Contact
  1. ‘Het stemmetje in mijn hoofd bleef, ik was het niet waard om te leven’
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Alles in het leven van Klaas Jan (39) liep zoals het moest lopen. Na zijn studie commerciële economie meteen een baan bij een bank. Een huwelijk met zijn jeugdliefde. Een prachtige dochter en al vrij snel de kans om door te groeien bij een ander bedrijf. Wat kon er misgaan? Veel, want twee keer probeerde Klaas Jan uit het leven te stappen. ‘Nu gaat het best goed met mij, maar het blijft een kwetsbare plek.’

‘In mijn leven leek alles perfect. Dat was tenminste wat mijn verstand zei, maar mijn gevoel ging er steeds verder los van staan. Na een aantal jaar bij de bank te hebben gewerkt, werd ik gevraagd voor een directeursfunctie bij een ander bedrijf. Het was een eer dat zij mij vroegen. Maar eigenlijk kwam die vraag te vroeg in mijn loopbaan. Het was te hoog gegrepen. Dat wilde ik natuurlijk niet toegeven. Ik moest slagen. De druk die ik mijzelf oplegde, was enorm hoog. Ik kreeg een burn-out, herstelde en ging weer door. Dat was veel te snel, want ik had niets gedaan met de kern van het probleem en de depressie die daar onder lag. Ik bleef depressief. Natuurlijk had ik hulp kunnen zoeken. Ik deed dat niet omdat dit voelde als falen. Mijn leven was immers een perfect plaatje?’

Ter afscheid een paar appjes

'De gedachte om een einde aan mijn leven te maken, sluimerde al een tijdje. Het is iets wat in golfbewegingen gaat. De ene keer waren die gedachten er meer dan een andere keer. Maar als het zaadje er eenmaal zit, blijft het daar. Ik vond het zo’n gekke gedachte, dat ik er niet met iemand over durfde te praten. Bovendien schaamde ik mij nog steeds dat ik mijn baan niet aan kon. Inmiddels was ik gescheiden. Na een tijdje kreeg ik weer een nieuwe relatie. Daar was ik eigenlijk nog helemaal niet aan toe. Mijn onzekerheid en het ontbreken van zingeving, compenseerde ik met die relatie en het zoeken van bevestiging. Dat werkte uiteindelijk averechts en de relatie liep stuk. Voor mij was dat weer een bevestiging dat ik niets kon en niets waard was.’

‘Het was een avond dat alle slechte momenten bij elkaar kwamen. Ik voelde mij ontzettend ellendig. Mijn hoofd zei dat het voor iedereen in mijn omgeving beter zou zijn, als ik er niet meer was. Ik ging eruit stappen. Ter afscheid stuurde ik een paar appjes waarvan de strekking was, ik ben jullie niet waard en vergeet mij snel. Daarna stapte ik in mijn auto en reed ik met hoge snelheid tegen een pilaar van een viaduct. Ik hoorde het glas versplinteren. “Shit”, dacht ik. Als dat ik hoor, ben ik dus nog niet dood.’

De auto van Klaas Jan, was van zijn werk. Het was een nieuw model met de modernste snufjes. Onder meer een ongevallendetectiesysteem die automatisch de hulpdiensten inschakelt als de auto een klap heeft gemaakt en de bestuurder niet reageert. Dat was, gezien de afgelegen locatie en het tijdstip, zijn redding.

