ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Staar (cataract)

Informatie over de operatie

Wanneer de lens in het oog troebel is geworden, kan een staaroperatie nodig zijn. Hier leggen we uit hoe de operatie verloopt en wat u kunt verwachten van de periode na de operatie.

Uitleg

Vóór in het oog, vlak achter de pupil, zit de heldere en doorzichtige ooglens. Naarmate we ouder worden, wordt deze lens minder helder. Daardoor lijken de dingen die we zien, waziger en grauwer van kleur. Dit troebel worden van de ooglens wordt 'staar' of 'cataract' genoemd. Iedereen die ouder wordt, krijgt daarmee te maken. Maar niet iedereen heeft er echt last van. Er zijn verschillende vormen van staar: jeugdstaar of ouderdomsstaar.

Jeugdstaar (congenitaal cataract)

Dit is een aangeboren afwijking, of staar die op jonge leeftijd is ontstaan na bijvoorbeeld een ongeluk of doorgemaakte ziekte.

Ouderdomsstaar (seniel cataract)

Dit is de meest voorkomende vorm. Ouderdomsstaar is een 'normaal' verouderingsproces, net als het krijgen van rimpels. Sommige mensen merken al rond de leeftijd van veertig jaar dat de ooglens troebel wordt. Meestal doen de eerste verschijnselen van ouderdomsstaar zich pas later voor.

Of u het merkt, hangt ervan af op welke plek in de ooglens de troebeling zich ontwikkelt en hoe groot die troebeling is. Als de troebele plek in het midden van de lens zit of daar vlakbij, krijgt u al snel klachten zoals:

  • wazig of dubbelzien, mogelijk met één oog
  • u ziet kleuren doffer
  • u krijgt last van licht of schitteringen
  • u heeft binnen korte tijd opeens veel sterkere brillenglazen nodig. Sterkere brillenglazen kunnen het zicht op den duur niet meer verbeteren.

Doorgaans neemt de staar in de loop van de tijd toe. Als de staar niet wordt verwijderd, blijft uw gezichtsvermogen misschien hetzelfde, maar waarschijnlijk wordt het geleidelijk slechter.

Er bestaan geen medicijnen tegen staar. Wel is ouderdomsstaar goed te behandelen met een operatie. Een staaroperatie kan het gezichtsvermogen vrijwel volledig herstellen. Het is onwaarschijnlijk dat de operatie moeilijker wordt als u langer wacht, tenzij uw gezichtsvermogen zo slecht wordt dat u alleen nog maar licht en donker van elkaar kunt onderscheiden.

Onderzoek

Om erachter te komen of er inderdaad sprake is van staar, bekijkt de oogarts uw ogen met een spleetlamp. Deze lamp geeft een smalle bundel licht, waarmee de oogarts het voorste deel van het oog kan bekijken. Daar bevindt zich de ooglens. De oogarts kan met het licht zien of er troebelingen zijn in de ooglens en zo ja, hoe ver de staar zich al heeft ontwikkeld. Daarnaast onderzoekt de oogarts hoeveel u nog kunt zien en of uw ogen verder gezond zijn.

Voorbereiding op de operatie

  • Voor de operatie wordt de sterkte van de lens - die in uw oog zal worden geplaatst - bepaald met behulp van een speciaal oogonderzoek.
  • Op de dag van de operatie mag u geen make-up gebruiken.
  • Op de afdeling Opname wordt u verzocht een formulier in te vullen over uw gezondheid en de door u gebruikte medicijnen. Het formulier is bestemd voor de anesthesioloog. Bij bijzonderheden neemt de anesthesioloog contact met u op.
  • Zijn er veranderingen in uw gezondheid of medicijngebruik? Wilt u dan zo snel mogelijk contact met ons opnemen?
  • Vlak voor de operatie krijgt u medicijnen in uw oog waarmee uw pupil wordt verwijd. Deze medicijnen bestaan uit oogdruppels en een tablet.
  • De operatie vindt plaats in het Behandelcentrum (Gebouw W).

Verdoving

Uw oog wordt verdoofd door middel van een injectie in uw oog. In bijzondere gevallen vindt de verdoving plaats door alleen toediening van druppels in het oog. Met een plaatselijke verdoving bent u tijdens de operatie wakker. U kunt niet zien wat er gebeurt, maar u bent zich wellicht bewust van een helder licht.

De operatie

Bij deze operatie haalt de oogchirurg de troebele lens (staar) uit het oog en vervangt deze door een kunstlensje (implantaat).

