Contact
  1. 5194-Algehele anesthesie (narcose) bij kinderen

Binnenkort wordt uw kind geopereerd. Bij deze operatie gaat uw kind onder algehele anesthesie. Dit wordt ook wel narcose genoemd. De anesthesioloog brengt uw kind in een diepe slaap, zodat hij niets van de operatie merkt. Uw kind wordt pas wakker als de operatie voorbij is. Om de operatie veilig te laten verlopen, is het belangrijk dat u deze folder goed leest. Uw kind mag bijvoorbeeld niet eten en drinken vóór de operatie. Ook leest u in deze folder hoe u uw kind het best kunt begeleiden.

Niet eten en drinken voor de operatie

De maag van uw kind moet leeg zijn voor de operatie. Als uw kind toch eet, wordt er maagzuur aangemaakt. Onder anesthesie kan dit maagzuur in de longen komen. Dit kan een ernstige longontsteking veroorzaken. Om dit te voorkomen, moet uw kind voor de operatie ‘nuchter’ zijn. Dit betekent dat hij vanaf een bepaalde tijd niets meer mag eten en drinken. Als uw kind toch eet of drinkt voor de operatie, kan de operatie niet doorgaan.

Voor de operatie moet uw kind nuchter zijn. Dit houdt in:

Tot 6 uur vóór de opnametijd, mag uw kind alleen een lichte maaltijd eten. U kunt kiezen uit:

  • 2 beschuiten/crackers met jam, zonder boter óf;
  • 1 snee brood met jam, zonder boter óf;
  • flesvoeding.

Tot 4 uur vóór de opnametijd mag uw baby (tot 1 jaar oud) nog borstvoeding krijgen.

Tot 2 uur vóór de opnametijd mag uw kind alleen heldere dranken drinken, zoals:

  • thee, water, heldere appelsap, limonade zonder prik of koffie (zonder melk, suiker mag wel);
  • uw kind mag géén melkproducten of bouillon drinken.

In het schema hieronder kunt u aan de linkerkant zien hoe laat uw kind in het ziekenhuis moet zijn (dit is de opnametijd). Daarachter ziet u dan vanaf welke tijd uw kind niet meer mag eten en drinken.

Tabel schema nuchter zijn 
Opnametijd
(de tijd waarop u in het ziekenhuis moet zijn)
U mag niet meer eten vanaf: U mag niet meer drinken vanaf:
8.00 uur 2.00 uur 6.00 uur
9.00 uur 3.00 uur 7.00 uur
​10.00 uur 4.00 uur​ ​8.00 uur
​11.00 uur ​5.00 uur ​9.00 uur
​12.00 uur ​6.00 uur ​10.00 uur
​13.00 uur ​7.00 uur ​11.00 uur
​14.00 uur ​8.00 uur ​12.00 uur
​15.00 uur ​9.00 uur ​13.00 uur
​16.00 uur ​10.00 uur ​14.00 uur

Let op
Wordt uw kind een dag vóór de operatie al opgenomen? Dan hoeft uw kind niet nuchter te komen.

Mag uw kind medicijnen slikken voor de operatie?

Als uw kind medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog met u of uw kind deze gewoon kan innemen of dat hij tijdelijk moet stoppen. Gebruikt uw kind bloedverdunners, dan kan het zijn dat hij een aantal dagen vóór de operatie moet stoppen. Van de anesthesioloog of van de Trombosedienst hoort u wanneer uw kind met de bloedverdunners moet stoppen en wanneer hij weer kan beginnen.

Kort voor de operatie controleren we of er iets aan de gezondheid van uw kind of het medicijngebruik is veranderd. U krijgt op de dag dat uw kind wordt opgenomen een korte lijst met vragen.

Kindvriendelijk onder narcose

Kinderen die onder narcose moeten, zijn vaak minder angstig als hun vader, moeder of verzorger erbij is op het moment dat zij in slaap worden gebracht. Dat geldt ook voor het wakker worden op de uitslaapkamer. In Isala is het bijna altijd mogelijk dat één ouder of verzorger aanwezig is.

Of u erbij kunt zijn, hangt af van: 

  • de leeftijd van uw kind;
  • operatie;
  • of u denkt dat u het zelf aan kunt;
  • en of u denkt dat uw kind er rustiger van wordt.

Uw kind voorbereiden

Op de afdeling waar uw kind wordt opgenomen, geeft een verpleegkundige informatie over de narcose. Er is speciaal informatiemateriaal voor uw kind. Bijvoorbeeld een fotoboek met foto's en een toelichting over de narcose en het inbrengen van een infuus. Om uw kind te vertellen over wat narcose is, kunt u samen het fotoboek over narcose bij kinderen bekijken.

