10 keer achter elkaar.

 Afbeelding 9

  • Hef om beurten de knieën, als op foto 10.
  • Herhaal dit 10 keer per been.

 Afbeelding 10

 

Oefeningen Zitten-staan / Staan-zitten

Het gaan zitten

Als u wilt gaan zitten, gaat u met uw rug naar de stoel staan. Vervolgens loopt u naar achteren totdat u met de achterkant van uw benen de stoel voelt. Pak met beide handen de leuningen van uw stoel vast voordat u gaat zitten. Sommige krukken kunt u om de onderarmen laten hangen, terwijl u de leuningen vastpakt. U kunt dan de krukken wegzetten terwijl u al zit.
Als u gaat zitten, kunt u uw geopereerde been wat naar voren zetten (afbeelding 11). Dit kan wat minder pijn geven.

 Afbeelding 11

Denk er bij het gebruik van een rollator op dat u deze op de rem zet voordat u gaat zitten.

Het gaan staan

Als u gaat staan vanuit uw stoel, verplaatst u zich dan eerst vooruit naar de rand van de zitting. Vervolgens drukt u zich met uw beide armen op vanaf de armleuningen. Als u gaat staan, kunt u uw geopereerde been wat naar voren zetten. Dit kan wat minder pijn geven. Ga nooit staan door u op te drukken vanaf uw loophulpmiddel. Dit is onstabiel en u kunt hierdoor vallen.

Lopen

Schoeisel

  • Loop op stevige schoenen die de gehele voet goed omsluiten. Dus geen pantoffels, klompen, slippers of hoge hakken.
  • (Ruime) schoenen met veters worden aanbevolen omdat deze eventueel gesteld kunnen worden wanneer er sprake is van vocht in het geopereerde been.

Lopen met een looprek 

  • Zet eerst uw rekje naar voren.
  • Plaats vervolgens uw geopereerde been naar voren.
  • Zet daarna uw niet-geopereerde been voorbij het andere been.

Lopen met een rollator

  • Rijd de rollator naar voren.
  • Plaats het geopereerde been tussen de achterste wielen en stap door.
  • Neem voldoende steun met uw handen op de rollator als u op het geopereerde been staat.
  • Zet de rollator op de rem als u gaat staan of als u gaat zitten.

Lopen met 2 krukken 

  • Zet de elleboogkrukken gelijktijdig naar voren.
  • Plaats vervolgens uw geopereerde been precies tussen de twee krukken.
  • Zet als laatste uw niet-geopereerde been naast het andere been. Als dat goed gaat, kunt u gaan doorstappen. Zet dan uw niet-geopereerde been voor het andere been. 

Lopen met 1 kruk 

  • Na zes weken mag u met één kruk gaan lopen. U gebruikt dan alleen de kruk aan de niet- geopereerde zijde.
  • Zet de kruk naar voren.
  • Plaats vervolgens uw geopereerde been naast de kruk.
  • Zet als laatste uw niet-geopereerde been voorbij het andere been.

Traplopen

Als het mogelijk is, maakt u de eerste zes weken na de operatie bij het traplopen gebruik van een stevige leuning aan de ene kant en een elleboogkruk aan de andere. Het maakt niet uit met welke hand u de leuning of de elleboogkruk vasthoudt.

Trap op

  • Stap eerst met uw niet-geopereerde been op de traptrede (afbeelding 12).
  • Plaats vervolgens het geopereerde been en de elleboogkruk ernaast.
  • Dit herhaalt u elke keer als u een trede omhooggaat.

 Afbeelding 12

Trap af

  • Plaats de elleboogkruk gelijktijdig met het geopereerde been een trede omlaag (afbeelding 13). U mag ook eerst de kruk en daarna het geopereerde been verplaatsen.
  • Plaats daarna het niet-geopereerde been ernaast.

 Afbeelding 13

Adviezen en leefregels

Auto rijden en fietsen

Het wordt afgeraden om de eerste 6 weken zelf auto te rijden en te fietsen. Raadpleeg de voorwaarden van de autoverzekering en overleg met uw arts.

Overig

Vóór de operatie valt niet goed in te schatten hoe lang de totale herstelperiode gaat duren en hoe goed u herstelt. Dit is mede afhankelijk van uw leeftijd en conditie. De revalidatie en begeleiding zijn er op gericht dat u zo snel mogelijk kunt terugkeren naar uw huidige woonsituatie.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten, dan staat uw fysiotherapeut, verpleegkundige of arts die u behandelt u graag te woord. Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op papier te zetten. Ook kunt u telefonisch contact opnemen met de afdeling Fysiotherapie.

Zwolle

Fysiotherapie
(038) 424 32 24 (bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel

Fysiotherapie
(0522) 23 33 38 (bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

1 december 2019 / 8241 / L

Gerelateerde folders

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.