Contact
  1. 5668-Voeding bij pasgeborenen

Voor een voldragen baby gelden andere voedingsadviezen en richtlijnen dan voor te vroeg geboren baby's of kinderen met verterings-, ontlastings- of voedingsproblemen. Hier gaan we op de verschillende richtlijnen in.

Voldragen baby's

Een voldragen pasgeborene zal 6 tot 8 keer per dag gevoed worden. Het is de bedoeling dat we met kleine hoeveelheden beginnen. In de loop van enkele dagen wordt dit dagelijks opgehoogd tot het kind ongeveer 150 tot 200 ml voeding per kilogram lichaamsgewicht krijgt.

Flesvoeding

Bij flesvoeding kunt u de hoeveelheid voeding duidelijk afmeten.

Borstvoeding

Krijgt het kind borstvoeding, dan moet u het minimaal 6 keer per dag aanleggen, in het begin nog vaker (wanneer de toestand van moeder en kind dit toelaat). U kunt de baby eventueel voor en na de voeding wegen. Het verschil in gewichten geeft grofweg aan hoeveel de baby heeft gedronken.

Belangrijker dan de exacte hoeveelheid is echter dat de baby na de voeding tevreden is en voldoende natte luiers heeft.

Te vroeg geboren

Bij te vroeg geboren baby's (prematuren) moeten we in verband met de onrijpheid van de darmen voorzichtiger met voeding beginnen.

  • Soms is hierbij ook een infuus nodig omdat nog niet alle voeding via de maag gegeven kan worden.
  • Afhankelijk van het gewicht geven we de voeding elke 3 uur (8 voedingen) of elke 2 uur (12 voedingen).

Naast het verdragen van de voeding moet een prematuur ook leren drinken. Dat betekent zuigen en slikken zonder zich te verslikken.

  • De coördinatie van de zuig-slikreflex is bij prematuren nog niet optimaal en ontstaat meestal pas vanaf de 34e zwangerschapsweek.
  • Vanaf deze leeftijd worden prematuren dan ook getraind om zelf te leren drinken.

Om de baby niet te veel te vermoeien zullen we niet elke voeding aanbieden. Juist de wakkere momenten waarin de baby zuigbehoefte heeft, worden benut. Het spreekt vanzelf dat u als ouders hierbij worden betrokken.

Voedingsproblemen

Er kunnen zich verschillende problemen voordoen die te maken hebben met voeding, bijvoorbeeld:

spruw: dit zijn kleine witte, niet-wegpoetsbare plekjes op de tong, wangslijmvlies en het verhemelte

  • spugen;
  • verteringsproblemen;
  • ontlastingsproblemen.

Bij spruw bestaat de behandeling uit een drankje of gel, die de baby na het voeden toegediend krijgt. Geeft de moeder borstvoeding, dan moet ook zij behandeld worden met een gel op de tepel.

Als uw baby de voeding moeilijk verdraagt als gevolg van een van bovenstaande problemen, zijn er verschillende mogelijkheden om voeding op een zo'n optimaal mogelijke manier te geven.

  • We kunnen porties kleiner maken en vaker toedienen.
  • Eventueel kan een voedingssonde worden ingebracht. De sonde wordt via de neus ingebracht en eindigt in de maag.
  • Helpen deze maatregelen onvoldoende, dan wordt meestal een infuus ingebracht om vocht toe te dienen. Om de maag toch aan voeding te laten wennen, kan er elk uur een klein beetje voeding door de sonde gegeven worden; dit wordt 'gut feeding' genoemd.

Voordat we bij uw baby een sonde of infuus inbrengen of een andere vervelende of ingrijpende handeling uitvoeren, geven we hem of haar eerst saccharose. Dit is een suikeroplossing die dient om pijn en/of stress te verminderen. Het toedienen hiervan (via de mond) heeft geen bijwerkingen.

Weer naar huis

Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u meestal een afspraak mee voor controle bij de kinderarts.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Kindergeneeskunde
(038) 424 14 35 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

23 november 2018 / 5668

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.