De operatie

Regels voor u:

  • Op de dag van de operatie geeft u aan de verpleegkundige van de afdeling door dat u bij de inleiding (het onder narcose brengen) en het uitslapen aanwezig wilt zijn.
  • Er mag één ouder of verzorger aanwezig zijn. Spreekt u van tevoren af wie met uw kind meegaat.
  • Zorg ervoor dat u zelf van tevoren goed eet. Spanning en een lege maag vergroten de kans op flauwvallen. 
  • Draag geen sieraden en trek gemakkelijke kleding aan. 
  • U krijgt een naamkaartje, zodat duidelijk is dat u de ouder of verzorger bent. U moet het kaartje zichtbaar dragen. U krijgt van ons een overall om over uw eigen kleding aan te doen.
  • U volgt de aanwijzingen en instructies op van onze medewerkers. Het kan voorkomen dat u de voorbereidingsruimte, de operatiekamer of de uitslaapkamer ineens moet verlaten. Ga op dat moment hierover niet in discussie; na de operatie is er de mogelijkheid om dit te bespreken.
  • Geef op tijd aan als u zich niet goed voelt. De medewerkers van de operatiekamer hebben alle aandacht nodig voor de zorg voor uw kind. Uw aanwezigheid bij de inleiding is uw eigen verantwoordelijkheid.

Inleiden (onder narcose brengen)

Het inleiden gebeurt met een kapje of met een infuus. Dit is afhankelijk van de soort ingreep en de keuze van uw kind. Probeert u vooral uw kind bij te staan, eventueel zachtjes te zingen of tegen hem of haar te praten. Een natuurlijke reactie van het kind is vaak dat zij proberen de inleiding uit te stellen. Ga hierin niet mee, dit rekt alleen maar het spannende moment voor het kind. Uitgebreid troosten heeft vaak een tegenovergesteld effect: u bevestigt vooral dat er iets heel naars gaat gebeuren.

Na het opzetten van het kapje duurt het even voordat uw kind in slaap valt. Meestal duurt het zo'n 30 seconden; bij grotere kinderen duurt het wat langer. Nadat uw kind in slaap is gevallen, blijft het kapje op om de anesthesie dieper te maken. Tijdens dat dieper maken komt uw kind in het zogenaamde excitatie- of ontremmingsstadium. Uw kind kan dan wat bewegen met armen en benen, de ademhaling gaat sneller en is vaak ook hoorbaar. Dit gebeurt vaak als u al weg bent, maar kan ook voorkomen als u er nog bent of net wegloopt. Dit stadium gaat geheel buiten het bewustzijn van het kind om, dus u hoeft zich geen zorgen te maken dat uw kind dit bewust meemaakt.

Voor bijna alle ingrepen krijgt uw kind daarna een infuus, omdat hij naast de slaap ook nog allerlei andere medicijnen krijgt. Uiteindelijk slaapt uw kind zo diep dat ook de ademhaling uitvalt, waarna de anesthesioloog de beademing start.

Oudere kinderen of kinderen zwaarder dan 30 kilo worden vaker via een infuus in slaap gebracht. Hiervoor brengen wij van tevoren verdovende zalf op de hand of elleboog aan, zodat de huid verdoofd is bij het prikken van het infuus. Het slaapmiddel wordt dan via het infuus gegeven.

Na de operatie

Na de operatie gaat uw kind van de operatiekamer naar de uitslaapkamer. Daar wordt uw kind pas weer echt wakker. De afdelingsverpleegkundige brengt u naar deze ruimte, zodat u erbij bent als uw kind wakker wordt. Pas als de pijn en eventuele misselijkheid goed onder controle zijn, en alle controles goed zijn, kan uw kind terug naar de afdeling.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar uw kind onder behandeling is:

Zwolle

Preoperatief onderzoek
(038) 424 21 39 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel

Opnameservicepunt
(0522) 23 30 16 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

This leaflet is also available in English: 'Accompanying your child during anesthesia'.

26 februari 2019 / 5194
Anna naar de OK

Een ziekenhuisbezoek is voor een kind nooit leuk. Maar een goede voorbereiding kan een (korte) opname minder vervelend maken. Een kind verwerkt een ziekenhuisopname beter als er vooraf aan hem of haar is verteld wat er gaat gebeuren. Probeer daarom zo eenvoudig en zo eerlijk mogelijk over de opname te vertellen.

Hoe zien het ziekenhuis en de kinderafdeling er in Zwolle en Meppel uit? En wat gebeurt er als uw kind naar de operatiekamer gaat? Help uw kind zich voor te bereiden door de foto's alvast samen te bekijken en bespreken.