Uit de negatieve draaikolk trekken

‘Ik lag flink in de kreukels en had veel botbreuken. Van de Spoedeisende hulp en de IC kan ik mij weinig meer herinneren. Toen ik stabiel was, ging ik naar de afdeling orthopedie-trauma. Ik sprak niet over wat er gebeurd was. Er was ook niemand die er naar vroeg. Ik bedoel dat niet als verwijt, maar ik had dat wel prettig gevonden. In het begin was ik nog steeds boos op mezelf dat het niet gelukt was. Gelukkig kwam Bert (red. Smit, verpleegkundig consulent psychiatrie) regelmatig mij bezoeken. Hij vroeg wel hoe het ging en hoe ik mij voelde. Hij was echt mijn anker. Na orthopedie-trauma, ging ik naar de MPU. Daar konden mijn lichaam en geest verder herstellen. Ze probeerden mij uit de negatieve draaikolk te trekken door mij bijvoorbeeld te confronteren met het onrealistische negatieve zelfbeeld dat ik creëerde. Bij vlagen lukte dat. Ik kreeg bijvoorbeeld veel kaartjes en zij lieten mij inzien dat ik die kreeg omdat mensen mij zouden missen als ik er niet meer zou zijn. Er waren dus mensen die mij wel de moeite waard vonden. Dat waren goede gesprekken waar ik veel aan had. Na de MPU moest ik nog revalideren in Vogellanden. Maar ook daar vroeg eigenlijk niemand hoe het ging en waarom ik niet meer wilde leven.’

Ik zag alles als een afwijzing

‘Ondertussen bleef dat stemmetje in mijn hoofd. Ik was het niet waard om te leven. Ik deed alles fout. Ik kon er net zo goed mee stoppen. Dus voor een tweede keer stapte ik in mijn auto en reed ik tegen een viaduct aan. Het lukt weer niet, ook dat kon ik dus niet. Ik lag minder in de kreukels dan de eerste keer. Weer kwam ik op de MPU terecht. Ik kreeg het advies om mij op te laten opnemen bij Dimence. Een plek waar hulpverleners intensief met mij aan de slag konden. Zij kwamen uiteindelijk bij de kern. Ik wilde vanwege een radiomarathon waar ik ieder jaar aan mee deed meer uren met verlof dan was toegestaan. Ik schreef een verlofverzoek, maar deze werd afgewezen. Ik mocht dus niet gaan. Een afwijzing dus. Toen kreeg ik pas door wat afwijzingen met mij deden. Ik zag dankzij de verschillende therapieën in dat ik zo depressief was, dat ik alles als persoonlijke afwijzing zag. Zelfs een compliment wist ik in mijn hoofd negatief te vertalen naar een persoonlijke afwijzing. Vanaf dat moment kon ik pas echt gaan werken aan mijn herstel.’

Vraag ernaar, zodat iemand zich gezien voelt

'Ik vond het lastig dat bijna niemand durfde te vragen: “Hoe gaat het nu met je?” Er stonden veel mensen met liefde om mijn heen, toch voelde ik mij ontzettend eenzaam. Wanneer je de beslissing neemt om uit het leven te willen stappen, dan voel jij je goed waardeloos. Vraag daar vooral naar, zodat iemand zicht gezien voelt. Je hoeft niet bang te zijn dat je iemand dan triggert om het weer te doen. Dat gevoel zit in je binnenste. Je stapt er echt niet uit omdat iemand er naar vraagt. Nu gaat het best goed met mij, maar het lijntje is dun. In het voorjaar kreeg ik een terugval en heb ik mij laten opnemen. Ik heb dus niet weer een poging gedaan. Beloven dat ik het nooit weer ga doen, kan ik niet. Ik zie dingen nu wel anders. In mijn woonplaats is het hebben van een auto bijvoorbeeld enorm belangrijk. Mensen kijken naar elkaars “buitenkant”. Ik heb dus zelf geen auto meer, maar een motor. Dat was eerder ondenkbaar voor mij. Gisteren ben ik samen met mijn dochter een stuk gaan toeren door Drenthe en dan geniet ik samen met haar van alle mooie dingen onderweg en voel ik een moment van intens geluk. Ik maakte een foto van haar en daar staat zij met zo’n stralende glimlach op. Ik liet haar de foto zien en zei: “Deze foto maakt alles waard voor papa”. Dat kon ik eerst niet voelen. Nu wel, dat geeft hoop. Hoop die ik heb gekregen dankzij de professionele hulp maar ook dankzij een hechte groep familie en vrienden die mij veel steun geven.’


Denk jij aan zelfdoding? Neem 24/7 gratis en anoniem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 0800-113 of chat op 113.nl.