Contact
  1. 5979-Endoscopische Mucosale Resectie (EMR)

Uitleg behandeling

​Bij een Endoscopische Mucosale Resectie (EMR) wordt een stukje van de wand van de slokdarm, maag of twaalfvingerige darm verwijderd. Hier leest u wat de behandeling inhoudt en hoe u zich erop voorbereidt.

Wat is een Endoscopische Mucosale Resectie?

Een Endoscopische Mucosale Resectie (EMR) wordt verricht bij patiënten met dysplasie of een vroege vorm van kanker in de slokdarm, de maag of in het eerste deel van de dunne darm (ook wel twaalfvingerige darm genoemd). Dysplasie is een abnormale groei van weefsel. Het wordt beschouwd als een voorstadium van kanker. Bij hooggradige dysplasie is er meer onrust dan bij laaggradige dysplasie.

Resectie betekent verwijderen. Bij een EMR verwijdert de maag-, darm- en leverarts (MDL-arts) de meest oppervlakkige wandlagen uit de slokdarm, de maag of de twaalfvingerige darm. De behandeling wordt met behulp van een endoscoop uitgevoerd. Een endoscoop is een flexibele slang met een doorsnede van een centimeter. Aan het uiteinde zit een camera waarmee de arts uw maag en darmen kan bekijken. Het beeld van de camera wordt op een monitor weergegeven. De endoscoop bevat naast een cameraatje ook een kanaal waar kleine operatie-instrumenten doorheen kunnen.

Vroeger

In het verleden werden mensen met vroege vormen van dysplasie en/of kanker behandeld door middel van een operatie. Daarbij werden de slokdarm, de maag en/of de twaalfvingerige darm (grotendeels) verwijderd. Deze operaties geven echter regelmatig complicaties, vooral bij patiënten met hart- of longaandoeningen en bij oudere patiënten. Bovendien heeft een dergelijke grote ingreep veel invloed op het dagelijks leven van de patiënt. Een Endoscopische Mucosale Resectie is minder ingrijpend. Wel is deze behandeling alleen geschikt voor mensen bij wie de afwijking zich tot de oppervlakkige slijmvlieslaag van de wand beperkt. Voor afwijkingen die dieper groeien, is een EMR geen goede behandeling.

Voorbereiding

Eten en drinken

Tijdens dit onderzoek mag er geen voedsel meer in uw slokdarm of maag zitten. Om ernstige complicaties zoals longontsteking te voorkomen, moet u voor het onderzoek nuchter zijn. Dit houdt in:

  • tot 6 uur vóór het onderzoek alleen een licht ontbijt zoals 2 beschuiten of 2 crackers of 1 boterham;
  • tot 2 uur vóór het onderzoek alleen heldere dranken gebruiken (thee, water of appelsap);
  • vanaf 2 uur vóór de opname in het ziekenhuis niets meer drinken.
    Als u medicijnen gebruikt, mag u deze met een klein beetje water innemen.

Bijvoorbeeld:

U wordt om 15.00 uur verwacht in het ziekenhuis. U mag dan vanaf 9.00 uur niets meer eten. Vanaf 13.00 uur mag u niets meer drinken.

Spullen mee

Na de behandeling wordt u opgenomen op de afdeling Dagverpleging. Daarna mag u naar huis, tenzij de arts het beter vindt dat u een nacht ter observatie blijft. Neem voor de zekerheid spullen mee voor de nacht. Gebruikt u medicijnen? Neem dan voor minimaal 24 uur voorraad mee.

Speciale aandachtspunten

  • Wanneer u bloedverdunnende medicijnen gebruikt zoals Sintrom(itis), Acenocoumarol, Marcoumar, Ascal of Plavix, dan moet u tijdig contact opnemen met het ziekenhuis. Met deze medicijnen moet u vóór de behandeling namelijk in overleg met uw arts tijdelijk stoppen. Mocht u niet zeker weten of u bloedverdunnende medicatie gebruikt, neem dan contact op voor overleg.
  • Wanneer u diabetes heeft of medicijnen gebruikt die u `s morgens in moet nemen, overleg dit dan vooraf met de arts.
  • Heeft u een kunstmatige hartklep, neem dan voor de behandeling contact op met de arts die de EMR heeft aangevraagd.