Welkom
Welkom bij Isala! Je komt binnen via de voor-of achterzijde.
Anna
Dit is Anna. Zij moet net als jij vandaag in het ziekenhuis zijn. Haar moeder gaat met haar mee.
Aanmelden
Bij de balie meldt de moeder van Anna haar aan (met een geldig identiteitsbewijs).
Kinderafdeling
Op de kinderafdeling meld je je bij de secretaresse achter de balie.
Kennismaken
Daarna maak je kennis met de verpleegkundige.
Even wachten
Vaak moet je nog wel even wachten op de afdeling. Bijvoorbeeld in de Ronald McDonald huiskamer of in de speelkamer.
Vragen

De verpleegkundige stelt wat vragen.

Je bed

De verpleegkundige laat je bed zien.

Armbandje

De verpleegkundige doet een armbandje om met je naam en geboortedatum.

Temperatuur meten

De verpleegkundige meet je temperatuur met de oorthermometer.

Medicijnen

En je krijgt medicijnen: zetpillen of tabletjes.

Heb je pijn?

Hoe voelt je pijn? Wijs een smiley aan of geef je pijn een cijfer.

Informeren

De verpleegkundige of pedagogisch medewerker informeert je over het verloop van de dag.

OK-jasje

Dan krijg je een OK-jasje.

Oorbellen
Oorbellen worden afgeplakt met tape of uitgedaan.
In bed
Met OK-jasje aan in bed. Houd jij je knuffel goed bij je?
Naar de OK
In bed naar de OK. Mama of papa en de verpleegkundige gaan mee.
Vierde verdieping

Met de lift naar de vierde verdieping.

De lange gang

En via de lange gang...

Wachtruimte voor de OK

... kom je bij de deur van de holding. Dat is de wachtruimte voor de OK.

Blauwe overall en muts

Daar doet mama of papa een blauwe overall aan en een muts op. Jij krijgt ook een muts op. Daarna nog even wachten.

Kennismaken

Kennismaken met de OK-verpleegkundige.

Vragen

Wij vragen jou regelmatig: je naam, geboortedatum en waarom je hier bent.

Operatiekamer

Naar de operatiekamer

Mama en je knuffel

Mama blijft bij je en je knuffel mag mee.

Ander bed

Op de operatiekamer stap je over op een ander bed.

Warme deken

Daarna krijg je een warme deken over je heen.

Drie plakkers

Je krijgt drie plakkers om je hartslag te controleren.

Saturatiemeter

Een saturatiemeter, die het zuurstofgehalte meet.

Bloeddrukband

Je krijgt ook een bloeddrukband om.

Computerscherm

 

Via het computerscherm controleren wij hartslag, zuurstofgehalte in het bloed, ademhaling en bloeddruk.

 

Met een kapje

De volgende foto's vertellen je meer over het slapen met een kapje.

Kapje voor de verdoving

De anesthesioloog pakt het kapje voor de verdoving. Daar komt een vies luchtje uit, blaas die maar weg!

Lekker dromen

En zoek een mooie droom uit...

Slapen

 

Kus van mama, jij slaapt dan al.

 

Met een infuus

De volgende foto's vertellen je meer over het slapen met een infuus.

Zalf

Je krijgt toverzalf op je hand...

Doorzichtige pleister
... die met een doorzichtige pleister wordt afgeplakt.
Verdoven
De toverzalf verdooft je huid.
Zalf verwijderen
De zalf wordt verwijderd en...
Bandje

... er wordt een bandje om je arm gedaan.

Infuus prikken

De anesthesioloog brengt het infuus in en het naaldje wordt verwijderd.

Buigzaam buisje

Het buigzame buisje blijft achter onder een pleister.

Medicijnen

De medicijnen voor de verdoving in de spuit worden via het infuus ingebracht. Zoek maar een mooie droom uit.

Kusje

Kus van mama, jij slaapt dan al.

Tijdens en na

We laten je nu zien wat er gebeurt tijdens en na de operatie.

Wachtruimte

Hier mogen je ouders/begeleiders wachten (na de paarse deuren) of in de wachtruimte op V2.4.

Koffie en thee

Onderweg naar V2.4 kunnen je ouders (of begeleiders) hier een kopje koffie of thee halen.

Uitslaapkamer

Je wordt weer wakker op de uitslaapkamer (recovery) naast de wachtruimte (holding). Mama is weer bij je.

Overdracht

Overdracht door de OK-verpleegkundige. Als je weer goed wakker bent, mag je mee terug naar de afdeling.

Kinderafdeling

Weer terug op de kinderafdeling.

Vocht

 

Je krijgt vocht via het infuus.

 

Eten en drinken

Je mag weer wat drinken en eten.

Infuus eruit

Als het infuus niet meer nodig is, haalt de verpleegkundige het eruit.

Slapen

Het kan zijn dat je een of meer nachten blijft slapen in het ziekenhuis, dan mag er één ouder bij je blijven slapen, dat noemen ze inroomen. Soms mag je dezelfde dag weer mee naar huis.

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.