  • Tijdens de operatie wordt gevraagd of u uw hoofd wilt stilhouden en gedurende ongeveer 15 tot 30 minuten stil wilt blijven liggen.
  • De staar wordt verwijderd via een techniek die phaco-emulsificatie wordt genoemd.
  • De chirurg maakt een heel klein sneetje in het oog.
  • De staar wordt met ultrasone golven zachter gemaakt en via een smal buisje verwijderd. De achterlaag van de lens (het zogenaamde achterste lenskapsel) blijft op zijn plaats.
  • De kunstlens (implantaat) wordt ingebracht en vervangt uw eigen lens.
  • Soms wordt in het oog een kleine hechting aangebracht.
  • De operatie wordt uitgevoerd door een ervaren oogchirurg of door een arts in opleiding die onder supervisie (begeleiding en toezicht) staat van een oogchirurg.

Na de operatie

Na afloop van de operatie krijgt u ter bescherming een verband en een beschermkapje over uw oog. Dit mag u de volgende dag na het opstaan verwijderen. Het kapje en het verband kunt u weggooien. Het kan voorkomen dat u niet direct beter kunt zien dan voor de operatie. Het oog heeft na de operatie tijd nodig om te herstellen.

Druppelen

Na de operatie begint u met druppelen. U houdt zich daarbij aan de voorschriften van de oogarts. U mag twee weken niet zwemmen en geen oogmake-up zoals mascara en eyeliner gebruiken Verder mag u weer alles doen, zoals douchen, haren wassen, fietsen, bukken, enzovoort.

Let op
Nadat u bent gestopt met de Yellox-druppels en alleen nog Tobradex gebruikt, kan het voorkomen dat uw oog aanvoelt alsof er een vuiltje in zit. Dit is niets om u druk over te maken. Het komt doordat de Yellox een wat dikker druppeltje is en ook een beetje verdovend werkt. De Tobradex is wat schraler. Het gevoel dat er wat in uw oog zit, kan nog wel een paar maanden duren omdat de operatiewond tijd nodig heeft om te genezen.

Rood oog

Na de operatie kan uw oog rood zijn. Dit is een bloeduitstorting onder het bindvlies, die is ontstaan bij het aanbrengen van de plaatselijke verdoving. Deze roodheid is dus niets bijzonders. Het kan enkele weken duren voordat het oog weer helemaal wit is.

Controles

Op de dag na de operatie wordt u tussen 09.00 en 12.30 uur gebeld door de assistente om te vragen of er geen problemen zijn.

Ongeveer drie weken na de operatie komt u op controle bij een technisch oogheelkundig assistente (TOA).

Opmeten van het glas in uw bril

Na de operatie heeft het glas in uw bril niet meer de juiste sterkte. Pas als uw oog volledig is genezen, kan een nieuw brillenglas worden voorgeschreven. Tijdens de controleafspraak bij de technisch oogheelkundig assistente (ongeveer drie weken na de operatie) hoort u of u naar de opticien kunt gaan voor het opmeten van het nieuwe brillenglas. Het kan handig zijn uw brillenglas tussentijds te verwijderen. U kunt dit het beste overleggen met uw opticien.  

Resultaat van de operatie

Bij de grote meerderheid van de patiënten is het gezichtsvermogen na de staaroperatie beter. Lijdt u aan een andere aandoening, zoals diabetes, glaucoom of leeftijd gerelateerde macula-degeneratie (slijtage van het netvlies)? Dan kan de kwaliteit van uw gezichtsvermogen zelfs na een succesvolle staaroperatie nog steeds beperkt zijn.

Complicaties

De oogchirurg opereert altijd maar één oog per operatie. Staaroperaties worden heel regelmatig uitgevoerd. Ook op zeer hoge leeftijd is de operatie nog goed te ondergaan. Al is het risico op complicaties gering, geen enkele operatie is zonder risico's.

Tijdens de operatie kunnen de volgende complicaties optreden:

  • Scheuren van de achterkant van het lenskapsel met verstoring van de gel in het oog; dit kan in sommige gevallen tot een verminderd gezichtsvermogen leiden.
  • Verlies van de oude lens of lensbrokken naar de achterkant van het oog, waardoor nog een operatie nodig is (meestal onder narcose).
  • Bloeding in het oog.
  • Verkeerde sterkte of verkeerde plaatsing van het implantaat.
  • Niet alle lensresten kunnen verwijderd worden bij de operatie.

