Contact
  1. 5500-Kloofje anus

​Een fissuur is een kloofje; een fissura ani is een pijnlijk kloofje in de anus. Een kloofje in de anus geeft vaak klachten in de vorm van (scherpe) pijn tijdens of na de stoelgang, vaak met wat bloedverlies.

Waarom het kloofje ontstaat en waarom juist op bepaalde voorkeursplaatsen in de anus, is niet duidelijk. Mogelijk heeft het te maken met een verhoogde spanning; een soort kramp van een deel van de kringspier en daardoor een verstoorde bloedvoorziening.

Onbewust houden mensen door de pijn en de verhoogde spanning van een deel van de sluitspier de ontlasting op. Dit heeft tot gevolg dat de ontlasting hard wordt. Bij iedere stoelgang scheurt het kloofje steeds weer open en blijft op die manier hardnekkig bestaan.

Onderzoek

De klachten zijn meestal duidelijk, maar lichamelijk onderzoek is doorgaans toch noodzakelijk om onderliggende afwijkingen in het laatste deel van de darm of het anale kanaal uit te sluiten. Denk bijvoorbeeld aan aambeien. Bij het lichamelijk onderzoek inspecteert de arts de anus. Hierbij spreidt hij de anus een beetje om het kloofje te kunnen ontdekken.

Behandeling

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk bij een fissura ani:

  • aanpassing van het dieet;
  • bloedvatverwijdende en spierverslappende zalf;
  • Botox-injectie;
  • operatie (LIS).

Dieetaanpassing

Meestal reageert een fissura ani op eenvoudige maatregelen. De eerste maatregel is erop gericht om de stoelgang zacht te houden. Daarvoor is het eten van voldoende plantaardige vezels (zemelen, bruinbrood) en het drinken van veel water (zo’n anderhalf tot twee liter extra per dag) nodig. Daarnaast kan de arts u medicijnen voorschrijven, bijvoorbeeld poeders van plantaardige vezels of een drankje.

Zalf

Als eerste vorm van behandeling kan een bloedvatverwijdende en spierverslappende zalf worden voorgeschreven, die regelmatig in de anus op het kloofje moet worden aangebracht. Als bijwerking van dit zalfje is bekend dat het in een enkel geval hoofdpijn kan geven. Bij het merendeel van de patiënten is het lichaam na één of twee dagen gewend en verdwijnt de hoofdpijn weer.

Deze behandeling moet ongeveer drie maanden worden voortgezet, voordat het definitieve resultaat kan worden beoordeeld.

Wanneer het kloofje ondanks de aanpassing van het dieet en de behandeling met de zalf blijft bestaan, kan een Botox-injectie of een operatie (LIS) verlichting geven.

Botox-injectie

Een Botox-injectie verlamt de verhoogde spanning van de kringspier, waardoor het kloofje kan genezen.

Operatie (LIS)

Via een klein operatiewondje naast de anus wordt het binnenste deel van de sluitspier aan de zijkant ingeknipt. Het doel van deze operatie, die klinisch wordt uitgevoerd, is de verhoogde spanning in een deel van de sluitspier te verminderen. Dit heet een interne sfincterotomie (LIS). Het operatiewondje wordt opengelaten om het risico van infectie zo klein mogelijk te houden.

Complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Ook bij een LIS-operatie bestaat er een kleine kans op complicaties. De ingreep vindt plaats in een bloedvatrijk gebied (de anus). Daarom kan na de behandeling wat bloedverlies optreden.

Het doel van de operatie is de spanning in een deel van de sluitspier te verminderen. Deze spanning is ook nodig om lucht (winden), vocht (slijm, diarree) en ontlasting op te kunnen houden. In het begin kan er dan ook zeker enig controleverlies over de sluitspier zijn. Wanneer u een windje of wat vocht voelt aankomen, moet u de kringspier bewust aanspannen, terwijl dat voorheen moeiteloos en bijna onbewust ging.

Meestal is dit van tijdelijke aard. Helaas kan echter in een klein aantal gevallen enig controleverlies blijvend zijn.

Na de operatie

Na een geslaagde operatie zijn de pijnklachten meestal sterk verminderd of zelfs direct verdwenen.

Het is belangrijk dat uw ontlasting na de ingreep zacht blijft; meestal krijgt u hiervoor een recept voor medicijnen mee. Na de behandeling is de anus bedekt met een gaasje. Ook voor nieuwe gaasjes krijgt u doorgaans een recept mee.

Bij pijn kunt u pijnstillers zoals Paracetamol gebruiken. Deze zijn te koop bij apotheek en drogist. Ook een warm bad kan de pijn tijdelijk verlichten. Het is verstandig het anaal gebied goed schoon te houden, met name na de stoelgang, maar ook tussendoor. Twee keer per dag afspoelen, is vaak voldoende. Met de douche kunt u het gebied gemakkelijk schoon spoelen.

Toiletadviezen voor ontlasten

  • Ga bij aandrang naar het toilet, zeker in geval van een moeizame stoelgang en houd het niet op.
  • Poepen lukt niet zonder aandrang; probeer dus niet persend toch ontlasting kwijt te raken.
  • De voeten staan plat op de grond. Gebruik eventueel een voetensteuntje als het toilet te hoog is.
  • Zit rechtop met de schouders boven de heupen, zak door en maak een bolle rug.
  • Uw ondergoed moet goed omlaag; tot op de enkels.
  • Pas een rustige buikademhaling toe en wacht tot de ontlasting komt.
  • Wanneer de ontlasting niet komt, kantelt u tien keer uw bekken (holle en bolle rug maken). Als u een holle rug maakt, ademt u rustig in en bij een bolle rug ademt u rustig uit. Komt de ontlasting dan nog niet op gang, blaas dan in uw vuist terwijl u uitademt en de buik en de flanken bol maakt. Ga NIET persen, maar druk op deze manier een beetje mee naar beneden.
  • Probeer de anus slap te laten en de billen te ontspannen; richt de druk op de anus. Komt de ontlasting echt niet, terwijl u wel aandrang heeft, dan is het aan te raden van het toilet af te gaan en ongeveer tien minuten intensief te bewegen (wandelen, huishoudelijke taken). Ga vervolgens opnieuw naar het toilet om het met bovengenoemde adviezen opnieuw te proberen.
  • Bij pijn of bij het niet goed schoon kunnen maken van de anus, spoel met water (fles, bidon of douche).
  • Als u goed rechtop zit met een wat bolle rug, is de uitgang van de endeldarm en anus het meest naar beneden gericht. Dit maakt het makkelijker om uw ontlasting kwijt te raken. 

Contact

Als u nog vragen heeft, kunt u ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts stellen.

Heeft u dringende vragen of problemen rond uw behandeling, dan kunt u deze bespreken met de afdeling waar de behandeling plaatsvindt.

Als zich thuis na de operatie problemen voordoen, bel dan met uw huisarts of met het ziekenhuis (038) 424 63 20 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur).

23 november 2018 / 5500

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.