Behandeling

U krijgt een drankje dat het schuimen van de maaginhoud tegengaat. Wanneer u een gebitsprothese heeft, dan moet u die aan het begin van het onderzoek uitdoen. U wordt gevraagd op de linkerzijde te gaan liggen en de heup te ontbloten. Op uw heup wordt een plaat geplakt. Zo verlaat de elektriciteit die tijdens de behandeling gebruikt wordt, op een veilige manier uw lichaam. U krijgt een knijper aan uw vinger en plakkers op de borst om tijdens het onderzoek uw hartslag en het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren.

Sedatie

De ingreep gebeurt in principe onder diepe sedatie onder begeleiding van een sedatie praktijk specialist. Dit is een gespecialiseerd anesthesiemedewerker die zich bezighoudt met sedatie bij onderzoeken en behandelingen. Sedatie is het verlagen van de staat van het bewustzijn van een patiënt met het doel een onderzoek of ingreep aangenamer te maken. Dit gebeurt door het toedienen van medicijnen (sedativa) via een infuus dat u voor het onderzoek krijgt ingebracht. U valt dan vrijwel meteen in slaap. U merkt dan zo goed als niets van het onderzoek.

Anders dan bij algehele anesthesie (narcose) is bij sedatie de slaap minder diep en hoeft de ademhaling niet ondersteund te worden. U wordt dus niet beademd. Meteen na de ingreep wordt u weer wakker gemaakt.

Wilt u de folder 'Verdoving buiten de operatiekamer' goed doorlezen vóór uw behandeling? Hier staan belangrijke adviezen in.

Overtube

U krijgt een overtube (holle rubberen buis) tussen uw tanden (kaken) ter bescherming van de endoscoop. Vervolgens brengt de arts de endoscoop via uw mond in en vraagt u te slikken. Dit kan een vervelend gevoel geven. De endoscoop wordt voorzichtig opgeschoven. Na inspectie wordt het te behandelen gebied in beeld gebracht en zal de arts het weefsel verwijderen volgens een van de volgende technieken.

EMR-technieken

Endoscopische Mucosale Resectie is een verzamelnaam voor verschillende technieken waarmee de oppervlakkige laag van de wand van de slokdarm, maag, twaalfvingerige darm of dikke darm kan worden verwijderd. Welke techniek wordt gebruikt, hangt af van de grootte van de afwijking, maar ook van hoe de afwijking eruitziet. Soms worden verschillende technieken gecombineerd. Alle stukjes weefsel worden aan het eind van de behandeling mee naar buiten genomen. Een patholoog onderzoekt deze stukjes weefsel.

Kap

Bij deze techniek spuit de arts met behulp van een dunne naald vloeistof onder de afwijking. Hierdoor ontstaat een bolletje. Dit bolletje wordt opgezogen in een doorzichtig kapje aan het uiteinde van de endoscoop. Vervolgens legt de arts een lus om het bolletje, die hij zachtjes aantrekt. Door de lus wordt stroom geleid waardoor het bolletje wordt afgesneden van de onderlaag. De kapjes zijn er in verschillende maten. Afhankelijk van de grootte van het kapje kunnen er stukjes weefsel worden verwijderd van één tot drie centimeter.

Afbeelding endoscoop met kapje
Afbeelding 1: kap 

Elastiekjes

Bij de tweede techniek zit er ook een kapje op het uiteinde van de endoscoop. Om het kapje zijn elastiekjes gespannen. De arts zuigt de afwijking in het kapje en schiet er een elastiekje omheen. Daarna legt hij een lus om het ontstane bolletje. Door de lus wordt stroom geleid waardoor het bolletje wordt afgesneden van de onderlaag. Met deze techniek kan de arts kleinere stukjes weefsel weghalen dan met de kaptechniek. Er hoeft daarnaast geen vocht onder de afwijking te worden gespoten.

Afbeelding endoscoop met elastiekjes
Afbeelding 2: elastiekjes  

Zonder kap

Bij de derde techniek zit er geen kapje op het uiteinde van de endoscoop. Wel spuit de arts met een naaldje vocht onder de afwijking. Vervolgens legt hij direct een lus om de afwijking, die hij aantrekt. Via stroom door de lus wordt de afwijking van de onderlaag losgesneden. De grootte van de stukjes is verschillend. Meestal is de afwijking al in de vorm van een bolletje.