Na de operatie kunnen de volgende complicaties optreden:

  • Kneuzing van het oog of de oogleden.
  • Allergische reactie op het gebruikte geneesmiddel.
  • Hoge druk in het oog.
  • Vertroebeling van het hoornvlies (cornea).
  • Vochtophoping in het centrum van het netvlies in de gele vlek.
  • Netvliesloslating, die tot een verlies van het gezichtsvermogen kan leiden.
  • Infectie in het oog (endoftalmitis), dat kan leiden tot het verlies van het gezichtsvermogen of zelfs tot het verlies van het oog.

Deze complicaties komen slechts zelden voor en kunnen in de meeste gevallen effectief worden behandeld. In een klein deel van de gevallen is een extra operatie noodzakelijk. Zeer zelden kunnen sommige complicaties resulteren in een ernstige verslechtering van het gezichtsvermogen. 

Na maanden of zelfs jaren kan geleidelijk aan na-staar ontstaan (vertroebeling van het achterste lenskapsel). In dat geval vertroebelt het achterste deel van het lenskapsel dat in het oog is achtergebleven om het implantaat te ondersteunen. Hierdoor kan het licht het netvlies niet meer bereiken en gaat u weer wazig zien net als vooraf aan de staaroperatie. Om dit te behandelen gebruikt de oogarts een laserstraal om een kleine opening in het vertroebelde membraan te maken om zo het gezichtsvermogen te verbeteren. Dit is een pijnloze poliklinische procedure.

Onmiddellijk bellen

Bepaalde verschijnselen kunnen betekenen dat u onmiddellijk behandeld moet worden, zoals:

  • overmatige pijn
  • verlies van gezichtsvermogen
  • toenemende roodheid van het oog.

U krijgt een telefoonnummer mee dat u kunt bellen voor het geval u een van bovenstaande symptomen ontwikkelt of dringend advies over uw oog nodig hebt. Dit nummer is (038) 424 30 40.

Veelgestelde vragen

Hieronder staan de veelgestelde vragen en de antwoorden daarop.

Mijn oog voelt aan alsof er een korreltje in zit, is dat normaal?
Dit is het operatiewondje of de plaats waar de verdovingsprik is gegeven. Dit gevoel is volkomen normaal en gaat vanzelf over, maar dat kan wel een paar maanden duren.

Wanneer mag ik weer autorijden?
U mag weer autorijden wanneer u met of zonder uw (oude) bril vijftig procent kunt zien. Dit kunt u laten controleren bij de opticien.

Ik zie een zwarte balk of schitteringen aan de zijkant, is dat normaal?
Dit is mogelijk en kan geen kwaad. Omdat het kapselzakje (waar de oude lens is uitgehaald en de nieuwe is geplaatst) zich weer moet gaan nestelen. Dit kan enige tijd duren.

Wat doe ik met mijn bril?
Er zijn een aantal opties:

  • U laat het glas aan de geopereerde kant eruit halen door de opticien.
  • U zet uw bril af en gebruikt hem alleen tijdens het lezen.
  • U schaft een (tijdelijke) leesbril aan.

Wanneer mag ik een nieuwe bril?
U heeft ongeveer drie weken na de laatste operatie een controleafspraak bij de Technisch Oogheelkundig Assistent (TOA). Tijdens dit bezoek zal de TOA met u over uw eventuele nieuwe bril praten. 

Ik gebruik al andere oogdruppels voor bijvoorbeeld glaucoom. Moet ik daarmee stoppen?
Nee, alle druppels die u al gebruikte vóór de operatie, blijft u gewoon gebruiken, ook in het geopereerde oog.

Mag ik naar de sauna?
Ja, alleen u mag geen gebruik maken van het zwem- of bubbelbad.

Mag ik onder de zonnebank?
Ja, maar bescherm wel goed uw ogen.

Mag ik tillen, bukken, stofzuigen enzovoorts?
Ja dat mag, alleen niet te zwaar.

Moet ik het druppelschema afmaken als ik op controle ben geweest bij de TOA?
Ja, dit schema moet u afmaken, tenzij u andere instructies krijgt.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten, neem dan contact op met de polikliniek Oogheelkunde, (038) 424 30 40. Wij zijn op werkdagen bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur. Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op papier te zetten. Voor vragen kunt u ons ook mailen: poli.oogheelkunde@isala.nl

Als u voor een afspraak verhinderd bent, belt u dan zo spoedig mogelijk met de polikliniek om uw afspraak af te zeggen. U kunt dan meteen een nieuwe afspraak maken.


2 november 2017 5425 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht