Contact
  1. 7299-Dysplastische heupontwikkeling bij kind
Punt Coronavirus (COVID-19) Hier vindt u belangrijke informatie over uw afspraak, onderzoek of behandeling.

Bij Dysplastische heupontwikkeling (ook wel developmental dysplasia of the hip – DDH genoemd) is er sprake van een te ondiepe heupkom. In deze folder vindt u meer informatie over de noodzaak, het onderzoek en de behandeling ervan bij uw kind.

Wat is Dysplastische heupontwikkeling?

Bij Dysplastische heupontwikkeling is de heupkom te ondiep. De mate van ondiep zijn, is verschillend. In het ernstigste geval is de heupkom zo ondiep dat de heupkop geheel uit de kom staat. We noemen dit luxatie. In een iets mildere vorm is de heupkop gedeeltelijk uit de kom (subluxatie) en in de mildste vorm zit de heupkop wel in de ondiepe kom.

Als de heupkop uit de kom staat, krijgt de kom onvoldoende groeiprikkel. Als de kop binnen het eerste levensjaar in de kom gezet wordt, kan het lichaam deze achterstand vaak weer inlopen.

Als de heupkom te ondiep en te klein blijft, is dit tijdens de jeugd van een kind meestal nog geen groot probleem. Bij een instabiele heup gaan kinderen vaak wel iets mank lopen, maar dit geeft geen pijnklachten. De belangrijkste gevolgen treden echter pas later op.

Door een te kleine heupkom wordt het glijvlak van het heupgewricht overbelast. Daardoor kan het gewricht eerder gaan slijten. Slijtage in een gewricht geeft pijnklachten en invaliditeit. Het op tijd behandelen van Dysplastische heupontwikkeling zorgt ervoor dat het heupgewricht zich tot een normaal volwaardig gewricht ontwikkelt. Op die manier wordt de kans op slijtage op latere leeftijd zo klein mogelijk gemaakt.

Oorzaak

Dysplastische heupontwikkeling komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens (4:1).
Sommige kinderen hebben meer kans op het krijgen van Dysplastische heupontwikkeling dan anderen. Dysplastische heupontwikkeling komt iets meer voor: 

  • bij kinderen die in het laatste trimester van de zwangerschap in stuit hebben gelegen;
  • bij kinderen waarvan ouders, zusjes of broertjes Dysplastische heupontwikkeling hebben;
  • bij kinderen met andere aangeboren afwijkingen.

Hoewel de kans dat kinderen met bovengenoemde kenmerken Dysplastische heupontwikkeling krijgen bijvoorbeeld 2 tot 4 keer groter is dan normaal, blijft de kans relatief klein. Dysplastische heupontwikkeling komt op de leeftijd van drie maanden bij ongeveer 2 tot 3 procent van de kinderen voor.

Consultatiebureau

Op het Consultatiebureau wordt uw baby door de arts onderzocht. Hij bekijkt hoe beweeglijk de heup is. Een verminderde beweeglijkheid kan een teken van Dysplastische heupontwikkeling zijn. Dysplastische heupontwikkeling geeft namelijk niet zoveel klachten. Het is voor uw kind niet pijnlijk.

Als door Dysplastische heupontwikkeling de heupkop uit de kom staat, is het beentje wat korter. Dit is bij baby’s over het algemeen alleen door ervaren artsen te zien. Asymmetrische bilplooien komen zo vaak voor dat ze als signaleringsteken weinig waarde hebben.

Bij twijfel zal het Consultatiebureau uw kind naar een arts doorverwijzen voor nader onderzoek met een echografie of een röntgenfoto. Dit kan over het algemeen het beste gebeuren als uw kind 3 tot 4 maanden oud is.

Als bij uw kind de diagnose Dysplastische heupontwikkeling gemist is en uw kind gaat lopen, kan het bij de ernstigste vormen wat mank gaan lopen. Meer is vaak niet te merken van Dysplastische heupontwikkeling.

Onderzoek

Bepalen of een kind Dysplastische heupontwikkeling heeft, is niet altijd gemakkelijk. De volgende onderzoeken kunnen daarvoor worden ingezet:

  • Echografie.
    Met behulp van ultrageluid is de heup goed zichtbaar te maken tot de leeftijd van 9 maanden.
  • Röntgenfoto’s.
    Dit is mogelijk vanaf 3 maanden.

Voor speciale situaties kan een MRI worden gebruikt of een contrastonderzoek van het heupgewricht. Beide vinden onder narcose plaats. Deze onderzoeken zijn echter vrijwel niet meer nodig, door het gebruik van echografie. 

Behandeling

Dysplastische heupontwikkeling is goed te behandelen. Er zijn wel verschillen in het gemak waarmee dit lukt.

  • Het belangrijkste doel is te zorgen dat het heupkopje weer in de kom komt. Hiervoor worden bij kinderen tot een half jaar zogenaamde spreidvoorzieningen gebruikt. Door de beentjes zachtjes te spreiden, wordt het heupkopje langzaam in het kommetje gebracht. Voorbeelden van spreidvoorzieningen zijn onder andere de Pavlik brace, of de Camp spreider.
  • Soms lukt het niet met deze methoden en dan kan het heupje eventueel na een zogenaamde tractieperiode onder narcose in de kom worden gebracht. In zo’n situatie wordt een gipsbroek gebruikt om het heupje op de goede plaats te houden. In de folder Gipsbroek bij kinderen vindt u meer informatie.
  • Een enkele keer is een operatie nodig om de heupkop in de kom te brengen.

Resultaat

Zeker als het heupje rond de eerste verjaardag van uw kind al in de kom zit, ontwikkelt het heupgewricht zich over het algemeen goed. Als het kopje pas op het derde jaar in de kom zit, blijft het gewricht vaak wat onderontwikkeld. Dan is soms een aanvullende operatie nodig: de Pemberton bekkenosteotomie. Deze operatie zorgt voor meer overkapping van de heupkop.

De behandelend arts van uw kind kijkt uiteraard mee naar wat het beste past bij de situatie van uw kind.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar uw kind onder behandeling is:

Zwolle, Kampen of Heerde

Orthopedie
(038) 424 56 56 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

31 juli 2020 / 7299

Gerelateerde folders