Afbeelding endoscoop zonder kap
Afbeelding 3: zonder kap 

Na de behandeling

De behandeling duurt ongeveer dertig tot zestig minuten. Na afloop wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Daar wordt u een tijdje nauwlettend in de gaten gehouden (geobserveerd). De meeste patiënten gaan hierna weer naar huis, tenzij de arts anders voorschrijft. U krijgt een informatieformulier mee met instructies voor de nazorg. Ook krijgt u een recept mee voor medicijnen die u na de behandeling moet innemen. Deze medicijnen zorgen ervoor dat de ontstane wond zo snel mogelijk geneest. Het is van groot belang dat u deze medicatie nauwgezet inneemt.

Pijnklachten

De eerste uren na de behandeling kunt u last hebben van een opgeblazen gevoel en pijn in de buik. Dit komt doordat er tijdens de behandeling lucht in het darmstelsel is geblazen. Daarnaast kan er door de ontstane wond een scherpe pijn ontstaan in uw bovenbuik of achter uw borstbeen. Meestal zakt dit een aantal dagen na de behandeling. Soms kan de pijn één tot twee weken aanhouden.

Bij pijn mag u paracetamol innemen. Los de medicijnen wel op in water. U mag maximaal 8 tabletten van 500 mg per dag innemen. Mocht de paracetamol niet afdoende helpen, dan kunt u contact met ons opnemen.

Dieet

Op de dag van de behandeling volgt u een dieet van water, limonade en eventueel wat lauwe thee of bouillon. De dag na het onderzoek kunt u in principe alles weer eten en drinken. We raden u echter aan te beginnen met wat zachte voedingsmiddelen zoals vla, yoghurt en brood zonder korstjes. Ook adviseren we om te gekruid, te zuur en te heet voedsel de eerste twee weken te vermijden.

Controle

In het laboratorium onderzoekt de patholoog de stukjes weefsel die zijn weggehaald. Ongeveer twee weken na de behandeling krijgt u de resultaten van dit onderzoek. Ook hoort u hoe de behandeling verder zal verlopen. De uitslag kan telefonisch of tijdens een bezoek aan de polikliniek worden besproken. Daarvoor wordt met u een afspraak gemaakt.

Complicaties

Hoewel de behandeling uiterst zorgvuldig wordt uitgevoerd, kunnen bij een EMR complicaties optreden.

Bloeding

Tijdens de behandeling kan een bloedvaatje worden geraakt. Hierdoor kan een bloeding ontstaan. Dit treft ongeveer één op de tien patiënten. Als dit gebeurt, wordt de bloeding meestal direct behandeld.

Soms ontstaat een bloeding enige tijd na de behandeling. Daarom moet u na de behandeling twee tot drie uur in ons ziekenhuis blijven. Wanneer er in die periode een bloeding optreedt, kan er direct ingegrepen worden. In zeldzame gevallen treedt de bloeding pas later op. U merkt dit doordat u bloed opbraakt en/of zwarte, teerachtige ontlasting heeft. Wanneer dit gebeurt, moet u direct contact met ons opnemen.

Perforatie (gaatje)

Een complicatie die zeer zelden (bij één op de honderd gevallen) voorkomt, is een perforatie. Hierbij ontstaat een gaatje in de wand van de slokdarm of de maag. Als dit gebeurt, wordt u opgenomen in het ziekenhuis. In het ongunstigste geval volgt er een operatieve ingreep. In de meeste gevallen kan een perforatie zonder een operatie worden opgelost.

Stenose (vernauwing)

Deze complicatie begint meestal ongeveer twee tot drie weken na de behandeling. Het komt alleen voor bij behandeling aan de slokdarm. De slokdarm kunt u zien als een dunne pijp. Wanneer de wond die door de EMR is ontstaan, gaat genezen, ontstaat littekenweefsel. Dit littekenweefsel is stugger dan normaal slokdarmweefsel waardoor de slokdarm nauwer en minder flexibel kan worden. Soms passeert eten hierdoor minder goed de slokdarm. Wanneer u dit merkt, neem dan contact op. We kunnen de slokdarm dan weer wat oprekken.

Wanneer bellen?

Neem zo snel mogelijk contact met ons op als u:

  • na de behandeling thuis bloed opbraakt;
  • zwarte, teerachtige ontlasting heeft;
  • aanhoudende heftige pijn in de bovenbuik of achter het borstbeen heeft;
  • hoge koorts heeft;
  • behandeld bent aan de slokdarm en het eten niet goed wil passeren;
  • andere klachten heeft.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Endoscopie, Maag-, darm- en leverziekten
(038) 424 33 20 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)
(038) 424 50 00 (buiten kantooruren)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

27 november 2018 / 5979

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.