Contact
  1. 8252-Thoracoscopische ablatie
Icoontje van een i als teken van button voor meer informatie CAO actie op woensdag 20 november Alle afspraken op de poliklinieken én de spoedzorg gaan door.

Operatie bij boezemfibrilleren

U ondergaat binnenkort een thoracoscopische ablatie. In deze folder leest u meer over deze operatie. Zo kunt u zich goed op de operatie voorbereiden.

Wat is een thoracoscopische ablatie?

Een thoracoscopische ablatie is een operatie om boezemfibrilleren te verhelpen. Tijdens de operatie wordt weefsel van de linkerboezem van uw hart ‘verschroeid’ (geableerd). Op de behandelde plek ontstaat na genezing een dunne ring van littekenweefsel. De overactieve zenuwcellen rond de longaders kunnen dan geen elektrisch contact meer met de boezems maken. Zo ontstaat weer een normaal hartritme. Longaders worden ook wel pulmonale venen genoemd. De behandeling kent daarom ook de naam pulmonalevenenisolatie (PVI).
Vaak kiest uw arts voor het afsluiten van het linker hartoor. In het hartoor kunnen stolsels gevormd worden. Door het afsluiten van dit hartoor wordt de kans hierop verminderd. U komt in aanmerking voor deze operatie als medicijnen en/of een gewone ablatie bij u niet voldoende helpen.

Wat gebeurt er tijdens de operatie?

De thoraxchirurg maakt in het gebied onder uw beide oksels twee sneetjes van ongeveer één centimeter. Via deze sneetjes gaat de thoraxchirurg met een instrument naar binnen. Het instrument gaat tussen uw ribben door tot in uw borstholte.
Daarnaast maakt de chirurg nog een sneetje van één centimeter groot. Door dit sneetje brengt hij een thoracoscoop naar binnen. Dit is een slang met aan het eind een kleine camera. Zo kan de thoraxchirurg tijdens de operatie in uw borstholte kijken.
Tijdens de operatie plaatst de thoraxchirurg een klem op de buitenkant van de linkerboezem, dicht bij de longaders (daarvan zijn er twee in elke boezem). Door de klem te verwarmen via radiofrequente stroom, verschroeit een deel van het boezemweefsel rondom de longaders. Dit is de plek waar meestal een hartritmestoornis ontstaat.

Wat is het effect van de operatie?

Het effect van de operatie kunt u na ongeveer zes maanden pas echt beoordelen. Veel patiënten hebben de eerste weken na de operatie nog een hartritmestoornis. Uw arts bespreekt met u hoe dit kan worden behandeld. Bijvoorbeeld met medicijnen en soms met een uitwendige shock (cardioversie). Hoe beter de littekens genezen en hoe rustiger ze worden, hoe minder vaak u hartritmestoornissen heeft.

Hoe bereidt u zich voor op de operatie?

De voorbereiding op deze operatie is hetzelfde als bij een hartoperatie via het borstbeen. Ook de duur van de operatie is vergelijkbaar. U leest hier meer over in hoofdstuk 2 van het Patiënten Informatie Dossier (PID).

Wat zijn de mogelijke risico’s en complicaties?

Zoals bij elke operatie, zijn er ook bij de thoracoscopische ablatie risico’s. De thoraxchirurg bespreekt deze voor de operatie met u. U spreekt de chirurg op de preoperatieve poli. Tijdens deze afspraak kunt u ook uw vragen stellen.
Bij een thoracoscopische ablatie is er risico op:

  • infectie (wondinfectie of longontsteking);
  • een stolsel dat in de bloedbaan kan komen en een beroerte of longembolie kan veroorzaken;
  • dat er nog een ablatie nodig is via een grote snede in de borstkas;
  • (na)bloeding in het operatiegebied;
  • acuut optredende verwardheid;
  • verschroeien van ander weefsel tijdens de operatie.

Wat gebeurt er na de operatie?

Na de operatie verblijft u één nacht op de afdeling Medium care. Zo kunnen we u goed in de gaten houden. Daarna gaat u naar afdeling V4.5 om verder te herstellen. U leest hier meer over in hoofdstuk 4 van het Patiënten Informatie Dossier (PID)

Wanneer mag u naar huis?

Vanaf 2 dagen na de operatie kunt u met ontslag naar huis. Dit is natuurlijk ook afhankelijk van uw herstel.
De eerste dagen na de operatie kunt u nog pijn hebben. U krijgt hiervoor goede pijnstilling mee naar huis. Deze pijn kunt u nog een aantal weken hebben en wordt steeds iets minder.
Na 24 uur na de operatie mag u, als alles goed gegaan is, alles weer doen zoals u dat gewend bent. U hoeft geen speciale leefregels te volgen. Houd u er rekening mee dat het wel 4 weken kan duren voordat u weer helemaal herstelt bent.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de afdeling waar u onder behandeling bent.

Zwolle

Cardiologie
(038) 424 23 74 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

30 oktober 2019 / 8252

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.